Dinsdag 29/11/2022

AchtergrondLiteratuur

‘Politici die vlotjes citeren uit een boek. Die zie je vandaag nog amper’: experts over het gevaar van ontlezing in onze maatschappij

null Beeld Sven Franzen
Beeld Sven Franzen

We lezen meer dan ooit, en minder aandachtig dan ooit. Dat schetsen twee Nederlandse auteurs in De Lezende Mens, een langgerekte ode aan de kracht van literatuur. Hoe komen we nog uit deze leescrisis? ‘We zijn optimistischer geworden over de jeugd.’

Jorn Lelong

‘De toekomst van een samenleving waarin steeds minder lang, aandachtig en diep wordt gelezen, ziet er bedenkelijk uit.’ Met die eerste van 22 stellingen besluiten de Nederlandse Ruud Hisgen (docent en auteur) en Adriaan van der Weel (anglist en boekhistoricus) De lezende mens, een ruim driehonderd pagina’s vullende zoektocht naar het belang van lezen voor onze samenleving. De auteurs nemen u mee van het begin van het schrift - dat liefst drie keer onafhankelijk van elkaar ontstond, in Mesopotamië, daarna in China en ten slotte in Midden-Amerika - langs de uitvinding van de drukpers, het ontstaan van een leescultuur in de verlichting tot en met de invloed van de hedendaagse ‘schermcultuur’ op ons leesgedrag.

Vandaag lezen we wellicht meer dan ooit - van whatsappjes tot pushmeldingen van uw favoriete krant tot een Facebook-link naar een gloednieuwe persoonlijkheidstest - maar aan diep en onafgeleid lezen komen we steeds minder toe. “Het is niet zozeer dat ik minder uren lees dan vroeger”, geeft ook hoogleraar Adriaan van der Weel toe. “Maar ik merk wel dat ik veel sneller afgeleid wordt door de dingen om me heen, zoals een computer in de kamer waarop je een mail verwacht of een melding op je telefoon. Dat zorgt ervoor dat lezen veel meer moeite kost.”

De tendens is duidelijk. Lazen Nederlanders in 1975 nog 6,1 uur per week, dan was dat in 2018 nog nauwelijks anderhalf uur. Werden in 1994 nog 180 miljoen boeken uitgeleend uit Nederlandse bibliotheken, dan was dat in 2019 nog slechts een derde daarvan. Die ontlezing laat zich voelen tot in het onderwijs, ook in ons land. Uit het internationaal vergelijkend Pisa-onderzoek blijkt dat een op de vijf Vlaamse jongeren niet voldoende kan lezen om te functioneren in de maatschappij, terwijl het aantal studenten Nederlands aan Vlaamse universiteiten in tien jaar tijd gehalveerd is.

Het boek heeft zijn negentiende-eeuwse glans verloren, schrijven jullie. Wat maakte die eeuw het summum van de leescultuur?

Van der Weel: “Aan het einde van de negentiende eeuw was er in Europa voor het eerst sprake van universele geletterdheid. Door de verlichtingsidealen was lezen niet langer iets dat de elite toebehoorde. Nee, iedereen leerde verplicht lezen en drukwerk werd een massamedium. Dat wil niet zeggen dat iedereen hoogstaande literatuur las. Het was ook de periode waarin pulp fiction, zoals het Nederlandse Lord Lister, pamfletten en allerlei krantjes tot bloei kwamen. In diezelfde periode verschenen overal bibliotheken van diverse signatuur. Je had bibliotheken voor leden van een leesgezelschap of politieke partij, katholieken en arbeiders verenigden zich in hun eigen bibliotheek. Vanaf het jaar 1900 ontstonden ook openbare bibliotheken om die ‘verkokering’ van de maatschappij te doorbreken.

“Op het hoogtepunt van die leescultuur leefde ook heel hard het idee dat lezen een positief effect had op de samenleving. Al lezend zou het volk zich verheffen, daar waren de meesten van overtuigd.”

Met dat vooruitgangsoptimisme heeft de Eerste Wereldoorlog korte metten gemaakt.

Van der Weel: “Inderdaad. Al in de negentiende eeuw had je mensen als Nietzsche of Flaubert die zich openlijk afvroegen of de massa - met name het lager opgeleide deel van de bevolking - zich geen verkeerde ideeën in het hoofd zou halen door al dat drukwerk dat verscheen. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, was in de ogen van velen hun gelijk bewezen. Lezen had helemaal niet tot de verhoopte verheffing, maar net tot massaal onheil geleid. Als reactie daarop ontstond het modernisme, dat bedoeld was als een protest tegen de leescultuur van de gewone mensen. Het was literatuur van de elite, voor de elite.”

