Donderdag 09/12/2021

InterviewStine Jensen

Verhelp faalangst met filosoof Stine Jensen: ‘Leer de moed hebben om iets op het spel te zetten’

null Beeld Joris Casaer
Beeld Joris Casaer

Beter leven: hoe doe je dat? Elke week praten we met een coach die, althans in zijn of haar vakgebied, weet hoe het moet. Filosofe Stine Jensen (49) leert ons hoe we af raken van de toenemende prestatiedruk. ‘Las wekelijks één faaldag in waarop alles mag mislukken.

Op Facebook bots je op talloze spectaculaire vakantiefoto’s. Op Instagram showt iedereen zijn hipste terug-naar-school- of #backtowork-outfits. En ondertussen vraag je jezelf af hoe je op LinkedIn kan verdoezelen dat je niet terug naar kantoor gaat omdat je een dringende werkpauze inlast.

Nu je ‘successen’ permanent etaleren even levensnoodzakelijk lijkt als ademen, is de angst groter dan ooit om mislukkingen in de ogen te kijken of toe te geven. Gevolg: meer mensen voelen faalangst en bezwijken onder de druk om de perfecte dit en de perfecte dat te zijn. En falen doet nog eens extra pijn omdat iedereen in het spiegelpaleis van de sociale media wel perfect in al die ditjes en datjes lijkt te slagen.

Die funeste kringloop moeten we dringend doorbreken, vindt de Nederlands-Deense filosoof Stine Jensen (49). Want falen is onvermijdelijk. Dat krampachtig proberen te vermijden, daar word je doodmoe en ongelukkig van. Om het goede voorbeeld te geven, stelde Jensen haar eigen ‘faal-cv’ op, met daarin afgewezen artikelen, slechte recensies, een afgebroken academische loopbaan. Ook in haar recent verschenen boek Faalmoed, een bundel columns, pleit ze voor meer ruimte om fouten te mogen maken.

null Beeld Joris Casaer
Beeld Joris Casaer

U bent een gevierd filosoof die boeken schreef over liegen, opvoeding en goeroes. Hoe bent u in falen als thema geïnteresseerd geraakt?

“Als helft van een eeneiige tweeling. Wij schaakten en mijn zus won altijd de eerste prijs en ik het zilver. Uiteraard vergeleek ik mezelf met haar. Zij was de toppresteerder. Ik ontdekte wel functioneel falen. Net niet winnen, leverde me toen een boekenbon van wel 25 gulden op, want in de Nederlandse cultuur krijgen verliezers een troostprijs. Professioneel ben ik als filosoof altijd bezig geweest met wat niet lukt. Dat is voor mij het startpunt van het denken. Mijn boeken zijn dan ook zelden recepten met tips om te slagen.”

Wat is faalmoed?

“Het tegendeel van faalangst. De moed hebben eens iets op het spel te zetten, ook al is er een kans dat het misloopt. De Deense filosoof Sören Kierkegaard zei: ‘Durven is je evenwicht verliezen, niet durven is jezelf verliezen.’ Dat is heel erg waar. Stel dat je verliefd bent op iemand of heel graag een bepaalde reis wil maken maar je onderneemt niets, uit angst voor mislukking, dan zul je nooit weten wat het was geworden. ‘Faalmoed’ geeft je leven speelsheid en pit.”

Hoe kun je ‘faalmoediger’ worden?

“Ik raad iedereen aan om één dag in de week niet in het teken te stellen van prestaties, maar van experiment dat mag mislukken. Dat hoeft niet per se spectaculair te zijn. Geef jezelf speels de ruimte om iets te zeggen of te doen waar je eigenlijk koudwatervrees voor hebt. Maak bijvoorbeeld toch eens dat praatje met die buurman. Wie weet valt dat volledig verkeerd, wie weet wordt het heel erg leuk.”

Eigenlijk zegt u: overschrijd eens een grens?

“Inderdaad. Daar raakt u een groot filosofisch thema, want we worden om de oren geslagen met de boodschap dat we onze grenzen moeten aangeven op het werk, in relaties, in bed. Dat is ook waar. Maar je leeft niet en je leert niet leven door altijd angstvallig perfectie na te streven en ieder risico op mislukken te mijden.”

Presteren draait toch ook om grenzen verleggen?

“Ja, maar faalmoed staat niet in het teken van een prestatie. Het idee van één dag faalmoed in de week haal ik bij het Deense toprestaurant Noma. Daar was het personeel zo op door de constante druk dat ze één avond inlasten waarop alles kon en mocht. Dat bleek bijzonder deugddoend. Al is het ironisch dat net daaruit dan weer creaties kwamen die zo super waren, dat het op den duur ook weer een race naar perfectie werd.”

