Maandag 23/11/2020

ReizenBrazilië

Waarom je beter geen duik neemt in de Amazone

Het Braziliaanse natuurreservaat Mamirauà kun je alleen bezoeken per bootBeeld Noël van Bemmel

In het hart van het Amazonegebied floreert het Mamirauà-natuurpark. Mede dankzij toeristen wordt dit stukje Brazilië wél goed beschermd.

Wildernisgids Hilson Coulho was zijn hele leven bang voor de jaguar. En nergens leven zoveel van die grote katten als rond zijn dorpje aan de machtige Amazone-rivier. Hij gaat zitten op een boomstam en vertelt: “Mijn vader ging eens vissen en bond zijn kano aan een omgevallen boom. Toen hij een tak achter zich hoorde ­knakken, wist hij het al. Mijn vader draaide zich om en zag de jaguar op hem afvliegen. Hij greep één poot vast, de ander lukte niet, en terwijl ze samen in het water vielen, beet de jaguar in zijn gezicht. Daarna volgde een worsteling onder water waarbij de jaguar diepe wonden maakte met zijn klauwen. Toen mijn vader weer boven kwam, klom de jaguar al rustig aan de kant en toonde geen belangstelling meer. Met zijn ­onbeschadigde arm peddelde hij naar huis en ik zal nooit vergeten hoe mijn moeder flauwviel toen hij kwam aanstrompelen.”

Nergens op aarde leven zoveel zwarte jaguars als hier.Beeld Noël van Bemmel

Dit is eigenlijk geen verhaal dat je moet vertellen aan wandelaars in datzelfde bos. En al helemaal niet als het begint te schemeren. Maar het draait om het happy end: de man met het markante litteken op zijn gezicht kreeg een job bij de enige wildernislodge in het Mamirauà Sustainable Development Reserve, en werd later opgevolgd door zijn zoon. “Nu ik meeloop met jaguaronderzoekers en toeristen, begrijp ik hoe belangrijk dit dier is. Jaguars zijn juist kalm en hebben ook goede kanten.”

Betoverende oerbos

De Amazone wordt bedreigd, maar ergens in het midden ligt een beschermd gebied zo groot als Frankrijk. En in het midden ­dáárvan ligt weer Mamirauà, een natuurreservaat dat wordt beheerd en bestudeerd door het Mamirauà Instituut voor Duurzame Ontwik­keling dat valt onder het Brazili­aanse ministerie van Wetenschap. Die bescherming geldt nog steeds, ondanks de rechts-populistische president Bolsonaro die de Amazone verder wil ontginnen. Wetenschappers zijn lyrisch over het betoverende oerbos dat drie maanden per jaar onder water ­verdwijnt, als het waterpeil in de grote rivieren 12 (!) meter stijgt.

Makkelijk bereikbaar is het gebied niet, en dat is maar goed ook. Vlieg naar Manaus, een miljoenenstad midden in de Amazone, en reis dan met een kleiner vliegtuigje naar het stadje Tefé. Loop daar naar de rivieroever waar ­gammele bootjes kriskras tegen de modderige kant dobberen. Sommige schippers rijden hun pick-uptruck half het water in om trossen bananen, pakken koffie en zakken gedroogde vis over te laden. Dit is de wereld van de Ribeirinhos, het riviervolk dat leeft in een doolhof van zwarte en ­mokkakleurige rivieren.

De Ribeirinhos, het volk van de rivier, leven aan, op en van het water.Beeld Noël van Bemmel

“Regel 1,” zegt gastvrouw Lana Rosa van de drijvende Uakari-lodge, “niet zwemmen hier! Er leven zwarte kaaimannen en piranha’s onder de vlonders.” Best jammer, want na twee uur varen over de woest stromende Amazone, zigzag tussen drijvende boomstammen en krokodillen, hebben we wel zin in verkoeling. En de Uakari Lodge, in een bocht van een nevenriviertje, ziet eruit als een vakantiebungalow in een brochure van de Malediven. Duiken geen probleem, de rivier is 25 meter diep.

Maar dat kan dus niet, in het hart van het Amazonewoud. Nergens ter wereld leven zoveel soorten bomen, planten en dieren. Sommige mooi, sommige nuttig, sommige levensgevaarlijk. Ik loop over de vlonders naar de bungalow en een zwarte kaaiman – langszij drijvend als een slagschip – loert naar mij met één oog. Twee rode papegaaien vliegen over en ­verdwijnen kakelend in de mistige jungle. Links en rechts klinken luide plonzen. Het zijn arapaima’s, de grootste zoetwatervissen ter wereld. Ze slaan met hun staart op het water bij het ademhalen (ze hebben longen). Als zeemeerminnen die mij pesten: als je omkijkt, ben je net te laat.

