Zaterdag 28/01/2023

AchtergrondAllerzielen

‘Na een tijd voelt het alsof je je geliefde een tweede keer verliest’: hoe houd je de herinnering aan een overledene scherp?

null Beeld Sven Franzen
Beeld Sven Franzen

Tijdens Allerzielen herdenken velen hun overleden geliefden, al wordt dat moeilijker naarmate het verdriet slijt. Herinneringen vervagen en vervormen, waardoor zelfs een dierbaar persoon jaren na zijn dood plots veraf kan voelen. Hoe houd je een herinnering bij je als alles erop gericht is ze te verliezen?

Paul Notelteirs

“Wat je in je hart opslaat, raak je nooit meer kwijt.” In de doos met rouwkaarten die in het ouderlijke huis bewaard bleef, volgen de semi-inspirerende boodschappen elkaar in een hoog tempo op. “De pijn is nu voorbij”, merkt een schrijver met een sierlijk handschrift op. “En we sterven pas echt wanneer anderen ons vergeten.” Het zijn woorden die me aanvankelijk troost boden, maar die me vooral onrustig maken wanneer ik ze aan de vooravond van Allerzielen herlees. Want terwijl velen zich klaarmaken om het feest van de herinnering te vieren, geneer ik me twee jaar na het overlijden van mijn vader om hoeveel van hem ik al vergeten ben.

In de handvol vaste anekdotes die tijdens familiefeesten steevast opgerakeld worden, is zijn beeltenis weliswaar scherp en het kost weinig moeite om zijn voornaamste karaktereigenschappen op te noemen. Alleen vervaagt wat buiten die traditionele categorie ‘belangrijk’ valt sneller dan ik dacht. De manier waarop hij bewoog, het verloop van alledaagse gesprekken aan de keukentafel of hoe hij precies verhalen vertelde: het gaat verloren als tranen in de regen.

Vanuit rationeel standpunt is het verdwijnen van schijnbaar triviale herinneringen begrijpelijk, maar op persoonlijk vlak voelen ze aan als een falen. Wie een geliefde verliest, wordt immers snel ingepeperd om de nagedachtenis van de overledene zo goed mogelijk in leven te houden. Het is een even poëtische als vage opdracht die in de eerste plaats bemoeilijkt wordt door het eigen brein. Naarmate de tijd verstrijkt, worden herinneringen fragmentarischer bewaard en ook sleutelmomenten uit ons leven blijven lang niet altijd accuraat bewaard. Herinneringen worden opgeslagen via specifieke patronen tussen verschillende hersencellen. Maar telkens wanneer ze opnieuw opgeroepen worden, bestaat de kans dat het patroon licht verandert. Daardoor kunnen feiten met verbeelding verwikkeld raken.

“Mijn zoon en ik hadden zo onlangs een discussie over of we tijdens een belangrijke reis van jaren geleden nu wél of geen elanden zagen. Onze herinneringen spraken elkaar tegen”, verduidelijkt de Nederlandse hersenonderzoeker Peter Moleman. “Iets waar je vaak aan terugdenkt, onthoud je ook beter. Maar tegelijkertijd loop je ook de kans dat je uiteindelijk niet meer aan de oorspronkelijke gebeurtenis terugdenkt, maar aan wat je je de vorige keer herinnerde.” Door iemand zo goed mogelijk in gedachten te houden, groeit zo ook de kans dat het beeld van diezelfde geliefde net troebeler wordt.

De vraag is of het wenselijk en mogelijk is om je tegen de vervorming van herinneringen en het uiteindelijke vergeten te verzetten. “Alles wat ons nu zo serieus, zo betekenisvol, zo ontzettend belangrijk voorkomt – het vergaat met de tijd, het wordt vergeten, het is niet belangrijk meer”, schreef de Russische toneelauteur Anton Tsjechov al in 1900. Die behoorlijk nihilistische visie schurkt op lange termijn waarschijnlijk het dichtst bij de realiteit aan, maar ze houdt geen rekening met de emotionele strubbelingen tijdens de periode die aan het uiteindelijke volledige vergeten voorafgaat. Na een overlijden zijn er nog vele jaren waarin nabestaanden en hun nazaten verder moeten met hun langzaam afbrokkelende herinneringen.

Dat is niet altijd eenvoudig, vertelt klinisch psycholoog en emeritus hoogleraar verliesverwerking aan de KU Leuven Manu Keirse. “Veel mensen worstelen ermee. Ouders van wie het kind overleden is, vertellen bijvoorbeeld vaak dat ze het moeilijk hebben om zich hun stem of de lach te herinneren. Naarmate de tijd verstrijkt, voelt het daardoor aan alsof ze hun geliefde een tweede keer verliezen.”

Verantwoordelijkheid

In die laatste uitspraak zit misschien wel de essentie van de angst die veel rouwenden overvalt. “Wij bestaan zolang we nabestaan. We sterven in de anderen”, schreef Bernard Dewulf in Late dagen. Dat klinkt in eerste instantie hoopgevend, maar tegelijkertijd kan die verantwoordelijkheid volgens Saskia Vandenbroeck (42) ook beklemmend aanvoelen. Veertien jaar geleden was haar vader Ivo in de tuin aan de slag toen hij plots in elkaar zakte en stierf. Er kwam een mooie afscheidsviering die eerbetoon bood aan zijn leven en Vandenbroeck spendeerde vele uren aan de digitalisering van Ivo’s pennenvruchten en foto’s. Toch merkten zij en haar drie broers na de tiende verjaardag van hun vaders overlijden dat ze nog weinig concrete herinneringen aan hem overhielden. “Ik was 28 toen hij stierf en toch leken die jaren die we samen doorbrachten plots gereduceerd te zijn tot een beperkt aantal verhalen. Terwijl mijn vader zoveel meer was dan dat.”

