Strips

Om deze 5 strips kan je de week niet heen

Bosschaert waagt zich aan Damiaan (en verbrandt zijn vingers), puber Antoine gaat onverwacht een hitsige zomer tegemoet, John Carter lijkt terug van weggeweest, een man wordt een koe en Largo Winch blijft zich maar herhalen. Kortom: de strips van de week.

Largo Winch 21: Morning Star (★★★☆☆)

10 Largo Winch © RV

Dupuis heeft een probleem. Terwijl er bijna drie decennia lang reikhalzend werd uitgekeken naar elke nieuwe Largo Winch - zeg maar Dupuis’ kip met de gouden eieren - kan niemand nog ontkennen dat de eerste barstjes zich beginnen vertonen. Europa’s populairste scenarist Jean Van Hamme liet vorig jaar de succesreeks over aan Eric Giacometti, thrillerschrijver, (onderzoeks)journalist en ex-chef Economie bij Le Parisien.

Giacometti brengt het er niet onaardig vanaf, maar het is niet genoeg om deze reeks, die nu toch al 27 jaar op krék dezelfde formule blijft voortborduren, op te frissen. Winch was een reeks die in de jaren negentig opviel omdat Van Hamme er als ex-econoom niet voor terugdeinsde om de economische en financiële actualiteit te fileren. Hele pagina’s werden gewijd aan ingewikkelde, internationale transacties. Gewaagd. Maar het sloeg niettemin aan. 

Maar na de eeuwwisseling werd er overeengekomen om net iets minder technisch te werk te gaan, ten voordele van actie en avontuur. Giacometti keert echter terug naar de roots. Interessant, maar misschien pocht Giacometti net iets te veel met zijn kennis van de Dow Jones of fluctuerende wisselkoersen. Winch als verantwoordelijke voor een beurscrash, dat is in het kort de samenvatting van dit verhaal. Hmm.

Wil dat zeggen dat het nieuwe album niet goed is? Wel, het verhaal is onderhoudend, maar piekt nergens en is niet geheel op tempo. De tekeningen zijn als vanouds de moeite. Francq zweert bij realisme en laat geen enkel detail achterwege. Dat zie je vooral in de manier waarop hij steden in beeld brengt, maar hier moeten ook de Inca-tempels of oude machines niet onderdoen. Wat een engelengeduld.

Maar na een kwarteeuw wordt het tijd om de reeks te moderniseren. De voorspelbaarheid heeft zijn intrede gemaakt, de verrassing is weg. De formule lijkt stilaan uit te doven, alle marketingstrategieën van Dupuis ten spijt. Panikeren moet vooralsnog niemand: om te moderniseren hebben ze al een fantastische tekenaar en een best wel goede scenarist. Nu nog de wilskracht en het inzicht daartoe.

Uit bij Dupuis, 48 pagina’s

10 Largo Winch binnenpagina © RV

Getekend Damiaan (★☆☆☆☆)

10 Getekende Damiaan © RV

Auwch. Dan ben je een talentvolle, warme tekenaar en krijg je dit misbaksel van een scenario voorgeschoteld. De twee scenaristen, Ruben Boon (projectleider Damiaan Vandaag) en Bart Maessen (godsdienstleerkracht aan het Damiaaninstituut in Aarschot), wreven zich wellicht zelfgenoegzaam in de handen bij het lumineuze idee om Damiaan aan het begin van dit album een brief aan de lezer te laten richten. Daarin kondigt hij aan ‘voor de laatste maal’ zijn ‘levensverhaal’ te schrijven. 

Van zijn geboorte tot aan zijn dood: in 46 pagina’s jaagt hij er zo al zijn biografische feiten door. Maar jongens, zo’n aanpak is naast oubollig en voorspelbaar ook strontvervelend en stond in het verleden enkel garant voor vreselijke strips. Denk maar aan die van Jef Nys over missionarissen, priesters en pausen.

Nergens is één dialoog terug te vinden die enige vorm van emotie zou kunnen losweken. Het gaat hier puur om houterig opgestelde tekstblokken, geschreven door Damiaan zelf. De hoeveelheid tekstblokken die beginnen met het woord ‘ik’ is ongezien. "Ik krijg mijn eigen parochie." "Ik ben blij." "Ik ben nog niet melaats." "Ik bezoek." "Ik moet de wantoestanden aanpakken." JezusMariaJozef nog aan toe, zeg.

