onderwijs
samenstelling: Ward Daenen

Dit vindt u over de hervorming van het onderwijs: "Jammer dat een school die doet zoals de mijne zo mag voortdoen"

Ouders, leerlingen, directeurs en leerkrachten, allemaal gingen ze in op de vraag van deze krant om hun licht te laten schijnen op de hervorming van het secundair onderwijs. Het leverde een geschakeerd en genuanceerd debat op.

1 Ministers Liesbeth Homans, Hilde Crevits en Bart Tommelein, en minister-president Geert Bourgeois bij de voorstelling van het onderwijsakkoord vorige week. ©ID/ Sander de Wilde

Jongeren

1. "Waar is die power?"

Ik ben opgegroeid met de term onderwijshervorming, waarin revolutionaire ingrepen zouden gebeuren die heel het onderwijs naar een next level zouden brengen. Ik herinner het me nog levendig: leerkrachten die vol passie over een onderwijshervorming spraken. De hervorming die vrijdag gepresenteerd is, is er eentje waar enkel de politiek achter kan staan.

De meningen van scholieren, leerkrachten, ouders etc. zijn al jaren bekend: weg met het hokjes denken en schaf TSO/KSO/BSO/ ASO af. Die benamingen houden ons onderwijs in een wurggreep. Het watervaleffect doet jongeren dommer voelen. Je dertiende levensjaar zal heel jouw verdere leven bepalen - ironisch genoeg het moment waar nog volop op zoek bent naar je interesses.

Sinds de presentatie van de regering lees ik commentaren van jongeren die teleurgesteld zijn in de minister. Waar is die power, waar is onze stem? Wil de minister nu echt evolueren naar een onderwijs waar de ervaringsdeskundige in het onderwijs het gevoel hebben dat er geen rekening gehouden wordt met hen en waar zij zich niet achter kunnen scharen?

Politici, maak uw handen eens vuil! Luister naar ons, want wij zijn diegene die het zullen voelen.

Ergys Brocaj (18) studeert Humane Wetenschappen in Gent

2. Vooruitgang

Het behoud van de schotten is een goede zaak. Voor een school als de mijne, goed voor zo’n 500 leerlingen, is het onmogelijk een volledig domeinaanbod aan te bieden. Daarvoor is ze te klein, en laat het nu net die kleinschaligheid zijn die ik als zo aangenaam ervaar.

Naast de keuze voor het behoud van de klassieke onderwijsschotten introduceert de Vlaamse Regering een tweede, bijkomende indeling. Voortaan zal voor elke richting secundair onderwijs duidelijk worden waarop zij haar leerlingen voorbereidt: verdere studies, de arbeidsmarkt of beide.

Ik zie hierin een eerste stap om de lage slaagcijfers aan de Vlaamse universiteiten aan te pakken. In een volgende fase zou leerlingen die een arbeidsmarktgerichte richting volgen immers een bindende toelatingsproef kunnen worden opgelegd. Zo zouden op voorhand kansloze avonturen worden vermeden, zonder ook maar één iemand de toegang tot de universiteiten te ontzeggen.

Om ons ‘watervalsysteem’ tegen te gaan is nood aan een mentaliteitswijziging, niet aan twee jaar nutteloos palaveren over de studiekeuze. Die zou toch veelal dezelfde (en dus niet de geschikte) zijn. Ik voel de hervorming van de Vlaamse Regering niet aan als een bric-à-brac, maar als een realistische vooruitgangsregeling die de scholen de mogelijkheid biedt te evolueren, zonder zichzelf uit het oog te verliezen.

Iron Degryse, leerling 6de jaar Wetenschappen-Wiskunde, Broederschool Roeselare

3. Niet stilvallen

Share

'Waren wij dan naïef, beste politici, om te vertrouwen op jullie ambitie voor ons onderwijs?'

Tijs Keukeleire, Vlaamse Scholierenkoepel

Het onderwijs in Vlaanderen behoort tot een van de beste in de wereld, dus we mogen hier trotst op zijn. Echter, dit is geen reden om stil te vallen en belangrijke veranderingen achterwege te laten. Men prijst het onderwijssysteem in de Scandinavische landen, waarom overweegt men dit dan niet in België? Simpel, er wordt te weinig geluisterd naar diegenen die weten wat goed is door hun ervaring op het terrein: de leerkrachten. 

Het onderwijs speelt een belangrijke maatschappelijk rol in de ontwikkeling van jongeren en zou logischerwijs een weerspiegeling moeten zijn van onze diverse, pluralistische samenleving. Echter, door het kweken en liefhebben van het elitarisme binnen het onderwijs, veroorzaakt men een barrière in de maatschappij. 

Het is nu aan de onderwijsinstellingen zelf om een duidelijk signaal te geven dat we dergelijke miserabele beslissingen weigeren te accepteren. Effectieve wijzigingen zijn broodnodig en dienen doorgevoerd te worden. Dit zal in de toekomst ook gebeuren, maar daarvoor moeten we eerst eens luisteren naar diegenen het wel begrijpen, de leerkrachten. Wat je ook doorvoert, het zijn zij die mede het onderwijs vormen.

Serhat Yildirim, student geneeskunde Universiteit Gent. Bestuurslid VLOR, Deinze

4. Matrix van Frankenstein

Het overeengekomen plan is in onze ogen knip- en plakwerk, een politiek monster van Frankenstein, een samenraapsel van té uiteenlopende politieke eisen dat uitmondde in nodeloze complexiteit en een gebrek aan focus. De ambitie die de oorspronkelijke doelstelling uitstraalde, is ver te zoeken. Oude termen zoals kso, aso, bso, tso blijven in de kolommen van de matrix pronken, terwijl er nieuwe op ons afgevuurd worden.

Ja, er ligt een plan en dat werd hoog tijd. Maar onze vrees voor de toekomst ligt bij de vrijblijvendheid ervan. Er zijn nu al veel verschillen tussen onze scholen. Nu ze zelf mogen kiezen of ze meestappen in de onderwijshervorming, zullen die verschillen enkel toenemen. Scholen die die hervormingen maar niks vinden, zullen blijven draaien zoals ze al decennia doen. Andere scholen zullen staan te popelen om het nieuwe systeem in te voeren. Doordat de overheid niets oplegt en vrijheid geeft aan scholen, vrezen we voor onderwijs op verschillende snelheden. De keuzes die we moeten maken voor ons 18de zijn sowieso al niet zo eenvoudig, nu krijgen we er nog een lastige beslissing bovenop.

Leerlingen zullen in de toekomst niet alleen meer moeten kiezen op basis van hun interesses en talenten, maar moeten ook nadenken over welk schoolsysteem ze willen.

Waren we dan naïef, beste politici, om te vertrouwen op jullie ambitie voor ons onderwijs? Dat jullie het belang van leerlingen voorop zouden zetten en de kans zouden grijpen om het secundair onderwijs grondig te moderniseren?

Hoe gaat ons geloof in de politiek nu hersteld worden? Of zijn daar de lessen burgerschap voor?

