binnenland

Het feminisme van Dirk Verhofstadt

 Is die hoofddoek nu een religieus symbool, een bevestiging van identiteit, een modetrend of een teken van onderdrukking? Eén ding staat vast. Als een vader een meisje thuis houdt omdat ze haar hoofddoek niet aan mag op school, dan is dat onderdrukking 

Cathérine Ongenae is coördinator van de DM-katern Wax.

Afgelopen maandag poneerde Dirk Verhofstadt in deze krant niet alleen dat het verbod op hoofddoeken in alle scholen zou moeten worden toegepast, hij vroeg zich ook luidop af waarom de feministische vrouwen achter Boeh! (Baas Over Eigen Hoofd) en het VOK (Vrouwen Overleg Komité) niet willen erkennen dat een hoofddoek een symbool van onderdrukking is (DM 29/6).

Meyrem Almaci, kamerlid van Groen!, verweet Verhofstadt paternalisme (DM 30/6). Kitty Roggeman, lid van VOK en Boeh! ziet dan weer een gelijkenis tussen de abortusstrijd van de jaren zeventig en tachtig, waarin het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw voorop stond (DM 1/7). De vrouw beslist. Nochtans verkondigt Verhofstadt geen antifeministische standpunten.

Ik mag mezelf gerust een feministe noemen, en toch kan ik me eerder vinden in de mening van Dirk Verhofstadt, Rik Pinxten en Etienne Vermeersch, dan in die van mijn feministische zusters. Ik kan in alle eer en geweten zeggen dat ik het afleggen van de hoofddoek in de scholen een goed idee vind. Pleeg ik hiermee verraad aan de vrouwen? Ik meen van niet. Wel integendeel.

Het is te gemakkelijk om, zoals Meyrem Almaci doet, Verhofstadt en gelijkgezinden paternalisten te noemen. Niet alleen is de hoofddoek géén exclusief vrouwelijke aangelegenheid, - we leven allemaal samen in dezelfde maatschappij -, een man de mond snoeren als hij een mening heeft over iets dat zogezegd vrouwen aanbelangt, is een dooddoener. Het gaat hier bovendien om verstandige heren die het gelijkwaardigheidsprincipe al lang geleden geïmplementeerd hebben in hun leven en denken. Voor hen is het niet meer dan evident dat man en vrouw evenwaardige partners zijn.

Tenslotte gaat de discussie van afgelopen week over wat er op school gebeurt, een minisamenleving. Dat is nauwelijks te vergelijken met een brede maatschappelijke kwestie als de abortusstrijd, zoals Kitty Roggeman doet. Het gevaar bestaat dat de ene strijd op de andere wordt geprojecteerd, terwijl het hier toch om twee verschillende zaken gaat.

Is die hoofddoek nu een religieus symbool, een bevestiging van identiteit, een modetrend of een teken van onderdrukking? Eén ding staat vast. Als een vader een meisje thuis houdt omdat ze haar hoofddoek niet aan mag op school, dan is dat onderdrukking. Elke vrouw aan wie iets verboden wordt omwille van het eergevoel van een man of van de druk van de groep, wordt onderdrukt. Reden te meer om die meisjes binnen de veilige muren van de school te leren dat hun kracht niet ligt in een stuk textiel, maar in wat eronder zit. Hoe meer je weet en ervaart, des te beter de beslissingen die je neemt in het leven. Om die reden alleen al schaar ik me, als feministe, achter Dirk Verhofstadt en co.

cult

zine