Bosschaert redt dit album nog enigszins door zijn aangename tekenstijl en uitstekende research. Maar ook hij kan niet voorkomen dat lezers in slaap worden gewiegd. Een typische stripbiografie zoals je er dertien in een dozijn vindt. Of erger: Het soort stripbiografie waarvan je hoopte dat je ze nooit meer zou zien, laat staan zou moeten lezen. Een tekenaar als Bosschaert laat je samenwerken met een goede scenarist. Punt.

Oh ja, u hebt op het eind nog een infokatern te goed, waarin op even houterige wijze wordt geschreven wat er na Damiaans dood gebeurde (zijn heiligverklaring) en de Damiaanactie en het Damiaancentrum en -museum worden gepromoot.

Hoe goedbedoeld ook: beginnende auteurs die ooit aan een educatieve strip of biografie willen beginnen, moeten dit lezen. U leert er niet hoe het moet, wel hoe het niet moet. Wat dat betreft is het een aanrader.

Uit bij Van Halewyck, 56 pagina’s

Een zus (★★★★☆)

10 Cover 'Een zus'. © RV

In Vlaanderen hebben we Brecht Evens (31), in Frankrijk Bastien Vivès (33). Wonderkinderen van de strip die maar blijven opvallen met eigenzinnige uitgaven en niet te beroerd zijn onconventionele stijlen en verhalen uit te proberen. Vivès scoorde in het verleden met De smaak van chloor en Polina, maar ging evenzeer de mist in met de thriller De grote odalisk. Hij is dan ook op zijn best wanneer hij kleine, bijna onbetekenende fragmenten uit het leven van jonge mensen onder de loep neemt. Zoals Een zus.

Het verhaal, dat hij zowel tekende als schreef, concentreert zich op de zomervakantie van de dertienjarige Antoine, een wat verlegen jongen die zich het liefst terugtrekt met zijn tekenmateriaal, maar zijn wereld een drastische wending ziet krijgen wanneer hij de twee jaar oudere Hélène ontmoet.

216 pagina’s lang gebeurt er eigenlijk niets. Of toch, maar het vertaalt zich niet naar sensationele scènes, goedkope cliffhangers of voorspelbare handelingen. De actie vindt plaats in het brein van een jongen die op het punt staat zijn pubertijd voor zijn tienertijd te verruilen.

Een zus is een boek dat je tot rust brengt, naar het verleden katapulteert en doet herinneren aan die eerste momenten van pure lust, verwondering en opgewondenheid. Vivès slaagt er als geen ander in die intieme momenten zichtbaar en vooral voelbaar te maken. De manier waarop hij de gedachtenkronkels van Antoine verbeeldt, is de kracht van deze beeldroman. Hij brengt ze namelijk nièt in beeld.

Antoine is een introvert jongetje dat slechts uitermate langzaam losweekt van zijn beschermende jeugd. Vivès gunt de lezer amper een blik in wat er in hem omgaat. Antoine onderneemt wel actie, voert uit, maar is tegelijk zo passief dat je amper weet wat hij daarbij denkt, of dat het überhaupt is wat hij wil. Hoewel getekend in een schetsmatige stijl waarin de expressie - zelfs de ogen - van de papieren acteurs ontbreken, kruipt Vivés wederom moeiteloos in de huid van tieners. Bijzonder.

Uit bij Casterman, 216 pagina’s

10 'Een zus' binnenwerk © RV

Orion 1 (★★☆☆☆)

10 Orion © RV

De Franse schrijfster Julia Verlanger (1929-1985), op wiens werk dit sf-tweeluik is gebaseerd, bleef bij ons onbekend. Haar romans lijken stilaan echter een nieuw publiek te bereiken door de vele stripadaptaties. Les Humanoïdes Associés bracht al verhalen rond haar belangrijkste, apocalyptische romanreeks Gilles Thomas, de Nederlandse uitgeverij Dark Dragon Books publiceerde vorig jaar Retroworld en zopas verscheen bij Silvester het eerste deel van het tweeluik Orion.