Tijs Keukeleire, Bestuurslid Vlaamse Scholierenkoepel

5. Kop in het zand

Jarenlang wordt aangetoond dat ons Vlaams onderwijssysteem het erg slecht doet op vlak van diversiteit en ongelijkheid. Als oplossing hiervoor wordt vaak geopperd voor een brede eerste graad en in de landen die hiervan gebruik maken levert dit duidelijk goede resultaten op. Dat de Vlaamse regering zijn kop in het zand steekt met dit akkoord en de adviezen van onderwijsexperts blijft negeren, is echt een jammerlijke zaak. Want het belang voor onze samenleving van een goed onderwijs kan niet onderschat worden.

Lennert De Wachter, student sociologie (VUB), Berlaar

6. Geslaagd

Onderwijs is cruciaal in de Vlaamse kenniseconomie. En we scoren goed volgens de jaarlijkse PISA-ranking. Bijsturingen zijn absoluut nodig, grootschalige veranderingen niet. Het onderwijsakkoord van regering Bourgeois I slaagt daarin.

“Behoud wat goed is, verander waar nodig,” moet het motto zijn. Het oorspronkelijke masterplan beantwoordde hier niet aan. Alweer zou een grootschalige verandering doorgevoerd worden waarvan het resultaat zou leiden tot een degradatie van het Vlaamse onderwijs. Een verzwakking in de zin van een steeds verdergaande nivellering. Het verdwijnen van de schotten zou, in tegenstelling wat wordt beweerd in progressieve gelijkheidsdenkende kringen, leiden tot meer ongelijkheid.

Sterkere leerlingen zouden niet meer uitgedaagd worden. Zwakkeren zouden zich misnoegd voelen omdat ze niet meekunnen met het niveau. Wat voor nut heeft het om leerlingen samen te zetten met totaal andere interesses en kwaliteiten? Niet iedereen is geschikt om handwerk te doen, of om zich te verdiepen in klassieke studies. Het ‘early-trackingsysteem’ is dus een noodzaak.

Jammer dat Groen deze hervorming dan ook een eliteverhaal noemt. Sinds wanneer zijn bepaalde leerlingen in het secundair onderwijs een ‘elitair gegeven’? Adolescenten zijn zich daarvan alleszins niet van bewust. Een steeds verder gelijkheidsstreven in het onderwijs zal een tegenovergesteld effect hebben. Privéscholen zullen weer opkomen. Pas dan krijg je te maken met een elitair verhaal. Pas dan creëer je verdere ongelijkheid. Juist dit is wat vermeden wordt met deze hervorming.

Wout Patyn, student geschiedenis UGent, Bavikhove

7. Pover surrogaat

Het is zover, de kogel is door de kerk, de 'onderwijshervorming' ligt klaar. Dat is meteen ook de grootste verdienste ervan. Het is er. Want van een hervorming is nauwelijks sprake.

Oorspronkelijk zou de hervorming ervoor zorgen dat kinderen van 13 jaar niet moeten beslissen wat ze de rest van hun carrière in de middelbare school en misschien wel van hun leven gaan doen. Hoe kan een kind nu weten welke richting het uitwil als het de kans niet gekregen heeft om er van te proeven? Had ik de kans gekregen te proeven van Humane Wetenschappen of van Latijn-Grieks in de middelbare school dan had ik mijn tijd zeker en vast niet verspild aan Wiskunde-Wetenschappen. Ik heb me doodgeërgerd aan zowel de wiskunde als aan de wetenschappen en ik zal het in mijn leven nooit nog gebruiken.

Bart De Wever noemt de bakken kritiek egalitaire onzin. Om het idee van een onderwijs dat meer kansen biedt helemaal onder tafel te lachen spreekt hij cynisch over 'wiskunde-haartooi-mechanica-moderne talen-Latijn-houtbewerking'. Als het niveau van een toppoliticus zo laag ligt als dit kun je natuurlijk onmogelijk nog een serieus debat voeren. Het is dan ook duidelijk dat N-VA op de rem stond bij de onderhandelingen rond de onderwijshervorming.

Resultaat? Een pover surrogaat voor een onderwijshervorming.

Daan Schellemans, student Politieke Wetenschappen UGent, Brugge

8. "Beetje meer creativiteit, graag"

Nu ik, twee jaar nadat ik de laatste honderd dagen van het middelbaar vierde, terugdenk aan de middelbare school, besef ik dat ik een heleboel leraren veel dank verschuldigd ben. 

Ik zou bijvoorbeeld mijn leraar Grieks willen bedanken, die zich niet aan het leerplan hield en ons Heidegger en Nietzsche liet lezen. Mijn lerares chemie ook, die met haar eigen project leerlingen die de weg kwijt waren, weer warm kon maken voor school. Mijn leraar Latijn, die ons meenam naar de opera. De directeur, die ooit inging op ons voorstel om de richtingen niet van Grieks-Latijn naar Humane Wetenschappen te rangschikken, maar gewoon door elkaar. Enkele leraren die mijn broer niét tegenhielden om in het kso zijn passie achterna te gaan. 

Share

'Zonder een hele resem troeven die je zelf niet in de hand hebt, is de kans gewoon nog veel te groot dat je vast zult lopen in ons systeem'

Emmanuel van der Beek, Student ingenieurswetenschappen (architectuur) KU Leuven

Ik ben ervan overtuigd dat ik de waardevolste dingen eerder ondanks dan dankzij het vooropgestelde systeem heb geleerd. Bovendien heb ik die goede zes jaar ook te danken aan het feit dat mijn ouders tot de (blanke) middenklasse behoren, mij het genetische geluk hebben gegeven goed te kunnen blokken en mij naast de schooluren ook naar de muziekles hebben gestuurd. 

Zonder een hele resem troeven die je zelf niet in de hand hebt, is de kans gewoon nog veel te groot dat je vast zult lopen in ons systeem. Daarom is het betreurenswaardig dat onze beleidsmakers niet verder komen dan wat je doet als je een infobrochure opmaakt: de bestaande richtingen in een overzichtelijk rooster zetten en uitleggen waar je met welke richting heen kunt. En dat terwijl België zoveel kansen biedt. Tal van talen in zo'n klein gebied, een bruisend cultuurlandschap, zoveel mensen met fantastische ideeën... Onderwijs moet méér zijn dan een ordelijk gerangschikte voorbereiding op verder studeren of arbeidsmarkt. Dames en heren politici, een béétje creativiteit, graag!

Emmanuel van der Beek, Student ingenieurswetenschappen (architectuur) KU Leuven

9. "Onderwijs blijft steken in de 20ste eeuw"

Eén van de punten van de nieuwe regering was: een masterplan voor het onderwijs. Dat masterplan is er gekomen, maar is verre van voldoende. Concreter gezien: het draagt niets bij. De bedoeling van het masterplan had een herstructurering van het secundair onderwijs moeten zijn, een oplossing voor alle problemen. In plaats daar van is het masterplan abstract, onduidelijk en inefficiënt. Het lijkt tussen de soep en de patatten beslist. Wanneer er wordt onderhandeld over zo'n delicaat onderwerp zou je toch mogen verwachten dat de veranderingen coherent zijn aan de doelen. Onderwijs staat niet stil. Er zijn enkele dingen die echt wel anders moeten. Zoals de hokjes van het onderwijs, te vroege keuze laten nemen door kinderen, watervaleffect, ...

