Economie
PE Author

Superbacteriën en supergoedkoop vlees

Tobias Leenaert verklaart hoe de intensieve veeteelt de antibiotica-resistentie in de hand werkt. Hij is directeur van de vzw EVA, dat pleit voor een Ethisch Vegetarisch Alternatief (www.vegetarisme.be). Experts waarschuwden afgelopen weekend op een Weens congres voor de opmars van een nieuwe superbacterie, die resistent blijkt voor de bekende antibiotica en nu al voorkomt in meer dan 80 procent van het Nederlandse kippenvlees (DM 12/4). Volgens Leenaert is de intensieve veeteelt, die de resistentie in de hand werkt, een tijdbom voor volksgezondheid en milieu. "Maar hoe lang gaan we doen alsof er niks aan de hand is?"

 De Wereldgezondheidsorganisatie waarschuwde dertig jaar geleden al voor de gevolgen van het grootschalige gebruik van antibiotica voor veedieren. Hoe lang kunnen economische belangen het laatste woord krijgen? De intensieve veeteelt is een tijdbom, zowel voor volksgezondheid als milieu  

De nieuwe publieke vijand nummer een heet esbl. Het is een gevaarlijke, zogenaamde superbacterie, die ondertussen al bijna resistent is tegen zelfs de zwaarste antibiotica. Experts in Wenen trokken gisteren aan de alarmbel. Mag het gezegd dat er - voor de zoveelste keer - heel sterke aanwijzingen zijn dat ook dit gezondheidsgevaar voortkomt uit - de intensieve veeteelt?

In Nederland blijkt bijna 90 procent van het geteste kippenvlees besmet met de esbl-bacterie. Of de ziekteverwekker zelf afkomstig is uit de veeteelt staat nog niet vast. Wat wel duidelijk is, is dat de intensieve veeteelt de antibiotica-resistentie bij mensen enorm in de hand werkt. In veebedrijven zitten soms tot duizenden (varkens) of tienduizenden (kippen) dieren op elkaar gepakt, waardoor de kans op overdracht van ziekteverwekkers veel groter wordt en de mogelijke gevolgen enorm zijn. De enige manier om dieren in dergelijke omstandigheden gezond te houden (hen te laten leven tot ze slachtrijp zijn, zeg maar) is om ze vol te pompen met geneesmiddelen. De veehouder probeert het risico op het opduiken en verspreiden van ziekten te beperken door het preventief en therapeutisch gebruik van antibiotica. En zo ontstaat een wapenwedloop tussen geneesmiddelen en ziekteverwekkers. Daarvan is de esbl-bacterie slechts de meest recente beroemdheid: ook het H1N1 virus dat de Mexicaanse griep veroorzaakt - eerst varkensgriep genoemd - zou ook ontstaan zijn in de intensieve veeteelt.

Gelatenheid

Een reportage over de bacterie op het vtm-nieuws is typisch voor de gelatenheid waarmee vaak gereageerd wordt op dergelijke potentiële nachtmerries: nadat bericht wordt dat we de bacterie ook via de voeding kunnen opdoen (ook in België is besmet kippenvlees aangetroffen) krijgen we het advies van een expert. Jan Verhaegen, microbioloog UZ Leuven, stelt ons gerust: "gewoon het kippenvlees goed verwarmen". De reporter voegt er nog aan toe dat, willen we resistentie niet in de hand werken, dokters niet te vlug antibiotica mogen voorschrijven en patiënten er niet bij het minste kwaaltje mogen om vragen. En daarmee is de kous af. Geen woord over antibioticagebruik in de veeteelt. Alles is in orde, het vlees is weer veilig.

Nochtans zit precies daar het probleem. Antibioticarestanten blijven na de slacht van het dier in zeer lage hoeveelheden aanwezig in het vlees. Mensen nemen deze residu"s op, kippenbout per kippenbout, biefstuk per biefstuk. Op deze manier verliezen de antibiotica hun effectiviteit en ontstaat er resistentie. Bijzonder zorgwekkend is dat ook dierlijke mest antibioticaresidu's en bacteriën kan bevatten, die uiteindelijk worden aangetroffen in bemeste groenten en fruit.

Kan de veeteelt zonder antibiotica? Een ziekte die opduikt bij een paar dieren kan, zonder ingrijpen, in een mum van tijd een hele stal infecteren. Antibioticagebruik werd reeds teruggedrongen in de veeteelt: groeibevorderende antibiotica zijn niet langer toegelaten, maar er wordt nog steeds volop gebruik gemaakt van antibiotica voor preventieve en therapeutische doeleinden. Verdere beperkingen zijn immers niet evident: die zouden de productie van vlees duurder en economisch meer risicovol maken. De veehouderij schuift het probleem (deels terecht) af op de consument: die is niet bereid veel te betalen voor zijn vlees, en wil het elke dag op tafel. Per Belg wordt zo'n 100 kilogram vlees per jaar geconsumeerd. En diezelfde Belgen geven nog slechts 15 procent van hun maandbudget uit aan voedsel.

Welke alternatieven en oplossingen zijn er? We kunnen er ons verschillende indenken, maar er is één oplossing die niet alleen dit probleem maar ook een schare andere problemen ingrijpend kan beperken of zelfs kan elimineren: minder vlees eten. Dat betekent een lager aanbod en een minder intensieve veeteelt. Dat betekent minder CO2-uitstoot, een efficiënter voedselproductiesysteem, minder dierlijke vetten en dus minder hart- en vaatziekten, meer voedselveiligheid en minder dierenleed. We zijn enorm gebaat met minder vlees, maar uitgerekend deze heel simpele en doenbare stap is voor velen vooralsnog een brug te ver. Elke dag vlees op het bord lijkt voor de gemiddelde Belg een verworven recht of een noodzaak.

De vraag rijst dan: wat moet er gebeuren eer iemand actie onderneemt? De Wereldgezondheidsorganisatie waarschuwde dertig jaar geleden al voor de gevolgen van het grootschalige gebruik van antibiotica voor vee. Hoe lang kunnen economische belangen het laatste woord krijgen? De intensieve veeteelt is een absolute tijdbom, zowel voor de volksgezondheid als voor het milieu. Hoe kan een systeem dat erop gericht is zoveel mogelijk geld te genereren door zoveel mogelijk dieren zo vlug mogelijk zo vet mogelijk te maken met zo weinig mogelijk kosten, ooit iets goeds opbrengen?

Laat ons niet met de vinger wijzen. De intensieve veeteelt is een uitwas. Ze is niemands fout, maar we moeten ervan af.

nieuws