Update

Overleg over zware beroepen op sterven na dood

1 © thinkstock

Na twee jaar onderhandelen liggen de standpunten van de vakbonden en werkgevers over de zware beroepen nog steeds mijlenver uit elkaar. Een akkoord lijkt verder weg dan ooit, zo bevestigen de sociale partners. De werkgevers willen enkel nachtarbeid erkennen als zwaar beroep.

Al twee jaar onderhandelen vakbonden en werkgevers over wie wel dan niet een zwaar beroep uitoefent. Wie een zwaar beroep uitoefent, zou vroeger op pensioen kunnen. Maar op een nieuwe vergadering begin deze week is nog maar eens gebleken dat er geen akkoord in zit. "We zullen er niet uitraken", aldus Sabine Slegers, nationaal secretaris van de liberale vakbond. Bij de werkgevers bevestigt men. "De posities liggen zo ver uit elkaar dat de kans op een akkoord klein is", zegt Caroline Deiteren van werkgeversorganisatie Unizo.

De vakbonden schuiven vier grote criteria naar voor om een job als 'zwaar' te bestempelen: belastende arbeidsomstandigheden, belastende werkorganisatie, emotionele werkbelasting en verhoogde veiligheidsrisico's. Maar de werkgevers stappen daar definitief niet in mee. "Enkel van nachtarbeid is wetenschappelijk onderbouwd dat het belastend is", aldus Caroline Deiteren van Unizo. "Van de andere criteria die de vakbonden willen gebruiken, zoals de psychologische aspecten van een job, zijn de gevolgen niet meetbaar. Wij hebben daar problemen mee. Iedereen zou zowat een zwaar beroep uitoefenen".

Bij de vakbonden is men niet te spreken over het standpunt van de werkgevers om enkel nachtarbeid als zwaar beroep te erkennen.

Bijeenkomst eind deze maand
Eind deze maand staat nog een bijeenkomst van de sociale partners op de agenda. Daarna ligt de bal in principe in het kamp van de regering. Bij Unizo adviseert men de regering goed na te denken over het gebruik van de budgetten. "In plaats van mensen vroeger op pensioen te laten gaan, zou ik nadenken over manieren om mensen langer aan het werk te houden in goede omstandigheden", aldus nog Deiteren.

Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) bevestigt dat het water tussen beide standpunten na twee jaar diep is. "De besprekingen zijn niet gemakkelijk. We blijven hopen op een oplossing, maar dat zal niet evident zijn", aldus directeur-generaal Bart Buysse. Het VBO zegt voor de definiëring van zware beroepen vast te houden aan "een beperkte set van objectieve criteria, die meetbaar en controleerbaar zijn en waarbij rekening gehouden wordt met het budgettaire plaatje dat door de regering werd vastgesteld". Voor de werkgeversorganisatie is het vooral belangrijk om "in de juiste volgorde te werken: eerst het algemene pensioensysteem op basis van punten vaststellen, alvorens daarop de uitzonderingen te voorzien", klink het nog.

Overleg loopt nog

Het kabinet van minister van Pensioenen Bacquelaine benadrukt dat de minister in dit dossier alle kansen heeft willen geven aan het sociaal overleg. "Mocht het overleg op geen enkel akkoord vastlopen, dan zal de minister van Pensioenen uiteraard zijn verantwoordelijkheid nemen", luidt het. Het blijft alleszins de bedoeling dat het in aanmerking nemen van de zware beroepen bij de bepaling van de pensioenrechten, toe te laten vanaf begin 2019. Basisprincipe is dat wie een zwaar beroep uitoefent, vroeger met pensioen kan gaan of een hoger pensioen geniet.

Op het kabinet valt voorts te horen dat het overleg over de zware beroepen in de overheidssector nog steeds loopt.