In de 20ste eeuw werden scholieren niet gezien als individuen maar als een collectief: een groep kinderen die samen in de klas zitten en moeten afstuderen. In het zesde leerjaar worden kinderen verdeeld in categorieën. Naar gelang je scores geeft het CLB een advies over wat je best gaat volgen in het eerste middelbaar. Bij 80 - 90 procent: Latijn; bij 70 - 80: moderne; bij 60-70 TSO en daaronder BSO. Het brein van een kind is nog niet ontwikkeld in het zesde leerjaar. Volgens wetenschappelijk onderzoek passen je hersenen zich aan tussen de leeftijd 3 tot 15 jaar. Wat willen zeggen dat je in het zesde leerjaar niet kan zeggen dat je ergens "hoort" te zitten. Dit bevordert de ontwikkeling van een kind niet, en geeft al zeker geen gelijke kansen. Dit pas je aan door een andere manier van beoordeling, namelijk: een langere periode lagere school van 6 leerjaren naar 8 (om dan te beoordelen) én een kortere middelbare school van 6 naar 4. De brede eerste graad is een mogelijk stap.

Een derde reden voor een mislukking van dit masterplan is: de hokjes van het onderwijs, meer bepaald ASO, TSO en BSO. Ja, er zijn nu domeinen, maar die zijn tot heden niet verplicht. Om een concreet voorbeeld te geven: je zit niet op je plaats in TSO, maar de stap van TSO naar ASO lijkt bijna onmogelijk. Ja, theoretisch kan het, maar in de praktijk gebeurt het nooit, de stap is sentimenteel veel te groot o.a. door die benamingen. Bij de verdeling in domeinen is dit minder het geval.

Jan Vanhove, student politieke wetenschappen

10. Magere mijlpaal

Na uitgebreide probleemanalyses en ambitieuze voornemens over hoe het onderwijs van de toekomst er zou moeten uitzien is er opnieuw "een belangrijke mijlpaal genomen in het proces van de modernisering van het secundair onderwijs". Die belangrijke mijlpaal lijkt echter mager uitgevallen te zijn. Het komt erop neer dat ze het aantal studierichtingen hebben gereduceerd en onderverdeeld in 8 studiedomeinen in plaats van 29. Daarnaast hebben ze nog een hoop moeilijke termen geïntroduceerd die de studiekeuze zouden moeten vergemakkelijken. Dat is de grootse mijlpaal die we bereikt hebben. Van alle verbeteringen die mogelijk waren zoals kansen geven aan nieuwe onderwijsvormen waarbij leerlingen meer zelfstandig en op eigen tempo kunnen leren of de hervorming van het vak godsdienst bijvoorbeeld, kozen ze om de studierichtingen in een nieuwe tabel te gieten. We verwierven nog nooit zo snel, zo veel kennis en toch is ons onderwijssysteem in tientallen jaren nooit wezenlijk veranderd. Ook de lang verwachte onderwijshervorming van minister Crevits zal daar geen verandering in brengen.

Nicolay Van Reckem, Lid van de Vlaamse Jeugdraad, Kontich

Onderwijsmensen

11. Verkapte besparing

Zolang er geen draagvlak is om meer geld te steken in het onderwijs is elke hervorming een verkapte besparing. Kwalitatief onderwijs betekent kleinere klassen, beter betaalde en meer gerespecteerde leerkrachten en veel minder bemoeienis van mensen die geen ervaring hebben of, nog slechter, weggevlucht zijn van het lesgeven en dan maar inspecteur of pedagogisch adviseur zijn geworden.

Jan Dekeyser, Leerkracht secundair onderwijs, Vremde

12. ‘Proficiat Hilde’

1) Het voorstel van de regering speelt soepel in op de verscheidenheid van de regio’s in Vlaanderen. De Brugse regio met zijn sterk geprofileerde scholen, is heel tevreden zijn met het bereikte akkoord.

2) De studiekeuze kan maar moet niet voor iedereen uitgesteld worden. Aan de rechterkant en de linkerkant van het continuüm kunnen de leerlingen reeds kiezen op de leeftijd van 12 jaar.

3) Leerlingenkenmerken zijn zichtbaar in de structuur. De leerlingenkenmerken omschrijf je als ‘interesse’ en ‘abstractievermogen’. Meer domeinen maakt een keuze concreter (=interesse), en de beheersingsniveaus zijn zichtbaar in de verticale structuur.

Share

'Welke hervorming er ook komt, prioritair had er iets moeten gebeuren aan de uitstroomkwaliteit van de 18-jarigen'

Herman Vermeiren, lector 1ste jaar industriële wetenschappen, Edegem

4) De getrapte studiekeuze is mogelijk. Een leerling op 12 jaar kiest een optie zonder zich vast te zetten voor zes jaar secundair onderwijs, behalve voor Latijn. Er zijn keuzemomenten bij de aanvang van het derde en vijfde jaar, én men kan ‘zalmen’.

5) De hiërarchische perceptie kan weggewerkt of minstens verzacht worden, niet door een brede eerste graad maar door sterke TSO-richtingen resoluut in het perspectief doorstroming te plaatsen. (cf. Industriële- en Techniek-Wetenschappen).

6) De echte hervorming van het onderwijs moet nog komen. Die bereik je niet in het bouwen van nieuwe structuren maar in het uitdiepen van de leer- en doceeractiviteit: hoe omgaan met diversiteit; hoe leerkrachten motiveren; hoe de digitalisering van de maatschappij integreren; hoe motiverende evaluatiemethodes toepassen; wat met de individuele leertrajecten?...

Koenraad Seynaeve, Algemeen Directeur Sint-Lodewijkscollege, Coördinerend directeur Sint-Donaas, Brugge

12. Lage uitstroomkwaliteit

Blijkbaar moeten jongeren al vroeg een keuze maken. Dit is in tegenspraak met wat er verwacht werd. Het is ook in tegenspraak met het hoger onderwijs (HOBU) waar de student kan heroriënteren als hij nog over leerkrediet beschikt (jammer genoeg is het advies van de hogeschool vrijblijvend). Welke hervorming er ook komt, prioritair had er iets moeten gebeuren aan de uitstroomkwaliteit van de 18-jarigen. In het 1ste jaar hoger onderwijs is twee derde van de studenten onbekwaam om hoger onderwijs te volgen omdat ze én niet gemotiveerd zijn én omdat ze competenties, kennis, attitudes, ... missen. Met één derde van de instroom kunnen we verder.

