Woensdag 28/07/2021

ReportageKorte voedselketen

Vuile handen, schone handel: De opmars van voedselbossen en boerenmarkten

Charlot Reynaert en Toon Roosen plukken watermunt aan de rand van de vijver in hun voedselbos.
 Beeld Jens Vanden Abeele
Charlot Reynaert en Toon Roosen plukken watermunt aan de rand van de vijver in hun voedselbos.Beeld Jens Vanden Abeele

Natuurlijk, een tuin moet mooi zijn. Maar als hij ook nog iets opbrengt, is het dubbel zo leuk. Want in deze onzekere tijden trekken we ons eten het liefst zelf uit de grond. Welkom in de wereld van zelfplukboerderijen, boerenmarkten, wildpluktochten, eetbare tuinen en voedselbossen.

“Bedankt voor uw inschrijving. Momenteel staat u op plaats 534 van onze wachtlijst.” U leest het: naar een plekje bij de zelfplukboerderij vlak bij ons huis kunnen we voorlopig fluiten. En met ons 533 anderen. Niet zo verwonderlijk, want de vraag naar lokaal voedsel is ontploft sinds de corona­crisis toesloeg, acht maanden geleden. Nu volle rekken toch niet zo vanzelfsprekend bleken als gedacht, zoekt de bourgondische Belg alternatieve wegen om zijn dagelijkse kost veilig te stellen. Bovendien groeit de achterdocht over en afkeer voor de geglobaliseerde voedselvoorziening. Dit alles (en veel tijd om erover na te denken) drijft ons in de armen van boerenmarkten, boerderijwinkels en ­plukboerderijen. Ook boeren ­sprongen op de kar, want voor hen was rechtstreekse verkoop vaak de enige ­resterende optie toen talloze horecabestellingen wegvielen.

Korte keten for the win, dus. Maar hoe werkt dat precies? Welke opties zijn voorhanden? En moeten we dan de hele winter lang alleen maar kolen en knollen eten? De mogelijkheden zijn legio. Laat ons beginnen met de zelfplukboerderij. Daar betaal je op voorhand een vast bedrag per gezin (op basis van het aantal personen) en kan je het hele jaar zelf gaan oogsten op het land. Afhankelijk van de boer gaat het om fruit (appels, pruimen, bessen), of zelfs snijbloemen. Er zijn ook andere formules zonder abonnement waar je per kilo betaalt. Met andere woorden: je laat de boer het vuile werk doen en jij komt pas ­wanneer het oogstgoed volgroeid is.

De biologische groene asperges van Regalys uit Gingelom in Haspengouw.
 Beeld Tony Le Duc
De biologische groene asperges van Regalys uit Gingelom in Haspengouw.Beeld Tony Le Duc

Sara De Groeve is al vijf jaar lid van de zelfplukboerderij Groente­gem in Lievegem: “Alles wordt er biologisch gekweekt. En de grond wordt niet machinaal bewerkt, maar omgewoeld door varkens. Je kan dag en nacht terecht op de boerderij om te ­plukken, het is dus onmogelijk dat er geknoeid wordt met het eten. Door zelfoogst leerden we met de seizoenen eten. In sommige periodes is het ­aanbod beperkt, maar dat helpt je ­creatief te zijn met wat er wél is. En het zorgt ervoor dat je enorm uitkijkt naar een bepaalde groente.”

Van boer tot bord

Geen tijd of zin om zelf alles uit de grond te trekken? Er zijn ook boeren die groentepakket-abonnementen verkopen. Uw letterknecht van dienst haalt al sinds 2009 trouw haar ­tweewekelijkse box en ontdekte in de tussentijd warmoes (snijbiet), mizuna (mosterdsla) en radicchio (soort witlof). Ja, in de winter is het soms zuchten bij de zoveelste boerenkool. Maar pakweg asperges en pompoenen zijn zoveel smaakvoller dan de exemplaren in de supermarkt, waardoor we die ‘stamppot te véél gauw’ vergeten.

