Dinsdag 05/07/2022

AchtergrondVerhuizen op latere leeftijd

‘Twee containers vol spullen wegdoen was het zwaarste’: steeds meer 50-plussers gaan kleiner wonen

Guido Vandamme en Thérèse Devoldere in hun appartement in Nevele. Beeld Wouter Van Vooren
Guido Vandamme en Thérèse Devoldere in hun appartement in Nevele.Beeld Wouter Van Vooren

Waarom zou je lege kamers blijven poetsen als de kinderen uit huis zijn? Steeds meer vijftigplussers lonken naar een kleinere woning, met meer comfort en een lagere energiefactuur. ‘Twee containers vol spullen wegdoen was de zwaarste oefening.’

Michiel Martin

“25 november 2020.” Guido Vandamme (66) hoeft er nog geen seconde over na te denken. Die dag zwaaiden hij en zijn vrouw Thérèse Devoldere (67) het huis vaarwel waar ze 38 jaar van hun leven hebben gespendeerd. Het idee bestond al een tijdje. “Het was gewoon veel te groot geworden voor ons, toen onze kinderen het huis uit waren. Te veel ramen om te wassen en te veel ruimtes om te verwarmen.” Een nieuwe knie voor zijn vrouw gaf het laatste zetje, want plots was er ook nog die vervloekte trap.

Dus werd de typische halfopen bebouwing in een verkavelingswijk buiten Torhout – “twee verdiepen hoog, vier slaapkamers en een gemiddelde tuin” – ingewisseld voor een appartement in de dorpskern van Nevele. De vierkante meters net niet gehalveerd.

Je zou het de diepgewortelde West-Vlaming niet nageven, maar hij is sindsdien niet één keer langs zijn oude huis op inspectie geweest om te kijken of de tuin wel goed wordt onderhouden. “Natuurlijk is die eerste stap moeilijk. Ik ken de hele buurt, heb er mijn kinderen zien opgroeien. Maar ik denk er eigenlijk niet meer aan”, zegt Vandamme, die enkel een aaneenrijging van winsten ziet. “Alles aan ons appartement is nieuw, dus de energiefactuur is gekelderd. De bakker, de terrasjes en de kinesist zijn op fiets- of wandelafstand. En we wonen nu een pak dichter bij onze kinderen en kleinkinderen.”

Vraag het de gemiddelde vastgoedmakelaar en die zal meteen het woord ‘trend’ uit de hoed toveren. Volgens een recente iVox-bevraging, in opdracht van Hillewaere Vastgoed, zouden vier op de tien Vlaamse vijftigplussers plannen om nog voor het pensioen te verhuizen naar een kleinere woning die al op maat is van een oude dag.

De ‘slimfitgeneratie’, plakte vastgoedeconoom Frank Vastmans (KU Leuven) daar al een label op. Het argumentenpalet van Vandamme valt in vele gevallen te copy-pasten – meer comfort, minder kosten – al speelt er ook een stukje sentiment: niet zelden zagen ze hun eigen ouders krampachtig vastklampen aan een woning, tot het bittere eind.

Het is een vreemde kronkel waar Belgen kampioen in zijn: groter wonen bij een veranderende gezinssituatie is de logica zelve, maar kleiner wonen? Dan heerst (letterlijk) een over-mijn-lijkmentaliteit. De onderbezetting, een indicator voor huizen met lege kamers, is nergens in Europa groter dan in België. Al daalde het cijfer in de periode 2014-2019 wel van 72 procent naar 59 procent, toont de EU-SILC-enquête. Gemiddeld neemt één Vlaming nu 41 m² bewoonbare oppervlakte in, tegenover 53 m² twintig jaar geleden.

Die kentering is logisch, zegt professor ruimtelijke planning Tom Coppens (UAntwerpen). “De typische huizen die zijn gebouwd in de naoorlogse periode, vooral afgestemd op grote gezinnen, matchen niet meer met de huidige demografie. Het gros van de gezinnen gaat in de toekomst uit één of twee personen bestaan.”

Stadskernen

De vastgoedmarkt speelt daar de laatste decennia gretig op in met een steile verappartementisering, zowel in dorps- als in stadskernen. Een verhuis van groot naar klein hoeft namelijk niet altijd – zoals vaak gedacht – een beweging van de groene rand naar stadscentrum in te houden. Je kan ook, zoals Danny Lievens (64) en Kris Detollenaere (66), van de Brugse Poort in Gent naar het landelijke Olsene trekken.

Danny Lievens en Kris Detollenaere trokken van de Brugse Poort in Gent naar het landelijke Olsene.  Beeld Wouter Van Vooren
Danny Lievens en Kris Detollenaere trokken van de Brugse Poort in Gent naar het landelijke Olsene.Beeld Wouter Van Vooren

Dichter bij kinderen en kleinkinderen, vandaar de keuze voor locatie. “Maar ook qua isolatienormen en luxe zijn we van de 19de naar de 21ste eeuw gekatapulteerd”, zegt Lievens. Nogal letterlijk: hun vroegere herenhuis in de Bevrijdingslaan had als bouwjaar 1898, het nieuwe 2020. Hij zou zo aan de slag kunnen als appartementverkoper: “Maximum comfort for minimum effort”, zegt hij trots.