Waarom hebben we meer dan ooit nood aan faalmoed?

“Omdat we zoveel faalangst kennen. Nu velen leven zonder religie, is de mythe heel sterk gaan leven dat we ons lot volledig zelf in de hand hebben. De druk op het individu om te slagen is zo veel groter geworden. De komst van sociale media doet daar nog een schep bovenop. Je moet je laten zien, je moet posten. Het draait allemaal om perfecte plaatjes en prestaties tentoonstellen. Dat doet angst en basis­onzekerheid ontstaan. Ben ik wel leuk genoeg? Heb ik wel genoeg te bieden? Die zoektocht is eindeloos, want net zoals er altijd weer een nieuw iPhone uitkomt, is er altijd weer een nieuwe update van jezelf mogelijk.”

Sociale media dumpen dan maar?

“Ze volledig bannen is heel lastig. Zelfs mensen die pauzes nemen, komen altijd terug. We werken ook steeds meer met technologie. Mijn dochter is elf en ze heeft nu wel een smartphone omdat ze naar de middelbare school gaat. Ze heeft die nodig voor de schoolse activiteiten. Ik zie dat ze redelijk mediawijs is, maar ze grijpt wel altijd naar het scherm. De zuigkracht is enorm.

“Maar je moet er een weg in vinden, want je kunt niet om sociale media heen. Er zijn wel allerlei adviezen over digi-diëten en detoxen zoals je apps uitschakelen wanneer je werkt of slaapt, of ze van je telefoon halen in je vakantie. Veel daarvan is nuttig. Ik probeer zelf alert te zijn op wat ik ‘een gat in je ziel’ of een ‘koude depressie’ noem. Dat is wanneer je de hele tijd alleen maar oppervlakkige content consumeert, waardoor je murw wordt en geen contact meer hebt met je gevoel, je lichaam, je omgeving.”

Hoe kom je zo’n koude depressie te boven?

“Door terug naar je lichaam te keren en echt contact te hebben met anderen. Het is geen toeval dat yoga en meditatie zo in de lift zitten. Het is ook wat ik mijn dochter meegeef. Ze gaat al van jongsaf mee naar yoga- en meditatiesessies voor kinderen. Dat is een erg sterke basis om op terug te vallen.”

Kunnen we kinderen afschermen van te zware prestatiedruk?

“Moeilijk. Al van jongsaf is er een batterij aan toetsen en tests en doelen, veel meer dan toen ik opgroeide. Er zijn wel alternatieve scholen die kinderen volledig vrij laten. Maar dat is mij te veel van het andere uiterste. Ik wil ook dat mijn dochter discipline en werkijver meekrijgt. Dus nu zit ze op een school waar de ouders heel snel zicht krijgen op resultaten. We zitten er als waakhonden bovenop. Dat past in de trend van de helikopterouder die alle mogelijkheden tot falen angstvallig wil weghalen. Als je kind maar niet struikelt. Maar een kind moet struikelen. Dat hoort bij opgroeien.”

Stine Jensen: ‘Vrouwen leggen vaker de schuld voor falen bij zichzelf, terwijl mannen die meer buiten zichzelf leggen. Dat laatste is gezonder.’ 
 Beeld Joris Casaer
Stine Jensen: ‘Vrouwen leggen vaker de schuld voor falen bij zichzelf, terwijl mannen die meer buiten zichzelf leggen. Dat laatste is gezonder.’Beeld Joris Casaer

Ook opvoeden zelf is aan prestatiedruk onderhevig.

“Dat komt omdat we op een breukvlak zitten. Na een heel autoritair opvoedingsmodel in de jaren vijftig en zestig en een heel vrij model in de jaren zeventig, zoeken we nu weer wat meer de autoriteit op. Concreet betekent het de hele tijd schipperen, zoals ik in mijn boek De opvoeders met (collega-filosoof, BDB) Frank Meester beschrijf. ‘Ben ik wel streng genoeg? Ben ik niet te streng?’ Maar dat getob is positief, want beide polen zijn waardevol. Je moet alleen per situatie uitvissen wat het meest aangewezen is. Dat schipperend opvoeden en altijd die afwegingen maken is lastig, maar wel zinvol.”

Is het belangrijk om te zien dat zowel succes als falen ook te maken hebben met toeval en soms minder bij onszelf liggen dan we denken?