Voor wie meer keuzevrijheid wil en toch lokaal wil kopen, zijn boerderijwinkels en boerenmarkten een uitkomst. “Verser kan niet, vanmorgen stond deze sla nog in mijn hof”, ­verzekerde een gepassioneerde boer ons eens toen we een krop aanwezen. Boerenmarkten vind je in heel Vlaanderen, gewoon even googelen, of kijk verderop in dit artikel. Ook via Voedselteams kun je ­korteketen-aankopen doen.

Een voedselbos met pluktuin en prachtige serre in Berlare, ontworpen door Toon Roosen. Beeld Jens Vanden Abeele
Een voedselbos met pluktuin en prachtige serre in Berlare, ontworpen door Toon Roosen.Beeld Jens Vanden Abeele

Een andere optie is het coöperatief, waarbij je aandelen koopt en dus voor een stukje eigenaar wordt van de boerderij. Dan heb je ook iets te ­zeggen over wat ze verbouwen. Zo is er bijvoorbeeld het pas opgerichte Pomona in het Waasland. De boeren zorgen daar voor ecologisch geteeld voedsel, de consumenten voor een gegarandeerde afname.

Foodfotograaf Tony Le Duc heeft een warm hart voor lokaal eten en startte onlangs de site terroir.be waarop hij artisanale Belgische ­streekproducten bundelt. “Bij chefs en ­foodies zijn die ambachtelijke ­producenten vaak al bekend, maar bij het grote publiek nog niet. Dat wil ik veranderen. Misschien woont de beste wittepensenmaker van België wel bij jou om de hoek maar weet je het niet”, aldus Le Duc. Momenteel staat er een veertigtal producenten online, maar dat zal groeien tot driehonderd: “Terroir.be wil een culinaire gids ­worden. Bij elk product staat nu al vermeld waar het te koop is en er is steeds een recept. Op termijn krijgen alle producenten een geotag, zodat je meteen ziet wat er in de buurt is. Ook leuk als je bijvoorbeeld op vakantie bent. Een webshop staat voorlopig nog niet op de planning, maar dat zou in de toekomst kunnen. We hebben wel al ideeën voor evenementen. Allemaal vanuit het centrale idee: de consument en producent dichter bij elkaar brengen.”

Nóg lokaler is natuurlijk groente kweken in je eigen achtertuin of in een bak op je balkon. Tijdens de ­lockdown beleefde de moestuin ­glorietijden. Toen de tuincentra weer opengingen, was de teelaarde niet aan te slepen. Al die moestuiniers kweken niet alleen groente, maar ook gelukshormoon. Het is bewezen dat wie met aarde werkt, gelukkiger is dan wie dat niet doet. Een halfuurtje wroeten, verlaagt al je stressniveau. In Scandinavië worden tuincursussen zelfs terug­betaald door het ziekenfonds, in Groot-Brittannië schrijven dokters soms een moestuin voor. Hoe vuiler je handen, hoe helderder je hoofd. Het is niet voor niets dat soldaten in WO I ­selder kweekten in hun loopgraven en dat er na de tsunami in Japan een ­tuinierspiek was. Denk aan wat actrice Audrey Hepburn ooit zei: “Wie een tuin aanlegt, gelooft in morgen”.

Uiensoepboom

“Als iedereen drie procent van zijn voedsel uit eigen tuin zou halen, zou dat al een enorme besparing zijn van transport, verpakkings­materiaal, milieubelasting en geld”, aldus Toon Roosen, landschapsarchitect gespecialiseerd in eetbare tuinen en voedselbossen. “Denk aan een bessenstruik of fruitboom in de achtertuin of wat tuinkruiden aan je terras.”