Vandenbroeck wilde die gevoelens ook met mensen buiten haar familie delen en plaatste daarom kort na Ivo’s twaalfde sterfdag een emotioneel bericht op haar Facebook-profiel. Daarin vroeg ze aan haar omgeving om herinneringen aan Ivo te delen. Er stroomden meer dan honderd reacties binnen, ook van mensen die ze zelf niet goed kende. De verhalen zorgden ervoor dat haar vader jaren na zijn dood plots weer dichterbij kwam, al beseft ze dat zelfs die aanpak limieten heeft. “Mensen zijn complexe wezens. Als iemand er niet meer is, proberen nabestaanden misschien iets onder woorden te brengen wat helemaal niet in taal te vatten is.”

Verhalen uitwisselen is waarschijnlijk niet de meest baanbrekende rouwtechniek, maar de effectiviteit ervan toont wel aan dat een herinnering in leven houden een groepswerk is. Keirse haalt zo een anekdote aan over zijn kleindochter die hem als kleuter vroeg om over haar tweede, plots overleden grootvader te vertellen. “Want als ik mijn herinneringen met haar deelde, zou zij ook twee opa’s hebben.” Hoewel de verschillende anekdotes over overledenen vaak subjectief en contradictorisch zijn, hoeft dat niet noodzakelijk problemen op te leveren voor de nagedachtenis. In een diffuus beeld kan eveneens schoonheid schuilgaan en bovendien kunnen stervenden hun omgeving een eindje op weg helpen. Keirse raadt palliatieve patiënten bijvoorbeeld vaak aan om een zogenaamde rouwdoos samen te stellen. Daarin kunnen boeken, foto’s en brieven zitten die iemand tekenend voor zijn persoonlijkheid vindt en waarvoor hij graag herinnerd zou worden.

Ilska Mussen (49) is vertrouwd met het voorstel van Keirse. Ruim vijf jaar geleden kreeg ze tijdens een doktersconsultatie te horen dat ze uitgezaaide longkanker had en niet meer zou genezen. Met een voorspelde levensverwachting van vijf jaar had Ilska er als bevlogen ondernemer vooral moeite mee dat ze veel van haar plannen niet meer zou realiseren, al wilde ze niet bij de pakken blijven neerzitten. Als voornaamste levensdoel nam ze zich voor om haar eigen nalatenschap zo nauwkeurig mogelijk vorm te geven. Ze schreef brieven die vrienden en familie na haar overlijden konden lezen, zette haar meest gekoesterde herinneringen op papier en werkte haar eigen uitvaart tot in de puntjes uit.

Tot die taken achter de rug waren en Ilska zich realiseerde dat haar medische toestand stabiel was. In haar focus om de manier waarop anderen haar zouden herdenken vorm te geven, leek het zo alsof ze vergeten was om zelf nog voldoende te leven. Hoewel ze niet wist hoeveel tijd haar restte, besloot ze daarom later om zelf nog dromen waar te maken. “Ik heb nu opnieuw een eigen broodjeszaak en ben minder bewust met mijn nalatenschap bezig. Ik heb geen angst om vergeten te worden, mijn broer en zus zullen ervoor zorgen dat dat niet gebeurt. Daar put ik troost uit.”

Uit de verhalen van Vandenbroeck en Mussen blijkt duidelijk dat herinneringen geen statische gegevens zijn. Ze raken vervormd, vervagen en komen soms pas na jaren opnieuw bovendrijven. Vrede nemen met dat kneedbare en vluchtige karakter, kan troost bieden aan wie op herfstdagen over de naïviteit van goedbedoelde boodschappen op rouwkaarten tobt. “Sterven is verhuizen van de buitenwereld naar de harten van de mensen die van ons houden”, vertelt Keirse vaak tijdens lezingen.

Dat klinkt melig, maar de uitspraak wijst wel duidelijk op de transformatie die bij doodgaan hoort. Net zoals mensen tijdens hun leven voortdurend veranderen, is het passend dat de postume herinneringen aan hen eveneens evoluties kennen en dat nabestaanden op verschillende momenten ook andere lessen uit hun nalatenschap halen. Niemand heeft bovendien controle over hoelang herinneringen doorwerking vinden en het is logisch dat de concrete details uit anekdotes langzaam plaatsmaken voor een algemener gevoel.

Bij familiebijeenkomsten rond Allerzielen is het daarom misschien minder confronterend om vrede te nemen met het feit dat een dode herinneren soms meer om de aanvaarding van een onbestemd gevoel van verlangen draait dan om het oprakelen van een gedeeld verleden. Of om kleinkunstenaar Bram Vermeulen te parafraseren: alles wat je achterlaat, komt er in de eerste plaats als verlangen bij.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234