Marokko

Protesten Noord-Marokko worden steeds grimmiger: "Zelfs kinderen worden geslagen"

- Irene de Zwaan - Bron: de Volkskrant
3 Youssef Tassouli tijdens een protest in Hoceima, twee maanden geleden. © Youssef Tassouli

Al maanden gaan inwoners van het Noord-Marokkaanse Rifgebergte de straat op, aanvankelijk om te protesteren tegen de dood van een visverkoper. Maar de protesten zijn uitgegroeid tot een aanklacht tegen de achtergestelde positie van Riffijnen. De politie grijpt hard in, de media zwijgen. "Het is een jungle waarin veiligheidstroepen kunnen doen waar ze zin in hebben."

"Wat we willen?" Youssef Tassouli, een 23-jarige inwoner uit Hoceima, een havenstad in het centrum van het Rifgebergte, stuurt een audiobestand via WhatsApp. Daarin somt hij kalmpjes de eisen op die al maanden de kern vormen van de protesten. "We willen meer werkgelegenheid, we willen dat het Rifgebergte geen militaire zone meer is, we willen een universiteit zodat Riffijnen in hun eigen regio kunnen studeren en we willen betere medische voorzieningen, zoals een ziekenhuis waar kanker kan worden behandeld."

3 Protest in Hoceima afgelopen november. © REUTERS

Die laatste eis raakt Tassouli persoonlijk: zijn moeder stierf aan kanker. Hij woont alleen met zijn vader. Een deel van zijn familie zit in Nederland, zoals zo veel Riffijnen naar Europa zijn uitgeweken om daar geld te verdienen. Jaarlijks worden miljoenen overgemaakt naar achtergebleven familieleden. In het Rifgebergte is geen industrie, het opzetten van een eigen bedrijf wordt door de autoriteiten onmogelijk gemaakt. Veel Riffijnen verdienen hun geld daarom met illegale praktijken, zoals de handel in wiet.

Hardhandig ingrijpen

Tassouli is journalist. Hij bericht over de gebeurtenissen in de Rif voor de nieuwswebsite Altpresse.com. Zijn werk is niet ongevaarlijk. Er zijn al verschillende lokale journalisten gearresteerd die hebben bericht over de aanzwellende protesten. Ook Tassouli werd een tijdlang vastgehouden.

3 Demonstranten in Bokidan, afgelopen nacht. © Youssef Tassouli.

Toch neemt hij wekelijks deel aan de protesten, om verslag te doen, maar ook omdat hij de eisen van de demonstranten steunt. Sinds een protest in zijn stad vorige week uit de hand liep, is Hoceima overgenomen door veiligheidstroepen. Er zijn checkpoints en barricades opgezet. Inwoners uit de omliggende dorpen zijn niet meer welkom. "Het is nu niet meer mogelijk om in Hoceima te protesteren", zegt Tassouli. "Daarom hebben de demonstranten zich verplaatst naar Bokidan, een dorp zeven kilometer verderop. Zondag werd hier nog gedemonstreerd, ook morgen zullen naar schatting zo'n negenduizend Riffijnen zich weer verenigen."

De druk wordt opgevoerd, maar de politie grijpt hard in. "De politie heeft de straatverlichting, veiligheidscamera's en ramen van huizen kapot geslagen. Ik was er getuige van dat de politie een vrouw uit de nabijgelegen stad Nador sloeg. Ook zag ik dat een taxichauffeur werd geslagen op zijn hoofd, tot bloedens toe. Er zijn genoeg filmpjes en foto's die het hardhandige optreden van de veiligheidstroepen bevestigen. Zelfs kinderen worden geslagen."

Ondermaats

Volgens Argaz Amazigh, een Nederlander van Marokkaanse komaf, is het optreden van de veiligheidstroepen in maanden niet zo hevig geweest. "Het is een jungle waarin de veiligheidstroepen kunnen doen waar ze zin in hebben. Journalisten van buitenaf worden niet toegelaten in het gebied en Marokkaanse media doen alsof er niets aan de hand is."

Amazigh baseert zich op vrienden en familie die hem vanuit het Rifgebergte nauwkeurig op de hoogte houden van de gebeurtenissen. "De veiligheidstroepen doen er alles aan om de demonstranten uit te lokken. Ze roepen dat ze hoerenzonen zijn of zonen van de Spanjaarden."

Die laatste verwijzing slaat op het Spaanse gezag dat van 1912 tot 1956 over de noordelijke regio werd gevoerd. Onder leiding van de Riffijnse onafhankelijkheidstrijder Abdelkrim El Khattabi werd tussen 1920 en 1926 een bloedige oorlog uitgevochten. De Riffijnen wisten zich te onttrekken aan de Spaanse overheersers, maar kregen het daarna aan de stok met het Marokkaanse gezag, dat weigerde geld te investeren in de regio. Dat ontaardde in een opstand in 1958 waarin duizenden Marokkanen omkwamen.

Nog altijd zijn de voorzieningen in het Rifgebergte ondermaats. In veel dorpen zijn geen verharde wegen, het onderwijs en de gezondheidszorg wordt veelal door de Riffijnen zelf bekostigd - met financiële hulp van familie uit het buitenland.

Dood visverkoper

De dood van een visverkoper uit Hoceima in november vorig jaar vormde de aanleiding voor een nieuwe opstand tegen de Marokkaanse regering. Mohsin Fikri werd geplet door een vuilniswagen toen hij zijn door de politie in beslag genomen vis terugeiste. Volgens inwoners van Hoceima staat zijn dood voor de wijze waarop de elite omgaat met mensen uit de lagere klassen: als vuil.

Veel Riffijnen verlangen terug naar een eigen republiek, zoals ten tijde van El Khattabi. Met eigen gezag en zonder corruptie. "Riffijnen maken nu grapjes over politieagenten", zegt Amazigh. "Ze zouden tegen hun familieleden zeggen: bid voor mij dat ik in het noorden word gestationeerd, dan zijn al onze financiële problemen meteen opgelost."

Volgens Amazigh zullen de protesten de komende maanden alleen maar toenemen. "Ook in andere Marokkaanse steden gaan mensen in solidariteit met de inwoners van Hoceima de straat op. Zelfs in Den Haag en andere Europese steden in Noorwegen, Duitsland, België, Frankrijk en Spanje hebben Riffijnen afgelopen zaterdag gedemonstreerd. Dit is niet meer te stoppen."