Update

Helft van spoedartsen overweegt te stoppen: De Block werkt aan maatregelen

1 © Thinkstock

De helft van de urgentieartsen overweegt ernstig om van job te veranderen. Zestien procent is hier actief mee bezig en wil binnen de zes jaar uit het vak stappen. Fysieke of emotionele uitputting en het gevoel dat ze te veel van hun sociaal leven moeten inboeten, zijn de voornaamste drijfveren om de handdoek te werpen. En dat terwijl er nu al een acuut tekort is, schrijven de Mediahuis-kranten vandaag. Minister De Block werkt aan maatregelen, zo reageert ze.

"Bijzonder onrustwekkend", noemt Jan Stroobants, voorzitter van de Belgische spoedartsen, de resultaten. Ze komen uit een onderzoek dat de wetenschappelijke vereniging van Belgische urgentieartsen eind 2015 uitvoerde in samenwerking met de Gentse universiteit. 'Dit bevestigt wat wij al lang aanvoelen: mensen vallen uit of stoppen halverwege de opleiding. Er zijn te veel depressies en zelfmoorden onder collega's."

Een te hoge administratieve last, weinig erkenning voor het werk een scheefgetrokken balans tussen werk en privé zijn de grote boosdoeners. Uit het onderzoek blijkt dat spoedartsen gemiddeld 35 procent van hun uren presteren in nachtshifts en een kwart in het weekend. In sommige ziekenhuizen loopt dat op tot meer dan een op de twee shifts.

Hervorming

Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld) is bezig met een aantal zaken om de situatie te veranderen, klinkt het op haar kabinet. Zo moet het plan 'niet-planbare zorg' voor een betere afstemming zorgen tussen de verschillende diensten waar patiënten in spoed naar toe komen. Concreet: er gaan vandaag nog te veel patiënten naar de spoeddienst die beter naar de huisarts zouden gaan. Huisartsenwachtposten kunnen daar aan verhelpen.

In navolging van een advies van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) worden de spoeddiensten ook hervormd. "We gaan naar minder spoeddiensten. Maar wel beter geografisch gespreid, en in combinatie met grote traumacentra, een soort superspoeddiensten, waar de zwaarste gevallen terecht kunnen", aldus woordvoerster Els Cleemput. "Vroeger dienden slachtoffers van een ongeval zo rap mogelijk naar de spoed te worden gevoerd. Nu gebeurt de stabilisering ter plaatse. Dat geeft iets meer tijd om hen naar een spoed- of traumacentra te brengen". Die hervorming moet toelaten om het spoedpersoneel beter te spreiden, en zo de druk te verlichten.

De minister bekijkt ook in welke mate gesneden kan worden in administratieve lasten voor het spoedpersoneel. Vandaag moeten de spoeddiensten alles registreren om een zo volledig mogelijk patiëntendossier te kunnen opstellen, met het oog op de nazorg van die patiënt. Ook zijn er medisch-legale redenen die leiden tot extra administratie. "We zijn dat aan het bekijken, gaan na wat echt nodig is en zullen er conclusies uit trekken", klinkt het nog.

nieuws

cult

zine