Bij de wederhelft klinkt veel meer vertwijfeling. Tegelijk met pensioen gaan en verhuizen bleek van het goede te veel. “Ik begrijp dat het voor ons verbruik een goede zet is, maar voor mij komt dit vijf jaar te vroeg.” Ze is geboren en getogen in diezelfde Bevrijdingslaan, en mist ‘haar’ stad toch een beetje. “Je vergelijkt ook altijd een beetje met wat je vroeger had: een toilet hoeft geen balzaal te zijn, maar het is nu toch wel erg klein. En een extra bergruimte blijft handig.”

Groene vingers

Op één lijn zitten blijkt lang niet altijd evident. Klassiek is het wel meestal sleuren bij de man, die zijn groene vingers niet wil amputeren, terwijl de vrouw al droomt van de 15-minuten-stad. Dat vrouwen het voortouw nemen, blijkt ook uit de enquête van Hillewaere Vastgoed.

Zo ging het bij Lieve Van Vlierberghe (72), die de akkers van Sint-Gillis-Waas in een vingerknip had ingeruild voor uitstapjes naar de Gentse opera. Het zaadje, geplant door dochterlief, die als docent sociaal werk sterk bezig is met vergrijzing, groeide echter een pak trager bij haar man. Na veel vijven en zessen verhuisden ze in 2017 naar een appartement dichtbij Gent-Dampoort. “Voor hem was het een openbaring: door zijn artrose was werken in de tuin toch geen optie meer”, zegt Van Vlierberghe. “De aanpassing was vooral voor mij erg groot.”

Intussen amuseert ze zich in haar nieuwe habitat, maar dat was de eerste zes maanden lang niet altijd het geval. “Plots was gans mijn vriendenkring, mijn oude buurt, zo’n vijftig kilometer van mij verwijderd. Dat heeft me meer gepakt dan ik ooit had kunnen vermoeden.”

Jean-Luc Dehaene

Luc Van de Ven, ouderenpsycholoog in het Universitair Psychiatrisch Centrum van de KU Leuven, staat er niet van te kijken. “Comfortabeler, kleiner, dichter bij het centrum, dat zijn allemaal argumenten die heel logisch klinken. Maar ondanks tal van gebreken, blijken oudere mensen erg gehecht aan ‘hun’ plaats en uitzicht. Ze hebben er hun kinderen zien groot worden, hebben die bakstenen soms met eigen handen op elkaar gemetst. Dat sentiment staat heel ver van de feitelijke realiteit.”

“De meeste Vlamingen hebben goed geluisterd naar Jean-Luc Dehaene: je moet een probleem pas oplossen als het zich stelt”, zegt Van de Ven, die begrip toont voor die houding. “Waarom zou je een tuin opgeven als je nog steeds goesting hebt om in je moestuin te duiken en je eigen groenten te oogsten? Daar zit ook een grote waarde in.”

Mensen zolang mogelijk thuis laten wonen is zelfs een expliciet beleidsvoornemen in Vlaanderen, al drie legislaturen vervat in het motto ‘aging in place’. De keerzijde daarvan, aldus Van de Ven: mensen verlaten hun huis pas wanneer het lichaam niet meer mee wil, waardoor ze diverse verlieservaringen op één moment doormaken. Een enkeltje richting serviceflat of rusthuis is dan nog het enige alternatief.

Fermette in niemandsland

En terwijl ouderen vasthouden aan een fermette in niemandsland, loopt de maatschappelijke kost op. “Als we aan versnippering denken, gaat het vaak over verharding of extra kilometers riolering. Maar ook vergrijzing is een belangrijk aspect”, zegt onderzoekster Emma Volckaert (KU Leuven), die heel wat gesprekken voerde met zestigplussers over hun woonwensen.

Er is enerzijds het zorgplaatje: Vlaamse thuisverpleegkundigen rijden volgens een ruwe schatting dagelijks vijftien keer de wereld rond (!), een krachttoer die mede te danken is aan het amalgaam autootjes van het Wit-Gele Kruis of Bond Moyson die kriskras door elkaar rijden. “Maar er is ook zeer veel vereenzaming”, zegt Volckaert over de vele huizen die ongeschikt zijn voor immobiele mensen. “Tien kilometer naar de winkel moeten is al een drempel, laat staan dat je met een rollator over het trottoir moet geraken dat schots en scheef ligt. Op den duur zien deze mensen enkel nog hun zoon of dochter, of de thuishulp.”

Maatschappelijk gezien is het dus wenselijk dat we op latere leeftijd geconcentreerder en kleiner gaan wonen – het devies dat ex-Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck ooit tot vervelens toe herhaalde. Indien goed afgestemd, kan het misschien zelfs een deelantwoord zijn op de wooncrisis: als ouderen massaal kleiner gaan wonen, komt er ruimte vrij voor gezinnen die daar nu wanhopig naar zoeken. In het huis van Guido Vandamme woont nu een gezin met drie kinderen.