“Ja en nee, want je wil wel dat mensen verantwoordelijkheid blijven nemen voor een bepaald soort falen waarbij ze doelbewust bijvoorbeeld misbruik maakten van een machtspositie. Maar een van de belangrijkste lessen die ik over falen geleerd heb komt uit de oosterse filosofie en luidt dat je moet proberen om jezelf niet compleet te identificeren met je succes, noch met je falen. Dat wapent je tegen faalangst en prestatiedruk, maar het is heel moeilijk. De neiging om samen te vallen met het mooie plaatje dat je ophangt op sociale media is groot. Omgekeerd piekeren we ons suf over die ene rotopmerking terwijl we nauwelijks stilstaan bij die tien complimenten.”

Heeft u nog lessen in falen geleerd?

“Een tweede belangrijke les komt ook uit de oosterse filosofie en ze is ook moeilijk, namelijk leren zijn met wat er is. Dat wil zeggen dat je je pijn, je falen niet wegstopt of verhult, maar dat je het aankijkt, onderzoekt.”

Is het dan interessant?

“Jazeker. Falen is niet mislukken of stuntelen. Het doet echt pijn en je deelt het liever niet met anderen. Maar het interessante is dat het altijd een norm onthult. Je faalt tegenover iets of iemand. In de politiek zijn deugdelijk en ethisch gedrag en ook charisma criteria waarop je slaagt of faalt. In de sport faal je als je niet wint. Tegenover jezelf faal je wanneer je niet in overeenstemming met je zelfbeeld handelt. Dan is het leerrijk om na te gaan hoe hoog de lat ligt die je voor jezelf legt, en waar die verwachtingen waar je van jezelf moet aan voldoen vandaan komen. Zo toont onderzoek dat vrouwen vaker de neiging hebben de schuld voor falen bij zichzelf te leggen, terwijl mannen die meer buiten zichzelf leggen. Dat laatste is eigenlijk gezonder.”

Uitkomen voor mislukkingen zit nu wel in de lift. De hashtag #iquitmyjob is een trend in de VS en recent toonde turnster Simone Biles dat zelfs olympiërs feilbaar zijn.

“Wat Biles deed, vraagt echt faalmoed. In Nederland zijn er ook een paar politici die onderuit gingen en die uit de ‘burn-outfabriek’ van de nationale politiek stapten. Deze verhalen leggen systemen bloot die te hoge eisen stellen en niet meer menselijk zijn. We hebben niet alleen rolmodellen nodig voor topprestaties, maar ook voor hoe te leven, hoe afstand te nemen van het presteren. Dat zorgt voor herkenning en is louterend.”

Er zijn nu zelfs faalfestivals ?

(lacht) “Ja, ik trad eens op op zo’n show. Dat kan bevrijdend zijn, maar grenst al snel aan entertainment waar geld mee verdiend wordt. En het wordt ook weer een prestatie want je gaat je leukste faalverhalen vertellen.”

De beroemde passage van Samuel Beckett over falen, ‘Ever tried. Ever failed. No matter. Try again. Fail again. Fail better’ is tegenwoordig een leuze van coaches die falen zien als startpunt richting nieuw succes. Hoewel Beckett niet bepaald over verbetertrajecten schreef.

(lacht) “Ook ‘Never waste a good crisis’ (van Winston Churchill, BDB) is zo’n uit de context gerukt zinnetje dat daarvoor wordt gebruikt. Vooral in de sterke winnaarscultuur in de VS wordt falen omarmd als tussenstop op weg naar de topprestatie. Dat is kwalijk. Want dan sla je het verdriet en het zelfonderzoek over en wordt het falen weer ingekapseld in de prestatiecultuur. Het moet dan per se iets opleveren. Dat zet opnieuw erg veel druk en het is een illusie. Falen eindigt zeker niet altijd in een hoeraverhaal.”

Stine Jensen: ‘We piekeren ons suf  over die ene rotopmerking terwijl we nauwelijks stilstaan bij die tien complimenten’ Beeld Joris Casaer
Stine Jensen: ‘We piekeren ons suf over die ene rotopmerking terwijl we nauwelijks stilstaan bij die tien complimenten’Beeld Joris Casaer

Hoe kijkt u naar de steeds grotere groep mensen die met burn-out kampen?