Regel 2 in de lodge: poets je tanden met flessenwater. Regel 3: sluit alle hordeuren en vensters rond 18 uur. Want in het Amazonewoud wonen 2,5 miljoen soorten insecten. De lodge, kortom, drijft op een ruige plek in de wereld. Gerund door wetenschappers en werk­gever van tachtig rivierbewoners. Afgelopen jaar bezochten 800 ­gasten de lodge, natuurliefhebbers en sportvissers. In 2022 draagt het Mamirauà Instituut de lodge over aan de lokale gemeenschap.

Stinkvogel en brulaap

Wandelen door het Amazone­woud gaat als volgt: je loopt behoedzaam en geluidloos over een kronkelpad en om de 100 meter sta je stil om omhoog te ­kijken. Gids Hilson fluistert: “Daar een brulaap, daar een hoatzin (stinkvogel, red.), en kijk, een luiaard.” We zien steeds niks, totdat we de verrekijker pakken. Af en toe begint een groep brulapen te ­brullen. Een doodeng geluid. Alsof een zombieleger op je af komt ­rennen. Tussen april en mei kun je per kano onder de boomtoppen ­doorglijden en zie je meer dieren. Inclusief jaguars die zelfs hun welpen grootbrengen in een boom.

Het voordeel van een lodge vol wetenschappers: die organiseren geen slap rondje om je bungalow. Liever nemen ze je een hele dag mee, in bootjes of te voet, om je de raarste beesten en planten aan te wijzen. Na het eten volgt nog een presentatie over de toestand van de Amazone of over de verspreiding van de jaguar. Wil je meer weten over één dier? Dan bellen ze even een collega om je morgen mee te nemen.

Dus stappen we aan boord bij Lucas Spinelli, een zachtaardige student uit São Paulo die onderzoek doet naar de boto, de roze rivierdolfijn ook wel orinoco genoemd. Een raar, prehistorisch beest met een hoog voorhoofd en een lange bek. Met vertedering in zijn stem: “De enige dolfijn die zijn nek kan draaien en voorwerpen meeneemt. Hij is nogal chubby en kan achteruit zwemmen dankzij zijn buitenformaat zijvinnen.” Hun dunne huid voelt volgens Spinelli aan als een gebarsten eierschaal.

De raarste dolfijn ter wereld: de boto.Beeld Shutterstock

Een dag op stap met een boto-onderzoeker is een nederig makende ervaring. Het onderzoeksstation blijkt een drijvende hut met stapelbed, kookhoek, ­computers en zelfgemaakte fitness­apparaten. Spinelli: “We zitten zeven uur per dag in een bootje en daarna analyseren we de gemaakte foto’s.” Zwemmen of wandelen is te gevaarlijk. Eerste vraag van de onderzoeker: “Hebben jullie ­misschien sigaretten? Ik zit al maanden zonder.”

Samen dobberen we op spiegelend water omringd door lichtgroene grasvelden, of draaien alle kanten op als twee grote rivieren samenvloeien. Overal duiken boto’s op om te ademen. Spinelli maakt foto’s en noteert: 9K met kalf, C-3 solitair. Ik maak – ondanks honderd pogingen – drie onscherpe foto’s van een roze glimp in ­modderig water. Triest resultaat na 25 jaar boto-onderzoek: hun aantal loopt terug in de Amazone. Vissers gebruiken de bedreigde dolfijn als goedkoop aas.

Onderzoeker Lucas Spinelli speurt naar boto’s.Beeld Noël van Bemmel

Wie meer wil weten over de Ribeirinhos, klimt aan wal bij het dorpje São José (55 inwoners). Jongetjes gaan uit vissen met een speer op hun schouder, jonge ­vrouwen scharrelen in de moestuin met een baby op hun arm, op een veranda speelt een man met ­paardenstaart gitaar. Naast hem een tamme boskalkoen die de kat wegjaagt. “We hebben van alles een beetje, maar met God erbij is het veel”, zegt keuterboer Raimundo Moraes (52). Tevens dorpsdichter. Hij is trots dat ­bezoekers uit de wereld zijn gemeenschap komen bekijken. En naar zijn liedjes komen luisteren. Wacht, hij haalt ook even zijn bongo erbij, plus een tamboerijn en een synthesizer op batterijen.

