Dinsdag 31/01/2023

InterviewDe vragen van Proust

Oud-kolonel Roger Housen: ‘Ik heb toen het bevel gegeven om die 150 heren uit elkaar te knuppelen’

Housen: ‘Mijn vader was terminaal en ik zat met mijn hoofd elders. Daar heb ik spijt van.’ Beeld © Stefaan Temmerman
Housen: ‘Mijn vader was terminaal en ik zat met mijn hoofd elders. Daar heb ik spijt van.’Beeld © Stefaan Temmerman

Deze week: kolonel buiten dienst en defensiespecialist Roger Housen. Wie is hij in het diepst van zijn gedachten? ‘Ik kan me geen enkele dag herinneren dat ik met tegenzin uit bed ben gestapt.’

Ann Jooris

1. Hoe oud voelt u zich?

“Toen ik in de VS studeerde, een dikke 20 jaar geleden, heb ik het geboortehuis van Mark Twain bezocht, de schrijver van de verhalen die ik als kind graag las. Er hing een quote van hem die ik nooit vergeten ben: ‘Age is an issue of mind over matter. If you don’t mind, it doesn’t matter.’ Als leeftijd voor jou geen breekpunt is, geen constant aandachtspunt en als je vindt dat je leeftijd met jou geen spelletje hoeft te spelen over zijn rol, dan wordt hij grotendeels irrelevant. Dat wil niet zeggen dat ik ’s anderendaags niet stijf ben als ik een dag in de tuin heb gewerkt. (lacht) Je passeert een aantal mijlpalen, maar ik heb nooit gedacht: hoe jammer dat ik ouder word. Natuurlijk ook omdat ik het geluk heb om nooit iets aan de hand te hebben gehad. Ik ben nog nooit ziek geweest en heb elke dag kunnen sporten. En zolang je nieuwsgierig blijft, blijf je jong. Ik studeer, ik leer. De aard van het beestje. Dus leeftijd? Nee.”

2. Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Ik denk dat ik meer uit mensen kan halen dan ze zelf vermoeden. Ik heb altijd geleerd en gedurfd om de lat hoger te leggen. Ik heb een hekel aan de middelmaat. Aan de zesjesmentaliteit. Daar bestaat in het Engels een mooie uitdrukking voor: going the extra mile. Meer willen en durven doen dan eigenlijk nodig is om gewoonweg te slagen of de norm te bereiken. Destijds was er op het rapport onder andere een rubriek ‘Vlijt’. Bij mij stond er ‘doet meer dan zijn best’. Goed is voor mij nooit goed genoeg geweest. Die competitiedrang, dat streven naar excellentie heb ik altijd gehad, op alle domeinen. ‘Plus est en vous.’ En daar probeer ik de mensen met wie ik samenwerk ook van te overtuigen.”

3. Hoe was uw kindertijd?

“Ik ben afkomstig uit een klassiek gezin uit de jaren 60, in die zin dat mijn vader werkte en mijn moeder het huishouden deed. Een heel warm nest met een broer en een zus. Mijn ouders wilden niet alleen zichzelf opwerken, ze spoorden ook hun kinderen aan om het beter te doen dan zij. Ze kwamen van het platteland en hadden allebei maar tot hun veertiende schoolgelopen. Achteraf besefte ik wel dat ze intellectueel perfect in staat waren geweest om voort te studeren. In mijn hele familie was er niemand die de humaniora beëindigd had.

“De mantra ‘doe meer dan je best’ heb ik van thuis meegekregen. Als ik excelleerde, of dat nu op school was of in sporten, putte ik daar voldoening uit. Je zelfbeeld krijgt een boost en je krijgt complimentjes van je naasten. Mijn enige probleem was dat ik niet goed wist wat te studeren. Ik zag mezelf geen nine-to-five job vervullen. Ik had ook fysieke uitdagingen nodig. Toen ik uiteindelijk via via op de militaire school belandde, voelde dat als thuiskomen.”

4. Wat is uw passie?

“Weten. Ik ben verslaafd aan informatie. Ik sta op, niet lachen, om 5 voor 5, zodat ik om 5 uur in de badkamer naar BBC World News kan luisteren. (lacht) Dan ga ik lopen en daarna verslind ik de kranten. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik heb acht abonnementen. Weinig Belgische, maar goed, De Morgen zit erbij, om jullie gerust te stellen. (lacht)

“Ik herinner mij dat ik als kind in de lagere school ’s middags naar huis spurtte om de krant te kunnen lezen. Mijn armpjes waren te kort om ze goed te kunnen vasthouden, dus ik legde ze op de vloer en ging op mijn knieën zitten. Een van de hoogtepunten van de week was voor mij op zondagmiddag om 13 uur op Hilversum 3 luisteren naar De toestand in de wereld van G.B.J. Hiltermann. Een Nederlandse journalist die de gebeurtenissen in de wereld becommentarieerde op een fantastische manier. Messcherp. Ik vond dat fascinerend.”

