Strips van de week

De strips van de week, en de nauwe band tussen muziek en strips

In hoeverre lijkt de strip- op de muziekcultuur? Waarom vierde het ene genre hoogdagen terwijl het andere wegkwijnde? En hoe werkt dat, inspiratie? De Spaanse tekenaar Paco Roca en zijn landgenoot José Manuel Casañ, leadzanger van Seguridad Social, spreken in Het kruispunt honderduit over wat hen drijft en ontgoochelt.

Dichter bij het gevoelsleven van artiesten geraakt u zelden: ‘Het kruispunt’ ★★★☆☆

Het kruispunt is het resultaat van een kruisbestuiving tussen twee straffe Spaanse artiesten. De ene, José Manuel Casañ, is een muzikant die met zijn band Seguridad Social al meer dan 20 platen op de markt bracht waarvan er meer dan een miljoen werden verkocht. De andere, Paco Roca, is een stripmaker die met de beeldromans La Casa en Sporen van het toeval, al een tijdlang de Spaanse stripscène aanvoert.

11 © RV

Roca brak zich jarenlang het hoofd over hoe zo’n samenwerking tot een beeldroman kon leiden. Het resultaat is een vier jaar lange dialoog tussen beiden, met als hoogtepunt de gesprekken die ze in de opnamestudio voerden terwijl tientallen muzikanten hun bijdrage kwamen leveren.

Het kruispunt is een goede poging om beiden culturen te verzoenen en te ontleden op ieders sterkte- en zwaktepunten. Het is uitermate interessant leesvoer voor stripmakers en muzikanten (in spe) die begaan zijn met hun royalties, tendensen, inspiratiebronnen en frustraties die het artiestenschap met zich meebrengt. Opvallend: terwijl de muziekbusiness in Spanje het in de jaren negentig het goed deed, kwijnde de Spaanse strip net weg.

Maar deze praatstrip lijkt wel specifiek gemaakt voor de incrowd. Roca en Seguridad Social – ja, de muzikant wilde de naam van zijn groep als auteursnaam op de cover – kunnen een flink potje lullen. Ten goede en ten slechte. Roca doet zijn best het allemaal zo interessant mogelijk in beeld te brengen. Elk lied dat passeert (en als bijbehorend album te beluisteren valt via Spotify, iTunes en Google Play Music) presenteert hij tussen de gesprekken door in een andere tekenstijl.

Maar hij kan niet ontkennen dat zijn aanpak niet alle 160 pagina’s beklijft, tenzij je dus zelf kunstzinnig bent aangelegd en het mechanisme en de menselijkheid achter cultuurvormen wil doorprikken, of op z’n minst leren begrijpen. Dichter bij het gevoelsleven van artiesten geraakt u zelden.

Uit bij Soul Food Comics

11 © RV

Drieluik met waanzinnig veel potentieel: ‘Nils’ ★★★★☆

11 © RV

Elementalen, heten ze. Een soort kinderlijk getekende, veredelde kopvoetertjes in een voor de rest erg mooi in beeld gebracht verhaal. Ze laten zich pas zien ergens vanaf de tweede helft. Daarvoor tonen de Franse auteurs Hamon & Carrion de lange tocht van een vader en zijn zoon, op zoek naar de reden waarom alle oogsten mislukken hoewel de gronden rond hun dorp boordevol meststoffen zitten. Wanneer ze op de elementalen stoten, dagen meteen ook vreemde robotten op, een leger krijgsvrouwen en -voorlopig nog op de achtergrond- drie godinnen.

De elementalen is het eerste deel van een nieuw drieluik met waanzinnig veel potentieel. Het is moeilijk er een specifiek genre op te plakken, laat staan te bepalen van waar de inspiratie komt. De Noordse mythologie is aanwezig, net als middeleeuwse fantasy, Disney-invloeden en zeker en vast regisseur Miyazaki (Studio Ghibli).

Nils knipoogt vooral naar diens succesvolle anime Nausicaä of the Valley of the Wind. De aanzet daartoe was de kwikvergiftiging van de bodem in Minamata Bay in Japan, en de manier waarop de natuur antwoordde. Spiritualiteit, de synergie tussen natuur en mens en sterke vrouwen, maakten verder de dienst uit. Al die ingrediënten zijn ook nu aanwezig in wat uitgeverij Silvester een ecologische saga noemt. Straffe kost, vooral omdat scenarist Haman – een voormalig financieel analist – geen haast lijkt te hebben om de plot al te verduidelijken en je met een bijna voortkabbelend verhaal in spanning houdt.

Uit bij Silvester

11 © RV

Met een beetje fantasie lukt het wel: ‘Luc Orient 1: alle avonturen’ ★★★☆☆

Een intelligente natuurkundige met een gespierd lijf, de kaaklijnen van een model, heel wat heldenmoed en een rist gevechtskunsten. Kortom: Luc Oriënt. Of hij gebaseerd was op Roger Moore uit The Saint, die op dat moment, in de jaren 60, op tv verscheen, liet tekenaar Eddy Paape al die tijd in het midden. (Lees: de kans is groot, ja.)

