opinie
Ignaas Devisch

De verklaring doet niets met integratie of burgerschap, en net daar hebben we nood aan: een burgerpact

2 Het geïmproviseerde tentenkamp in het Brusselse Maximiliaanpark, waar vluchtelingen vorig jaar tijdelijk onderdak kregen. © Wouter Van Vooren

Ignaas Devisch is hoofddocent filosofie aan de UGent en Arteveldehogeschool.

Vandaag start de commissie 22/3. Hopelijk doet die commissie meer dan de feiten onderzoeken, maar stelt ze zich ook de vraag hoe ze het burgerschap in dit land kan herdefiniëren zodat het sociale weefsel kan worden hersteld, zoals minister-president Bourgeois liet optekenen. Dat laatste doe je niet alleen door nieuwkomers een verklaring te laten ondertekenen. De man die de Nederlandse cineast Theo van Gogh doodschoot, Mohammed B., was een schoolvoorbeeld van integratie, maar keerde zich in enkele maanden tijd helemaal af van Nederland. Hij had met veel instemming die verklaring ondertekend om er later de vloer mee aan te vegen.

De verklaring heeft iets van een huwelijksbelofte: iedereen weet dat velen het niet respecteren, maar toch hechten we veel belang aan de symboolwaarde ervan. De verklaring doet niets met integratie of burgerschap, en net daar hebben we nood aan: een burgerpact. Daarmee bedoel ik dat we ons moeten confronteren met de basisvragen van onze samenleving: hoe om te gaan met de ander en de samenleving, hoe werken de instellingen, wat betekenen democratie en recht op vrije meningsuiting, waarom hebben vrouwen hier gelijke rechten als mannen.

Burgerschap vereist meer dan de kennis van enkele spelregels. Het houdt in dat we actief inoefenen hoe we met elkaar kunnen omgaan, hoe we van mening kunnen verschillen en elkaar toch niet hoeven te haten, hoe het komt dat de democratie soms traag werkt en dat er soms veel overleg nodig is. We moeten beseffen, zo schreef Claude Lefort ooit, dat democratie staat voor de 'institutionalisering van het conflict': onze instellingen, het parlement in het bijzonder, is opgericht om op een georganiseerde manier ruzie te maken met elkaar en daarna weer verder te kunnen.

2 Ignaas Devisch. © Eric De Mildt
Share

Waarden leg je daarom niet op. We verdragen elkaars waarden omdat we allemaal recht hebben op onze persoonlijke waarden. Daarom moeten we het meningsverschil inoefenen

Binnen de rechtsstaat is er zoveel meer dan vrije meningsuiting alleen. Het leren verdragen van iets dat of iemand die ons ergert, is een opgave, maar een belangrijk aspect van het kunnen samenleven met elkaar. Burgerschap moet je daarom inoefenen. Dat vraagt om onderwijs, om burgerschapspanels, om speakers corners waarbij we leren omgaan met kritische opmerkingen in de openbare ruimte. De G1000 was een mooi initiatief maar daar mag het niet bij blijven. We moeten leren overleggen, naar anderen luisteren, overtuigingen bijsturen.

Voor veel nieuwkomers is dat inderdaad een probleem wanneer het om hun geloof gaat: voor wie uitgaat van een absolute waarheid is het ter discussie voorleggen ervan een bedreiging op zichzelf. Bovendien moeten we beseffen dat wie niet is opgegroeid in Europa niet weet hoe de vrije meningsuiting het resultaat is van een eeuwenlang en cultureel ingebed proces, vanaf Voltaire tot nu. Dat leer je niet met de ondertekening van een verklaring.

Ook bij autochtonen gaat dat niet vanzelf. Nu vragen we nieuwkomers de vrijheid van meningsuiting te respecteren, maar zij zien ook hoe mensen die hier al lang verblijven bloemen vertrappelen ter nagedachtenis van slachtoffers van geweld. Wat denken we dan wat het idee van 'vrije meningsuiting' met hen doet? Als een bevrijding of als een bedreiging?

Burgerschap is iets anders dan het opleggen van een specifiek waardekader of het laten ondertekenen van een verklaring. Bij wijze van boutade is de nieuwkomersverklaring geënt op de levenswijze van de bedenker ervan. Maar niet elke burger deelt de normen van een atheïstische spinozist. Men kan evengoed denken aan 'hecht belang aan de omgeving en de familie', een kernwaarde voor velen onder ons. Of: 'wil zijn kinderen opvoeden tot deugdzame burgers'. Dat zijn normen die we niet allemaal delen met elkaar en die 'dissensus' maakt ons model uit: we komen overeen dat we niet over alles moeten overeenkomen en dat we toch naast en met elkaar kunnen leven.

Waarden leg je daarom niet op. We verdragen elkaars waarden omdat we allemaal recht hebben op onze persoonlijke waarden. Daarom moeten we het meningsverschil inoefenen. Voor zover eenieders gedrag de beginselen van de rechtsstaat respecteert, maakt waardepluralisme de kern uit van het Europese model. Het verplicht volgen van specifieke waarden lijkt eerder gebaseerd op een samenlevingsmodel waarbij iedereen dezelfde normen en waarden moet delen. Komt dat niet aardig in de buurt van het model waar vele nieuwkomers uit komen? Straks voelen ze zich hier nog thuis ook, zij het niet om de redenen die de nieuwkomersverklaring voor ogen houdt.

