Woensdag 23/06/2021

Lust en Liefde

‘Wat als je dementerende geliefde ziek wordt, dan is dat toch, naast het verdriet, een zegen?’

null Beeld Getty Images/Maskot
Beeld Getty Images/Maskot

Hannes (87) maakt er een erezaak van: hij zal liefhebben tot de dood hem van zijn geliefde scheidt. Na een intense tijd van mantelzorg was zijn dementerende vrouw naar een woon-zorgcentrum verhuisd. Eindelijk had hij daar een routine in gevonden, en een beetje rust. Toen kwam corona.

“Op 12 december 2019 werd mijn vrouw Ans opgenomen in een woon-zorgcentrum, negen jaar nadat ik een hele nacht wakker lag. Die avond in 2010 had ik namelijk het bezoek aangekondigd van een kennis en ze had gevraagd: ‘Wie is dat?’. Twee maanden daarvoor hadden we uren met deze vrouw gegeten, nu had ze geen idee meer. Was dit toeval, iets wat iedereen weleens overkomt, zoiets als het niet op namen kunnen komen als je ouder wordt? We maakten een afspraak met onze huisarts. Of ze de klok op tien voor twee kon zetten, vroeg hij, en hoeveel is honderd min zeven? Ja, dat kon ze, op een enkele vergissing na. Later deden we nog testen en na een tijdje volgde een uitslag: subjectieve geheugenstoornissen, iets waar je alle kanten mee op kan.

“De tijd verstreek, ze begon steeds meer te vergeten. Toen kwam het medische bewijs van wat we eigenlijk al wisten. In zekere zin was de diagnose een opluchting. Ans schaamde zich al een tijdje dat ze verjaardagen vergat, en nu had ze een excuus. Maar het bleef natuurlijk niet bij de verjaardagen. Steeds vaker begon ze ’s nachts te dwalen door het huis, ze kon soms de wc niet meer vinden. Een keer pakte ze een tandenborstel en deed die na het wc-bezoek tussen haar billen. ‘Ans, dit gaat fout’, zei ik. Nee, antwoordde ze, dit gaat niet fout, dit gaat anders.

“Met mantelzorg is het zoals met kinderen opvoeden. Er zijn geestige momenten, intieme momenten en er zijn irritaties. Je moet zelf uitzoeken wat werkt, het vergt veel denkwerk, boos worden helpt niet. Ik zat hele avonden te broeden op hoe ik haar het best kon benaderen. Zolang ik geduldig bleef, merkte ik, bleef het gezellig tussen ons, maar dat lukte niet altijd. Ik raakte bekaf, intussen werd ik zelf ook ziek. Maanden heb ik doorgebracht in een ziekenhuis terwijl vier vrienden en twee Hongaarse verpleegkundigen voor Ans zorgden. Tot ze op 12 december vorig jaar werd opgenomen, een enorme stap. In het begin bezocht ik haar twee keer per dag, en later elke dag een paar uur.

“’s Avonds repeteerde ik de namen van de verzorgenden: Kabana, Desiree, Simone, Marcia, Habita. Door mij thuis te voelen, verzachtte ik mijn pijn. Ik zong liedjes met haar en de andere bewoners, ik raakte haar aan en soms wist ze mijn naam. Als ik weer alleen was, schreef ik korte gedichtjes over wat we die dag samen hadden meegemaakt.

“Ans was blij als ik er was en leek het nooit erg te vinden als ik weer wegging. Zo ontstond langzaam een routine die enige rust bracht in mijn hoofd. Drie maanden duurde dat. Toen kwam corona, en mocht ik niet langer naar binnen. Wij zijn meer dan vijftig jaar samen, hebben een warme relatie; ook nu ontroert ze me nog steeds. Nu gaven ze me haar vuile was mee en gehurkt voor de wasmachine liet ik haar beha door mijn vingers glijden en beschreef dit coronafantasietje later in een van mijn gedichtjes. Ik vroeg tijdens de lockdown of ik dan soms een aantal weken bij haar kon komen wonen. Maar de zorgcoördinator besliste anders.

“Maanden heb ik haar niet kunnen opzoeken of vasthouden. Ik heb brieven geschreven met de vraag of ik op zijn minst met haar mocht gaan wandelen, maar ook dat was verboden. Alleen als ze zou gaan sterven, zouden ze me roepen. Van videocalls begreep ze niets. Af en toe stuurden de verzorgenden filmpjes waar Ans op te zien was, en met de beste bedoelingen werd een ‘babbelbox’ gemaakt, waarin je op afstand met elkaar kon praten. Maar op een dag was ook daar ineens plexiglas aangebracht, een koppel zou elkaar stiekem hebben aangeraakt. Spreken lukte niet meer, voelen is dan alles. Iedereen weet dat aanraken het beste contact is als het gaat om je dementerende vrouw. Ik heb weken gedacht: wat dan nog als corona dat huis inkomt? Ze hoeven van mij de deur niet wijd­open te zetten, maar stel dat je demente geliefde vóór de fase van doorliggen en ernstige vermagering, longontsteking krijgt, dan is dat toch, naast het verdriet dat eens gaat komen, een zegen? Wat moest ik wensen?

“Nu de woon-zorgcentra weer open zijn, ga ik weer dagelijks op bezoek. Ik kom binnen, de receptionist belt naar boven, en dan brengt iemand me naar haar kamer. Ik heb aardbeien bij me, siroopwafeltjes, foto’s van onze kinderen en van haar vader en moeder. Haar leuke lach is nog precies hetzelfde als vijftig jaar geleden. Haar blik krijgt iets zondagachtigs als ik een verhaal vertel om haar herinnering te prikkelen, en als ik twee keer hetzelfde vertel, is dat ook niet erg. Dat de verzorgenden op haar gesteld zijn, doet me goed. We mogen ook weer samen naar buiten, de chaperonnes die ons in het begin beschroomd begeleidden om te voorkomen dat we aan elkaar zouden zitten, blijven nu binnen. We zingen, aaien elkaar, en ik kus haar op de wang. Dan draait ze haar mond naar me toe en kus ik haar nog eens. Het afscheid is niet pijnlijk en als ik terug naar huis loop, denk ik met plezier terug aan mijn bezoek.

“‘Omarm je lot’, zei Nietzsche. De paniek van de afgelopen maanden is minder geworden, mijn berusting minder dof, maar bij een volgende lockdown laat ik me door niemand meer tegenhouden. Die zorgcoördinatoren zouden ieder geval apart moeten beoordelen. Haal de politie er maar bij, ik ga naar mijn vrouw. Zojuist was ik er weer. Het is heerlijk om in te halen wat we beiden zo hebben gemist. Ik streelde haar en streek een kleine schilfer van haar gezicht, schreef ik na afloop.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234