Vrijdag 03/02/2023

InterviewVragen van Proust

Ruben Block: ‘Mijn vrouw en ik hebben de tijd genomen tot we weer konden babbelen’

Ruben Block:  Beeld © Stefaan Temmerman
Ruben Block:Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vierentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Deze week: zanger en Triggerfinger-frontman Ruben Block (51). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

Ann Jooris

Hoe oud voelt u zich?

“Ik ben 50 geworden midden in de pandemie. Dat was bizar. We stonden allemaal los van de wereld. Ik stond ook los van een deel van mezelf: ik kon mijn vak niet meer uitvoeren. De bestemming was weggevallen, het publiek. Mijn hoofd deed niet meer mee. Ik heb van anderen gehoord dat ze toen albums hebben gemaakt of romans geschreven. Het moet fantastisch geweest zijn als je die extra tijd kon benutten, maar voor mij was het frustrerend. Er kwam niets bruikbaars uit. En ik voelde mij ook helemaal niet klaar om een andere weg in te slaan, ook al heb ik vroeger zoveel verschillende jobs gedaan om te overleven.

“Maar om op de vraag te antwoorden: ik weet niet goed hoe je een getal op een gevoel kan plakken. Leeftijd is iets abstracts. Ik vind het straf dat mensen kunnen zeggen: ‘Ik voel mij 30.’ Misschien omdat ze nostalgisch terugdenken aan een tijd waarin ze zich goed voelden en zich daarmee graag vereenzelvigen?

“Natuurlijk houdt muziek maken mij voor een stuk jong, want ik speel samen met mijn vrienden. Maar niet helemaal, want we zitten in een wereld die snel verandert. De taal verandert, de opvattingen veranderen over wat kan en niet meer kan. Kinderen interpreteren de wereld op hun manier. Ze ontdekken muziek op hun manier. Je staat erbij en je kijkt ernaar. Mijn interpretatie en ervaring van die evoluerende wereld is anders omdat ik uit een ander tijdperk kom. En dat is ook niet erg. Af en toe heb ik grote vraagtekens, maar dat was voor onze ouders niet anders. Die waren in sommige gevallen soms begrijpender dan we toen dachten.”

Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Ik probeer genuanceerd te zijn, naar mijn omgeving en ook naar de buitenwereld toe. Dat lukt natuurlijk niet altijd. Het is ook niet altijd ideaal, genuanceerd zijn. Ik kan weleens jaloers zijn op mensen die heel ongenuanceerd hun mening kunnen zeggen zonder in de aanval te gaan. Voor een muzikant is genuanceerdheid niet altijd een gelukkig uitgangspunt. Soms kom je tot een interessante synthese door iets op een heel enge, starre manier te bekijken. Meer dan wanneer je alles een beetje wikt en weegt.”

Wat drijft u?

“In de eerste plaats muziek. Ik denk dat ik dat nog steeds mijn passie kan noemen, maar ze is wel minder allesoverheersend dan vroeger. Misschien omdat ik zelf rustiger ben geworden. Ik kan meer ontspannen kijken naar de dingen die ik maak. Dat vind ik op zich wel een fijne ontwikkeling. Als je je minder gecrispeerd voelt, vind je makkelijker een opening naar het speelse. En daar zit heel vaak de sleutel: in de dingen speels benaderen. In de onnozelheid en de vergissingen zit heel vaak de oplossing. Het kan namelijk heel intimiderend zijn om dingen te creëren. Als de passie allesoverheersend is, kan het zelfs verstikkend worden want het moét goed zijn.