5. Is het leven voor u een cadeau?

“Absoluut. Het leven is, hout vasthouden, heel mijn leven lang al een ongelooflijk cadeau. Ik kan me geen enkele dag herinneren dat ik met tegenzin uit bed ben gestapt. Ik heb alles kunnen doen wat ik graag wilde doen. Ik heb ongelooflijke mensen ontmoet. Heel verrijkende ervaringen meegemaakt. Spannende dingen beleefd die anderen nooit beleven.

Bio Roger Housen

• Geboren op 21 december 1960 in Bree

• Licentiaat sociale en militaire wetenschappen, Master en Sciences Politiques, Master in National Security Strategy

• Beroepsmilitair van 1978 tot 2017, eindigde als kolonel

• Nam deel aan talrijke missies, onder meer in de Balkan en Afghanistan

• Volgde verschillende bijkomende opleidingen, onder meer aan de National Defense University in Washington en aan het NATO Defense College in Rome

• Werkte van 2014 tot 2016 mee aan de langetermijnplanning van de NAVO

• Is sinds 2017 strategisch consulent bij de militaire vakbond ACMP en visiting fellow bij het Institute for National Strategic Studies in Washington

“Een anekdote: op een bepaald moment werd ik door de commandant van de internationale troepenmacht aangeduid om het grondwettelijk proces in Afghanistan in goede banen te leiden. Op een site in Kaboel zouden zo’n 1.500 Afghaanse ministers, clan-oudsten, krijgsheren en religieuze leiders gedurende zes weken samenkomen om een nieuwe grondwet te schrijven. Ik was in charge om die bijeenkomst praktisch te organiseren en de veiligheid te garanderen. Daartoe hadden we een reusachtige tent laten installeren waar die 1.500 mensen in konden vergaderen, en ook een aantal kleinere tenten waar kleine groepjes besprekingen konden voeren. Op een bepaald moment komt er iemand naar mij toegelopen: ‘Sir, we have a problem in the big tent. You better come over.’ In de grote tent was een gevecht in regel bezig. Zeker 150 van die afgevaardigden waren met elkaar op de vuist gegaan. Letterlijk. (lacht) Het is één zaak om de perimeter te beveiligen tegen aanslagen van de taliban. Daar heb je wapens voor. Maar 150 religieuze leiders, clan-oudsten en provinciegouverneurs uit elkaar halen? (lacht) Shit.

“De Amerikanen wilden natuurlijk dat die grondwet er zou komen. Zij hadden mij gezegd dat als er iets fout liep, ik Halliburton kon bellen. Dat is een private military company van in het zwart geklede Amerikaanse ex-Special Forces. Dus ik verwittig hen met mijn radio en leg hen de situatie uit. Na tien minuten arriveren ze, in van die geblindeerde SUV’s. (lacht) ‘Do you have an idea?’ vraag ik hen. ‘Yes, we have an idea, but you have to give the orders, sir.’ Ze openen een koffer en halen er een kist baseballsticks uit tevoorschijn. Ik heb toen het bevel gegeven om die heren uit elkaar te knuppelen. Er waren maar twee opties: of de internationale pers stond daar binnen de kortste keren en ik werd op het vliegtuig naar België gezet, of ik werd gelyncht door Afghanen. (lacht) Na twintig minuten daalde de rust neer. Een paar van die leiders kwam naar mij toe om mij te bedanken en alles was opgelost. Ze zijn samen gaan eten en hebben nadien opnieuw vergaderd. Alsof er niets gebeurd was.

“Wij kunnen ons als westerlingen niet voorstellen dat parlementsleden plots zouden beginnen te vechten. Maar in de mindset van sommige volkeren hoort dat er nu eenmaal bij. Ze kennen enkel de taal van de macht en het recht van de sterkste. En als je dan opteert om de zaak op te lossen met geweld, beschouwen ze dat als part of the game.

“Dus is het leven voor mij een cadeau? Ja, in welk beroep kun je zoiets meemaken?” (lacht)

6. Wat was de moeilijkste periode in uw leven?

“Het moment dat mijn vader stierf. Hij was pas 63. Totaal onverwacht. Mijn vader was monumentaal als een eik. Twee keer zo breed als ik. Oersterk. In zijn tienerjaren gewerkt als houthakker. Nooit ziek. Plots werd er een vergevorderd stadium van kanker bij hem vastgesteld. Omdat hij zo sterk was, had hij altijd de pijn onderdrukt.”