“Al komen zij dan natuurlijk wel voor een ingrijpende renovatie te staan”, zegt Tom Coppens, nog los van het feit dat fermettes vandaag niet erg modieus zijn. En ruimtelijk biedt het ook geen antwoord, want zo blijven we teren op opritten met twee gezinswagens.

’t Gesticht

Die evolutie naar kleiner wonen lijkt zich dus door te zetten, al fronst Volckaert toch de wenkbrauwen bij het woord trend. “De grote constante in de gesprekken die ik voerde, is dat mensen bijzonder weinig nadenken over alternatieven voor hun oude dag”, zegt ze. Dat komt vooral omdat ze de alternatieven niet zien. Veel ouderen vrezen dat ze sowieso in een ‘rusthuis’ zullen belanden als ze hun woning verlaten. Een term die voorbijgestreefd is, maar in streken zoals de Westhoek doen ze daar zelfs een schepje bovenop, weet Volckaert. “Daar zijn ze bang om naar ‘’t gesticht’ te moeten.”

Die vrees is niet eens zo onterecht, voor een meerderheid is er simpelweg geen geschikt alternatief. De verappartementisering is vooral een product voor kapitaalkrachtige senioren, bij nieuwbouw gaat het toch al snel over meer dan 400.000 euro. Een grote groep mensen ben je dan al kwijt. “En hippe alternatieven zoals cohousing of kangoeroewonen zijn al helemaal een nicheproduct”, zegt Volckaert.

Een nicheproduct dat wel tegemoet kan komen aan een resem (drog)redenen die ouderen vaak aanhalen in haar gesprekken. Zo blijkt het opgeven van ruimte om de hele familie te ontvangen of om kinderen te slaap te leggen – al gebeurt dat maar één keer per jaar – een knelpunt. Zo stelt Bernard Bekaert (55), die recent kleiner ging wonen in Scherpenheuvel: “Psychologisch is het wel een stap, omdat er voor de kinderen nu meer geplan en geregel is om tot bij ons te komen. En ze kunnen niet meer blijven logeren. Voor mijn vrouw voelde dat als het doorknippen van een navelstreng.”

Verlieservaring

Het is een verlieservaring die minder doorweegt bij Pierre Laoureux (62) en Lucrèce Vervaeke (66), een aantal weken geleden ingetrokken in een nieuwe cohousing project aan Gent-Dampoort. Ze zijn van 250 vierkante meter naar ongeveer 98 vierkante meter gegaan, maar Vervaeke kan haar groene vingers in de gemeenschappelijke tuin botvieren terwijl Laoureux in het atelier een kast herstelt. “En onze buren organiseerden hier al een familiefeest met vijftig mensen.”

Pierre Laoureux en Lucrèce Vervaeke in hun nieuw appartement in Gent.  Beeld Wouter Van Vooren
Pierre Laoureux en Lucrèce Vervaeke in hun nieuw appartement in Gent.Beeld Wouter Van Vooren

Het is een weloverwogen toekomstkeuze. In de bewonersgroep zitten ook jonge gezinnen, wat een win-win kan zijn: de ouderen die af en toe voor oppas spelen, terwijl de jonge gezinnen eens een bak spuitwater binnensteken. En een aftakelproces, daar hadden de twee geen zin in. “Het begint met de moestuin die verdwijnt, waarna de kinderen geen tijd meer vinden om het gras af te rijden en er uiteindelijk kiezelsteentjes komen te liggen”, schetst Vervaeke een somber toekomstbeeld.

Ze heeft er een carrière opzitten als verpleegkundige en vroedvrouw, en deed de laatste jaren stagebegeleiding binnen woon-zorgcentra. “Ik ga eerlijk zijn: ik heb er geen een gezien waar ik zelf oud zou willen worden. Het is nu nog niet aan de orde, maar ik weet nu al: ik wil hier sterven.”

Ballast

Of het een succesverhaal wordt, weten ze nog niet. De verhuisfase is nog niet helemaal afgerond, maar de inboedel is wel al gehalveerd. “Voor de kinderen viel dat het moeilijkst, hun oude bed wegdoen was ook een beetje afscheid nemen van hun pied-à-ter­re in Lauwe”, zegt Laoureux. “Maar ook wij hebben van ons hart een steen moeten maken.” Zijn oude aardrijkskundekaarten – hij is altijd leerkracht geweest – mochten nog mee. Maar de kisten vol pedagogische boeken zijn gesneuveld.

Het is het verplichte zoenoffer. In ruil voor een treinstation dichtbij, een bakker op wandelafstand en een beetje leven in de brouwerij moet er gesnoeid worden in een leven aan spullen. “De kelder en de zolder zaten stampvol, ik heb twee containers weggeschonken of -gegooid”, zegt Bernard Bekaert. “Daar emotioneel afstand van doen was wellicht de zwaarste oefening.”

Hij denkt meteen aan zijn collecties. Petten, tandwielen en lagers, ooit met de grootste moeite verzameld. “Toch hoeft zoiets niet noodzakelijk pijnlijk of verscheurend te zijn. Een stukje ballast weggooien is ook erg bevrijdend. Ik ben geen nieuw hoofdstuk, maar echt een nieuw boek gestart.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234