Strip Top 5

Vijf strips die u deze week niet mag missen

De redactie van De Morgen selecteert voor u het beste wat de stripwereld deze week te bieden heeft

Witte konijntjes met toverkracht, twee trutjes van zeventig, een gouden draak, een diklippige medemens en een sprekende geit. Dat is het stripaanbod van deze week.

12 Yin en de draak 1: Hemelse schepsels © RV

FRNK 1 & 2 (★★★☆☆)

12 FRNK: Brice Cossu/Olivier Bocquet © rv

Een verrassing van formaat, dat zag de Franse CEO van Dupuis toen hij de cijfers binnenkreeg van het eerste deel van FRNK. Het bleek de sterkste start voor een beginnende reeks in de laatste tien jaar. Ook bij ons wordt er wel wat van verwacht. Zo verschijnen deze week de eerste twee delen in vertaling tegen een kennismakingsprijs van 5 euro per album.

Centraal in FRNK staat een dertienjarige weesjongen die op zoek gaat naar zijn ouders en onverwacht in de prehistorie terechtkomt. Holbewoners spreken er een eigen taaltje, witte konijnen betoveren er hun opposanten met een gelukzalig gevoel en het vuur dient nog te worden uitgevonden.

12 FRNK: Brice Cossu/Olivier Bocquet © rv

De Franse auteurs Olivier Bouquet (scenarist) en Brice Cossu (tekenaar) hadden nog geen noemenswaardige titels op hun naam staan, al valt het aandeel van Cossu als tekenaar van de laatste Verloren Paradijs-cyclus niet te onderschatten. In tegenstelling tot die reeks heeft hij zijn tekenstijl wel helemaal omgegooid voor FRNK, wellicht om het jeugdige publiek voor wie deze reeks bedoeld is, ter wille te zijn.

FRNK leest als een trein. Een heldere tekenstijl met veel actie en avontuur, karikaturale personages, humor en een beetje manga-invloeden. “Een ultraklassieke pitch,” zo omschrijft de scenarist het zelf. Hij haalde de mosterd bij zowel Steven Spielberg als Jules Verne, verduidelijkt hij nog. En dat voel je. Bedoeld voor een jonger publiek, vanaf 12 jaar.

Uit bij Dupuis.

12 FRNK: Brice Cossu/Olivier Bocquet © RV

Katanga (★★★★☆)

12 Katanga: Nury Vallée © rv

En u die dacht dat de zware kritiek in juni naar aanleiding van die ene zwarte, diklippige medemens in de recente Suske en Wiske het roer zou omgooien? Wacht tot u het Franse drieluik Katanga hebt gelezen, waar de lippen van àlle Afrikanen een derde van hun gezicht uitmaken. En dat voor, nota bene, een realistisch getekende reeks. Wie dus het argument van de karikatuur wil opwerpen, is er aan voor de moeite. Dalilla Hermans, die de Suske en Wiske-rel voor een groot publiek uitspeelde, mag haar borst opnieuw nat maken.

Nochtans heeft deze politieke thriller het beste voor met zwart Afrika. Het verhaal speelt zich af in 1960, ten tijde van de recente onafhankelijkheid van Belgisch Congo. “Een gruwelijk hoofdstuk in de dekolonisering van Afrika, met een resem politieke toestanden en massamoorden waarin alle Westerse landen - niet alleen België - een verpletterende verantwoordelijkheid dragen,” aldus topscenarist Fabien Nury. Volgens hem zijn de geschiedenis van het DRC (Democratic Republic of Congo), de bloeddiamanten en kindsoldaten van nu, terug te brengen naar de politieke keuzes van die periode.

Katanga is echter geen puur historisch verhaal, eerder een meeslepende strip met onbestaande (cynische) personages, gesitueerd in een bestaande en gekende achtergrond. Nury ging de mosterd halen in de literatuur, met name James Elroy’s American Tabloid en Donald Westlake’s Kahawa inspireerden hem zeer. Centraal staat een zwarte huisbediende die 30 miljoen dollar aan diamanten buitmaakt en plots de meest gezochte man van Katanga wordt.

Een spannende en harde, zelfs rauwe en realistische mini-reeks gedrenkt in nihilisme en cynisme, met knap tekenwerk van Sylvain Valleé (XIII Mystery, Gil St. André).

Uit bij Dargaud.

12 Katanga: Nury Vallée © RV

De Miekes: Zonnedorp op z’n kop (★★☆☆☆)

12 De Miekes Zonnedorp op z'n kop © rv

Toen Ballon Media-CEO Alexis Dragonetti in mei in deze krant liet weten dat er een spin-off van Jommeke zou volgen, werd net iets te vroeg in de handen gewreven. In de stoutste dromen van oude(re), intussen van grijze haren of kale koppen voorziene Jommekes-lezers, werd gedacht aan gedurfde Amoras-achtige verhalen rond de koningin van Onderland, Anatool of - pakweg - Pekkie. Zijn antropomorfe, surrealistische asiel-avonturen - ik zeg maar iets.

Maar we kregen De Miekes, met dezelfde tekenstijl, dezelfde soort verhalen en dezelfde hoofdtekenaar als die van Jommeke: Philippe Delzenne. Die respecteert Jef Nys’ erfenis van weleer, en doet dat goed, maar een experiment of creatieve spin-off is De Miekes niet geworden. Je kan deze spin-off eerder vergelijken met Vertongen en Co, de spin-off van F.C. De Kampioenen bij concurrent Standaard Uitgeverij, dat eigenlijk niet meer was en is als het zoveelste commercieel onding, een waspoederstrip zonder meerwaarde die voortkabbelt op het succes van de oorspronkelijke tv- en stripreeks. Hard labeur voor de tekenaars, dat wel, maar creatief en inspirerend? Daar moeten we eens flink en hard om lachen.