‘Ik ben niet echt sociaal. Ik kan heel moeilijk een gesprek beginnen over koetjes en kalfjes. Mensen die die dat wel kunnen vind ik bewonderenswaardig’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Ik ben niet echt sociaal. Ik kan heel moeilijk een gesprek beginnen over koetjes en kalfjes. Mensen die die dat wel kunnen vind ik bewonderenswaardig’Beeld © Stefaan Temmerman

“Het belangrijkste in heel het creatieproces is voor mij toch wel het potentieel voelen van een idee. Dat is wat mij drijft, daarom blijf ik muziek maken en songs schrijven, ook al stranden sommige ideeën op niets. De kiem is er, je begint eraan en it all goes downhill from there. Dat kan ook. Maar als ik echt potentieel voel blijf ik daarop tokken. Ik geloof in hard werken. Een idee komt meestal snel, maar de uitwerking, de energie die je in een song moet steken, zit meestal in de staart. Van die cadeaus die je in een paar uur tijd in elkaar steekt, zijn echt heel zeldzaam.”

Is het leven voor u een cadeau?

“Op dit moment, met de mensen die deel uitmaken van mijn leven en de manier waarop ik kan leven, is het leven echt wel een cadeau. Natuurlijk heb ik chance. Chance is een onderdeel van het leven. Je maakt het voor een stuk zelf, maar je hebt niet alles in de hand. Het is niet altijd eerlijk verdeeld, dus lang leve af en toe een beetje chance.”

Wat was de moeilijkste periode in uw leven?

“Mijn vrouw Valérie en ik hebben een moeilijke periode gehad. Lizzie was toen net geboren, ons tweede kindje. Een huis gekocht, zelf beginnen verbouwen, intussen muziek spelen en optreden. En elkaar kwijtgeraakt, in heel die drukte. Dat was verschrikkelijk. Het had toen evengoed kunnen stoppen tussen ons. We zijn daar ook niet alleen uitgeraakt. We hebben hulp gezocht en zijn met iemand gaan praten omdat we wel voelden van elkaar dat er nog iets was, alleen konden we er niet bij. No way.

“We hebben onze tijd genomen tot we weer konden babbelen. Niet alleen babbelen, maar ook luisteren naar elkaar en vooral horen wat de ander zegt. Tijd doet veel, dat is zeker. Het is fijn dat we op een punt geraakt zijn dat het goed aanvoelt om al lang samen te zijn. Nu lijkt het vaak alsof dat onmogelijk is. Als je al lang samen bent, moét het wel saai worden. Dat is niet waar. Absoluut niét zelfs.”

Wat is uw zwakte?

“Ik onthoud niet goed. Ik ben verschrikkelijk met namen. Mijn hoofd is redelijk traag. Ik ben ook niet echt sociaal. Ik kan heel moeilijk een gesprek beginnen over koetjes en kalfjes. Mensen die die dat wel kunnen vind ik bewonderenswaardig, want het is op zich wel fijn om connectie te maken. En misschien nuanceer ik af en toe te veel. Voilà. Maar in sommige gevallen niet. Soms is de nuance proberen te hanteren wel een goed uitgangspunt, zeker vandaag de dag.”

Welke kleine dingen kunnen u blij maken?

“Het is wat cliché, maar ‘s morgens vroeg op het terras of in de tuin een koffietje drinken. Ik heb de laatste tijd toch wel wat last van slapeloosheid. Ik kan moeilijk mijn gedachtestroom afzetten, zeker als het druk is. Het gebeurt dus weleens dat ik om 5 uur wakker ben en naar beneden ga om een koffietje te drinken, ook al ben ik kapot. Eigenlijk ben ik wel een nachtmens. Als iedereen gaan slapen is, is het huis van mij. Dan fladder ik rond, zit ik in de studio en ben ik bezig.”

Wat biedt u troost?

“Het onaffe biedt mij troost. Onvolmaaktheid. Het gebrekkige. Niet alles moet kaduuk zijn in het leven, hé. Perfectie zien kan ook heel bevredigend zijn. Een huis van Frank Lloyd Wright of John Lautner is fantastisch om naar te kijken. Maar misschien lijkt dat alleen maar perfect van op een afstand en zitten er ook verscholen mankementen in. Die ontdekken, daar zou ik verschrikkelijk blij van worden. (lacht) Wat niet wegneemt dat streven naar perfectie belangrijk is. En als je chance hebt, kom je onderweg ook een hoop kemels tegen die het alleen maar interessanter maken. Dat voel je ook als je muziek maakt. En dat geeft mij troost.

