boeken

We zijn weer dol op dode beesten

Taxidermie als tegenreactie op onze haastige maatschappij

4 Opgezette herten in een innige omstrengeling van Wim Delvoye (Trophy, 1999). © rv

Vlinders en kevers op speldjes, een opgezette vos, het hertengewei tegen de muur: de edele kunst van de taxidermie is helemaal terug van weggeweest.

Taxidermie is hot. Hipsterbars, musea voor hedendaagse kunst: overal vind je tegenwoordig opgezette dieren. En nu is er ook het prachtig vormgegeven boek 'Taxidermie: verstilde schoonheid' van Jeroen Lemaitre en Thijs Demeulemeester.

Het onderwerp wordt belicht vanuit het perspectief van de taxidermist, de verzamelaar, de wetenschapper, de kunstenaar en de fantast. Met die onderverdeling leggen ze de verschillende rollen bloot die de taxidermie door de geschiedenis heen gespeeld heeft en leer je tussendoor dat het oudste opgezette paard ter wereld in Brussel staat, dat zowel Joséphine de Beauharnais - de eerste vrouw van Napoleon Bonaparte -, Charles Dickens als Lodewijk XV hun geliefde huisdieren lieten opzetten en dat er op een bepaald moment zelfs eens een mens opgezet is.

De fascinatie voor dier en dood was wellicht al aanwezig bij onze vrienden de jagers-verzamelaars. Maar de eerste voorbeelden van taxidermie zoals we die nu kennen, vinden we pas in de middeleeuwen, wanneer ze in kerken wonderlijke objecten zoals struisvogeleieren tentoonstelden. "Deze waren zo zeldzaam en ongezien, dat gelovigen nog meer gemotiveerd waren om naar de kerk te komen." Het ging met andere woorden om een pr-stunt.

Ook zijn er meldingen van opgezette krokodillen die geketend aan het plafond van kloostergangen of kerken werden gehangen. Dat verwees dan naar de draak uit de Apocalyps, de "dierlijke personificatie van Satan, die op aarde geketend wordt". Een morele les over het kwaad in de vorm van een boven je hoofd hangend monster: naar de kerk gaan was vroeger toch spannender.

Alcohol, zout en urine

In de 16de eeuw waren er dan de Wunderkammern. Verzamelaars stalden hun meest exotische bezittingen uit in een "pronkkamer". Zo'n wonderkamer was een "excentrieke best of van het universum, gebald in één ruimte. Een microversie van de macrokosmos. Een reis rond de wereld zonder zich te moeten verplaatsen. Wonderlijk was het voor bezoekers, om tijdens de rondleiding al die straffe verhalen te horen over dieren die ze nooit eerder gezien hadden."

Alleen stonk het zaakje in die begindagen nog een beetje. De techniek van het opzetten stond nog niet op punt en dus werd er lustig geëxperimenteerd: "Rond 1660 experimenteerde de Ierse chemicus Robert Boyle met dierenpreparaten op alcohol, de Franse natuurkundige Pierre Belon zwoer dan weer bij zout. Zijn collega Bernard Palissy gebruikte zelfs urine om zijn hagedissen en slangen in te bewaren. En de Engelse taxidermist Samuel Kuckahn raadde aan opgezette dieren regelmatig eens af te bakken om de larven te doden."

4 Vrije vogels van Darwin, Sinke & Van Tongeren. © rv

Alle middelen waren goed om dat vervelende verval te stoppen.

Ook bij het modelleren van de dieren werd er geïmproviseerd. "De opzetters hadden vaak het dier nog nooit in het echt gezien. Een voorbeeld op een prent of in een boek was ook niet voor honderd procent betrouwbaar, dus konden ze ook niet weten hoe ze die verkleurde (of ontbrekende) stukken moesten restaureren. Logisch dat de meesten niet vies waren van een beetje improvisatie en dichterlijke vrijheid."

In deze omstandigheden was het soms moeilijk om feit van fictie te scheiden. Zo werd er weinig geloof gehecht aan het bestaan van iets dat er zo gek uitzag als het vogelbekdier, en kon er tegelijk beweerd worden dat zeemeerminnen bestonden.

Sterk is het verhaal van ene dokter J. Griffin, die in de eerste helft van de 19de eeuw zo'n meermin in Londen en New York tentoonstelde. Zijn redenering waarom een zeemeermin wel móést bestaan, was op z'n minst discutabel te noemen. "Omdat er zeekoeien, zeepaarden, zeehonden en zeeleeuwen bestonden, moesten er volgens hem ook zeemensen bestaan."

Het bleek "allemaal opgezet (!) spel, geënsceneerd door Phineas Taylor Barnum, een wereldberoemde Amerikaanse entertainmentondernemer". Pr dus, alweer.

Huisvrouwen op vlinderjacht

4 Taxidermie als attractie: dappere dames bedwingen een alligator in 1905. © www.bridgemanimages.com

Tijdens de verlichting nam de kennis van natuurkunde toe en werd taxidermie een manier om alle ontdekte diersoorten te bewaren en te catalogeren. Veel opgezette dieren kwamen in natuurhistorische musea terecht om bestudeerd te worden. Het waren tijden van wetenschappelijk enthousiasme, waarin elke huisvrouw in haar voortuin met een netje op vlinders ging jagen en de rest van het gezin met overgave aan doe-het-zelfdierenontleding deed.

De 19de eeuw was de gênantste periode voor opgezette dieren, aangezien ze vaak in mensenkleren werden uitgedost en afgebeeld werden terwijl ze typisch menselijk gedrag tentoonspreidden. De tijd van kaartende schildpadden en trouwende eekhoorns. In de 20ste eeuw werden ze verbannen wegens niet modern genoeg, maar nu zijn ze dus weer helemaal terug. En hoe: in het boek vind je de wonderlijke creaties van Jeroen Lemaitre zelf, of van kunstenaarscollectieven zoals Darwin, Sinke & Van Tongeren. Ook de installaties van Cai Guo-Qiang zijn ronduit spectaculair. Het zijn stuk voor stuk werken om duimen en vingers bij af te likken.

Deze prachtige hedendaagse creaties gaan in het boek een dialoog aan met oude natuurtekeningen van Ernst Haeckel, kleurplaten van Albertus Seba of schitterende anatomische tekeningen en memento mori van onbekende namen. Het zorgt voor een van de mooist geïllustreerde boeken van het jaar. En het bewijst dat taxidermie alive and kicking is.

Magische fonkeling

4 © rv

Je vraagt je af waar de hernieuwde interesse vandaan komt. Voor samensteller en taxidermist Jeroen Lemaitre is het dit: "Taxidermie is voor mij een tegenreactie op de steeds snellere maatschappij waarin we leven. Elk opgezet dier is een symbool van de tijd die verglijdt, zonder dat we er vat op hebben. Met mijn creaties probeer ik de tijd stil te zetten, verwondering op te roepen, maar tegelijk ook het hedendaagse te overstijgen."

"Een kleine, magische fonkeling in het hoofd", zegt hij ook. Daarmee begon zijn passie voor taxidermie. Een kleine magische fonkeling in het hoofd is ook wat je voelt telkens wanneer je dit boek openslaat. En ik denk dat ik er ook maar eens aan begin, aan heel dat opzetten, maar dan wel met iets makkelijks. Een miertje, of zo.

Jeroen Lemaitre & Thijs Demeulemeester,Taxidermie: verstilde schoonheid, Lannoo, 176 p., 34,99 euro.

nieuws

zine