We zitten in een veldambulance, een kantoor op wielen midden in zijn eigen voedselbos: drie hectaren in de Vlaamse Ardennen. Roosen heeft ons zojuist rondgeleid en van alles laten proeven: chocoladebes, berenklauw­zaden, watermunt, blaadjes van de uiensoepboom en lindehaag. De mispels zijn nog niet beurs genoeg. Deze naar appelmoes smakende vruchten eet je namelijk pas als ze een beetje rot zijn. Verderop staan ook nog paddenstoelen.

Wildpluk-etiquette: 5 tips voor beginners

• Pluk enkel als je zeker bent dat je de plant juist geïdentificeerd hebt.

• Pluk alleen wat je nodig hebt en enkel daar waar de plant veelvuldig voorkomt.

• Gebruik de 1/20 regel: voor elke plant die je plukt, laat je er 19 in de buurt staan.

• Pluk nooit in beschermde natuurgebieden.

• Pluk nooit beschermde of zeldzame planten, ook al staan er een heleboel.

• Pluk nooit langs drukke wegen, bermen waar gesproeid wordt of waar je vreest voor bodemverontreiniging, zoals naast een spoorweg.

Wie als leek door Roosens voedselbos loopt, kan niet vermoeden dat je eigenlijk door een supermarkt waart. “Het doel is om de natuur zo goed mogelijk na te bootsen. Dus plant ik aan in zeven verschillende lagen, waaronder bodembedekkers, vaste planten, struiken, bomen en klimplanten. Maar ik kies voor eetbare planten, aangevuld met functionele planten die voedingsstoffen leveren.”

Roosen maakt onderscheid tussen een romantisch voedselbos, zoals hij zelf heeft, en een productievoedselbos. “Daar staat alles netjes in rijtjes zodat je het makkelijk kan oogsten.” Handig voor bijvoorbeeld plukboer­derijen, waarvan Roosen er ook al enkele ontwierp.

Ook een sierwaarde

Wie eens kennis wil maken met zo’n voedselbos, tippen we de Voedselbron in Graauw, niet ver over de grens bij Antwerpen. Ze geven rondleidingen, organiseren aanschuifdiners en je kan er overnachten in een huisje of safaritent. Let op: door corona zijn enkele activiteiten tijdelijk geannuleerd.

Naast voedselbossen legt Roosen ook eetbare tuinen aan. Die ogen meer als een klassieke siertuin en er is minder plek voor nodig. Een voedselbos vraagt minstens een halve hectare. “Veel mensen denken bij een eetbare tuin aan wat fruitbomen met een moestuin, maar het is veel uitgebreider. Zo zet ik eetbare bloemen, kruiden en hagen, zoals linde. Die jonge blaadjes zijn heerlijk in een salade. Ik heb ook planten waarvan je thee kan maken, zoals lievevrouwebedstro. Tot slot horen ook allerhande bessenstruiken en notenbomen hier thuis. Het leuke aan een eetbare tuin is dat die een sierwaarde heeft. Als je niks plukt, is hij mooi om naar te ­kijken. Ook vogels en vlinders hebben er plezier aan.”

Op de webwinkel terroir.be vind je artisanale streekproducten, zoals deze tomaten van de dakmoestuin PAKT in Antwerpen.
 Beeld Tony Le Duc
Op de webwinkel terroir.be vind je artisanale streekproducten, zoals deze tomaten van de dakmoestuin PAKT in Antwerpen.Beeld Tony Le Duc

Wat het verschil is tussen een eetbare tuin en een moestuin, willen we weten. “In een eetbare tuin staan vooral vaste planten die elk jaar terugkomen. In een moestuin zijn dat eenjarigen die je elk jaar opnieuw moet zaaien, dus dat is iets arbeidsintensiever.” Roosen krijgt sinds de lockdown gevoelig meer opdrachten. “We zijn meer waarde gaan hechten aan buitenruimte en lokale voeding. Voor thuiswerkers is het ook leuk om ­tijdens de lunchpauze even in de tuin te werken. Of met de kinderen na schooltijd bessen te plukken, kastanjes te poffen of zelf confituur te maken.” Hij geeft al zijn klanten fiches met informatie over hoe ze de planten kunnen gebruiken, inclusief recepten. Gemaakt door zijn vriendin Charlot Reynaert, wildplukker en herborist in opleiding. “Vanaf het voorjaar loop ik hier rond met mijn schaartje om te zien wat ik kan knippen voor de lunch”, lacht ze. “Het is fantastisch om te ontdekken hoeveel je kan eten en wat je er allemaal mee kan. Zo heeft brandnetel een slecht imago, omdat het prikt. Maar het is van de meest veelzijdige wilde planten die er zijn.”

