Binnenland
OPINIE

De onderwijshervorming afblazen is een historische fout

"Geen holle slogans over 'de school van de toekomst' graag", pleiten sociologen Dirk Jacobs (ULB) en Mieke Van Houtte (UGent).

 
Vacatures voor technische jobs raken steeds moeilijker ingevuld omdat jongeren steeds minder voor technische richtingen kiezen

De drastische hervorming van het secundair onderwijs is een van de speerpunten van 'Vlaanderen in Actie' (VIA), het ambitieuze toekomstproject 2020 van de Vlaamse Regering. Terecht, want om Vlaanderen in de 21ste eeuw performant te houden, moeten onze jongeren optimaal hun talenten leren ontdekken en ontplooien. Dat loopt al jaren fout. Daarom is de onderwijshervorming waarin de schotten tussen ASO-TSO-BSO aan het begin van het secundair onderwijs verdwijnen broodnodig.

Het zag er goed uit: de hervorming staat in het Vlaamse regeerakkoord en de grote onderwijskoepels willen allemaal mee. Stemmingmakerij en politieke spelletjes, waarbij ingespeeld werd op begrijpelijke, maar onterechte bekommernissen van ouders en leerkrachten, gooiden de afgelopen maanden roet in het eten. Vandaag staan we weer bij nul. Vlaams minister-president Peeters (CD&V) meldde begin deze week in een kranteninterview dat de oriëntatienota van onderwijsminister Pascal Smet van de baan is. Er zou slechts 'stapsgewijs' hervormd worden en eigenlijk ligt helemaal nog niets vast over wat er concreet moet gebeuren. In het debat in het Vlaams Parlement werd gisteren plechtig gesteld dat men nog steeds gaat voor een ambitieuze 'school van de toekomst'. Vele signalen wijzen erop dat de grote hervorming afgeblazen wordt. Dat is een ramp.

Polen slaagde er het afgelopen decennium in met een gedurfde hervorming van het secundair onderwijs een enorme stap voorwaarts te maken. Het is schrijnend vast te stellen dat Vlaanderen niet in staat is dergelijk visionair beleid te voeren. Er zal wat 'stapsgewijs' gerommeld worden in de marge en over vijftien jaar zullen we ons collectief beklagen dat de regering-Peeters haar momentum gemist heeft.

Sociale achtergrond
Ook al scoort ons onderwijs gemiddeld nog goed in internationale vergelijkingen, vele werkgevers klagen vandaag al over de gebrekkige kwaliteit van het technisch- en beroepsonderwijs. Tot overmaat van ramp raken vacatures voor technische jobs steeds moeilijker ingevuld omdat jongeren steeds minder voor technische richtingen kiezen. We weten hoe dat komt. Voor een flink deel van de leerlingen is een keuze voor BSO of TSO geen positieve keuze, maar pas een optie nadat de ASO-piste mislukt is. Zo wordt het technisch- en beroepsonderwijs vaak gekenmerkt door een negatieve schoolcultuur omdat nogal wat leerlingen zichzelf als 'falers' zien en daardoor een gevoel van zinloosheid ontwikkelen. Opvallend is verder de heel grote oververtegenwoordiging van jongeren uit minder gegoede milieus in het TSO en BSO. Uit onderzoek weten we dat dit niet noodzakelijk te wijten is aan zwakkere schoolprestaties. Zelfs met gelijke schoolresultaten komen kinderen uit arbeidersmilieus vaker terecht in TSO en BSO dan in ASO, terwijl dat bij jongeren uit kansrijkere milieus net andersom is. Nog al te vaak leeft de overtuiging dat men omwille van zijn/haar sociale achtergrond 'thuishoort' in een bepaalde richting, eerder dan eerst goed te ontdekken waar de interesses en capaciteiten liggen. Voeg daar nog de hoge segregatie in ons schoolsysteem aan toe, en men begrijpt waarom het Vlaams onderwijs in sterke mate sociale ongelijkheid reproduceert.

Het kernprobleem is de hiërarchische structuur van ons onderwijssysteem. De onderwijsvormen en studierichtingen kennen een rang-ordening in termen van graad van abstractie. In onze kenniseconomie, waarin handenarbeid laag gewaardeerd wordt, genieten de meer theoretische studierichtingen een hoger aanzien. Bij de overgang van basis- naar secundair onderwijs proberen met name ouders uit de middenklasse en de bovenlaag de minder gewaardeerde onderwijsvormen voor hun kroost zo veel mogelijk te vermijden. Enkel arbeidersklassekinderen overwegen meteen TSO of BSO als valabele optie, ook al krijgen de 'sterkere leerlingen' ook het advies mee toch maar ASO te 'proberen'. Hoog mikken is de boodschap. 'Afdalen" kan nadien nog altijd. Die watervallogica is nefast. Door er een afvallingskoers van te maken, komen torenhoge problemen van demotivatie en negativisme om de hoek kijken, met name in TSO- en BSO-richtingen. De kwaliteit van het geboden onderwijs komt er dan onder druk te staan. Terwijl we er net voor moeten zorgen dat technische richtingen ook cognitief sterke leerlingen uit allerlei sociale milieus aantrekken en dat kansarme kinderen meer kunnen doorgroeien naar academische richtingen. Daarom is de onderwijshervorming met een brede eerste graad cruciaal. Zoals onder andere het Finse onderwijs aantoont, vallen topresultaten en gelijke kansen perfect te combineren. Uitstel van de studiekeuze geeft leerlingen een betere kans talenten en interesses te ontdekken en vermindert de impact van de sociale achtergrond op de studieresultaten.

Vlaanderen staat op het punt een historische kans te missen. Beste Kris Peeters, mogen wij u in dat geval verzoeken ons de komende maanden geen glossy brochures over 'Vlaanderen in Actie' meer te sturen? De indicatoren voor de performantie van ons onderwijssysteem zullen er in 2020 en 2030 immers niet goed uitzien.

nieuws

zine