economie

De economische zelfmoord van Europa

Streng besparen maakt depressieve economieën nog depressiever, stelt Paul Krugman. Krugman is New York Times-columnist en de Nobelprijswinnaar economie van 2008.

1 © UNKNOWN
 
Europa heeft nood aan een meer expansief monetair en budgettair beleid

Zaterdag berichtte The New York Times over een blijkbaar groeiend fenomeen in Europa: 'zelfmoord door economische crisis'. Mensen die zich van het leven beroven uit wanhoop vanwege werkloosheid en faillissement. Het was een hartverscheurend verhaal. Maar ik weet zeker dat ik niet de enige lezer was die dacht dat het ruimere verhaal eigenlijk niet zozeer over individuen gaat maar over de klaarblijkelijke vastberadenheid van de Europese leiders om economische zelfmoord te plegen voor het hele continent.

Een paar maanden geleden koesterde ik nog enige hoop voor Europa. U herinnert zich misschien dat Europa tegen het eind van de herfst klaar leek voor een financieel imbroglio. Maar de Europese Centrale Bank schoot het continent te hulp. Het bood de Europese banken open kredietlijnen aan op voorwaarde dat ze obligaties van Europese overheden voor lief namen. Dat betekende een rechtstreekse steun voor de banken en een indirecte steun voor de overheden, en maakte een einde aan de paniek.

De vraag toen was of die moedige en effectieve actie het begin zou zijn van een bredere standpuntwijziging, of de Europese leiders de ademruimte die de banken hadden gecreëerd te baat zouden nemen om beleidsprincipes te herbekijken die voor de problemen gezorgd hadden.

Neem nu de stand van zaken in Spanje, momenteel het epicentrum van de crisis. Laat de berichten over recessie voor wat ze zijn: Spanje zit volop in een depressie, met een algemene werkloosheid van 23,6 procent, wat vergelijkbaar is met het Amerikaanse dieptepunt tijdens de Grote Depressie, en een jongerenwerkloosheid die hoger is dan 50 procent. Dat kan zo niet voortduren - en dat besef zorgt ervoor dat de Spaanse leenkosten nog hoger worden.

In zekere zin heeft het geen belang hoe het zo ver is kunnen komen in Spanje - maar het Spaanse verhaal heeft niets te maken met boontje komt om zijn loontje, de versie die Europese functionarissen, zeker de Duitse, zo graag voorhouden. Spanje was geen budgettaire losbol - aan de vooravond van de crisis had het een lage schuld en een begrotingsoverschot. Het had jammer genoeg ook een enorme vastgoedbubbel, die in grote mate opgepompt was door enorme leningen van Duitse banken aan hun Spaanse tegenhangers. Toen de bubbel barstte, zat de Spaanse economie dik in de problemen. De budgettaire problemen van Spanje zijn een gevolg van de depressie, niet de oorzaak.

Niettemin is het medicijn dat Berlijn en Frankfurt voorschrijven - goed geraden - meer besparingen.

Dat is, ronduit gezegd, krankzinnig. Europa heeft al enkele jaren ervaring met strenge besparingsprogramma's, en de resultaten zijn precies wat geschiedenisstudenten u vertelden wat zou gebeuren: zulke programma's duwen depressieve economieën nog dieper in een depressie. En aangezien investeerders naar de toestand van de economie van een staat kijken als ze inschatten of ze de schuld wel zal kunnen terugbetalen, werken besparingsprogramma's zelfs niet als een manier om de leenkosten te verlagen.

Wat is het alternatief? Wel, in de jaren dertig - een tijd die Europa alsmaar getrouwer begint na te bootsen - was de cruciale voorwaarde voor een herstel de uitstap uit de gouden standaard. Een equivalente zet nu zou de uitstap uit de euro zijn, en de herinvoering van de nationale munt. U denkt misschien dat dat ondenkbaar is, het zou inderdaad een drastische ingreep zijn, zowel op economisch als op politiek vlak. Maar doorgaan op het bewandelde pad, nog hardere besparingsmaatregelen opleggen aan landen die al kampen met een werkloosheid zoals in de tijd van de Grote Depressie, dat is pas ondenkbaar.

Als de Europese leiders de euro echt willen redden, dan zouden ze dus aan het uitkijken zijn naar een alternatieve koers. En dat alternatief is redelijk duidelijk. Het continent heeft nood aan een meer expansief monetair beleid, in de vorm van een bereidheid - een verkondigde bereidheid - vanwege de Europese Centrale Bank om een wat hogere inflatie te aanvaarden. Het heeft nood aan een meer expansief budgettair beleid, in de vorm van budgetten in Duitsland die de besparingen verlichten in Spanje en andere landen in moeilijkheden in de periferie van het continent in plaats van ze op te leggen. Zelfs als die beleidsinitiatieven er komen, dan nog zullen de perifere landen nog jaren moeilijke tijden beleven. Maar ze zouden ten minste kunnen hopen op een herstel.

Wat we zien, is echter totale inflexibiliteit. In maart ondertekenden de Europese leiders een budgettair pact dat bezuinigingen eigenlijk vastlegt als de enige respons op alle problemen. Ondertussen zeggen topmensen bij de Centrale Bank dat de bank bereid is de intrest te verhogen bij het kleinste teken van een hogere inflatie.

Het is dus moeilijk om niet enigszins wanhopig te worden. Nog liever dan toe te geven dat ze het bij het verkeerde eind hadden, lijken de Europese leiders vastbesloten om hun economie - en hun maatschappij - in de afgrond te duwen. En de hele wereld zal daar de prijs voor betalen.

nieuws

cult