Centraal daarin staat de planeet Orion-XB 12557 in het sterrenstelsel Orion, waar de primitieve bewoners al lang vergeten zijn dat ze van de aarde afkomstig zijn. Fanatieke religieuzen hebben het er voor het zeggen, een kastensysteem bepaalt welke rol bewoners moeten spelen. Wanneer Kolhen, van de kaste der krijgers, onterecht wordt beschuldigd van aanranding van een hogepriesteres, wordt hij als kasteloze in de cel gestopt. Daar leert hij hoe een ruimteschip geland is, de religieuzen daar weet van hebben en zijn planeet afstevent op een enorme oorlog.

Het lijkt de Portugese tekenaar Jorge Miguel geen moeite te kosten om zowel pure sf als fantasy te tekenen. Zijn ruimteschepen en -wapens moeten niet onderdoen voor zijn woestijndorpen of galeien. Maar toch, Verlanger was op haar best vanaf midden jaren zeventig tot midden jaren tachtig. Het soort sf dat toen gemaakt werd, herken je vaak van ver. Vooral wanneer er een intergalactische sterrenoorlog dreigt.

Helaas is het allemaal weinig origineel, en daar kan ook de bekende scenarist Eric Corbeyran (XIII Mystery, Cognac) weinig aan veranderen. John Carter, de geflopte film uit 2012, schoot me geregeld te binnen. Zelfde setting, zelfde uitwisseling tussen een primitief woestijnvolk en meer geavanceerde wezens, slaven en van de aarde afkomstige hoofdrolspelers. Niet dat Julia Verlangers roman de inspiratie vormde voor John Carter. Die film was dan weer gebaseerd op een roman uit 1912 van Edgar Rice Burroughs. Of hoe de basisideeën van dit genre van generatie op generatie overgaan. Niet altijd ten goede.

Uit bij Silvester, 48 pagina’s

10 Orion © RV

Papa Zoglu (★★★★☆)

10 Papa Zoglu © RV

Simon Spruyt verandert even vaak van stijl als van genre en uitgeverij. “Soms voel ik de behoefte om tegen schenen te schoppen,” zei hij ooit. Vliegende draken, verwende koningskinderen, arrogante stripuitgevers,… Ze passeerden allemaal al de revue in zijn albums. In Papa Zoglu, waarvoor hij terugkeerde naar de kleine alternatieve uitgeverij Bries, wordt een man een koe. Nee, een zotter verhaal moet u dit jaar niet meer verwachten.

Het verhaal: een kinderloze koning overhaalt een heks om hem een kroost te schenken nadat ze eerder een afgeschreven koe succesvol 77 kalveren had laten baren. De heks stemt in, en ziedaar, het wonder geschiedt: de koningin baart 77 kalveren en sterft van uitputting, terwijl even later bij een koe in een stal verderop een kroonprins wordt geboren over wie de heks zich ontfermt. 

Op zevenjarige leeftijd trekt het besnorde jongetje Zoglu de wijde wereld in. Hij ontmoet er homo’s en homofoben, of een ridder wiens penis zo klein en smal is dat het een met kuisheidsgordel opgezadelde prinses kan bevruchten. Zoglu zelf wordt op volwassen leeftijd bovendien een koe. (Nee, geen stier. Zoeken naar logica houdt geen steek.)

Het verhaal is even absurd als geniaal. Soms lijkt het er op alsof Spruyt zijn verhaal ter plekke uitvindt, temeer daar hij zichzelf in het verhaal betrekt en gaandeweg zelfs andere mogelijke verhaallijnen aan de lezer openbaart. Maar aan al die ogenschijnlijke spontaniteit ging wellicht heel wat denkwerk vooraf. Dat het boek zo op de lachspieren werkt is ook omdat zowel de tekenstijl als de lettering op elkaar inspelen. De verteltrant is oud-Middeleeuws, de lettering werd aangebracht in gotische stijl en de aquarelinkleuring en tekeningen lijken wel het resultaat van een geduldige monnik uit vervlogen tijden.

Er zijn bitter weinig strips die er in slagen een album lang een grijns op het gezicht van de lezer te toveren. Dit is de uitzondering op de regel. Spruyt lacht met de strip- en verhaalconventies, zet de lezer onafgebroken op het verkeerde been en speelt zelfs met diens cojones, alsof hij een album heeft uitgevonden waarmee hij een dikke middelvinger naar de stripwereld opsteekt om ze er tegelijkertijd mee te paaien. Simon Spruyt op zijn best.

Uit bij Bries, 96 pagina’s

10 Papa Zoglu binnenwerk © RV

nieuws

cult

zine