“Dat er dat steeds meer zijn, toont dat er iets heel erg hapert in het werksysteem. Het lichaam wordt ziek. Dat is een enorm signaal voor de samenleving. Aanpassingen in dat systeem zijn nodig. Meer werkkrachten op onderbemande werkplekken, bijvoorbeeld. Duidelijke afspraken over niet moeten werken in privétijd. Of iets als echtscheidingsverlof. Tijdens ontwrichtende gebeurtenissen in je leven zou je even uit de ratrace moeten kunnen stappen.”

Het ligt niet aan de mens maar aan het systeem?

“Dat is een valse tegenstelling. Je kunt als individu het neoliberale kapitalisme niet omverwerpen. Maar als jij beter leert wat jouw grenzen zijn en leert luisteren naar je lichaam, verandert dat ook voor een stuk het systeem waarin je werkt. Een opgedraaide werknemer die yoga gaat doen, zal op den duur anders naar het werk komen. Rustiger, meer in staat om niet in het rood te gaan. Dat heeft impact op die werkvloer. Gewoontes en je eigen aanleg en aard aanpassen, is wel lastig. Het vergt reflectie en doorgaans kan wat hulp van een goede coach dan geen kwaad.

“Maar beide zijn dus van belang. Een coaching stress­management biedt je de handvaten om het systeem meer de baas te blijven en er af en toe uit te stappen. Tegelijkertijd zijn die aanpassingen aan het systeem essentieel. Maar het individu heeft meer macht dan we soms denken. Kijk naar #MeToo. Dat is ook begonnen met één getuigenis en werd via de sociale media een erg invloedrijk collectief. #Meer­Arbeidskrachten of #WegMetOveruren kunnen perfect ook hashtags met impact worden.”

Vijf tips om faalmoediger te worden

1. Stel je eigen faal-cv op

Het idee komt van psychologieprofessor Johannes Haushofers (Princeton). Hij vindt het cruciaal dat we inzien dat zelfs toppers allerlei mislukkingen hebben meegemaakt. “Alleen de successen zijn zichtbaar, maar het meeste van wat ik probeer mislukt” , schrijft Haushofers. Het werd een hit. “Door dat op papier te zetten en het verhaal voor jezelf te vertellen, leer je dat falen niet per se rampzalig is. Je ontdekt ook waarom jij iets als falen ziet”, zegt Stine Jensen.

2. omarm de onzekerheid

“Uiteindelijk moeten we misschien gewoon helemaal stoppen met denken in termen als falen en succes”, zegt Jensen in de Nederlandse krant Trouw. “Je hoeft niet overal een oordeel over te hebben of altijd een sticker op iets te plakken. Omarm de onzekerheid. Bij het leven hoort kwetsbaarheid. De coronacrisis heeft ons met de neus op de feiten gedrukt. We zijn allemaal onzeker en iedereen maakt fouten. Zoals de psycholoog Adam Philips zegt: ‘Wat we hopelijk zullen leren van onze fouten, is dat we fouten zullen blijven maken.’”

3. Las één faaldag per week in

In faalangstige tijden is het volgens Jensen goed om ons één dag per week een faaldag te gunnen, een dag waarop alles mis mag gaan. Jezelf de ruimte geven om eens iets te proberen dat niet per se moet lukken. Dat zijn we verleerd.”

4. Wees je eigen trooster

“Er is geen sluitend recept om te leren falen omdat iedereen andere normen heeft”, zegt Jensen. “De ene vindt een verspreking in een tv-optreden falen, de andere niet. Maar het is altijd goed als iemand zegt: ‘Zo erg is het niet’. Toen ik een slechte recensie kreeg, voelde ik me enorm gefaald, maar een vriendin zei: ‘Ondertussen is in dat krantenpapier de vis alweer verpakt’. En inderdaad. Na twee weken was dat rotte gevoel echt weg. Vriendelijk zijn als anderen falen en hen helpen om te relativeren is iets wat je ook voor jezelf kunt opbrengen.”

5. Verbind met je lichaam

“Faalangst en prestatiedruk gaan hand in hand. Als je dat lange tijd te ver doordrijft, is de kans groot dat je vervreemd raakt van je lichaam en je gevoelens. En dat je lichaam op den duur gaat tegensputteren. Door meer bezig te zijn met je lichaam, bijvoorbeeld door te sporten, en door af en toe te checken hoe het met je lijf gesteld is, vermijd je volledig opgezogen te raken door prestatiedruk, faalangst en sociale media.”

Faalmoed en andere filosofische overdenkingen door Stine Jensen, is uitgegeven bij Pepper Books, 208 p’s, 19 euro. Meer info op stinejensen.nl

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234