Herman Vermeiren, lector 1ste jaar industriële wetenschappen, Edegem

13. Spijts alles

Belangrijk is dat er spijts alles een akkoord is. Er is geen gebrek aan duidelijkheid. En een akkoord sluiten met drie partijen waarvan de twee andere en vooral de N-VA niet sociaal is, moet uiterst moeilijk zijn. Alleen zorgen voor sterkste leerlingen is geen vooruitgang. Elk kind verdient kansen volgens mogelijkheden. En dit blijft gewaarborgd door dit akkoord. 

Minister Crevits (CD&V) is erin geslaagd om een akkoord af te sluiten, weliswaar een compromis met drie partijen. Maar ze bleef volharden tot op de meet. Door mijn eigen, veertig jaar lange, ervaring weet ik dat in het kritische onderwijsveld een akkoord bereiken al een overwinning is. En ja, ik heb altijd geweten dat de koepels overtuigd waren van hun grote gelijk, maar ook nooit erg luisterbereid waren.

Frans Crevits, ere-directeur van de vrije lagere Oefenschool in Torhout en vader van onderwijsminister Hilde Crevits

14. Ons elitesfeertje

Ik werk op een zogenaamde eliteschool (enkel ASO-richtingen), voor mij is één van de grote teleurstellingen van het onderwijsakkoord dat een school die opereert zoals de mijne zo mag voortdoen. Op mijn eerste klassenraad viel ik van de ene verbazing in de andere. Als men een B-attest uitschreef, merkte ik absolute desinteresse voor de exacte richting die de leerling dan wel zou moeten volgen. Met een hoog niet-ons-probleem-gehalte werd standaard STW of TW geadviseerd terwijl heel wat leerkrachten niet wisten wat deze richtingen inhielden. Als ik dan een andere TSO-richting voorstelde, hoorden ze het donderen in Keulen. Hoe kan je in eer en geweten beslissen wat goed is voor een leerling als je geen idee hebt waar je de leerling naartoe stuurt?

Share

'Het jammerlijke is dat er onderwijswetenschappelijke consensus bestaat rond strategieën om die knelpunten aan te pakken, maar dat de politieke wil om deze door te voeren altijd ontbreekt'

Filip Moons, Praktijkassistent vakdidactiek Wiskunde & Informatica

Er is dus geen schot tussen ASO en TSO, maar een muur waar mijn school niet overheen wil kijken. Het gevolg is dat de leerlingen die uit het ASO vallen stuurloos aankloppen bij een andere school, die geen inzicht heeft in de talenten van de nieuwe leerling waardoor deze al te vaak in de verkeerde richting terecht komt met een absoluut gebrek aan interesse. De waterval in actie.

Vorige week stond er een ex-leerlinge van mij (die STW was gaan doen na de Kerstvakantie) aan onze schoolpoort, doodongelukkig omdat ze haar school en haar vrienden had moeten achterlaten omdat ze “te dom” was en nu vast zit in een richting waar de vakken haar niet interesseren. Misschien moet je wel op een katholieke school werken om te geloven dat een leerling miraculeus beter kan presteren na zo’n traumatische ervaring.

Een beginnend leerkracht (naam en adres bekend bij de redactie)

15. "Ogen niet sluiten voor problemen"

Het positieve aan deze hervorming is dat er eindelijk vernieuwing komt in het aanbod van studierichtingen. Een belangrijk aandeel studierichtingen maken hun beloftes amper waar: sommige huidige ASO-opleidingen bereiden nauwelijks voor op hoger onderwijs, met andere praktijkgerichte BSO & TSO-opleidingen kan je nauwelijks een baan vinden. Dat die anomalieën eindelijk aangepakt worden, kan ik alleen maar toejuichen.

Anderzijds mogen we ons ogen niet sluiten voor de hedendaagse problemen: de zeer grote kloof tussen zwakke en sterke leerlingen, de schadelijke traditie van het zittenblijven, het watervalsysteem, de grote schooluitval bij kansgroepen,... op dat punt moeten er nog veel stappen vooruit gezet worden en het is erg twijfelachtig of de hervorming hier wel een antwoord op biedt. De brede eerste graad die nu op tafel ligt, is in feite een voortzetting van de reeds bestaande A-stroom in de 1e graad. De uren die de scholen in de eerste graad vrij mogen invullen, zullen richtingbepalend zijn voor de 2e & 3e graad, waardoor de broodnodige uitstel van de studiekeuze er in de praktijk niet zal komen.

Het jammerlijke is dat er onderwijswetenschappelijke consensus bestaat rond strategieën om die knelpunten aan te pakken, maar dat de politieke wil om deze door te voeren altijd ontbreekt. Jammer!

Filip Moons, Praktijkassistent vakdidactiek Wiskunde & Informatica. Leerkracht Wiskunde - Hoofdstedelijk Atheneum Karel Buls

16. Prima werkstuk

Prima werkstuk van de onderwijsminister. Zij luistert eerder naar de mensen die het onderwijs moeten waarmaken, dan naar enkele kamergeleerden op uniefs en bonzen van de onderwijskoepels. Nu nog het M-decreet afschaffen, en meer middelen geven aan het kleuteronderwijs, aan het bijzonder onderwijs en aan het taalonderwijs voor allochtonen. Ons onderwijs is goed, laat de onderwijsmensen rustig hun werk doen.

Jan Duden, bestuurder en oud-directeur Sint-Ritacollege Kontich, Edegem

17. Politiek compromis

Dit is geen onderwijshervorming maar een politiek compromis.

De kwalen van ons onderwijs - uitval, te vroege studiekeuze, watervaleffect…, die al jaren bekend zijn bij de onderwijsverstrekkers en ook telkens aangehaald worden bij comparatieve onderzoeken - nationaal en internationaal, zullen er niet door verholpen worden. Dit is een non-event.

Eigenlijk wordt het nog slechter. Iedere school kan nu zijn eigen traject uittekenen. De horizontale samenhang van het Vlaamse onderwijs zal stilaan verdwijnen.

Fernand Vermeesch, gepensioneerd; ex-leerkracht, -onderwijsontwikkelaar, -inspecteur, De Haan

18. "Eerder tevreden"

Ik ben eerder tevreden met die beperkte bijsturing. Het is een aanmatigende en (staats)centralistische gedacht dat je een onderwijslandschap dat grotendeels op eigen kracht tot stand gekomen en geëvolueerd is, met één pennentrek zou kunnen ‘hervormen’ tot een zogenaamde ‘ideale’ situatie. Ik begrijp niet waarom er op onderwijsvlak zo nodig één systeem moet bestaan. De systemen in onze buurlanden zijn anders, zeker wat technisch en beroepsonderwijs betreft, en toch is die verscheidenheid geen zwakte van Europa, maar eerder een sterkte. Europa mag dan een ‘eenheids'markt zijn, met een ‘eenheids'munt, het blijft een continent van culturele verscheidenheid!

