Review

Jeroen Brouwers - 'Het Hout': "Uitmuntend gecomponeerd"

3 © rv

Dat Jeroen Brouwers ooit een roman zou schrijven over de benauwenissen van zijn kostschooljaren? Ergens stond het in de sterren geschreven. De felheid van deze opnieuw uitmuntend gecomponeerde roman verbaast.

3 © Stephan Vanfleteren
Share

Brouwers schrijft gedragen en in een gepolijste kunsttaal, doortrokken van religieuze terminologie en vol litanieën

In zijn debuut Het mes op de keel (1964) spookte het kostschoolthema al door het verhaal 'Orpheus', in De zondvloed was het nog veel uitdrukkelijker aanwezig, en in Satans potlood staat zelfs een verslag van een visite aan een oude school. "Ik heb geen kampsyndroom. Ik heb een kostschoolsyndroom", vatte Brouwers het ooit samen.

De heftigheid waarmee hij op tijd en stond de katholieke kerk de mantel uitveegde, vond dáár haar kiem. Wat wil je, als je zeven jaar van je jonge bestaan in spartaanse pensionaten hebt gesleten? Met Het hout breit Brouwers een onverwacht verlengstuk aan een al zo rijk oeuvre.

Kloosterterreur

3 © rv

De roman neemt een lange aanloop. Brouwers dompelt ons tot in de prangendste details onder in het beklemmende universum van een jongenspensionaat, gedirigeerd door een strenge franciscaner kloosterorde. Het decor is onmiskenbaar het pensionaat Bleijerheide in Kerkrade, vlak bij de Duitse grens, waar hij zijn middelbare schooltijd doorbracht.

Onze blik is die van hoofdpersonage broeder Bonaventura. Hij leidt ons binnen in de versterkte burcht, waaruit ontsnappen vrijwel onmogelijk is. De immer zwetende Bonaventura ondergaat de rituelen én is gedegradeerd tot surveillant, manusje-van-alles en halve voetveeg. De sacristie-atmosfeer, de wijwatergeur én de klokvaste rituelen doordesemen het boek. Maar Bonaventura's geest freewheelt voortdurend, en onder zijn pij priemt geregeld een erectie wanneer hij aan zijn geliefde Patricia denkt, die ook zijn buitenkloosterse klankbord is.

"Wij zijn allen broeders. Sommigen zijn viespeuken", constateert hij. De toon is gezet. "Er spande zich een membraan van angst over het leven binnen de muren." Brouwers brengt die kloosterterreur uit de jaren vijftig - die hij vernuftig met nazipraktijken verbindt - weer tergend dichtbij. Met de komst van broeder Mansuetus, bijgenaamd de ever, neemt hij groteske maar ook gevaarlijke vormen aan. Hij is de grootste bedrijver van seksueel misbruik en de bitse hanteerder van 'het hout', waarmee vooral de blonde jongens afgeranseld worden.

Slechts langzaam komen we erachter op welke manier broeder Bonaventura in het kloosternet is ingesponnen. Eerst is hij er werkzaam als lekenleraar Duits, onder zijn echte naam Eldert Haman. Maar, meegaand van karakter, amper tegenstribbelend, wordt hij slinks ingelijfd en omgordt hij de pij, "deze belachelijke vodden": "Mijn identiteit is die van een mier." De kloosterlingen worden "teruggebracht tot nietsheid".

De spanningsboog in het boek drijft op zijn verlangen om te ontsnappen, een terugkerend thema bij Brouwers in zijn 'kostschoolproza'. Zijn talen naar het geduldige papierwinkelmeisje Patricia (het Orpheusmotief) behekst hem haast. De celibataire frustratie is een leitmotiv. Maar Bonaventura, weliswaar begiftigd met lichte rebellie, is ook een twijfelkont. Finaal lijkt hij de ogen te sluiten voor wat er onder zijn neus plaatsvindt. "Erover zwijgen is een zonde tegen de moraal en misvormt mij tot de lafaard die ik ben."

Grootse tableaus

Share

'Het Hout' excelleert in groots opgezette tableaus, te ontdekken als een veelluik waarin oneindig veel details, allegorieën of parafernalia verstopt zitten

Valt deze roman in de eerste plaats te lezen als een aanklacht? Zeker is dat Brouwers zijn polemische inborst vrij spel geeft. Talloze gruwelijkheden tegen de kostschooljongens worden in de akeligste finesses beschreven. Brouwers spuwt de haat tegen de kerk uit als vieze fluimen. Wat is er precies gebeurd met de door Mansuetus geteisterde snaken Mark Freelink en Wil van Lanschot? Zal de opperbroeder om zijn verdiende loon komen of overwint de omerta? En neemt Buenaventura alsnog het heft in eigen hand?

Brouwers schrijft gedragen en in een gepolijste kunsttaal, doortrokken van religieuze terminologie en vol litanieën. Al bespeelt hij zo veel registers dat je enkel maar verbluft kunt knipmessen voor zo veel metier en inventiviteit. De cadans van het katholicisme heeft Brouwers onuitwisbaar getekend, zo merk je in Het hout. Maar nu bestrijdt hij het kwaad met zijn eigen wapens.

'Het Hout' excelleert in groots opgezette tableaus, te ontdekken als een veelluik waarin oneindig veel details, allegorieën of parafernalia verstopt zitten. Taferelen die je soms ook een schaterlach ontlokken: wanneer Jezus Christus amper een paar dagen voor Pasen bij takelwerken in de kapel van zijn kruis dondert en de broeders het noorden kwijt zijn.

Finaal grijpen alle tentakels ingenieus in elkaar, volgens het horlogemakersproza dat Brouwers bedrijft, met daarbovenop een ongewone apotheose waarin hij alle sluizen openzet. Toch handhaaft hij zijn grondtoon en dwingt hij ons tot traag savoureren. Zo wint de romancier het van de aanklager.

Jeroen Brouwers, 'Het Hout', Atlas Contact, 288 p., 19,99 euro.