Toch bleef het boek centraal staan in de maatschappij tot halfweg vorige eeuw, waarna televisie en later internet een steeds bepalender rol zouden spelen. Hoewel vandaag lezen niet minder noodzakelijk is, hebben we er volgens jullie geen grote verwachtingen meer rond. Waar ligt dat aan?

Hisgen: “Ik denk dat het probleem is dat we vandaag lezen zien als iets heel normaals. Vroeger was lezen iets dat je status gaf in de maatschappij, vandaag kan (bijna) iedereen het. Omdat het geen onderscheidende betekenis meer heeft, staan we er niet langer bij stil hoe bijzonder lezen eigenlijk is.

“Vroeger hoorde je vaak politici of andere bekende Nederlanders vlotjes citeren uit een boek. Die zie je vandaag nog amper. Een politicus als Trump zei wel dat hij veel las, maar iedereen wist dat hij zelfs zijn eigen boeken amper gelezen had. Zo zei hij in een interview zelfs dat de Bijbel zijn favoriete boek was. Maar toen de interviewer hem vroeg wat zijn favoriete vers was, kon hij er geen antwoord op geven.”

Lijden met name fictieboeken vandaag niet onder onze voortdurende drang naar productiviteit? Allesomvattende non-fictieboeken die in één klap de hele geschiedenis samenvatten, zoals Sapiens of De meeste mensen deugen, staan hoog op de bestsellerlijstjes. Net als de tientallen zelfhulpboeken als The Subtle Art of Not Giving a F*ck.

Van der Weel: “Dat is goed mogelijk. Die genres zijn nu inderdaad populair en worden heel vaak verkocht. Mensen zien boeken namelijk nog steeds als een leuk cadeau om bijvoorbeeld op een familiefeest te geven. Maar de belangrijkere vraag is of die boeken ook uitgelezen worden, en met hoeveel aandacht dat gebeurt. Daar zit volgens mij een steeds grotere discrepantie tussen.”

De leesvaardigheid van jongeren gaat, zowel in Vlaanderen als Nederland, alarmerend achteruit. De helft van de Vlaamse vijftienjarigen vindt lezen zelfs tijdverlies. Is dat louter een gevolg van die doorgedreven ‘schermcultuur’, of treft het onderwijs hierin ook schuld?

Van der Weel: “In Nederland kunnen we er niet omheen dat de verplichte leeslijsten en de lessen begrijpend lezen weinig goeds hebben gedaan aan het leesplezier van jongeren. De lijsten met ‘hoogstaande literatuur’ en de overdreven focus op techniek hebben veel kinderen net een afkeer van lezen gegeven. Dat is geen compleet nieuw gegeven, maar het verschil is dat er vroeger minder in vraag werd gesteld of het nodig was om kinderen zulke bagage mee te geven. Vandaag is dat ontegensprekelijk wel zo, dus moet je daar ook mee aan de slag.”

Hisgen: “Volgens mij moeten we ook in het onderwijs weer beginnen bij de vraag: waarom is lezen zo belangrijk? Iedereen begrijpt dat je moet kunnen tellen om af te rekenen in de winkel. Maar net zo goed moeten we benadrukken dat we al de kennis en wetenschap die we vandaag hebben aan boeken te danken hebben. Boeken lezen is cruciaal om andere perspectieven te krijgen en kennis op te doen. Want als je geen voorkennis en context leert, kun je de dingen die je online vindt ook niet in de juiste context plaatsen.”

Bibliotherapie

In het boek geven Van der Weel en Hisgen een treffend voorbeeld van waarom u met begrijpend lezen heel wat meer kunt dan de intertekstualiteit ontleden in Anna Karenina. Ook bij een tweet van nauwelijks 80 lettertekens van de Nederlandse rechts-radicale politicus Thierry Baudet is enig begrijpend lezen en parate kennis nodig om een ‘hondenfluitje’ te herkennen: een verwijzing waaraan de goede verstaander genoeg heeft, maar die tegenover de buitenstaander te ontkennen is. In een tweet waarin stond dat 80 procent van de inwoners in Brussel een buitenlandse achtergrond heeft, reageerde de Forum voor Democratie-leider met de boodschap: “Wordt tijd dat we een escape-strategie ontwikkelen, vrienden. Madagaskar of zoiets.”

