Binnenland
OPINIE

Kinderen moeten met beelden leren spreken

Het onderwijs moet zich sneller aanpassen aan de digitale media en de nieuwe technologie. Dat vindt fotografe Evy Raes. Onlangs verscheen haar boek 'Kijk! Spelen met fotografie' (Lannoo).

 
We zijn niet langer louter ontvangers van beelden, maar ook zenders. Het is een nieuwe taal

Digitale media, en vooral sociale media, ruimen steeds meer plaats in voor foto en video. Facebook plaatst berichten hoger in je nieuwsoverzicht als daar een foto aan vastzit. Instagram, ondertussen door Facebook ingelijfd, telt na nauwelijks drie jaar al meer dan 130 miljoen gebruikers. Die spuwen elke dag maar liefst 45 miljoen nieuwe foto's uit. Het is geen toeval dat ook de jongste hype, Snapchat, alles met beelden te maken heeft. Het stuurt foto's rond en vernietigt die al na enkele seconden - zeer populair bij tieners, tot grote ongerustheid van volwassenen.

Meer dan ooit worden we overspoeld door beelden. Een camera zit tegenwoordig standaard in je mobiele telefoon. We fotograferen en laten ons fotograferen zonder er nog bij stil te staan. En we delen die foto dan even achteloos met de rest van de wereld.

Eenzijdig
Dankzij de digitale en mobiele technologie doet fotografie vandaag veel meer dan beelden vastleggen. De drempel is zo sterk verlaagd dat fotografie een communicatiemiddel is geworden. Facebook maakt het vandaag al mogelijk een update met een foto te beantwoorden - tekst hoeft niet meer. We zijn niet langer louter ontvangers van beelden maar ook zenders. Het is een nieuwe taal. Alleen weten we niet goed hoe we die moeten spreken. Beelden die de boodschap verkeerd overbrengen, die bij de verkeerde ontvanger terechtkomen (met alle privacyproblemen van dien), die de esthetische regels aan hun laars lappen: de visuele ruis neemt hand over hand toe.

In steeds meer scholen weerklinkt de roep om meer mediawijsheid (hoe gaan we wijs om met media?) en beeldgeletterdheid (hoe lezen we beelden?). De Vlaamse overheid werkt aan afzonderlijke, vakoverschrijdende eindtermen voor beeldgeletterdheid. Sinds maart 2013 hebben we een heus Kenniscentrum van Mediawijsheid.

Dat is goed nieuws, de overheid heeft in de gaten dat er iets fundamenteels aan het veranderen is. Maar het gaat te traag. En te eenzijdig. De leraren hebben geen idee hoe ze met die nieuwe beeldcultuur moeten omgaan en dat in hun klas kunnen toepassen. Het weinige materiaal dat nu al bestaat, richt zich bijna uitsluitend op de negatieve kant van het verhaal, op bescherming, beveiliging, preventie. De positieve kant, het verhaal van communicatie en creativiteit, ontbreekt. We leren alleen hoe we misbruik van die nieuwe taal kunnen detecteren, niet hoe we de taal zelf kunnen spreken.

Vooral het lager onderwijs blijft achter. Dat is jammer, want net daar zitten diegenen die het snelst weg kunnen zijn met mediawijsheid en beeldgeletterdheid. Als scholen al aandacht besteden aan mediawijsheid, dan gebeurt dat hooguit in een apart vak, het maakt geen deel uit van de dagelijkse onderwijspraktijk. Het is een van de zwaktes die naar voren kwam in het onderzoek over mediawijsheid in Vlaanderen dat VUB en HIVA vorig jaar uitvoerden in opdracht van minister van Media Ingrid Lieten.

Intuïtief
De gretigheid bij leerkrachten is nochtans groot. Ze voelen dat hun leerlingen een andere taal willen spreken en zoeken naar nieuwe manieren om met beelden om te gaan. Ik stel het steeds weer vast wanneer ik fotoworkshops geef in lagere scholen. De kinderen krijgen daarbij een vak of thema, bijvoorbeeld wiskunde of mobiliteit, via fotografie. Ze mogen zelf foto's maken, hun intuïtieve blik wordt daarbij sterk aangemoedigd (oudere tieners vragen zich vandaag te vaak af wat anderen van hun foto's gaan denken, ze houden zich netjes aan de regels, met fantasiearme beelden als resultaat). Het is inspirerend om te zien hoeveel leraren er daarna mee doorgaan. Ze vullen de beelden uit de workshops aan met nieuw materiaal.

Vanaf dit schooljaar geven we ook vormingstrajecten voor leerkrachten (en leerkrachten in opleiding) in samenwerking met het FotoMuseum in Antwerpen. Het is een begin, maar het zal niet volstaan om aan de groeiende vraag te voldoen.

De opmars van de nieuwe beeldtaal is zo sterk dat de Vlaamse overheid geen tijd mag verliezen. Bij het uitschrijven van de eindtermen mag ze zich vooral niet beperken tot een te enge interpretatie van mediawijsheid en beeldgeletterdheid. Media leren gebruiken is meer dan wat beeldjes zoeken op het internet of door de manipulaties van Photoshop-beelden leren kijken. Kinderen moeten leren lezen, schrijven en spreken, niet alleen met woorden maar ook met beelden.

nieuws

zine