Loonakkoord

Uw loon kan de komende jaren stijgen met 4 procent: dit zijn de belangrijkste punten van het akkoord

Vakbonden en werkgeversorganisaties hebben een akkoord bereikt over onder meer de loonopslag voor de komende twee jaar. Dit zijn de belangrijkste punten.

1 ACV-voorzitter Marc Leemans komt goedgeluimd toe aan de onderhandelingen, een akkoord hangt in de lucht. © Tim Dirven

1. Grootste loonstijging in jaren

U krijgt tot 4 procent extra loon in de komende twee jaar. Bovenop de inflatie van 2,9 procent mogen de lonen gemiddeld met ongeveer 1,1 procent stijgen. Dat hebben de sociale partners afgesproken in het tweejaarlijkse Interprofessioneel Akkoord (IPA). De bonden moeten de teksten wel nog voorleggen aan de achterban voor de definitieve goedkeuring.

In tegenstelling tot de vorige sociale akkoorden wordt er niet voor gekozen om met maaltijd- of ecocheques de werknemers opslag te geven. De vakbonden hebben dit afgeblokt. Werknemers hebben liever extra nettoloon in handen. Bovendien zijn dat soort cheques dan wel fiscaal voordelig, ze helpen niet om de sociale zekerheid te spijzen en tellen niet mee voor de opbouw van uw sociale rechten. Ook gaan de sociale partners niet in op de vraag van de regering om een deel van het extra wedde automatisch in pensioenfondsen te stoppen.

Het is voor het eerst sinds 2010 dat er nog zo'n grote marge kan worden afgesproken. In 2012 kondigde toenmalig premier Elio Di Rupo (PS) nog een loonstop af, waardoor er geen enkele marge was. Twee jaar later zat er een indexsprong aan te komen en werd de marge uiteindelijk vastgelegd op 0,8 procent. Telkens werden de akkoorden niet finaal goedgekeurd door de vakbonden.

Omdat het verschil met de lonen in de buurlanden fors is geslonken en intussen de economie stilaan aantrekt, was de marge deze keer groter. Ook de werkgeversorganisatie werden door hun leden aan de mouw getrokken. Zij vonden het tijd dat ze hun personeel wat extra's konden bieden. "Hier kan iedereen tevreden mee zijn", klonk het bij bronnen dichtbij de onderhandelingstafel.

2. Verstrenging brugpensioen afgezwakt

Share

Als de sociale partners nu geen akkoord hadden bereikt, zou de regering zelf de knopen doorhakken. En daar zaten bonden noch werkgevers op te wachten

De sociale partners hebben tegelijk een akkoord bereikt om de uitzonderingsregimes in het brugpensioen te verlengen. Bij bedrijven in herstructurering konden werknemers bijvoorbeeld tot eind 2016 al op hun 55ste op brugpensioen gestuurd worden. Normaal gezien werd dat opgetrokken naar 57 jaar, maar de sociale partners houden die leeftijd de komende twee jaar toch nog op 56. Het is een van de laatste domeinen waar brugpensioen nog echt vaak wordt toegekend. Bij de grote afdankingen van afgelopen maanden, bij onder meer Caterpillar AXA, Makro en Douwe Egberts, werd er nog massaal gebruik van gemaakt. Ook in andere brugpensioenregimes, zoals die in de bouw of bij nacht- en ploegenarbeid, stijgen de leeftijdsvoorwaarden minder snel dan de regering oorspronkelijk had opgelegd.

3. Alleenstaanden met kinderen: extra steun

Een derde luik ging over de zogenoemde welvaartsenveloppe, die het budget bepaalt om de uitkeringen op te trekken. Opmerkelijk is dat er een extra inspanning komt voor alleenstaanden met kinderen. "Het zijn zij die dat het hardste nodig hebben", klinkt het in werkgeverskringen. Maar zij zijn lang niet de enigen. Alle uitkeringen, zowel de hoogste als de laagste, zullen omhoog gaan.

Ook de werkloosheidspremies krijgen een duw in de rug. In het verleden verzetten de werkgevers zich hier regelmatig tegen. Het verschil tussen werken en niet werken moet groot genoeg blijven, was steevast het argument. Ook de regering gebruikt dezelfde redenering. Alleen, de laagste werkloosheidsuitkeringen flirten tegenwoordig met de armoedegrens. De werkgevers beseffen ook dat daardoor hun argumenten vervallen.

Share

Op vraag van de bonden komt de strijd tegen burn-out en de aanpak van jeugdwerkloosheid op tafel

4. Mobiliteit bovenaan de agenda

Tot slot bereikten de sociale partners ook een akkoord over de "maatschappelijke uitdagingen". Ze kwamen overeen om een onderhandelingsagenda van de komende maanden te bepalen. Op aansturen van de werkgevers gaan ze het hebben over mogelijke maatregelen op het vlak van mobiliteit en digitalisering. Op vraag van de bonden komt de strijd tegen burn-out en de aanpak van jeugdwerkloosheid op tafel.

Veel andere keuze om tot een akkoord te komen hadden de sociale partners niet echt. Als ze geen akkoord hadden bereikt, zou de regering zelf de knopen doorhakken. En daar zitten noch de werkgevers, noch de bonden op te wachten.