Vangen en teruggooien

Het reservaat telt honderdvijftig van zulke dorpen met in totaal zo’n 12.000 inwoners. Het was de ­visionaire primatoloog José Márcio Ayres (1954-2003) die zich al vroeg realiseerde dat je natuur alleen kunt beschermen in samenwerking met de plaatselijke bevolking. Dankzij hem telt Brazilië 36 ‘duurzame ontwikkelingsreservaten’. Een voorbeeld van zijn aanpak: dorpelingen vangen geen bedreigde arapaima’s meer, in ruil voor een deel van de inkomsten uit sportvisserij. Die rijke buitenlanders hebben veel geld over voor een trofeefoto met de meterslange longvis, maar moeten het dier daarna wel weer teruggooien.

Het dorpje São José telt amper 55 inwoners.Beeld Noël van Bemmel

Stroomopwaarts loopt dorpsleider Adriano over een grote zandbank in een rivier. Dwars door een broedplaats van sterns – stap niet op hun eieren – om enkele schildpadnesten aan te wijzen. Natuurlijk wordt de grootste zoetwaterschildpad ter wereld ook bedreigd. “Zie je die scheurtjes in het zand? De eieren zijn uitgekomen, graaf ze maar uit!” In het dorp gooien we de babyschildpadden in grote tanks waar ze worden gevoerd. Adriano: “Daar krijgen we geld voor. We hebben ook een cursus gekregen over wat we moeten ­zeggen tegen buurtgenoten die nog steeds eieren willen rapen.”

Lief beest

De Amazone is warm, plakkerig, en overal stroomt water: een tantaluskwelling. Gastvrouw Lana weet een plek waar volgens dorpelingen geen kaaimannen en piranha’s zwemmen. De rivier is er een kilometer breed. Wel eerst even met stokken in de bodem prikken om eventuele sidderroggen te ­verjagen. Maar dan dobber ik in de Amazone en kan ik eindelijk ­plassen. O, en nog een laatste waarschuwing van Lana: hou je zwembroek aan, want hier leeft dat visje dat in je urinebuis zwemt en zich daarin klemzet.

Kortom; de jaguar is eigenlijk best een lief beest. Veel bezoekers komen speciaal om een dag mee te lopen met jaguaronderzoeker Miguel Monteiro. “Het gaat goed met de jaguar in Mamirauà”, zegt hij, terwijl we een cameraval ­controleren langs een bospad. “Er leven hier zeventien jaguars per 100 vierkante kilometer, normaal is dat één per 100 vierkante kilometer.” De plaatselijke jaguar is volgens hem kleiner en behendiger dan elders. “En vaker zwart.”

Het valt niet mee om een jaguar te vinden in het regenwoud. Daarom voorziet Miguel jaarlijks enkele jaguars van een halsband met radiozender. “Dan kunnen we gasten meenemen om het dier te bekijken.” Helaas liet geen jaguar zich vorig jaar vangen. Dit jaar is een extra kracht aangenomen om die taak voor elkaar te krijgen. Miguel wijst naar zijn jonge collega Marcos. Een goedlachse jongen, die nu even wat onzeker naar de grond kijkt.

In de dorpen langs de rivier groeit het besef dat dit een kostbare, unieke omgeving is.Beeld Noël van Bemmel

Als bioloog concentreert Miguel zich op conflicten tussen mens en jaguar. Hij schat dat bewoners jaarlijks zeventig jaguars doodschieten om hun varkens en honden te beschermen. Mensen zijn zeer ­zelden prooi. Compensatie is­ ­volgens hem geen oplossing. “De Braziliaanse overheid levert hier niet eens onderwijs of zorg, laat staan een compensatieregeling.”

Toch heeft hij goed nieuws: “De populatie is stabiel. En steeds meer dorpelingen begrijpen dat eco­toeristen speciaal voor de jaguar komen, wat weer jobs oplevert als schipper, kok of gids. Onlangs ­vertelde een visser dat hij weer een jaguar had doodgeschoten. Toen viel mij op dat de bewoners van zijn dorp kwaad werden. ‘Waarom?!’, wilden ze weten. Dat vond ik een goed teken.”

Ook naar de Amazone?

De Nederlandse reisorganisatie All for Nature Travel biedt reizen aan naar wilde dieren over de hele wereld. Waaronder een 14-daagse natuurreis door Brazilië, inclusief een verblijf in de Uakari-lodge. Vanaf 3.195 euro, allfornature.nl

Brazilië kleurt momenteel rood op de coronakaart. Stel je reis uit en hou diplomatie.belgium.be in de gaten voor het laatste reisadvies.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234