Zaterdag 03/12/2022

ReizenBikepacking

Mijn debuut als bikepacker: ‘Honderd kilometer per dag? De helft is meer dan genoeg, hoor!’

Onze man heeft niets aan het toeval overgelaten bij zijn vuurdoop als bikepacker. Denkt hij toch.
 Beeld Michiel Martin
Onze man heeft niets aan het toeval overgelaten bij zijn vuurdoop als bikepacker. Denkt hij toch.Beeld Michiel Martin

De Sloveense Alpen leken hem nog te hoog gegrepen, maar een week op de gravelbike door vlak Nederland, daar zag onze reporter geen graten in. Verslag van een bikepack-vuurdoop. ‘Honderd kilometer per dag? De helft is meer dan genoeg, hoor!’

Michiel Martin

‘Afzien vandaag. 30 kilometer afgenoesd.” Ik scroll door de berichtengeschiedenis met mijn vriendin, en vind niets dat mijn reis van afgelopen zomer beter omschrijft. Het is einde dag vier, 370 kilometer ver op twee wielen en ik heb zonet een prachtig stukje natuurgebied van mijn route afgesneden om de man met de hamer te omzeilen. Een cola en een bolletje speculoosijs kunnen het tij niet keren: het vet is onherroepelijk van de soep.

Die nacht zal ik in mijn tentje niet dromen van weidse uitzichten vanop het Drielandenpunt, maar van het treinstation van Welken–raedt en een enkeltje thuis. Dan heb je die bikepackingtrip doorheen fietsparadijs Nederland misschien toch niet zo heel erg goed aangepakt, toch?

Even recapituleren. Het start – zoals bij elke zichzelf respecterende coronaconsument – met de aankoop van een gravelbike, het nieuwe vlaggenschip van de fietsindustrie dat comfort met een breed spectrum aan terreinen combineert. Terwijl je wacht op de levering, zit je te likkebaarden bij perfecte Instagram-kiekjes van jonge mensen met houthakkershemden die hun stalen ros met allerlei handige tasjes beladen en al stoempend de wondere wereld afvinken. #bikepacking.

Wat houdt het nu precies in? Echt afgelijnd kan je de term – pas sinds een vijftal jaar in de brede omgang – niet noemen. Hoewel een gravelbike populair is, heeft bikepacking met het type fiets in principe weinig te zien. Zelfs met een eenwieler zou je het kunnen. Kort door de bocht: het is een fiets zo slim en slank aankleden dat je geen of weinig compromissen hoeft te maken over je route.

Kaarsrechte grindwegen leiden me door Kroondomein Het Loo, dat sluit tijdens het jachtseizoen. Beeld Michiel Martin
Kaarsrechte grindwegen leiden me door Kroondomein Het Loo, dat sluit tijdens het jachtseizoen.Beeld Michiel Martin


Bij het klassieke ‘biketouring’ zit je met grote, zware fietszakken die sowieso op een drager bevestigd zijn. De hele inboedel kan mee, maar die zware lading heeft inherent beperkingen qua actieradius of ruwheid van het terrein. Bij ‘bikepacking’ kies je voor kleinere tassen die aan het stuur, achter het zadel of in het frame bevestigd zijn. Dat betekent iets langer stilstaan bij wat je wel of niet meeneemt, maar je zoeft er gezwind mee op het asfalt, door het bos of over grindwegen – in theorie dan toch.

Pittig geprijsde tasjes

“Bikepacking is minder geschikt voor een reis van zes maanden van pakweg Antwerpen naar Shanghai, dan heb je elk type seizoenskledij nodig”, vertelt de Nederlander Tristan Bogaard (28) die met zijn vriendin Belén Castelló (31) het boek 50 Ways to Cycle the World samenstelde. “Het is eigenlijk vooral een keuze voor flexibiliteit. Je kan met zo’n lichtere lading echt alle kanten op.”

Het koppel maakte sinds 2019 voluit de overstap naar bikepacking, een keuze die fraaie plaatjes van panorama’s oplevert waar je geen tweewieler mogelijk toe acht, van wildkamperen langs de pieken van de Spaanse Asturias of de Sloveense Alpen. Maar het hoeft op zich niet zo ambitieus. Evengoed prop je na een weekje werken snel wat verse kleren in een stuurtas en fiets je op en af naar een hotelletje in Zeeland.

