Zondag 01/08/2021

InterviewJan-Emmanuel De Neve

‘Op korte termijn zagen we de voordelen van het vele thuiswerken, nu de nadelen’

null Beeld Levi Jacobs
Beeld Levi Jacobs

Almaar meer Belgen vallen uit door een burn-out of depressie. Volgens de Belgische econoom Jan-Emmanuel De Neve (Oxford University), die al jarenlang grote onderzoeken doet naar het evenwicht tussen welzijn en werk, gaat het niet meteen beteren. ‘Maar we hebben nu wel een unieke kans om er iets aan te doen.’

Het aantal mensen dat door burn-out of depressie meer dan een jaar thuiszit, is in vier jaar tijd met 40 procent toegenomen. Dat bleek eerder deze week uit cijfers van het RIZIV. Voor elke tien werkenden is er momenteel één langdurig ziek. Achter die statistieken gaan 112.000 Belgen schuil die arbeidsongeschikt zijn. Vier jaar geleden waren dat er ‘maar’ 80.252. Jan-Emmanuel De Neve is niet verrast door deze welhaast epidemische omvang.

“Deze cijfers liggen helemaal in de wereldwijde trend”, klinkt het via Zoom. We konden De Neve strikken tussen twee meetings in. Als gelukseconoom heeft de Belgische academische expat een reputatie op het internationale toneel verworven. Zijn onderzoek verschijnt in gespecialiseerde vakbladen en hij is medehoofdredacteur van het gerenommeerde ‘World Happiness Report’. Dat jaarlijkse door de Verenigde Naties samengestelde rapport peilt rechtstreeks naar het welbevinden van mensen door hen te vragen naar hun levenstevredenheid.

De Belgische burn-outcijfers zijn niet uniek?

“Neen, de cijfers van het RIZIV zien we ook in andere studies wereldwijd. Lange werkweken zorgen wereldwijd voor jaarlijks circa 745.000 doden als gevolg van stress. Dat blijkt uit een analyse van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) met de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). Wat mij vooral verontrust is dat deze data betrekking hebben op 2016. Intussen hebben we een toename van het aantal flexwerkers, maar vooral de invloed van de coronapandemie. Deze impact zit hier dus nog niet in verwerkt.”

Wat verwacht u?

“Tijdens de pandemie is er op weekbasis zes uur meer onbetaald overwerk gebeurd. Uit data van de Bank of England blijkt dat mensen een halfuur vroeger begonnen en een uur langer werkten. Misschien minder geëngageerd dan vroeger, maar de arbeidsuren zijn wel uitgerekt. Globaal bekeken zijn we dankzij technologie productiever geworden, maar dat vertaalt zich niet in minder werken. De tijd die we winnen door de nieuwe technologie vullen we in met nog meer werk. Ons brein verwerkt dusdanig veel materiaal en prikkels dat het voor veel mensen te veel wordt. Daar zit volgens mij de bron van veel onheil.”

Jan-Emmanuel De Neve: ‘De tijd die we winnen door technologie vullen we in met nog meer werk. Ons brein verwerkt zoveel prikkels dat het voor veel mensen te veel wordt.’
 Beeld PASCAL VOSSEN
Jan-Emmanuel De Neve: ‘De tijd die we winnen door technologie vullen we in met nog meer werk. Ons brein verwerkt zoveel prikkels dat het voor veel mensen te veel wordt.’Beeld PASCAL VOSSEN

Het massale thuiswerken door de pandemie zal zich laten voelen?

“Dat klopt. Op korte termijn zagen mensen de voordelen voor hun work-life-balans. We konden op de kat passen. Als grootmoeder iets nodig had, konden we snel iets halen. We stonden niet meer in de file, vul zelf maar in. Maar op middellange termijn kwamen de nadelen aan de oppervlakte. En hoe langer de pandemie duurt, hoe meer deze zich manifesteren.”

Op welke nadelen doelt u?