Boerenwormpraline

Charlot werkt ook een paar dagen per week voor de Gentse coöperatie De Vroente, die drie biologische landbouwbedrijven behelst en ook een groentewinkel uitbaat. “Een boerderijwinkel in de stad”, noemt ze die. Zoveel mogelijk producten komen van hun eigen land. Een beperkt gamma kopen ze aan, zoals citrusfruit. Maar behalve gember en bananen komt alles uit Europa. “Tijdens corona liep het storm in onze winkel. Het was duidelijk dat mensen bezig waren met koken en bewust kozen voor lokale, biologische producten.”

Ook voor wildplukken loopt het storm, vertelt Lieve Galle van Herboristeria. Haar cursussen zijn tot eind 2021 volgeboekt. “Ik voel dat mensen ecologischer willen leven, meer zelfvoorzienend zijn en hun band met voeding proberen te herstellen.” In haar cursussen leer je wilde planten zo goed mogelijk determineren en toepassen in gerechten, cosmetica en medicinale toepassingen. “Wie wildplukt, zal een heel nieuw smakenpalet ontdekken. Je ziet nu ook veel chefs die ermee experimenteren. Vaak een eyeopener, want we zijn die lokale smaken een beetje vergeten. Dat is soms even wennen. Zeker ­bittere smaken vragen wat tijd om ze te leren appreciëren. Maar je kan ook recepten zoeken die de bitterheid counteren. Steek bijvoorbeeld een blaadje van het bittere, maar heel ­aromatische boerenwormkruid in een gedroogde dadel en je proeft een delicate praline”, tipt Galle. Heeft ze nog een leuke tip voor wie deze middag op wandel gaat? “Veel mensen willen het liefst honderd nieuwe planten leren kennen. Maar ik raad vooral aan om eerst de mogelijkheden te verkennen van wat je wèl al kent. Neem nu de brandnetel, die herken je letterlijk met je ogen dicht. En je kan er veel meer mee dan de alom bekende soep. Doe wat blaadjes in de lasagne, door een stoofpotje of op een croque. Het heeft een heel zachte smaak en is net als alle andere groene bladgroenten heel gezond.”

“België heeft dringend meer ­voedselbossen nodig”, pleitte en eco-ondernemer Louis De Jaeger onlangs in een opiniestuk in Knack. “We moeten kijken naar landbouwmethodes die zo weinig mogelijk input vragen en zo veel mogelijk output leveren. Bestaande voedselbossen hebben bewezen dat je zonder water, meststoffen en pesticiden zeer veel eten kan kweken.” Echt iets voor luie ­boeren, dus. Bovendien blijken ze beter bestand tegen extreme droogte en hitte dan klassieke akkerbouw, niet onbelangrijk met de klimaatverandering. Bossen noemt De Jaeger “de meest efficiënte fabrieken ter wereld”, omdat ze van alles tegelijk doen: ze produceren voedsel, vangen fijnstof op, stockeren CO2, zorgen voor betere waterhuishouding en voor meer ­biodiversiteit. Hij besluit: “De beste tijd om een voedselboom te planten was twintig jaar geleden, de tweede beste tijd vandaag.”