Ik ga, net zoals bij zowat elke 1+1-promotie in de supermarkt, meteen overstag bij dat idee. Take my zuurverdiende centjes! Want laat ons daar maar al een illusie doorprikken: elk van die mooie fietstasjes kost al snel ruim 100 euro, terwijl er vaak niet meer dan 10 à 15 liter in past. Voor hetzelfde geld koop je bij Decathlon al een vrij degelijke trekrugzak waar 70 liter in kan.

De Schotse hooglanders op de Veluwe laten zich door niets of niemand van de wijs brengen. Ook niet door Vlaamse 
bikepackers. Beeld Michiel Martin
De Schotse hooglanders op de Veluwe laten zich door niets of niemand van de wijs brengen. Ook niet door Vlaamse bikepackers.Beeld Michiel Martin

Wil je ook nog eens dat je gerief in al die fietstassen past – lees: een lichtgewicht tentje of een compacte slaapmat – dan loopt de rekening serieus op. “Eens het zaadje voor zo’n reis geplant is, kan het aanbod al snel overweldigend zijn”, weet ook Tristan Bogaard. Er bestaan zelfs tassen die je aan de vork bevestigt, of kleine ‘snackpacks’ waar je snel een energiereep uit jat. De combinaties zijn schier eindeloos.

Bogaard raadt aan om niet enkel de nieuwste spullen van bekende bikepackers op sociale media als inspiratie te gebruiken, maar vooral hun tijdslijn. “Doen ze het al meerdere reizen op die manier, dan zijn ze er wellicht tevreden over”, zegt hij. “En vraag gerust in je lokale fietsenwinkel of je die tas eerst eens kort kan uitproberen. Het moet bij jouw stijl passen.”

Wat is mijn stijl? Ik heb geen flauw idee. Ik weet alleen dat ik een kleine week wil fietsen, en dat ik dat ‘zelfvoorzienend’ wil doen. Ik reken snel even uit – een tent, slaapgerief, voldoende (fiets)kledij, een paar sandalen, een kookvuurtje, enkele vriesdroogmaaltijden, een oplader en nog wat andere gadgets – en kom al snel aan 50 liter. Daar wil ik het liefst ook geen fortuin aan spenderen, dus beslis ik deels op basis van prijs-volume.

Uiteindelijk koop ik, bovenop de zadeltas die ik al voor Kerstmis kreeg (11 l), nog een stuurtas (15 l) en twee kleinere fietstassen (2 x 12,5 l) die ik aan een voordrager zal bevestigen. Samen met mijn vertrouwde rugzakje moet dat volstaan, besluit ik.

Nu enkel nog een bestemming.

Niets houdt je tegen om ook daar zelfvoorzienend te zijn, en via online routeplanners een traject van A naar B uit te tekenen. Op het internet is er echter een hele catalogus te vinden op ieders maat, van een vijfdaagse in de Ardennen tot een monstertocht die helemaal van de Arctische kust in Noorwegen tot de Atlantische kust in Portugal loopt.

Ik kies ervoor om het Noord-Zuidprincipe iets bescheidener aan te pakken, en vind op de website van een Nederlandse gravelfanaat een route die van Groningen naar het Drielandenpunt loopt, vooral over onverharde paden. Een ideaal debuut, lijkt me: plat als een pannenkoek, open ruimte op overschot, geweldige fietsinfrastructuur. En zelfs als ik voor een verrassing kom te staan, is er altijd wel een fietswinkel in de buurt of een plek om bij te tanken.

Handig ook is dat je elke route naar eigen wens kan pimpen. Ik knijp het eerste tuutje eraf, pik in op de route vanaf Zwolle, zoek een paar leuke campings en knip het traject in vijf etappes van telkens zo’n 100 kilometer, die ik netjes in mijn fiets-gps laad. Moet lukken toch, op een hele dag?

Vanuit het treinstation in Zwolle vat ik met volgeladen tassen en benen de tocht aan. Nog geen vijf kilometer ben ik aan het peddelen, en daar begint het grote avontuur. Ik meander van groengebied naar groengebied, laveer van grindstrook naar wortelig bospad, maal vele kilometers zonder dat er ook maar één gemotoriseerd geluid op mijn radar verschijnt. Heerlijk.