“Vooreerst het sociaal kapitaal, wat zo belangrijk is voor het werkgeluk. We zaten allemaal thuis en konden niet even naar de pub of op restaurant met de collega’s. We leerden ook geen nieuwe mensen meer kennen. Elke meeting was met mensen die je al kende. Er was een groot gebrek aan serendipiteit, waarbij je op iets onverwachts stuit.

“Daarnaast uw intellectueel kapitaal: het feit dat je niet meer naar een congres kan, of naar een klant. De instroom aan nieuwe frisse ideeën droogde op. Tot slot: het gebrek aan routine. Voor veel mensen begint of eindigt de dag met een ijkpunt. Nu liep alles een beetje door elkaar, waardoor je niet meer die indeling kreeg. Dat resulteerde dus in langere werkdagen. Met de gekende gevolgen van uitputting.”

Uit recent onderzoek van de Sociaal Economische Raad van Vlaanderen (Serv) blijkt dat bij veel werknemers de energie op is. De batterijen raken niet langer opgeladen.

“Dat is dat sociaal en intellectueel kapitaal. Die moeten worden gevoed. In het Engels noemen we dat ‘stock and flows’. Een voorraad die je moet aanvullen, want er is een continue afvoer. We zijn sociale wezens, Je moet mensen ontmoeten, ideeën uitwisselen, zo bouw je dat sociaal en intellectueel kapitaal op. De voorbije maanden hebben we enkel onze voorraad uitgeput, zonder aandacht te hebben voor de aanvoer. Je kan dat even doen, maar op een bepaald moment zit je in het rood en raak je emotioneel uitgeput. Dat is wat we nu stilaan merken.”

BIO

Jan-Emmanuel De Neve (Kortrijk, 1979) is een Belgische econoom en professor aan de universiteit van Oxford. Daar is hij directeur van het Wellbeing Research Centre.

Hij behaalde een bachelor economie in 2002 aan de universiteit van Melbourne, een master in Public Policy in 2007 aan de Harvard Kennedy School en zijn PhD in 2012 aan de London School of Economics.

Hij is analist bij de BBC, de Financial Times, Time en een veelgevraagd spreker met betrekking tot welzijn en economie.

Medehoofdredacteur van het World Happiness Report.

Lid van The Lancet Covid-19 Commissie.

Kunnen werkgevers daar iets aan doen?

“Bedrijven beginnen dat gelukkig wel steeds beter in te zien. Er bestaat een causaal verband tussen hoe mensen zich voelen en hoe ze presteren. Als je meer ziekteverzuim hebt, of als mensen niet geëngageerd zijn of gewoonweg ongelukkig zijn op het werk, vertaalt zich dat naar de productiviteit. Het kost hen geld.

“Ik ben fier op het feit dat ik met mijn team hieromtrent de grootste studie heb geleid. We hebben vijf jaar gewerkt met British Telecom om al hun callcenterpersoneel te observeren. Wekelijks werden ze bevraagd omtrent hoe ze zich voelden en dat konden we uiteindelijk koppelen aan een gigantische set aan prestatiedata. Het verschil tussen een gelukkig en ongelukkig persoon liep op tot 20 procent in prestaties.”

Met de lockdown ontstond ook een debat over het verschil tussen essentiële en niet-essentiële beroepen. Eigenlijk klinkt dat alsof sommige jobs er niet echt toe doen.

“Ik ben blij dat u het aanhaalt, want ik ben het volledig met u eens. Beleidsmakers staan te weinig stil bij de psychologische impact van hun woorden. Het is in tijden van een pandemie nuttig om bepaalde beroepen als essentieel te omschrijven, zoals gezondheidswerkers. Maar daarvoor hoef je die andere beroepen nog niet als niet-essentieel te zien. Het raakt de mensen in hun identiteit.”

Burn-out en depressie wordt veelal verbonden met ons werk, maar we zijn toch meer dan onze job?