In feite behoort onderwijs tot het culturele leven. En terwijl geen zinnig mens van oordeel is dat culturele organisaties (theatergezelschappen, orkesten, verenigingen enz.) eenvormig zouden moeten zijn, eist men dat van scholen wél. Dat is buiten de realiteit gerekend: zelfs scholen van eenzelfde signatuur en met eenzelfde studie-aanbod verschillen grondig van elkaar (gebouwen, personeel, schoolcultuur enz. enz.). Eigenlijk wacht ik dus op een “hervorming” die deze verscheidenheid erkent en aanmoedigt in plaats van te proberen ze te onderdrukken.

Mijn grootste tevredenheid over de beperkte bijsturing betreft het feit dat men de onzalige idee heeft opgegeven dat men ook de ASO-studierichtingen zou kunnen onderbrengen in een matrix van beroepsgerichte studiedomeinen. Het ASO is nu (tegen alle vorige versies van die matrix in) ‘domeinoverschrijdend’ geworden, wat beter overeenstemt met de eigenheid van het ASO, namelijk dat hier een ‘algemene vorming’ wordt aangeboden, en dus geen beroepsgerichte specialisatie.

Werner Govaerts, leraar S.O.

19. Wat veelbelovend begon...

Het begon veelbelovend met “Onderwijshervorming” verschoof naar “Onderwijsvernieuwing” en eindigde bij “Onderwijsmodernisering”. De afzwakking van de ambitie liet al vermoeden dat het akkoord weinig meer dan een politieke uitweg zou zijn.

Vier onderwijsnetten, vier onderwijsvormen (ASO, BSO, KSO en TSO) en nu ook honderden scholen die hun agenda kunnen realiseren. Dit werkt profilering en concurrentie in de hand terwijl net samenwerking, co-creatie en uitwisseling aan de orde zijn. Dit komt niet ten goede aan de streefdoelen die aan de basis lagen: meer transparantie, gelijkere onderwijskansen, afbouwen van het watervalsysteem, revalorisatie van BSO en TSO, herwaarderen van het lerarenberoep …

Dit is niet waar de onderwijswereld zat op te wachten. Biedt dit akkoord een antwoord op de uitdagingen van morgen?

Het is niet omdat je zelf school liep, dat je weet waar scholen nood aan hebben, dat je weet hoe leerlingen en ouders het best gediend worden, dat je weet hoe je leraren het best ondersteunt, hoe je motivatie en leerplezier verankert … Waarom luisteren politici nog steeds niet naar het “werkveld”?

Waarom moderniseren als hervormen noodzakelijk is?

Patrick De Clercq, directeur GO! Atheneum Etterbeek en ooit lid van de Commissie Monard.

20. Attitudeprobleem

Ik sta nu 20 jaar in het onderwijs. Voordien heb ik 14 jaar in de privé gewerkt. Ik heb niet de pretentie om de kunnen oordelen over de noodzaak van deze hervorming m.b.t. het ASO, hoger onderwijs, enz. Dat laat ik aan anderen over.

Share

'Alsof het attitudeprobleem zal verdwijnen als we er via kunstmatige ingrepen (topdown) voor zorgen dat de uitstroom van ongekwalificeerde leerlingen sterk zal afnemen of verdwijnen. Hoe naïef kan je zijn'

Johan Goris, een positief ingestelde leraar BSO

Wel sta ik dagelijks met mijn voeten op de werkvloer in het BSO. Je weet wel: de onderste trap van het watervalsysteem. Wat een minachting naar onze leerlingen toe. Telkenmale moeten wij horen dat de uitstroom van ongekwalificeerde leerlingen een halt moet worden toegeroepen. Over welke leerlingen hebben we het dan?

Akkoord, het is aan de beleidsmakers om een onderwijssysteem uit te tekenen dat de juiste leerling in de juiste richting kan begeleiden. Ongeacht afkomst of vooroordelen.

Waarom durven we de problemen omtrent de ongekwalificeerde uitstroom in het beroepsonderwijs niet benoemen zoals ze zijn. (Er zijn uiteraard ook enkele andere factoren waar we niet blind voor mogen zijn.) De overgrote meerderheid van mijn naaste collega’s in het beroepsonderwijs kunnen je zeggen dat de leerlingen mits een positieve attitude niet veel problemen zullen ondervinden om een getuigschrift of diploma te behalen. Als leerkracht ben ik tevreden als de leerling volgens zijn of haar mogelijkheden goed presteert; dat devies volg ik al jaren.

Als ik via de media verneem dat een aanzienlijke groep van de uitstroom in het BSO ongekwalificeerd de school verlaat, kan ik enkel maar hoofdschuddend en met een flinke zucht besluiten: waarom dit steeds poneren als de schuld van het onderwijssysteem? Geloven de beleidsmakers dit nu allemaal zelf?

Alsof het attitudeprobleem zal verdwijnen als we er via kunstmatige ingrepen (topdown) voor zorgen dat de uitstroom van ongekwalificeerde leerlingen sterk zal afnemen of verdwijnen. Hoe naïef kan je zijn.

Johan Goris, een positief ingestelde leraar BSO

21. Bijbelse woorden

‘Behouden wat goed is, veranderen wat anders kan’: deze wijze bijbelse woorden zijn ook van toepassing inzake hervorming van onderwijs. Ik was 31 jaar leraar in het Buitengewoon Secundair Onderwijs : Bu.SO type 1-opleidingsvorm 3. Ik ben gelukkig dat het Buitengewoon onderwijs een aparte entiteit blijft en niet opgaat in het gewone onderwijs. Uit ervaring mag ik zeggen dat dankzij het BU.SO (kleine klassen) vele jongeren hun beroep kunnen uitoefenen en uitgroeiden tot prima vaklui. In een gewone beroepsschool liepen zij verloren.

Differentiatie in een klas van 20-25 leerlingen is gewoon niet haalbaar: én de leerlingen kunnen dit niet aan, én de leerkrachten worden overvraagd. Hoe komt het dat zovele leerkrachten het onderwijs na enkele jaren vaarwel zeggen ? Eenvoudig: door de administratieve rompslomp en een waaier aan vergaderingen wordt men overvraagd. In de eerste plaats moet een leerling studeren. Een school mag en moet op dat vlak eisen stellen en kwaliteit aanbieden. De basis houding is eenvoudig: elke leerling krijgt evenveel kansen en mogelijkheden, maar moet deze kansen grijpen. Kennis – vakbekwaamheid – levenshouding: te onderscheiden, maar niet te scheiden en dat geldt voor àlle studierichtingen.

Het onderwijs in Vlaanderen is van zeer degelijk niveau. Laten we dit zo houden.

Wilfried Rosiers, leraar op rust, Neeroeteren

22. Teleurgesteld

Deze onderwijshervorming is een kleine stap in de goede richting, maar niet ambitieus genoeg. Het watervalsysteem en de schotten tussen de onderwijsvormen maken het onderwijs oneerlijk voor laatbloeiers. Een kind moet de mogelijkheid hebben om van een beroepsgerichte opleiding over te stappen naar een meer theoretische opleiding.