Het is natuurlijk een beetje wennen, dat bikepacken. Je zou bijna vergeten dat er een gemiddeld jongetje van drie jaar oud aan die fiets hangt - 15 kilogram dus, aldus leren de Vlaamse gewichtscurves. De zwaarste dingen, zoals tent en spiegelreflexcamera, zitten bovendien vooraan. Het maakt sturen net dat ietsiepietsie logger, en zorgt ervoor dat je net iets minder fluks door een zandstrookje snijdt.

“Op onze eerste reis had ik ook bijna alles vooraan hangen”, vertelt Bogaard. “Dat liep niet zo lekker, dus heb ik mijn set-up achteraf wat herdacht door voor een rek achterop te kiezen.” Een beginnersfoutje, zou je dus kunnen zeggen, de versie 1.0 waar je nu eenmaal door moet bijten.

‘50 kilometer is genoeg’

Het doet allemaal bijzonder weinig af van de pret. Dag één gidst me doorheen het grootste aaneengesloten natuurgebied van Europa: de Veluwe. Als een jukebox spuwt het landschap om de paar minuten een nieuw, fraai plaatje uit. Zo heeft het Kroondomein nabij Apeldoorn zijn naam niet gestolen, en kan ik dankzij drie wilde zwijnen de eerste van de Nederlandse big five afvinken. De etappe is veel glooiender dan verwacht ook, wat best fijn is. Een beetje reliëf doet altijd wonderen.

De finish bereik ik na een laatste tien kilometer waarin ik meer moet afstappen dan me lief is, door het mulle zand dat heel wat paden doorkruist. Op de camping, naast Nationaal Park De Hoge Veluwe, zet ik mijn tent op, kook mijn potje en lees op mijn e-reader waarom de meeste mensen deugen. Ik vind zelfs nog de energie om wat extra kilometers in het park te fietsen, om een edelhert te spotten.

Het kan niet op, maar dat zal niet blijven duren. Bogaard, die nochtans flink wat kilometers in de benen heeft, lacht wanneer ik over de afstanden vertel. “Honderd is zo’n stereotiep getal waar mensen zich op vastpinnen, maar zelf zou ik meer dan vijftig kilometer per dag eigenlijk niet aanraden”, zegt hij. “Het is belangrijk dat je ruimte laat om verrast te worden, of om even in een stadje te vertoeven. Dat zijn vaak de échte cadeautjes onderweg.”

Berg en Dal, inderdaad

Hij heeft gelijk, en dat had ik eigenlijk al moeten weten. Bij het ontbijt op de Veluwe raak ik aan de praat met Annemarie (56) en Paul (57) uit Rotterdam. Ze doen al dertig jaar fietsreizen zonder daar een hippe term op te plakken, en vertellen hoe ze geleerd hebben om “gewoon lekker hun zin te doen”. Er is geen plan, geen afstand. Enkel een vage richting. Die dag nemen ze de tijd om het Kröller-Müller Museum, waar topstukken van Van Gogh en Mondriaan hangen, te bezoeken en verder niet zo heel veel.

Ik zeg dat het fantastisch klinkt om zo spontaan te beslissen, maar binnenin wringt het. Ik moet honderd kilometer fietsen, geen schilderijtjes bewonderen. Of neem nu de volgende kwestie: is het een goed idee om, een week na de gigantische wateroverlast in Zuid-Limburg, net die richting uit te fietsen? Wellicht niet. Sommige gemeentes langs de Maas, waar mijn route parallel mee loopt, worden zelfs geëvacueerd.

Voor rondtrekkende fietsers hebben de meeste campings altijd wel een plaatsje vrij.
 Beeld Michiel Martin
Voor rondtrekkende fietsers hebben de meeste campings altijd wel een plaatsje vrij.Beeld Michiel Martin

Toch kan ik mijn zo minutieus uitgekiende traject niet loslaten. ‘Summit fever’ heet zoiets bij wandelaars. Tegen beter weten in toch je geplande route voltooien.

De wateroverlast zal uiteindelijk geen hindernis vormen, maar de benen lopen elke dag sneller vol. De gemeente Berg en Dal hakt er, zoals de naam doet vermoeden, flink op in. Ik gun me helaas geen zonnig namiddagje aan een meer in Nijmegen, maar kijk na een korte, frisse duik al snel naar de priemende klok: 16 uur en nog vijftig kilometer te gaan, vertrekken maar!