‘Als ik tijd met Henny Vrienten spendeerde, dacht ik altijd: hoe fijn is dit!  Op een of andere manier gaf hij mij vertrouwen in het leven.' Beeld © Stefaan Temmerman
‘Als ik tijd met Henny Vrienten spendeerde, dacht ik altijd: hoe fijn is dit! Op een of andere manier gaf hij mij vertrouwen in het leven.'Beeld © Stefaan Temmerman

“De Amerikaanse artiest Trevor Hernandez heeft op Instagram een pagina ‘Gangculture’, met snapshots van stillevens waar iets ongerijmds in zit. Een leuning met een deuk erin waar een schaduw op valt. Een leeg reclamebord. Onwaarschijnlijk schoon! Ik kan ook heel blij worden als ik zelf zo’n detail opmerk in het grote geheel der dingen. Terwijl we go about our daily lives kan iets kaduuks opeens ongelooflijk troostend zijn.”

Waar hebt u spijt van?

“Ik zal in mijn leven wel een hoop vergissingen begaan hebben en mensen tegen de borst gestoten, maar niet in die mate dat ik ongelooflijke malheuren heb veroorzaakt. Denk ik. Soms is het jammer dat je iemand kwetst door iets ongelukkig te formuleren. Maar dat hoort bij het leven. We moeten allemaal leren om een beetje een buffer te creëren. Vandaag de dag misschien toch wel iets meer. Mensen zijn meer lichtgeraakt, heb ik de indruk.”

Wat is uw grootste angst?

“Toen onze oudste zoon Arthur geboren werd, zei onze bookingsmanager Peter: ‘Welkom bij de groep van mensen die kinderen hebben, want als je er geen hebt, heb je gewoon geen idee wat dat betekent.’ Dat is ook zo. Als het moeilijk gaat, denk je: ‘Waarom heeft niemand ons dat verteld?’ (lacht) Het is natuurlijk ook fantastisch, maar je krijgt wel een verantwoordelijkheid op je schouders die je niet meer van je kan afschudden. Een voortdurende bezorgdheid, vandaar dat mijn grootste angst ook is dat er iets met hen zou gebeuren.”

Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Tijdens het concert van The Pixies op Werchter voelde ik toch wat tranen in mijn ogen, zo schoon vond ik het. En van verdriet, op de begrafenis van Henny Vrienten (1948-2022, red.). We hebben samen een paar nummers gespeeld op Werchter een paar jaar geleden. Door die samenwerking is er een heel fijn contact ontstaan. Er was een connectie tussen ons, niet alleen op muzikaal gebied, maar ook menselijk. Ik heb hem ook opgezocht bij hem thuis in Amsterdam. Wat een schoon gezin. Henny was een kapoen, maar hij had ook het talent te weten hoe hij moest leven. Hij kon met een kinderlijke naïviteit naar de dingen kijken, maar had ook een enorme kennis van muziek. Wij zagen elkaar niet zo vaak, maar als ik tijd met hem spendeerde, dacht ik altijd: hoe fijn is dit! Je beseft niet altijd welke impact mensen kunnen hebben die niet dicht bij jou staan. Op een of andere manier gaf hij mij vertrouwen in het leven.”

Bent u ooit door het lint gegaan?

“Dat is toch al eventjes geleden. Tijdens die moeilijke periode tussen Valérie en mij zijn we wel een paar keer door het lint gegaan, allebei. Ik maak niet graag ruzie, maar in sommige gevallen is dat bijna onvermijdelijk. Dan is de rede de deur uit en mag je nog proberen elkaar te begrijpen, het lukt niet. Dan ontploft de boel. Soms blijkt achteraf dat dat niet slecht was: de ergernissen die zich hebben opgebouwd zijn ineens weg.”

Hoe was uw kindertijd?