Langs de andere kant: ook wel clever gevonden, die De Miekes, want het is een manier om een meisjespubliek aan te spreken, een categorie van jonge lezertjes die al decennialang volledig wordt verwaarloosd, maar in Frankrijk toch aan een voorzichtige opleving is begonnen.

Het enige wat anders is aan de moederreeks, is dat Jommeke en Filiberke uit de verhalen werden gehouden. Het is te zeggen: tot de laatste twee pagina’s. Een hele heksentoer, maar of dat de verhalen een meerwaarde biedt? Hm. Al is het leuk om te zien dat Rozemieke en Annemieke in hun strijd tegen geprinte kopvoeters (!) blijkbaar toch ballen aan hun lijf hebben, in plaats van zich alsmaar op te stellen als twee gezapige, oersaaie trutjes van zeventig jaar. 

Misschien is het onderhand ook tijd om hun kledij wat aan te passen. Als je dan toch focust op jonge lezers, die zonder meer progressiever zijn dan ons, volwassenen, en bovendien dat hele nostalgische strippatrimonium niet als een enorme last met zich meezeulen, dan lijkt dat een even noodzakelijke als risicoloze operatie. Nu, een eerste start is in dit album alvast gegeven: helemaal op het einde van dit verhaal verwijderen De Miekes hun paardenstaart en dragen ze een lange broek. "Rokjes en paardenstaarten hangen toch maar in de weg," zeggen ze. Waar gaat de wereld naartoe? Waar gaat de wereld naartoe?

Uit bij Ballon.

12 De Miekes: Zonnedorp op z’n kop © RV

Waar de mieren heen gaan (★★★★☆)

12 Waar de mieren heen gaan © rv

Met De wind in de wilgen, een stripadaptatie van Kenneth Grahames gelijknamige kinderboek uit 1908 - zonder meer een internationale klassieker - scoorde de Bretoen Michel Plessix een gigantische hit. Zelfs Standaard Uitgeverij, die normaliter enkel Vlaamse volksstrips of commerciële brol voortbracht, ging zo ver om die antropomorfe reeks het als vierluik op de markt te brengen in de periode 2003-2004. Met Waar de mieren heen gaan heeft de auteur opnieuw een betoverend mooie, semi-antropomorfe titel gepubliceerd. Want in textiel gehulde, netjes voorkomende en van een mooi Brits accent voorziene dieren, komen er niet voor in dit one-shot. In de plaats daarvan een sprekende geit, wat gewone mieren en het Berber-jongetje Saïd.

Die laatste dwaalt wat rond in zijn stad wanneer een wildvreemde man op een dag op hem afstapt, zich aankondigt als zijn opa en hem in de woestijn achterlaat met zijn kudde geiten. Saïd staat op ontploffen, wil alleen maar de mieren volgen die zich in kolonies uit de stad bewegen, maar dat verandert wanneer één specifieke geit tegen hem begint te spreken. Wat volgt is een eigenaardig, soms humoristisch relaas dat zich dan ontpopt als fabel, dan als parabel en dan meer op een legende lijkt. Bloedmooi getekend en voorzien van aanstekelijke humor. Het wat magere verhaaltje heeft geen belang. Het is niet de eindbestemming die er toe doet, maar de wandeling er naartoe.

Of dit one-shot ook bij ons een succes wordt, zal Plessix nooit te weten komen: de Bretoen overleed op 21 augustus aan een hartaanval. Hij werd 57 jaar.

Uit bij Casterman.

12 Waar de mieren heen gaan © RV

Yin en de draak 1: Hemelse schepsels (★★★★☆)

12 Yin en de draak 1: Hemelse schepsels © RV

Het eerste deel van een nieuwe reeks waarin de Japanse manga-, Japanse anime- en de Europese stripstijl elkaar vinden. Scenarist Richard Marazano voelt zich evenzeer thuis in science fiction als historische strips, en is bij ons vooral bekend van reeksen als Genetiks, Eco Warriors en Cuervos. Hij heeft ook een zwak voor fabels, sprookjes en legendes uit de Aziatische cultuur. Met Luo Yin maakte hij eerder het vierluik Le rêve du papillon. In Yin en de draak laat hij het arriveren van een gouden draak in 1937 in een voorstad van het Chinese Shanghai samengaan met de komst van een Japanse invasie.

In het eerste album (van drie) gaat het er nog onschuldig aan toe: een oude, in zichzelf gekeerde man vangt midden op de oceaan een gigantische gouden draak. Op aanraden van zijn pleegkind Yin, een meisje van een jaar of zes, verbergt hij het wezen voor zowel de Japanse soldaten als voor de Chinese stadbewoners. Yin gebruikt intussen al haar optimisme en overtuiging om de gouden draak een plaatsje in hun bestaan te geven. Maar zijn komst is niet toevallig. Het is de voorbode van wat een donkere onheilsperiode zal worden. Op de allerlaatste bladzijden van dit eerste deel dreigt de sfeer al meteen om te slaan.

De dertigjarige Chinees Xu Yao - die uit zowel de animatie-, games-, als illustratiewereld komt - en met dit album in Europa debuteerde, tekende het album en kleurde het in. Dat laatste lijkt een cruciale zet, want hij weet precies waar de klepel hangt. De inkleuring van de al zachte tekeningen maakt dit eerste deel tot een pareltje. Heerlijk naïef, dromerig en lief. Zowel voor de onbezoedelde jeugd als voor volwassenen die nog wat naïviteit ingevuld willen zien.

Uit bij Daedalus.

12 © RV