Ik vermoed dat Derek, een 46-jarige Nederlandse bedrijfsleider, het van mijn gezicht afleest wanneer ik op Camping De Bloksberg als een uitgeknepen gelletje mijn tent opzet. Ik mag onder geen enkel beding weigeren om alle restjes barbecue naar binnen te smikkelen - wat ik na een kort beleefdheidsverweer als een gek begin te doen. Fuck die vriesdroogmaaltijd.

Hausgemachte Pommes

Mocht u denken dat dit een antireisreportage is, dan moet ik u teleurstellen. Ik raad u ten stelligste aan om in mijn spoor te gaan fietsen, want de context blijft een waar genot voor pedaleurs. Op het laatste stukje Veluwe tref ik Schotse hooglanders, de fietso–strade tussen Arnhem en Nijmegen is voor Vlamingen een ervaring an sich en het houdt nooit op met die natuurparken – de Maasduinen of de Meinweg zijn prachtig.

Die context is echter relatief wanneer je tong tegen het asfalt hangt. Exact de reden dus waarom dat ene berichtje – flink afzien en dertig kilometer afpietsen op dag vier - de perfecte samenvatting is van een best geweldige reis. Het is na drie dagen koppig zijn eindelijk de flexibiliteit van bikepacken omarmen.

Het zijn geen waanzinnige dingen. Ik doe een klein ommetje naar centrum Venlo, waar ik me tegoed doe aan ‘frische Fische und hausgemachte Pommes’ (fish-and-chips). Ik omzeil een Limburgs bergje omdat de spieren schudden van neen.

Eindbestemming bereikt: het Drielandenpunt op de Vaalserberg. Beeld Michiel Martin
Eindbestemming bereikt: het Drielandenpunt op de Vaalserberg.Beeld Michiel Martin

Ook de laatste dag rijd ik net iets directer naar het Drielandenpunt. Nog steeds pittig, maar er is iets veranderd wanneer ik het gratuite kiekje aan de drie vlaggen laat nemen en de afdaling richting Welkenraedt inzet. Ik probeer het uit te leggen aan Bogaard, dat ik er plots weer van genoot om te ‘tjolen’. Sukkelen met de glimlach, zeg maar.

“Daar moet je soms bereid toe zijn”, zegt Bogaard. “Wij hebben ook al op grindpaden gereden waar de hellingsgraad zo hoog is dat je continu wegglijdt en er alleen nog scheldwoorden in je hoofd schieten. Maar als je dan dat prachtige kampeerplekje bereikt, geeft het een heerlijk gevoel. Het enige is wel: als je dat plekje ook simpel via een makkelijkere weg kan bereiken, hoef je echt niet per se dat lastige pad op te borstelen.”

Het doet me denken aan een helse passage in het nationaal park De Maasduinen. Na ongeveer een halve kilometer ploeteren door een zandstrook, zwaait een parkbeheerder me toe en zegt met een brede grijns: “Je weet toch dat er vijftig meter hier vandaan een fietspad loopt?”

Zo begint u er zelf aan

Pakken en zakken

Dit jaar opende de gespecialiseerde zaak Bikepacking Belgium de deuren. Voor fietsgerief en advies op maat kan u terecht in het Groen Kwartier in Antwerpen. Ook de meeste outdoorshops en sommige fietshandelaars bieden al een gamma aan.

Routezoeker

De website bikepacking.com biedt een uitstekende inspiratiegids, met routes over heel Europa. De Noord-Zuid-route doorheen Nederland is terug te vinden via gravelrides.cc. Apps zoals Komoot, of gewoon een fietsknooppuntennetwerk, zijn dan weer handig om onderweg te improviseren.

Zonder tent

Bikepackingholland.nl bundelt een vijftiental fiets- en budgetvriendelijke hostels bij onze noorderburen. Mag het wat spontaner, dan kan u ook terecht op het platform warmshowers.org, specifiek gericht op fietstoeristen. Mensen over heel de wereld bieden er slaapplek aan.

Eerste kennismaking

Het Belgische reisbureau Trailgrip organiseert weekends in de (Franse) Ardennen en Luxemburg. Ideaal voor een eerste kennismaking, zij het wel met de moutainbike.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234