7. Waar hebt u spijt van?

“Op een gegeven moment was ik bezig met een van de regelmatige vervolgopleidingen in het leger. Ik zat op kot in Brussel. Mijn vader was terminaal en we hadden een beurtrol om bij hem te waken. Na de lessen reed ik naar het ziekenhuis. Fysiek zat ik bij mijn vader, maar in mijn hoofd was ik bezig met de verwerking van wat ik geleerd had en met een paper die ik nog moest schrijven. Daar heb ik spijt van. Dat ik op dat moment de focus niet heb gelegd waar hij moest liggen. Als ik de klok kon terugdraaien, zou ik dat meteen doen. Ik heb toen niet juist gehandeld, temeer omdat ik ben wie ik ben dankzij mijn ouders. Ze wisten hoe belangrijk die studies voor mij waren. Mijn vader zei: ‘Je hoeft morgen niet te komen, het gaat wel.’ Terwijl zijn schouder geamputeerd was. Hij zag geweldig af. Toch wilde hij zijn kinderen niet tot last zijn. In retrospect vind ik dat nog het ergste.”

8. Welke kleine alledaagse dingen kunnen u blij maken?

“Wij wonen niet ver van het militaire oefenterrein van Leopoldsburg. Dat grenst aan een ongelooflijk mooi natuurgebied, Zwarte Beek. ’s Morgens om 5.30 uur, wanneer er wat nevel over de Zwarte Beek hangt, wanneer de reeën daar komen drinken of er vossen rondlopen, geen mens te bespeuren kilometers ver, enkel het geluid van de natuur, het klaterende water... daar rustig gaan joggen, dat is gewoon onovertrefbaar. En daarna ontbijten met verse kranten, dat maakt mij intens gelukkig. Als ik dan ook nog in jullie krant een column van Hans Vandeweghe lees die tegen de haren van de goegemeente instrijkt, ben ik nog gelukkiger. (lacht) Omdat ik in dat contraire mezelf een beetje herken.”

9. Wat biedt u troost?

“Het klinkt misschien raar, maar ik moet niet getroost worden. Als ik een mooi liedje uit mijn jeugd hoor, ‘Het dorp’ van Wim Sonneveld of ‘Route Nationale 7’ van Charles Trenet, word ik wel emotioneel. Maar dat heeft meer te maken met melancholie, met terugdenken aan mijn kinderjaren. Die muziek roept gewoon beelden op aan een gelukzalige tijd die verdwenen is. Dat is een ander gevoel dan troost.

“De dood van mijn vader heb ik verwerkt door te gaan lopen. Lang lopen in mijn eentje, mijn hoofd vrijmaken en de zaken laten bezinken, dat helpt.

null Beeld © Stefaan Temmerman
Beeld © Stefaan Temmerman

“Of ik zelf anderen kan troosten? Moeilijk. Je bent een kind van je tijd en een product van je opvoeding. Mannen moesten sterk zijn. Mijn vader en grootvader maakten mij duidelijk dat boys don’t cry. Wenen was een teken van machteloosheid. Ik heb het altijd moeilijk gehad met iemand die huilde, omdat dat haaks stond op wat men mij geleerd had.”

10. Wat is uw zwakte?

“Ik heb een heel lage tolerantiedrempel voor nepnieuwsverspreiders en charlatans. Daar kan ik mij enorm over opwinden. Charlatan komt van het Italiaanse ciarlatano, dat stamt uit de renaissance. Ciarlatani waren mensen die met allerlei loze praatjes poedertjes en zalfjes verkochten tegen mogelijke ziektes. In essentie ontdoet een charlatan de waarheid van haar objectiviteit en authenticiteit. Voor mij zijn feiten feiten. Zaken die objectief verifieerbaar zijn, ondergraaf je niet. Comment is free, but facts are sacred.

“Als ik zie dat nepnieuws zich meer en meer verspreidt in onze samenleving en in de politieke wereld, word ik boos. Soms zelfs te boos, vandaar de zwakte. Vandaar ook dat ik zo verheugd ben over het recente vonnis met betrekking tot het Sandy Hook-drama. Ouders van kinderen die daarbij om het leven zijn gekomen, hebben een rechtszaak aangespannen tegen een aanhanger van QAnon, Alex Jones, die al jaren online beweerde dat dat schietincident nooit had plaatsgevonden. Hij is veroordeeld tot een schadevergoeding van bijna 1 miljard dollar. Dat er nu eindelijk juridische instrumenten gezocht worden om het verspreiden van nepnieuws slash charlatanisme aan te pakken, stemt mij hoopvol. Temeer omdat het meestal de meest kwetsbare ontvangers zijn die daar het slachtoffer van zijn, mensen die niet in staat zijn om nepnieuws te kaderen als dusdanig en graag in praatjes geloven.”

