economie

Soms moet je tégen denken

Thomas Decreus pleit, tegen David Van Reybrouck, voor 'vredevol maar radicaal verzet'. Decreus is als politiek filosoof verbonden aan de KU Leuven. Hij stond mee aan de wieg van de Shamebetoging en was zaterdag ook aanwezig op de betoging van de indignados. 'Ook wij zijn verontwaardigd. Ook wij zijn bezorgd, maar in tegenstelling tot die andere burgerprotesten gaan wij een stap verder. Wij koppelen onze verontwaardiging aan daadkracht en engagement', zo vergeleek David Van Reybrouck de Occupy-bewegingen van Wall Street tot Brussel met zijn G1000-initiatief. Decreus heeft een repliek klaar.

1 © UNKNOWN
 In tegenstelling tot wat Van Reybrouck beweert gaat het bij de indignados om meer dan louter verontwaardiging. Het protest cirkelt om twee fundamentele eisen: sociale rechtvaardigheid en politieke vernieuwing  

Een revolutionair jaar. Dat is het minste wat je over 2011 kunt zeggen. Een revolutionaire golf wierp zich op in Tunesië, scheurde met razende kracht over Egypte en spreidde zich daarna uit over de hele Arabische wereld. Kort nadien sloeg die golf over naar Europa. In Spanje en Griekenland werden, in navolging van het Egyptische voorbeeld, pleinen bezet. In menig Europese stad werden op de centrale pleinen volksvergaderingen georganiseerd met als leidmotief: 'Echte democratie nu!' En net toen de Arabische Lente en de Europese Zomer leken uit te doven in een teleurstellende herfst, stond de Amerikanen op. Occupy Wall Street! Een spontaan volksprotest met opnieuw pleinbezettingen en volksvergaderingen als voornaamste kenmerk.

There's something happening here... Zoveel is duidelijk. Maar wat willen die zogenaamde pleinbezetters of indignados nu? De beweging heeft schijnbaar geen programma, geen concrete, onmiddellijk realiseerbare eisen, geen woordvoerders en geen leiders. Haar eenheid lijkt zich op het eerste gezicht enkel te manifesteren in gedeelde actievormen. Dat is voor velen een reden geweest om de indignados te bekritiseren als een zootje ongeregeld dat slechts een soort vage boosheid wil ventileren. Dat deed Louis Tobback in deze krant. En het was ook de teneur in David Van Reybroucks standpunt over de bezetters op Wall Street.

Volgens Van Reybrouck is het niet genoeg om enkel 'kwaad' of 'verontwaardigd' te zijn. Er dient, volgens hem, vooral constructief meegedacht te worden, wil een systeem ook daadwerkelijk veranderd worden. In die zin, stelt Van Reybrouck, is de G1000 een volgende en 'hogere' stap in het protest: een positieve articulatie van een doelloze verontwaardiging. Een nette, ordentelijke en vooral effectieve wijze om resultaat te boeken. Of hoe enthousiasme soms kan omslaan in politieke blindheid.
Hoewel mijn respect voor het project van Van Reybrouck ontzettend groot is - je moet het verdorie maar doen - ben ik het fundamenteel oneens met zijn beweringen over de bezetters van Wall Street en de indignados. Dit om zowel een empirische als een veel fundamentelere politiek-theoretische reden.

Laat me beginnen met de 'empirische' tegenwerping. In tegenstelling tot wat Van Reybrouck beweert gaat het bij de indignados om meer dan louter verontwaardiging. Wie de moeite neemt de beweging wat te volgen, zal gauw merken dat het protest steevast cirkelt om twee fundamentele eisen: sociale rechtvaardigheid en politieke vernieuwing.

De indignados verzetten zich tegen het almachtige dictaat van de markten. Tegen een beleid dat systematisch de winsten privatiseert en verliezen collectiviseert. Zie Griekenland. Zie Dexia. Maar ze zijn niet enkel tegen, ze zijn ook voor. Voor een andere, meer participatieve democratische politiek waarin het algemeen belang vooropgesteld wordt in plaats van het belang van een politiek-economische elite. Vandoor ook de slogans: 'We are the 99 percent' en 'Echte democratie nu!'

Maar er zit ook een meer fundamentele fout in Van Reybroucks bewering dat de G1000 een volgende en betere stap is in het protest. Ik zie niet goed in hoe je door constructief mee te denken met een systeem, dat systeem kunt veranderen. Eerder dan mee te denken, dient men soms tegen te denken. Eerder dan dialoog, heeft men soms confrontatie nodig. Want politiek draait om macht.

En macht krijg je niet, maar moet je nemen. Rechten verkrijg je niet door er lief om te vragen, maar door ze te eisen. De verzorgingsstaat of het algemeen enkelvoudig stemrecht zijn er bijvoorbeeld niet gekomen door theekransjes te houden met de machthebbers, maar door decennialange politieke en sociale strijd.
Strijd mag hierbij niet gezien worden als een antidemocratisch middel om macht te verwerven. Wel integendeel. Vredevol maar radicaal verzet houdt een democratie wakker en gezond. Het maakt er essentieel deel van uit. Dat wist founding father Thomas Jefferson al . Hij schreef in 1787: "The spirit of resistance to government is so valuable on certain occasions that I wish it to be always kept alive. It will often be exercised when wrong, but better so than not be exercised at all."

Ik wil de stelling van Van Reybrouck dan ook omdraaien. Eerder dan een eindpunt is de G1000 een mogelijk beginpunt van verzet. Het is inderdaad een meer ordentelijke wijze om de grieven die leven onder de bevolking in kaart te brengen dan de (soms wanordelijke) volksvergaderingen van de indignados. Maar eenmaal die grieven doorheen het deliberatieve proces van de G1000 in concrete politieke voorstellen omgezet zullen zijn, begint het echte werk. Want dan zal het erop aankomen om die alternatieven gerealiseerd te krijgen, en dus - onvermijdelijk - bepaalde machtsconfiguraties uit te dagen. Misschien zal de G1000 de indignados nog nodig hebben.

nieuws

cult

zine