Slachthuizen

Vleessector klaagt zelf dierenleed aan

Beroepsfederatie Febev wijst op commerciële druk als reden voor normvervaging

Na de onthullingen over misstanden in slachthuizen klaagt ook de beroepsfederatie van slachthuizen Febev over normvervaging. Zij wijst naar de toegenomen druk en het gedrag van sommige arbeidskrachten.

1 Slachthuis Verbist in Izegem, waar undercoverbeelden eerder deze week dierenmishandeling aan het licht brachten. © BELGA

Elk jaar worden meer en meer runderen in België geslacht. De vleesbarometer van het VLAM (Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing) toont aan de productie in drie jaar met 30.000 ton is toegenomen. Vorig jaar verwerkten de Belgische slachthuizen 280.000 ton rundvlees. Die cijfers zijn verrassend, ook al is de productie van varkens- en paardenvlees lichtjes gedaald.

De productie staat onder druk omdat we steeds minder vlees eten. De gemiddelde Belg verorbert 19 kilogram (rood vlees) per jaar, zowat 50 gram per dag. Een kwart minder dan vijftien jaar geleden. De opkomst van de flexitariër speelt daar een belangrijke rol in. Steeds meer mensen eten niet elke dag vlees, maar beperken hun consumptie tot enkele dagen per week. Zij wisselen af met vis, vleesvervangers of vegetarisch.

Schaalvergroting

Intussen neemt de export van rundvlees wel toe. “De voorbije jaren is de snelheid van het slachten gestegen. Tegelijk groeit de schaal waarop vlees wordt geproduceerd”, zegt professor dierlijke productie Stefaan De Smet (UGent). Wat overblijft, zijn groepen zoals Verbist in Izegem. Hun winstmarges zijn klein omdat ze weinig toegevoegde waarde creëren. Bovendien worden ze door winkelketens zoals Delhaize en Colruyt tegen elkaar uitgespeeld.

Volgens sectorfederatie Febev draagt de commerciële druk bij tot een zekere normvervaging. “Mensen op de werkvloer zijn niet altijd bewust van het belang van dierenwelzijn. Dat is een probleem, zo weten we", zegt woordvoerder Yannick Hindryckx. “Wat daartoe bijdraagt, is het probleem om personeel aan te werven. Bij veel buitenlanders en interimmers staat dierenwelzijn niet hoog op de lijst.” 

In het slachthuis van Izegem werken ze echter met geen van beide arbeidsgroepen. 

Share

‘Bij veel buitenlands personeel en interimmers staat dierenwelzijn niet hoog op de prioriteitenlijst’

Yannick Hindryckx , woordvoerder Febev

Febev is alvast vastberaden om de uitwassen uit te roeien. Na de onthullingen in het slachthuis van Tielt, in april, heeft het een convenant afgesloten met Vlaams minister van Dierenwelzijn Ben Weyts (N-VA). "Daarin hebben we afgesproken dat camera’s in slachthuizen worden geplaatst, dat werknemers een opleiding krijgen en dat slachthuizen ook grondig worden doorgelicht", klinkt het.

Controles

Het convenant is al maanden oud. Dat de vele controles achterblijven, is volgens Weyts de schuld van het federaal voedselagentschap FAVV. "Zij zijn permanent aanwezig op de slachtvloer, maar ze volgen de wetgeving rond dierenwelzijn te weinig op”, klinkt het. Niet veel later laat het FAVV echter weten dat het al drie jaar niet meer bevoegd is voor de controles op dierenwelzijn. Dat is sinds de laatste staatshervorming een, jawel, Vlaamse bevoegdheid. Bovendien kreeg Verbist in het verleden al drie boetes van het FAVV, die het telkens betaalde.

Weyts stuurde gisterochtend een inspectieteam af op het slachthuis in Izegem. Dat werd kort daarna gesloten. Vandaag begint de afdeling Dier & Welzijn van de Thomas More-hogeschool met een bijkomende audit. Zo wordt het convenant toch de facto toegepast.

Schaalvergroting hoeft alvast niet in de weg te staan van meer dierenwelzijn, zegt De Smet. Voorbeeld zijn de nieuwste slachthuizen in Noorwegen, die volledig geautomatiseerd zijn en toch rekening houden met het welzijn van dieren.  

nieuws

cult