11. Wat is uw grootste angst?

“Ik ben niet de persoon die in crisissituaties de pedalen verliest. Ik ben beschoten door scherpschutters, ben uren vastgehouden met een kalasjnikov tegen mijn hoofd, heb aan tafel gezeten met de grootste oorlogsmisdadigers uit Joegoslavië en Afghanistan. Ik denk te mogen stellen dat ik nooit echt angstig ben geweest. De gedachte ‘ik kan hier sterven’ is nooit in mij opgekomen.

“Hoe gevaarlijker het wordt, hoe kalmer ik ben en hoe rationeler ik kan handelen en denken. In Kaboel ging 150 meter voor ons een bermbom de lucht in op het moment dat er een konvooi met Britse militairen passeerde. Vijf Britten hebben daarbij het leven gelaten. Als je 60 per uur rijdt, is dat een kwestie van een paar seconden. Voor hetzelfde geld was ons voertuig ontploft. Die lijken waren niet om aan te zien. Eén Brit kroop op eigen kracht nog uit een Land Rover, zonder benen. Mijn reactie was toen: halt. En dan beginnen de drills die je hebt aangeleerd het van je over te nemen. Je denkt heel koel en helder. Je trilt niet, alle zintuigen staan op scherp. De taliban konden nog ergens in de berm zitten, dus je zorgt dat je zelf in dekking zit. Daarna ga je de gekwetsten helpen. Je roept via de radio versterking op.

“Koelbloedigheid is geen verdienste. Je hebt het of je hebt het niet. Soms heb je militairen van wie je het niet verwacht die toch het hoofd koel kunnen houden, soms heb je supersoldaten die verstenen.”

12. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

(lacht) “Als kind. Ik denk dat ik met de fiets gevallen was. Ik huil nooit. Boys don’t cry, hé. Ook niet toen mijn vader gestorven is, nee. Je houdt je sterk, je zorgt voor je moeder.”

13. Wat hing er aan de muur van uw tienerkamer?

(zucht) “Je raadt het nooit. Een tijdsband, meterslang. Prehistorie, klassieke oudheid, middeleeuwen... Zelf gemaakt en ingekleurd. Dagen aan gewerkt. Mijn kameraden hadden ofwel meidengroepen of de maanlanding of voetbalploegen. Ik had een tijdsband. En ik was er nog trots op ook.” (lacht)

14. Waarover bent u de laatste tijd dieper gaan nadenken?

“Wat ik noem de abdicatie van politiek leiderschap. Daarmee bedoel ik het volgende. Als je je als bewindsman of -vrouw te veel laat leiden door wat de bevolking of je kiezers willen, dan ben je geen leider meer. Als je als bewindsman of -vrouw permanent over je schouder heen kijkt, dan verlies je het algemeen belang van het land uit het oog. Jacques Chirac (de Franse president van 1995 tot 2007, red.) zei ooit: ‘Un chef, c’est fait pour cheffer.’ Een chef moet baas zijn. Moet richting geven en bereid zijn om tegen de stroom in te roeien. Moet bereid zijn om dingen bij naam te noemen, moet zijn verantwoordelijkheid nemen, moet het algemeen belang boven het belang van de individuen stellen.

null Beeld © Stefaan Temmerman
Beeld © Stefaan Temmerman

“Ik denk dat dat een van de vele redenen is waarom populisme, polarisatie en onverdraagzaamheid toenemen. Ik kan dat niet wetenschappelijk onderbouwen, dat geef ik toe. Maar hoe kan je respect krijgen van mensen als je hen volgt in plaats van zelf de richting aan te geven?”

15. Hebt u ooit een religieuze ­ervaring gehad?

(lacht) “Geen religieuze, wel een pseudo­spirituele. Toen ik in de VS studeerde, deden wij met de buitenlandse studenten field study trips om een aantal aspecten van de Amerikaanse samenleving beter te leren kennen. Zo gingen we ook naar Ripley, Tennessee, om het lokale juridische systeem te bekijken. Behalve tomaten en katoen was er niks. We logeerden bij een aantal families. Ik was ingekwartierd bij een grote boer met meer dan 3.000 hectare aan landerijen. Op een avond was er ergens een officiële maaltijd met de notabelen van Ripley, maar ik had nog een paar uurtjes vrij, dus ging ik eerst lopen langs de velden. Het was een fantastische nazomer. De katoenpluk was net begonnen. Plots passeer ik een bord. Ik keer terug om te zien of ik het wel goed gelezen heb: ‘Nutbush City Limits’. (lacht) Daar sta ik, als simpele Belgische militair, in the middle of nowhere, op een fenomenaal mooie herfstavond aan de City Limits van Nutbush!