Zonder voorkennis lijkt die tweet niet meer dan een uitnodiging naar zijn volgers om West-Europa te verlaten voor een zonnig Afrikaans eiland. Het wordt een ander verhaal als u weet dat de nazi’s in 1940 een ‘escape-strategie’ hadden bedacht om de Joden vanuit Europa te deporteren naar de toenmalige Franse kolonie Madagaskar. Omdat de Vichy-regering de kolonie niet wou afstaan, kwam de nazileiding dan maar met een nieuw plan: de Joden vernietigen. “Eens je het ziet,” zegt Hisgen, “kun je het ook niet meer ‘ontzien’. Die voorkennis is dus cruciaal om kritischer te kunnen denken. En daar ontbreekt het helaas bij nogal wat mensen aan vandaag.”

Hoewel de digitalisering onze vaardigheid om aandachtig te lezen dus niet ten goede komt, is geletterdheid nochtans cruciaal om mee te kunnen in de samenleving. Zeker ook online. Is dat de uitdaging van deze tijd?

Van der Weel: “Klopt. Er worden vaak doemscenario’s geschetst over de jeugd, de zogenaamde digital natives. Maar doorheen de schrijffase van dit boek zijn we op dat vlak veel optimistischer geworden. Het is sowieso onzinnig om te vergelijken met vorige generaties, want de samenleving verandert nu ook eenmaal. In iedere generatie zullen mensen opstaan die goed kunnen denken, die vinden hun weg wel. Maar wat mij veel zorgwekkender lijkt, is dat er een kloof ontstaat met mensen met een lagere opleiding die niet goed weten hoe ze zich moeten redden in die digitale wereld, die net heel veel leesinspanning vraagt. Daar moeten beleidsmakers zich echt over bezinnen.”

Hisgen: “Nog tijdens de Tweede Wereldoorlog publiceerde de Amerikaanse wetenschapper Vannevar Bush een artikel waarin hij informatieoverbelasting als een van de grootste bedreigingen van het toekomstige welzijn van de mens beschrijft. Dat is vandaag helemaal al het geval. Vroeger moest je naar de bib en encyclopedieën doorbladeren om informatie terug te vinden, vandaag krijg je op je telefoon alles binnen. En waar je vroeger alleen informatiebronnen tegenkwam die afgewerkt en nagelezen waren, vind je nu online alles door elkaar. Als je dan niet kritisch kunt denken, kun je heel moeilijk zien wat waardevol is en wat niet. Geen toeval dat complottheorieën zich vandaag zo makkelijk verspreiden.”

Toch bieden nieuwe media als TikTok net ook mogelijkheden om jongeren weer met literatuur te laten kennismaken. Kunnen influencers de leemte vullen die het onderwijs laat?

Hisgen: “Dat zie je toch bij iets als #BoekTok. Soraya Riem, een Nederlandse tiktokker die bij een uitgeverij werkte, bespreekt op TikTok boeken in filmpjes die 200.000 views krijgen. In alle boekenwinkels heb je nu speciaal ingerichte afdelingen waar boeken die door #boektokkers worden aangeraden uitgestald staan. En daar zitten ook gewoon boeken van Jane Austen bij.”

Van der Weel: “Mede dankzij #Boektok, een hashtag die overwaaide van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, zie je dat er een duidelijke opleving is van young adult-literatuur. Die literatuur heeft jongeren heel wat te bieden, omdat het allemaal thema’s behandelt waar ze zelf mee bezig zijn, zoals geaardheid, vriendschap en seksualiteit.”

Wat zeker emanciperend kan werken, is ‘bibliotherapie’, oftewel therapiesessies waar literatuur gebruikt wordt om moeilijke thema’s te bespreken.

Hisgen: “Dat is een concept dat uit Groot-Brittannië komt en ook in Vlaanderen opmars maakt. We hopen dat dat in Nederland ook snel voet aan de grond krijgt. Bibliotherapie toont echt aan wat voor bijdrage literatuur kan leveren. Goede literatuur kan uiting geven aan gevoelens of problemen waar je zelf moeilijk woorden voor vindt. Zo kan ook een gesprek ontstaan met anderen die hetzelfde meegemaakt hebben. We hadden het over de populariteit van zelfhulpboeken, maar dat zie ik toch eerder als een ‘quick fix’. Die geven een recept om je beter te doen voelen, maar op de lange termijn zwakt dat effect wellicht af. Terwijl veel jongeren of anderen die misbruik hebben meegemaakt, wellicht meer troost of begrip vinden in boeken als Lolita of Mijn lieve gunsteling van Marieke Lucas Rijneveld. Op dat vlak heeft de literatuur nog niks aan waarde ingeboet.”

De lezende mens, De betekenis van het boek voor ons bestaan, Ruud Hisgen en Adriaan van der Weel, Atlas Contact, 344 p., 24,99 euro.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234