Ben Brumagne van Forest To Plate woont in de Franse Ardennen, naast een immens bos waar hij workshops organiseert. 
 Beeld Yuri Andries
Ben Brumagne van Forest To Plate woont in de Franse Ardennen, naast een immens bos waar hij workshops organiseert.Beeld Yuri Andries

In zijn artikel geeft De Jaeger wel toe dat er nog veel geëxperimenteerd moet worden vooraleer voedselbossen op grote schaal eten opleveren. Stichting Voedselbos­bouw Nederland onderneemt momenteel zo’n experiment, onder leiding van Wouter van Eck, de voedselbos­pionier van de Lage Landen. Het gaat om 20 hectare productievoedselbos in Schijndel (een dorp op een uur rijden van Turnhout) dat volledig wordt gefinancierd door investeerders. Het doel: binnen tien jaar deze producten in de supermarkt krijgen. Daarvoor experimenteren ze met machinale oogst, want met handmatige pluk wordt het nooit rendabel. “In een romantisch voedselbos vind je tot wel 400 verschillende soorten, maar als je echt rendabel wil zijn, moet dat naar een 20 of 30-tal ­soorten”, analyseert Ben Brumagne. Hij is oprichter van Forest To Plate en organiseert vanuit zijn domein in Vireux-Molhain, op de grens tussen België en Frankrijk, workshops rond eetbare wilde planten en padden­stoelen.

geen korrels maar eend

Brumagne runt samen met Louis De Jaeger de vzw Food Forest Institute, een organisatie die grootschalige voedselbossen wil implementeren. Het duo lanceerde begin oktober ook ‘The Biggest Tree Plant’: de grootste boomplantactie ooit in Vlaanderen. Ze roepen iedereen op om bomen te planten of cadeau te doen. De Vlaamse overheid zelf heeft 3,3 miljoen euro uitgetrokken om de komende jaren 10.000 hectare bos te planten. Brumagne: “Vlaanderen wil meer natuur en dus meer bomen. Plus: er moet meer voedsel geproduceerd worden. Het is niet meer dan logisch dat die twee zaken gecombineerd gaan worden. Ik zie veel ­toekomst voor voedselbossen in de openbare ruimte. Gemeentes kunnen bijvoorbeeld hoogstamboomgaarden aanleggen zodat inwoners zelf appels kunnen komen plukken.”

Drie aardappelboeren uit Namen begonnen samen het artisanale chipsmerk 'Les Chips de Lucien'.  Beeld Tony Le Duc
Drie aardappelboeren uit Namen begonnen samen het artisanale chipsmerk 'Les Chips de Lucien'.Beeld Tony Le Duc

Voedselbossen zijn onderdeel van de permacultuur-filosofie. Kort gezegd: tuinieren in harmonie met de natuur, dus met zelfgemaakte compost en zonder pesticiden, grasmaaiers of strakke rijtjes wortels. Zo’n tuin is onderhoudsarm, maar ook wat wilder dan gemiddeld. Je kan trouwens ook permatuinieren op een balkon.

We bellen met een enthousiaste adept Louise Osieka. Zij verhuisde in februari van Brussel naar haar geboortestad Genk, waar ze een huis met een grote tuin kocht. In de lockdown verpopte ze tot hardnekkige moestuinier en permacultuuraanhanger. “Een voorbeeld: stel, je hebt last van slakken. In plaats van korrels te strooien, moet je een eend uitzetten die alle slakken opeet. Die filosofie kan je toepassen op je tuin, maar ook gemakkelijk extrapoleren naar de rest van je leven.” Osieka is ook herborist en hobby­kok. Op haar Instagram-profiel @louise_lamandragola lees je haar moestuinrecepten, zoals aardappelpuree met kleefkruid. Denk de volgende keer dus maar twee keer na voordat u dat ‘onkruid’ probeert te verdelgen.

Meer weten?

Toon Roosen: roosenlandscape.be

Lieve Galle: kruidencursus.com

Louis De Jaeger: commensalist.com

Voedselbos experiment: voedselbosschijndel.nl

Ben Brumagne: foresttoplate.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234