“Ik loop verder, een holle weg in. Na een tijdje hoor ik muziek. Ik denk: dit kan niet! Ik krijg er nu nog kippenvel van. ‘River Deep, Mountain High’. Ike en Tina Turner. Op een graspleintje op een Y-splitsing staat een rode Chevrolet uit de jaren 50. Op de laadbak een getto­blaster en een zwart meisje van een jaar of 12 met een lolly, dansend als Tina Turner. Haar grootvader leunt tegen de auto. ‘Anna Mae, say good evening to the gentleman.’ Je moet weten: de echte naam van Tina Turner is Anna Mae Bullock. Dus die kleine Anna Mae stond te dansen op ‘River Deep, Mountain High’ terwijl ik net van Nutbush City Limits kwam. (lacht)

“’s Avonds toen de farmer mij naar Ripley bracht, heb ik hem gevraagd om een ommetje te maken langs die Y-splitsing. Daar stond geen oude Chevy meer, maar op het gras lag een papiertje van een lolly. Ik heb het meegenomen en bewaard. Ik had dus toch geen visioen gehad.” (lacht)

16. Hoe definieert u liefde?

“Voor mij is liefde gelijk aan ziels­verwant­schap. Elkaar aanvoelen zonder dat daar veel woorden bij komen kijken. Diep vanbinnen de overtuiging hebben een gemeenschappelijke lotsbestemming te delen. Zielsverwantschap betekent niet dat alles glad en effen is, maar wel: elkaar uit de wederzijdse comfortzone halen. Een beetje poken, een beetje uitdagen. Emotioneel en intellectueel stimuleren. Zielsverwantschap is voor mij eigenlijk ruim.”

17. Wat vindt u erotisch?

“Een sensuele vrouwenstem gekoppeld aan taalvirtuositeit. Als daarbovenop nog een laagje intellectueel potentieel ligt... Ik ga geen namen noemen.” (lacht)

18. Wat is de speciaalste plek waar u ooit de liefde bedreven hebt?

“Ik zal een tipje van de sluier oplichten voor diegenen die zich de moeite willen getroosten om te googelen. Jachtslot. Hitlerjugend. Drie sterren. IJzeren smeedwerk. Marmeren traphal. Voilà, daar gaan we het bij laten.”

19. Hoe zou u willen sterven?

“Het antwoord is al gegeven. ‘Old soldiers never die, they just fade away.’ Een uitspraak van een van mijn grote favorieten, generaal Douglas MacArthur (1880-1964, red.). Hoofd van de geallieerde Amerikaanse strijdmacht in de Pacific aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Later proconsul in Japan. Tot slot aanvoerder van de VN-troepen in de Koreaanse Oorlog. Maar omdat president Truman hem niet meer in de hand had – MacArthur wilde China binnenvallen ‘in order to nuke the Chinese back to the stone age’ – riep hij hem terug naar de VS, waar hij in 1951 een fenomenale afscheidsspeech heeft gehouden, met als afsluiter deze uitspraak dus.”

20. Wat zou u wensen als laatste avondmaal?

“Het ideale laatste avondmaal is voor mij het volgende. De godganse dag met mijn soldaten ergens op een terrein in ongelooflijk penibele omstandigheden, ijskoud, sneeuw, hagel, afzien. Moeten doorwerken omdat er iets gebeurd is. Scheel van de honger. Om 2 uur ’s nachts wat kunnen pauzeren. De militaire vrachtwagen in de duisternis zien opduiken, terwijl je met je mannen rond een vuurkorf staat op te kikkeren van de kou. En dan zien hoe de metalen legercontainers uit de vrachtwagen worden gehaald, neergezet en geopend. Aanschuiven met je twee gamellen, die, Peter Goossens zal het niet graag lezen, boordevol gevuld worden met extra pikante spaghetti. En dan, half in de schaduw, half in het licht van de vuurkorf staan babbelen over wat je meegemaakt hebt.

“Dat gevoel van lotsverbondenheid is onovertrefbaar. Een zeer orgastisch moment, laat ik het zo zeggen.” (lacht)

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234