Verkeer

Plannen voor Brusselse Ring verdelen de gemeenten: "Voor ons is het resoluut neen"

Herinrichting, of verbreding, vooralsnog niet populair

De toekomstplannen voor de Brusselse Ring zaaien verdeeldheid binnen de aanpalende gemeentes. Zelfs de benaming is voer voor discussie: is het nu een 'verbreding' of een 'herinrichting' van het filemonster rond de hoofdstad?

Wat gaat er veranderen?

Het plan van De Werkvennootschap is gericht op vier pijlers. De meest arbeidsintensieve en duurste is de auto: de ring tussen Groot-Bijgaarden en Sint-Stevens-Woluwe (20 kilometer) gaat gesplitst worden voor doorgaand en lokaal verkeer, wellicht 3 en 2 rijvakken per richting. Het kluwen aan op- en afritten zou ook vereenvoudigen.

Daarnaast richt het plan zich op twee alternatieven met vijf fietssnelwegen (bijvoorbeeld langs A12) en drie nieuwe tramlijnen in het Brabantnet (bijvoorbeeld Ringtrambus tussen Heizel en Zaventem). Als laatste moeten enkele groenverbindingen, zoals een herwaardering van de Woluwe-vallei, de leefbaarheid verhogen.

"De ring van de toekomst", liet Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) zich eerder dit jaar ontvallen. De optelsom voor het noordelijke ringtracé tussen Groot-Bijgaarden en Sint-Stevens-Woluwe – waar de grootste congestie zich voordoet – is ambitieus: 60 kilometer nieuwe trambuslijnen, 40 kilometer nieuwe fietssnelwegen en 20 kilometer vernieuwde rijweg, samen goed voor zowat 3 miljard euro aan Vlaamse investeringen. Allemaal om die ene ader niet meer dagelijks te doen dichtslibben. De filezwaarte steeg er sinds 2012 met liefst 42 procent. 

Het project ligt al jaren op tafel, maar is nu in een start- en projectnota gegoten door De Werkvennootschap, opgericht door Weyts om mobiliteitsplannen te coördineren.

cult

zine