Het tso en bso worden vaak ondergewaardeerd tegenover het aso. Sommige ouders oefenen daarom druk uit op hun kinderen om te beginnen in het aso en daar zo lang mogelijk te blijven. Dat is heel erg voor de leerlingen die hier niet thuishoren. “Behouden wat goed is” klonk het in enkele hoeken van de Vlaamse regering, maar ik vraag me af wat hier zo goed aan is.

Ik vind het niet erg dat er in de eerste graad al enkele keuzes worden gemaakt. Wel vind ik het belangrijk dat de leerlingen nog voldoende de kans krijgen om zich te heroriënteren. Een verkeerde keuze op zo’n jonge leeftijd mag je niet je hele leven meedragen, maar het kiezen van een basisoptie in het tweede jaar kan leerlingen al zicht geven op wat ze wel of niet graag doen. Deze onderwijshervorming brengt niet de veranderingen die we nodig hebben.

Dieter De Rouck, afgestudeerd lerarenopleiding Thomas More

23. Geen oplossingen

Al sinds de visienota van Monard van 2009 probeer ik aan mijn cursisten uit te leggen wat de krijtlijnen zullen zijn voor een toekomstige hervorming van het Secundair Onderwijs. Semester na semester werden de ambities naar beneden bijgesteld en de data opgeschoven. Het huidige akkoord biedt geen oplossingen meer voor de problemen die de hervorming überhaupt nodig maakten.

De onderwijsverstrekkers zijn voorstander van een meer verregaande hervorming (met bredere eerste graad bijvoorbeeld). Hoe vaak is het al voorgekomen dat de verschillende koepels een unaniem standpunt innamen? De onderwijsspecialisten aan de pedagogische faculteiten zijn voorstander verdere hervormingen. Maar een liberale partij legt de bekommernissen van de onderwijsspecialisten naast zich neer, maakt een karrikatuur van hun standpunt. De toekomst van de kinderen bepaald door buikgevoel in plaats van erkenning van expertise (de benaming van Grieks-Latijn zal niet veranderen in Klassieke Studieën, de wereld werd gered). Maar de onderwijskoepels zullen van hun autonomie gebruik maken om de hervormingen toch door te voeren, achter de rug van de politiek om, gelukkig.

Mirko Oberfeld, docent 'onderwijs en maatschappij', specifieke lerarenopleiding in Diepenbeek

24. Onvoltooide symfonie

Dat er uiteindelijk over de onderwijshervorming (de term modernisering die eerder gelanceerd was, is blijkbaar tussen de plooien gevallen) een regeerakkoord is bereikt, moet ons blij stemmen. Alleen lijkt dit akkoord op het eerste zicht niet méér kracht te hebben dan het princiepsakkoord in juni 2013. 

De 'Groote Onderwijshervorming' zoals die al in 2003 met Accent op Talent (en later de Proeftuinen) in de steigers is gezet, heeft een politiek parcours moeten doorlopen waarin iedereen zich moet kunnen terugvinden. En, zoals Georges Monard het al eerder zei, zelfs de beste Arabische volbloed komt als een muilezel uit een politiek parcours. Bovendien heeft de NV-A in dit politieke debat een flinke vinger in de pap gehad waarbij enig populisme ('Ik zal nooit toelaten dat het ASO verdwijnt', dixit Bart De Wever) nooit ver weg was. 

Maar goed: wat hebben we? Een pakket studierichtingen dat gereduceerd wordt maar waarbij niet aan de inhoud zelf (van elke studierichting) wordt geraakt. Een presentatie van dat pakket in een overzichtelijke structuur dat het gericht kiezen duidelijker moet maken. En een eerste graad die een duidelijkere identiteit krijgt. Dat is allemaal niet verkeerd al wordt het profiel van een studierichting in de eerste plaats bepaald door de leerlingen die ervoor kiezen. En die keuze wordt vaak bepaald door elementen die weinig of zelfs helemaal niets met de inhoud van de studierichting te maken hebben: de reputatie van de school die de studierichting aanbiedt, de onderwijsvorm, de vrienden ... Studierichting en aanzien: de twee blijven mekaar als Maagdenburgse bollen aantrekken. 

Door dit regeerakkoord blijven de onderwijsvormen (met een taaie sociale ondertoon) als ASO, BSO, KSO en TSO bestaan en het is zeer de vraag of de gelijkwaardigheid tussen die onderwijsvormen er in de maatschappelijke perceptie zal komen. Scholen kunnen blijven kiezen wat ze doen (lees: aanbieden) waardoor de kans dat er fundamenteel iets zal veranderen, finaal heel klein wordt. En toch biedt deze hervorming kansen: laten we positief blijven en die als onderwijsmensen ten volle benutten in het belang van de leerling. Want de leerling: hij blijft de alfa en de omega van dit hele (en bonte) Vlaamse oderwijslandschap.

Franky Hungenaert, Katholieke Scholengemeenschap Harlindis en Relindis Maaseik- Kinrooi

25. Positieve punten voor technisch onderwijs

De goedkeuring van de modernisering van het secundair onderwijs lokt her en der wat reacties uit. Graag geef ik mijn mening, vanuit het werkveld.

Zoals de matrix nu voorgesteld wordt, zijn een aantal positieve punten voor het technisch onderwijs te bespeuren. Zo is de positionering van technologische wetenschappen en engineering in de "finaliteit doorstroom" naast alle ASO-richtingen meer dan terecht. Tot op heden moesten wij ons altijd verdedigen en sterk argumenteren waarom een leerling met "goede cijfers" (ik spreek hier doelbewust niet van een zwakke/sterke leerling...) die toch kiest voor het TSO, ook mooie kansen krijgt in het hoger onderwijs. Eindelijk de plaats die het verdient! De slaagcijfers van onze oud-leerlingen in het hoger onderwijs bewijzen dit elk jaar.

Binnen het studiedomein STEM is de positionering van STEM, zeker voor de scholen voor Wetenschap en Techniek een heikel punt. STEM koppelen in de 1e, 2e en 3de graad aan TSO/BSO is de logica zelf, en dit is in deze matrix gebeurt. Hoe ziet men anders de "T" en "E" uit STEM in de praktijk te realiseren in een algemene setting? Samenwerking tussen scholen met een ASO en een TSO setting kan hier uiteraard wel de oplossing bieden.

Een belangrijke volgende stap in de uitrol van de modernisering zal uiteraard de invulling van de curriculumdossiers zijn. Voor wat het 'nu' echter betreft... de geboden organisatievrijheid biedt in elk geval kansen om ons onderwijs verder kwaliteitsvol uit te bouwen.

Rik Desmet, Directeur VTI2, Technisch directeur VRIJ TECHNISCH INSTITUUT, Waregem

26. "Het is een klassenstrijd"

'Met ons geen Wiskunde-Haartooi-Mechanica-Moderne Talen-Latijn-Houtbewerking'. Alweer een oneliner van Bart De Wever die perfect de koudwatervrees van de N-VA ten opzichte van de voorgestelde onderwijshervorming illustreert en die jammer genoeg ook weerklank zal vinden bij vele Vlamingen.