“Ik heb een heel fijne, onbezonnen kindertijd gehad in Lier, een klein pittoresk stadje. Veel buiten gespeeld en me veel verveeld. Fietsen ontmanteld tot alleen nog maar de bare necessities overbleven om die dingen te laten rijden. Veel tv gekeken, wat marginaal weinig was in vergelijking met nu. Maar als je ziek was en je mocht thuis blijven en je kon onder een dekentje in de zetel liggen kijken, ooo, dat was heerlijk.” (lacht)

Wat is uw vroegste herinnering?

“Ik denk dat ik een jaar of vier was. Ik had zo’n plastieken tractor met trappertjes om in de tuin mee rond te rijden. In het stuur zaten gaatjes met een verschillende diameter, waar ik natuurlijk mijn vingers in stak. Eén gaatje was nogal krap en op een dag zat mijn vinger vast. Ik zie nog altijd mijn moeder met die tractor onder haar ene arm, en mij onder haar andere de straat oversteken naar het ziekenhuis pal rechtover ons huis, waar mijn vader hoofdverpleger was. En mijn vader die toen binnenkwam met een scalpel. Ik denk dat ze mij drie gangen verder hebben horen krijsen. (lacht)

BIO

• geboren op 26 juni 1971 in Lier • vooral bekend als frontman van Triggerfinger, samen met Paul Van Bruystegem (bas) en Mario Goossens (drums) • speelde in het verleden in bands als Sin Alley en AngeliCo • scoorde met Triggerfinger een grote hit met hun cover van Lykke Li’s ‘I Follow Rivers’ • soloplaat Looking to Glide is pas uit

“Nog een traumatische herinnering: als ik kind droeg ik rode plastieken botjes, maar omdat ik platvoeten had had mijn moeder het linker en het rechter botje omgewisseld. Volgens een Amerikaanse arts was dat dé remedie tegen platvoeten. Soit. Ik struikelde natuurlijk veel. En op een dag, tijdens een tochtje met mijn mama op de Vesten, ben ik met mijn botjes over het stuur van mijn driewieler gevlogen, met mijn kin op de kiezels. Sirene, opnieuw naar papa met dat fietsje onder haar ene arm en mij onder haar andere. (lacht) Mijn kin is toen genaaid en dat zie je nog altijd. Qua krijsen en rode botjes is daar toen misschien wel de basis gelegd voor mijn latere carrière.” (lacht)

Wat hing er aan de muur van uw tienerkamer?

“Eerst postertjes uit Humo, van die kleine A4’tjes. Stray Cats herinner ik mij, Duran Duran ook, en The Police. Iets later ook knipsels en stukken uit skatemagazines zoals Thrasher. Toen ik begon te skaten kwam heel die skatecultuur erbij, met haar eigen esthetiek en kledij.”

Welk boek heeft een speciale betekenis voor u?

Helmut Newton. Legacy (uitgegeven bij Taschen, red.). Ik ben in juli de Helmut Newton Foundation binnen gewandeld in Berlijn en was heel erg onder de indruk. Het fijne aan dat boek is dat een deel van dat wow-gevoel terugkomt zodra je het openslaat. Dat heb je natuurlijk wel bij meer kunstboeken, daarom heb ik er ook een flink aantal. Ik vind het fijn om de ervaring die je hebt als je voor een kunstwerk staat opnieuw te kunnen oproepen.

“Het werk van Newton (1920-2004, red.) heeft een grote erotische kracht, maar het gaat veel verder dan dat. Zijn werk zit ook vol humor en speelsheid en is tegelijk heel provocerend. Een mooie foto van een mooi vrouwenlichaam zou kunnen volstaan. Het is heel makkelijk om daar te stoppen. Maar dat doet hij niet. In het boek Polaroids zie je voorstudies die aan zijn uiteindelijke foto’s voorafgaan. Als je ziet hoe sterk de cadrages, de composities, het licht daar al zijn, besef je wat een fantastische fotograaf hij was. Als je bedenkt in welke tijd zijn werk gepubliceerd werd, dat is gewoon waanzinnig. Mocht je nu met sommige van die beelden afkomen, o wee, dat zou niet meer kunnen.”

Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Wat is een religieuze ervaring? Religieuze ervaringen activeren naar het schijnt het beloningssysteem van het brein. Op dezelfde manier als seks, drugs of gokken dat doen. Misschien een geluk dat mijn bomma dat niet wist toen ze naar de kerk ging. (lacht) Er zijn dus verschillende manieren waarop je religie kan interpreteren.

‘In de onnozelheid en de vergissingen zit heel vaak de oplossing. Het kan namelijk heel intimiderend zijn om dingen te creëren.' Beeld © Stefaan Temmerman
‘In de onnozelheid en de vergissingen zit heel vaak de oplossing. Het kan namelijk heel intimiderend zijn om dingen te creëren.'Beeld © Stefaan Temmerman

“Religie gaat ook over verbinding. In die optiek kan een live concert ook wel een religieuze lading hebben. Je doet iets op het podium en als dat goed aankomt, krijg je een hele mooie positieve reactie van het publiek terug, wat dan weer invloed heeft op wat je doet. Je krijgt een echte wisselwerking. Dat is iets wat je nog altijd niet kan kopiëren met alle 3D sound systems. Dat momentum kan je niet herhalen. Dat is nog altijd de kracht van een live concert, soms geeft dat hetzelfde gevoel als high zijn.”

Hoe definieert u liefde?

“Dat kan ik niet. Alle mogelijke kunstvormen zijn er al eeuwen mee bezig om de liefde te proberen vatten. Heel die verzameling biedt slechts een benadering. Liefde is zo breed. Ik ben niet in staat om daar een zinnige synthese van te geven.”

Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Lichaam en geest zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ik functioneer beter als ik kan sporten, maar sukkel al verschrikkelijk lang met een schouder die ik geforceerd heb. Onlangs heb ik ook mijn rug geforceerd. Ik vind het enorm frustrerend dat ik niet kan gaan lopen.

“Een paar jaar geleden zei mijn vrouw: ‘Ik wil een hond.’ (lacht) Aanvankelijk wou ik dat niet, omdat ik wist dat ik daar geen tijd voor had. Ik beslis natuurlijk niet alleen over wat er wel en niet gebeurt in dit gezin. Intussen is er een tweede hond. (lacht) En gaan we samen wandelen. Dat vind ik wel fijn, zeker met ons tweetjes, Valérie en ik. Door die dieren hebben we nu extra momenten dat we elkaar even kunnen vinden.”

Wat vindt u erotisch?

“De aanraking van handen. Onze handen zijn heel gevoelig, zitten vol sensoren. Het zijn ook onze belangrijkste werktuigen. Voelers en doeners.”

Wat zou u wensen als laatste avondmaal?

“Aangezien mijn smaak weleens wisselt, ga ik dat nu nog niet bestellen.” (lacht)

Wat is de speciaalste plek waar u ooit de liefde bedreven hebt?

“Ik heb een tijd een grote camionette gehad, zo’n Sprinter. Omdat we toen veel speelden en ik weinig thuis was is het wel een paar keer gebeurd dat ik mijn vrouw oppikte tijdens haar middagpauze en we samen naar de Kaai reden tot aan het water, met de deuren open. Als je toen op Linkeroever stond met je verrekijker… (lacht) Wat een zomerbries doet met een lichaam dat heel gevoelig is. Misschien daarom dat een strand of een bos ook zo uitnodigend zijn.”

Hoe zou u willen sterven?

“Misschien op een manier die zo weinig mogelijk trauma oplevert voor mijn nabestaanden. Maar hoe, geen idee.”

Welke droom hebt u nog?

“Het is misschien heel erg cheesy om te zeggen, maar ik vind het leven zoals het nu is wel fijn. Mocht het zo verder kunnen gaan, ik zou er niets op tegen hebben. Op dit moment verlang ik naar niets anders.” (lacht)

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234