11 © RV

Van de verhalen, de inkleuring, de personages en de buitenaardse en toekomstige fauna/flora en technieken: dit auteursduo intrigeerde. Scenarist Greg, ten tijde van deze reeks hoofdredacteur van het weekblad Tintin/Kuifje, kwam zelf op het idee om zijn blad op te frissen met sciencefiction, een genre dat overal aan populariteit won maar in de stripscène ondervertegenwoordigd bleef. Volgens het bijgeleverde (magere) dossier dook Greg in wetenschapsmagazines op zoek naar ideeën, theorieën en ontdekkingen, om dan zijn scenario voor te leggen aan Paape. Pas na lang aarzelen zegde die toe. Het was dat, of samen met zijn zoon een restaurant openen. De rest is geschiedenis. Pionierswerk, noemde Paape het achteraf, “want tot dan bestond sf uit monsters tegen aardse, intergalactische superhelden. We wilden een verhaal vertellen dat standhield met sciencefiction als achtergrond.”

Begrijp me niet verkeerd: dit is duidelijk een reeks uit de jaren 60 en 70, met zijn typische referenties, architectuur en heldenstatus. Innoverend is ze niet langer. Het bewijs daarvoor leverde Greg zelf toen hij 1994 een comeback liet beleven en moest constateren dat niemand er op zat te wachten. Niettemin, met een klein beetje fantasie blijft deze reeks fier overeind staan naast het Franse sf-geweld van de afgelopen decennia. Of ik moet een ouwe lul geworden zijn.

Uit bij Sherpa

11 © RV

Kans op eerherstel: ‘Konvooi 14: Opruiming’ ★★★☆☆

Konvooi was ooit de ster aan het firmament van de Franse sciencefictionreeksen. Het hoofdpersonage – de sterke, mooie vrouw Nävis – de wervelende tekeningen en de originele verhaallijn waarin een multiraciale verzameling van ruimteschepen een weg zoekt door het heelal, maakte er snel en terecht een verkoopsucces van.

11 © VC

Maar een erg traag verschijningsritme nekte de Nederlandstalige editie. Vorig jaar bracht Arboris het dertiende deel na een pauze van vier jaar. Fans hebben al sneller hun favoriete reeksen de rug toegekeerd. Maar kijk, misschien is er sprake van eerherstel nu Arboris ook dit jaar een album uitbrengt en er daardoor op z’n minst enige publicatieregelmaat lijkt te komen.

Daarin een Nävis die als enige in het hele konvooi de vele aanslagen overleeft van haar gevaarlijkste vijand ooit: een telepatische killer, een soort bastaardzoon van
Alien, Predator en een bidsprinkhaan-vrouwtje. Menselijke hersengolven blijken namelijk niet gelezen te kunnen worden door zo’n telepaat. En dus is Nävis als enige in staat enig weerwerk te bieden, en krijgt ze eindelijk de mogelijkheid om de malafide machtshebbers van Konvooi uit het tent te lokken…

Tekenaar Buchet en scenarist Morvan draaien er hun hand niet voor om originele universa en buitenaardse wezens, sensuele hoofdpersonages en – zeker in dit verhaal – wervelende actie op te hoesten. Met een heerlijk frisse, heldere stijl loodst hij zijn lezers zo door deze meer dan onderhoudende sf-reeks.

Het is te hopen dat Arboris nu de maat kan houden: in Frankrijk verscheen onlangs album nummer 19.

Uit bij Arboris

11 © RV

Té commerciële, te voorzichtige aanpak: ‘Layla: Legende uit het scharlaken moeras’ ★★★☆☆

De een zijn dood… Voor de Belg Jérémy Petiqueux begon alles na het plotse overlijden van Philippe Delaby, wiens bestseller Murena hij lange tijd inkleurde. Toen hij na diens dood de resterende pagina’s van Delaby’s andere bestseller De klaagzang van de verloren gewesten afwerkte, bleek ook hij een begenadigd tekenaar.

11 © RV

’s Mans bedje leek gespreid, maar hij wilde meer zijn dan enkel een tekenaar. Dit jaar leverde hij zijn debuut als scenarist met de dark fantasy Layla. Met succes, zo wist de Franse pers.

Layla vertelt het verhaal van Grenoye, alias De Kikker, die op een dag in het Scharlaken Moeras de bloedmooie, sinistere Layla ontmoet tussen een berg van lijken. Hij raakt desondanks door haar geobsedeerd. Maar hij is niet de enige. Ook de koning van Flyne Yord is totaal in de ban. De rode edelsteen rond haar nek heeft daar veel mee te maken.

Layla is zonder meer knap getekend, met alle sfeerbeelden en nachtmerrie-taferelen waaruit goede horror is opgebouwd. Valt tegen: het scenario, dat wel gerecycleerd lijkt uit zo vele andere horrorverhalen waarbij knap uitziende, viriele jongemannen vallen voor de charmes van goed gebouwde vrouwmensen uit de onderwereld. Jérémy heeft daarmee zijn start als debuterend scenarist helaas gemist door zijn té commerciële, te voorzichtige aanpak. Mika daarentegen, heeft met deze bijna 100 pagina’s nu al zijn voet binnen de deur bij de grote Franse uitgeverijen. Vergeet zijn vorig werk voor Brocéliande: Woud van het kleine volkje of zijn manga Pen Dragon. Dit genre is waar hij écht goed in is.

Uit bij Microbe

11 © RV
Dossier Gestript
Dossier Gestript

Als we niet met onze neuzen in stripverhalen zitten, dan schrijven we er recensies en artikels over.

Lees alle artikels

nieuws

cult

zine