Vandaag start de commissie 22/3. Hopelijk doet die commissie meer dan de feiten onderzoeken, maar stelt ze zich ook de vraag hoe ze het burgerschap in dit land kan herdefiniëren zodat het sociale weefsel kan worden hersteld, zoals minister-president Bourgeois liet optekenen. Dat laatste doe je niet alleen door nieuwkomers een verklaring te laten ondertekenen. De man die de Nederlandse cineast Theo van Gogh doodschoot, Mohammed B., was een schoolvoorbeeld van integratie, maar keerde zich in enkele maanden tijd helemaal af van Nederland. Hij had met veel instemming die verklaring ondertekend om er later de vloer mee aan te vegen.

De verklaring heeft iets van een huwelijksbelofte: iedereen weet dat velen het niet respecteren, maar toch hechten we veel belang aan de symboolwaarde ervan. De verklaring doet niets met integratie of burgerschap, en net daar hebben we nood aan: een burgerpact. Daarmee bedoel ik dat we ons moeten confronteren met de basisvragen van onze samenleving: hoe om te gaan met de ander en de samenleving, hoe werken de instellingen, wat betekenen democratie en recht op vrije meningsuiting, waarom hebben vrouwen hier gelijke rechten als mannen.

Burgerschap vereist meer dan de kennis van enkele spelregels. Het houdt in dat we actief inoefenen hoe we met elkaar kunnen omgaan, hoe we van mening kunnen verschillen en elkaar toch niet hoeven te haten, hoe het komt dat de democratie soms traag werkt en dat er soms veel overleg nodig is. We moeten beseffen, zo schreef Claude Lefort ooit, dat democratie staat voor de 'institutionalisering van het conflict': onze instellingen, het parlement in het bijzonder, is opgericht om op een georganiseerde manier ruzie te maken met elkaar en daarna weer verder te kunnen.

Binnen de rechtsstaat is er zoveel meer dan vrije meningsuiting alleen. Het leren verdragen van iets dat of iemand die ons ergert, is een opgave, maar een belangrijk aspect van het kunnen samenleven met elkaar. Burgerschap moet je daarom inoefenen. Dat vraagt om onderwijs, om burgerschapspanels, om speakers corners waarbij we leren omgaan met kritische opmerkingen in de openbare ruimte. De G1000 was een mooi initiatief maar daar mag het niet bij blijven. We moeten leren overleggen, naar anderen luisteren, overtuigingen bijsturen.

Voor veel nieuwkomers is dat inderdaad een probleem wanneer het om hun geloof gaat: voor wie uitgaat van een absolute waarheid is het ter discussie voorleggen ervan een bedreiging op zichzelf. Bovendien moeten we beseffen dat wie niet is opgegroeid in Europa niet weet hoe de vrije meningsuiting het resultaat is van een eeuwenlang en cultureel ingebed proces, vanaf Voltaire tot nu. Dat leer je niet met de ondertekening van een verklaring.

Ook bij autochtonen gaat dat niet vanzelf. Nu vragen we nieuwkomers de vrijheid van meningsuiting te respecteren, maar zij zien ook hoe mensen die hier al lang verblijven bloemen vertrappelen ter nagedachtenis van slachtoffers van geweld. Wat denken we dan wat het idee van 'vrije meningsuiting' met hen doet? Als een bevrijding of als een bedreiging?

Burgerschap is iets anders dan het opleggen van een specifiek waardekader of het laten ondertekenen van een verklaring. Bij wijze van boutade is de nieuwkomersverklaring geënt op de levenswijze van de bedenker ervan. Maar niet elke burger deelt de normen van een atheïstische spinozist. Men kan evengoed denken aan 'hecht belang aan de omgeving en de familie', een kernwaarde voor velen onder ons. Of: 'wil zijn kinderen opvoeden tot deugdzame burgers'. Dat zijn normen die we niet allemaal delen met elkaar en die 'dissensus' maakt ons model uit: we komen overeen dat we niet over alles moeten overeenkomen en dat we toch naast en met elkaar kunnen leven.

Waarden leg je daarom niet op. We verdragen elkaars waarden omdat we allemaal recht hebben op onze persoonlijke waarden. Daarom moeten we het meningsverschil inoefenen. Voor zover eenieders gedrag de beginselen van de rechtsstaat respecteert, maakt waardepluralisme de kern uit van het Europese model. Het verplicht volgen van specifieke waarden lijkt eerder gebaseerd op een samenlevingsmodel waarbij iedereen dezelfde normen en waarden moet delen. Komt dat niet aardig in de buurt van het model waar vele nieuwkomers uit komen? Straks voelen ze zich hier nog thuis ook, zij het niet om de redenen die de nieuwkomersverklaring voor ogen houdt.

nieuws