Wat is het fundamentele probleem met zo'n hypothetische richting? Verwarring? Een onuitspreekbare naam? Bieden we onze kinderen te veel mogelijkheden aan?

Nee, dat is het niet, het is een klassenstrijd die je onder dat koudwateroppervlak voelt borrelen. De N-VA heeft het steevast over het benadelen van de "sterkste" leerlingen die zich in zulke gemengde klassen minder zouden kunnen ontwikkelen.

Nochtans is onderzoek over zo'n gemengde klassen heel erg duidelijk: de "sterke" leerlingen leren misschien iets minder dan wanneer ze apart zaten, maar de "zwakkere" leerlingen gaan er met zevenmijlslaarzen op vooruit. Uitblinken kunnen de "sterkere" leerlingen altijd nog in hun hogere studies, denk ik dan.

Laten we deze onliner even vertalen naar de taal van de minder genuanceerde man in de straat: "Ik wil niet dat mijn zoon die later zeker en vast rechten moet studeren gedwongen wordt om les te volgen met die veelal gekleurde nozems die later mijn toilet komen ontstoppen."

Ze zouden zomaar een wederzijds begrip kunnen kweken, de taalzwakke leerling zou zomaar kunnen profiteren van de taalvaardigheid die ik heb helpen ontwikkelen in mijn zoon, godbetert moet mijn zoon later zelfs in competitie treden met die taalzwakke allochtoon die is opgegroeid in kansarmoede voor zijn job aan de balie. No way, niet met de N-VA.

Meteen bestendigen, die verschillen op 13-jarige leeftijd. Wie dan de 'dt'-regel nog niet onder de knie heeft of wie nog een beperkte woordenschat heeft, die moet maar haartooi gaan volgen.

Duidelijkheid over welke richtingen voorbereiden op de arbeidsmarkt en welke voorbereiden op verder studeren, dat is dan de grote winst van deze "hervorming". Voor de ouders die het echt nog niet begrepen hadden: ASO bereidt voor op hogere studies, BSO op de arbeidsmarkt, TSO heeft een zogenaamde dubbele finaliteit. Een totale non-hervorming dus, want dit was al zeer duidelijk.

Deze gemiste kans zorgt ervoor dat deze drie stromingen parallelle universa blijven waarbij bijna alle kinderen uit het BSO nooit of nauwelijks iets te horen krijgen over bijvoorbeeld evolutieleer, terwijl de kinderen uit het ASO bijna nooit leren respect op te brengen voor de garagist die later aan hun auto sleutelt, laat staan zelf leren omgaan met technische aspecten van het leven.

Samenleven en integratie. Niets voor de N-VA, blijkbaar.

Frederik Paulussen, leerkracht fysica en aardrijkskunde in ASO en TSO

27. Windowdressing

De heel lang aangekondigde hervorming van het secundair onderwijs, destijds door minister Frank Vandenbroucke via de heer Monard in gang gestoken, is noch een modernisering, noch een bijsturing (cf Homans) maar slechts windowdressing.

De fel aangekondigde reductie van studierichtingen blijkt helemaal niet de omvang aan te nemen die minister Crevits pretendeert. Hooguit verdwijnen er in elk leerjaar enkele studierichtingen zoals goudsmeden of steen- en marmerbewerking, studierichtingen die sowieso reeds ten dode waren opgeschreven. Vele studierichtingen behouden hun naam en een aantal worden geclusterd onder een andere benaming.

De uitstel van studiekeuze, die heel deze hervorming als doel had, komt er niet. De leerling zal in het 2de leerjaar al moeten kiezen uit 11 studierichtingen waarbij de studierichting "STEM - wetenschappen" en "STEM - technieken" opnieuw een clustering is van bestaande studierichtingen.

De leerling toelaten om zijn/haar talenten beter te leren kennen en daardoor de meer passende studierichting in het derde leerjaar (1ste leerjaar 2de graad) te kunnen kiezen, wordt door de huidige modernisering onmogelijk. Het watervaleffect en de ongekwalificeerde uitstroom zal dus blijven bestaan.

Volgens minister Crevits zal de ouder en leerling nu veel duidelijker weten welke studierichting leidt naar verder studeren of niet. Alsof de leerling en ouder niet weet dat het volgen van een ASO-studierichting de bedoeling heeft om verder te studeren en een BSO-richting de leerling eerder klaar stoomt voor de arbeidsmarkt. Denkt de minister dat ouders en leerlingen zo onwetend zijn?

Het onderwijsveld stond klaar om een serieuze hervorming te implementeren. Met deze beslissing missen we een enorme kans om alle leerlingen gelijke kansen te geven een diploma secundair onderwijs te halen. Onvoorstelbaar!

Urbain Lavigne, GO! onderwijs van de Vlaamse gemeenschap.

28. "Aanvaardbaar compromis"

Ik ben veeleer voorstander van deze hervorming omdat zij een herinvoering van het VSO onzaliger gedachtenis voorkomt. Een uitgestelde studiekeuze (in een brede eerste graad) zou immers zeer nadelig uitvallen voor de grote groep leerlingen die wél "oriënteerbaar" zijn op twaalf jaar (hetzij abstract, hetzij technisch, hetzij artistiek begaafd). Zij zouden immers twee jaar kostbare tijd verliezen bij gebrek aan adequate uitdaging op hun niveau.

Ik heb niets tegen aandacht voor en remediëring van zwakkere leerlingen, maar er wordt al lang een soort hetze gevoerd tegen verstandige kinderen. Zij zouden nu zelfs hun vinger niet meer mogen opsteken in de klas (dixit Lieven Boeve) ! Intelligentie moet op school blijkbaar onder de korenmaat blijven, want ze te veel etaleren zou anderen kunnen frustreren... Wie daarentegen uitmuntend presteert in sport of muziek, mag dan weer wel op een piëdestal geplaatst worden. Men hoeft voor mijn part de primus perpetuus van weleer niet de hemel in te prijzen, maar men is nu echt te ver doorgeschoten in de andere richting.

De nu voorgestelde hervorming, die ook snoeit in de wildgroei van studierichtingen, lijkt mij een evenwichtig en aanvaardbaar compromis. Hoewel ik mij algemeen gesproken toch zorgen maak over het peil van ons secundair onderwijs. En ook over dat van het basisonderwijs, waar (ingevolge het M-decreet) leerkrachten nu veel meer tijd moeten besteden aan kinderen die in het buitengewoon onderwijs het best kunnen geholpen worden.

Marc Van Uytfanghe (Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten), Zele

Deskundigen

29. Kern uitgesteld

Hilde Crevits heeft als een leeuwin gestreden en een aantal punctuele verbeteringen bekomen, vooral minder en bredere studierichtingen om een te enge en vroegtijdige specialisatie te voorkomen.

Maar de inzet was en is betere kansen voor zowel theoretisch en praktisch gerichte leerlingen en een betere sociale mix in scholen en campussen. Dit heeft niets te maken met de sloganeske "eenheidsworst" voor leerlingen tot 14 of 16 jaar. Integendeel!