“Werk is meer dan een loon. Werk is ook identiteit, sociale connectie, en is routine. Gedurende de week een vaste afspraak. Als je dat onderuit haalt, wat ze in het Engels de ‘non-pecuniary’ aspecten van werk noemen, en enkel denkt in geldelijke termen dan sla je de bal mis. Als iemand zijn werk verliest is de lagere impact op zijn levenstevredenheid maar voor de helft tot het inkomensverlies te herleiden. De andere helft is het verlies aan sociale contacten, routine. Klassieke beleidsmakers en economen zien die niet-financiële aspecten van werk te snel over het hoofd.”

Zal de pandemie het beeld van hoe we werken én hoe wij werk beleven veranderen?

“Positief is dat er nu veel meer aandacht is voor het mentale welzijn van de mensen. Ik merk dat in de vragen van bedrijven die binnenkomen om hen te helpen bij het opstellen van welzijnsonderzoeken. Ik kom net uit de vergadering voor de welzijnsstrategie hier bij ons op de universiteit. Terwijl daar vroeger één keer om de drie jaar aandacht voor was, ontstaat er nu een heel nieuwe dynamiek. Je merkt het ook bij investeerders, in hun benadering rond ESG (Environmental, Social en Governance, LID), de drie centrale factoren bij een investering in een bedrijf. De focus lag de voorbije tien jaar heel sterk op Environmental: milieu en duurzaamheid. Nu is de spotlight grotendeels gericht op de S, van het sociale, maatschappelijke.”

Wat betekent dat voor de toekomst van de organisatie van ons werk?

“Eén woord: hybride. We hebben nu een opportuniteit om beter te doen. We hebben met zijn allen de kennis en de technologie opgebouwd, nu moeten we het beste van de twee werelden zien te combineren. Met andere woorden, minder in de file gaan staan door meer thuis te werken. Maar ook, als we naar kantoor gaan die tijd gebruiken om te brainstormen of met klanten samen te zitten.

“Het werk dat we van thuis kunnen doen, moeten we effectief ook van thuis doen, want we zijn daar productiever. Zaken die nodig zijn voor ons intellectueel en sociaal kapitaal doen we op het werk. Als je daarin slaagt, zie ik grote productiviteitswinst. Zowel in de traditionele betekenis, namelijk door beter en gefocust te kunnen werken, maar ook door gelukkiger te zijn op het werk. Als bedrijven dit goed aanpakken, worden ze er beter van.”

Gaat dit voor alle werknemers op? Het lijkt juist alsof de ongelijkheid tussen verschillende groepen gegroeid is.

“Bestaande ongelijkheden zijn verergerd en nieuwe ongelijkheden werden gecreëerd. Een aantal sectoren boekten grote winsten, terwijl andere met moeite overeind bleven. Ook veel laagbetaalde jobs hielden de maatschappij overeind. Denk maar aan de Deliveroo-koerier of het winkelpersoneel. Gelukkig is er een inhaalbeweging bezig. Kijk ook naar de geflopte beursgang van Deliveroo een aantal weken geleden. Dat was een rechtstreeks gevolg van de manier waarop die koeriers behandeld worden door Deliveroo. Dat is een interessant fenomeen. Maar ook op maatschappelijk vlak nam de ongelijkheid toe.”

In welke zin?

“Het is een heel verschil als je op een klein flatje woont, tegenover iemand die ruimte heeft om apart te werken en een tuin heeft. Ik denk vooral aan de jongeren die thuisonderwijs moesten volgen. Stel het je maar eens voor op zo’n flatje, met een thuissituatie die niet ideaal is. Ook vrouwen zijn erop achteruit gegaan. Ze moesten van thuis werken, terwijl ze er ook het schoolwerk van de kinderen bovenop kregen. Op het vlak van genderongelijkheid hebben we weer enkele stappen achteruit gezet. En ook intergenerationeel zien we verschillen. Je kan er niet omheen dat het virus veel heftiger was voor de oudere bevolking. Maar jongeren staan in de vuurlinie om hun job te verliezen. Ouderen hebben dus bescherming nodig, terwijl jongeren ondersteuning nodig hebben. Ik hoop dat er daarvoor op een of andere manier een soort erkenning komt.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234