De kern van de noodzakelijke hervorming is dus uitgesteld. Tot dan zullen de waterval en de uitstroom zonder diploma verder gaan, en onze internationale beoordeling achteruit. Helaas voor de samenleving, de economie en vooral de leerlingen van de toekomst.

Ik hoop dat de netten en de scholen er nog in slagen samen en eensgezind een zinvolle invulling te geven, in het belang van alle leerlingen.

Georges Monard, architect van de oorspronkelijke onderwijshervorming

30. "Meer boos dan ontgoocheld"

Een onderwijsvernieuwing zou ik het akkoord niet noemen. Het huidige systeem heeft zeer sterke punten, maar deze zogeheten 'bijsturing' lost de problemen, die er ook zijn, niet op. Nergens wordt werk gemaakt om écht iets te doen aan het watervalsysteem; wel wordt 'zalmen' meer structureel mogelijk gemaakt.

Share

'Dit is een onwaarschijnlijk zwak akkoord wars van ideologie en onderwijswetenschappelijk inzicht'

Tim Van Geffen, leerkracht in Boom en onderwijswetenschapper

De persconferentie was een droef sluitstuk van gesprekken die blijkbaar nooit echt over onderwijshervormingen gingen. Minister Crevits die zegt dat er momenteel geen negatieve connatie zit aan de opdeling aso/tso/kso/bso, dat humane wetenschappen een zwakke aso-richting is, dat horizontaal programmeren nu heel eenvoudig is (desondanks dat aso-richtingen domeinoverschrijdend zijn) en ga zo maar door... We hoeven echt niet te juichen dat beslist is om de naam Grieks-Latijn niet te veranderen in Klassieke Talen.

Bref. Dit is een onwaarschijnlijk zwak akkoord wars van ideologie en onderwijswetenschappelijk inzicht. Naar mijn bescheiden mening is de tijd rijp dat beleid, wetenschap en praktijk samenwerken om ons onderwijs echt vorm te geven. Meer dan ontgoocheld ben ik boos omdat alweer een onderwijsminister de geschiedenis ik zal gaan als iemand die zogezegd iets gedaan heeft voor het onderwijs terwijl er in realiteit alweer niets zal veranderen.

Tim Van Geffen, leerkracht in Boom en onderwijswetenschapper, Mechelen

31. "Bekende weerstand"

Grote beloftes over drastische wijzigingen zoals het neerhalen van de schotten tussen ASO, TSO en BSO en het uitstellen van de keuzeleeftijd voor jongeren worden teniet gedaan in een politiek onderhandeld akkoord. 

Ja, men is tot een akkoord gekomen, een akkoord om toch maar niet te hervormen. België, en later Vlaanderen, heeft een lange traditie van weerstand tegen onderwijsvernieuwing. De moeizame, en onsuccesvolle, invoering van het VSO (vernieuwd secundair onderwijs) in de jaren 70 is misschien wel het meest treffende voorbeeld. De gelijkenis met de huidige situatie is groot. De Vlaamse regering laat het onderscheid tussen ASO, TSO en BSO ongemoeid, snoeit in het aantal studierichtingen en zal de resterende (75!) studierichtingen onderverdelen in acht grote domeinen die de schotten van de huidige onderwijsvormen zullen overschrijden. 

De regering spreekt zich echter niet uit over de wijze waarop dit moet gebeuren of in welke mate scholen aan deze nieuwe structuur invulling moeten geven. Onder het mom van 'pedagogische vrijheid' worden de scholen opnieuw zelf verantwoordelijk gesteld voor het al dan niet doorvoeren, en bijgevolg het succes, van de hervorming.

Isolde Buysse, Onderwijssocioloog KU Leuven

​Volgers

32. "Bijzonder onderwijs gered"

Ik ben blij dat het bijzonder onderwijs 'gered' is: ik heb daarvan verbluffende resultaten gezien. Een jongen, die ik geholpen heb met wiskunde en dergelijke, is er toch maar in geslaagd vanuit het bijzonder onderwijs via A3 en A2 met succes een A1-opleiding af te sluiten. Dat was nooit gelukt in het systeem dat de 'hervormers' willen.

Gerard De Beuckelaer, Gepensioneerd ingenieur, Kapellen

33. "A- en B-leerlingen"

Mijn levensweg was al op jonge leeftijd uitgestippeld: leercontract op mijn 16de, liefst zo snel mogelijk school verlaten om te gaan werken, samenwonen, kinderen. Op aandringen van mijn leerkrachten kreeg ik toch de kans om naar het ASO te gaan, en enkelen moedigden me later aan om hogere studies te doen. Ondertussen speelde zich een lange strijd af van familieleden die afkeurend stonden tegenover mijn beslissing maar ook van leerkrachten en medestudenten die vonden dat ik niet thuishoorde in het ASO. Want, al waren mijn resultaten ruim voldoende, ik kwam nu eenmaal uit een lange lijn van BSO’ers.

Deze onderwijshervorming had tot doel deze vooroordelen weg te werken. Om leerlingen meer te motiveren door minder labels te plakken. Nu blijkt dat we toch nog spreken over A- en B-leerlingen, over zalmpjes die opklimmen tot de edele rangen van het ASO. Hoe denken de ministers dat een kind zich zal voelen als ze horen dat ze naar de B-stroom moeten gaan? Dat ze in feite B-leerlingen worden. Een gemiste kans ten nadele van vele zalmpjes.

Natascha Clerinx, mantelzorger, parlementair medewerker sp.a, Sint-Truiden

34. "Vakmensen én leiders"

De onderwijshervorming heeft het voordeel dat het aantal richtingen ingeperkt wordt. Maar van groter belang is dat er niet geraakt wordt aan het onderscheid ASO/ TSO/... De redenering dat ons onderwijs iedereen moet meekrijgen is niet foutief. Alleen kan dat niet ten koste gaan van de jongeren die het snelst leren. Wensen we een maatschappij die morgen nog in competitie kan treden met de VS en China, dan zullen we leiders moeten voorbereiden, naast goede vakmensen. 

Leren om te gaan met abstracte concepten dient vroeg te beginnen en vraagt inzet en tijd. Hoe zou men dat realiseren in eenheidsworstsystemen waar de enen gefrustreerd zullen zijn door het voor hen enorm lage niveau, en anderen zelfs niet meer kunnen veranderen van systeem wanneer het te zwaar is ? Het antwoord zou dan meer en meer komen van de markt: prive-onderwijs, natuurlijk enkel toegankelijk voor de financieel sterksten ! Kortom: dit is een goede hervorming die de goede elementen behoudt en de kosten onder controle brengt.

Marc Baudet

35. Nieuwe strijd?

Op zich is dit een goede hervorming. Het ASO blijft, dus dit laat geleidelijke overgang toe. Maar als scholen of netten mogen kiezen, kan een strijd ontstaan tussen hervormde en ASO-scholen, en we weten uit de tijd van het VSO wie gewonnen heeft.

Alex van der Auwera, ex-bankdirectielid, gepensioneerd, Puurs