Woensdag 07/12/2022

InterviewMark Nelissen

‘Mensen zullen altijd een verschil tussen man en vrouw blijven maken’

null Beeld Nik Heemskerk
Beeld Nik Heemskerk

De mens reist naar andere planeten, geneest kankers en komt met steeds slimmere technologische apparaten. Toch betekent dat volgens gedragsbioloog Mark Nelissen niet dat de Homo sapiens superieur is aan andere dieren. In zijn boek Voetstuk onttovert hij de wereld met flair. ‘We mogen geen slaaf zijn van onze genen.’

Paul Notelteirs

“Het is tijd om ons mensbeeld bij te sturen.” Sinds de publicatie van Charles Darwins standaardwerk On the Origin of Species is al ruim 160 jaar verstreken, maar het gedachtegoed van de Britse bioloog is nog niet in alle geesten doorgedrongen. Mark Nelissen, emeritus professor aan de Universiteit Antwerpen en gedrags- en evolutiebioloog, merkt dat de mensheid zichzelf nog vaak op een voetstuk plaatst.

In zijn nieuwe boek beschrijft hij daarom een reeks wandeltochten waarbij alledaagse situaties telkens de aanleiding vormen tot beschouwingen over biologische impulsen. Een bruidegom krijgt te horen waarom zijn libido snel na het huwelijk zal dalen, een jezuïet leert dat moraal geen godsgegeven geschenk is en een jong koppel ontdekt dat hun gezoen onbewust aangestuurd wordt door een oeroude drang tot voortplanting. Zo brokkelt het voetstuk uit de titel geleidelijk aan af en staat de mens aan het eind in zijn blootje. “Want we blijven gewoon stoffelijke wezens en gehoorzamen aan zuiver biologische wetmatigheden.”

Waarom is die gedachte voor een deel van de bevolking zo moeilijk om te aanvaarden?

Nelissen: “Er zijn zeker in het Westen veel mensen akkoord met de leer van Darwin, maar dat betekent nog niet dat ze die willen toepassen op de mens. Ze voelen zich verheven, al is er op dat vlak wel al een weg afgelegd. De huidige moeilijkheden hebben volgens mij vooral te maken met onze lange culturele geschiedenis die gestoeld is op religie. Binnen het christendom kan je op moeilijke momenten bijvoorbeeld tot een god om beterschap bidden. Omdat veel mensen een christelijke opvoeding kregen en geïndoctrineerd werden, kan het moeilijk zijn om dat los te laten.

“Toch kan het ook een bevrijding zijn om de evolutietheorie te omarmen. Na mijn lezingen werd ik al aangesproken door mensen die me vertelden dat mijn boeken hun gemoedsrust brachten. Ik schrok daar eerst van, maar dankzij de wetenschappelijke uitleg is het ook niet meer nodig om bang te zijn voor een opperwezen. Ik schrijf mijn boeken voor wie zich daarvoor wil openstellen.”

U verzet zich ook tegen het beeld van de mens als een rationeel wezen. Waardoor laten we ons gedrag dan wel sturen?

“In het dagelijks leven gebruiken we ons verstand heel weinig. We steunen veel vaker op wat we sinds onze kindertijd door leerprocessen oppikten en op gedragingen die door de evolutie in onze genen werden vastgelegd. De leerprocessen zijn gekleurd door persoonlijke ervaringen, wat je meekrijgt tijdens je opvoeding of van je omgeving. Bij de evolutie gaat het om universele kenmerken. Onze voorouders waren er bijvoorbeeld op gericht om zo lang mogelijk in leven te blijven en om zich zo goed mogelijk voort te planten, die instincten hebben ze overgeleverd aan ons. Als we nu van kinds af aan bang zijn voor onschuldige spinnen, dan komt dat omdat onze voorouders ooit wel redenen hadden om zich daar zorgen over te maken. Hun angst is door een evolutionair proces in onze genen ingebrand.”

Als iedere vorm van angst uit een reële dreiging voortkomt, lijkt de doodsangst een uitzondering op de regel te zijn. Hoe verklaart u die vrees voor het onbekende?

“Ik denk dat die cultureel bepaald wordt en dat leerprocessen er invloed op hebben. Als kind leerde ik in de jaren vijftig al dat je na je overlijden in de hemel of de hel zou belanden. Dat boezemde me angst in. Net als het feit dat de dood vaak met ziekte en pijn wordt geassocieerd. Onze leefomgeving heeft sowieso ook invloed op angsten. De communicatiemogelijkheden zijn uitgebreid en we zien alles wat er in de wereld gebeurt. Vroeger wist je niets van ziektes of dreigingen buiten je eigen leefomgeving, nu kan je ze moeilijk negeren. Het is de kostprijs van onze culturele ontwikkeling.”

Net als de angst komt ook onze moraal voort uit evolutionaire ontwikkelingen. Hoe verliep dat proces?

“Er is geen enkele diersoort zo sociaal als de mens. Onze voorouders leefden net als de chimpansees al samen om hun overlevingskansen te vergroten, maar hun groepsleven was daarbij complexer en had een zekere politiek. De samenlevingsvorm zorgde voor bescherming, maakte het makkelijker om voedsel te vinden en deed de jacht vlotter verlopen. Het was daarom belangrijk om de samenhang en harmonie binnen de groep te versterken. Dat gebeurde via ongeschreven regels, zoals het gebod om niet te doden of om niet zomaar spullen van een ander af te pakken. Die ideeën werden overgeleverd via leerprocessen en aangeboren remmingen, en keren terug in wat wij vandaag als de moraal beschouwen.

Marc Nelissen: 'Mensen zullen altijd een verschil tussen man en vrouw blijven maken.' Beeld RV
Marc Nelissen: 'Mensen zullen altijd een verschil tussen man en vrouw blijven maken.'Beeld RV

“Na de uitvinding van de landbouw werden samenlevingen complexer en waren er extra afspraken nodig. Maar die eerste pogingen om de groepsharmonie te bewaren, keren ook bij andere diersoorten terug. Wanneer twee chimpansees ruzie maken, zal het alfamannetje binnen de groep bijvoorbeeld zo snel mogelijk proberen om de situatie te ontmijnen. Want anders kan een langere vete ontstaan die de samenhang ondermijnt.”

U hebt het nu over het macroniveau, maar in welke mate spelen die biologische impulsen een rol bij onze directe relaties? Hoe autonoom en rationeel zijn we bijvoorbeeld bij een partnerkeuze?

“Verliefdheid wordt in grote mate bepaald door chemische stoffen. We produceren onbewust feromonen en nemen die van anderen waar, wat de aantrekkingskracht tussen twee personen kan versterken. Een zoen helpt bij de uitwisseling daarvan en geeft ook weer hoe het immuunsysteem van een partner eruitziet. Als het te veel op dat van jou lijkt, zal het geen goede partner zijn omdat een mogelijk kind dan minder goed beschermd is tegen nieuwe bacteriën. In het verleden was dat belangrijk, maar vandaag werkt het onbewust nog steeds zo. Daarom besluiten veel mensen na die eerste kus dat ze toch niet voor elkaar gemaakt zijn.

“Verder zijn er veel manieren waarop mannen en vrouwen van elkaar verschillen. Mannen zijn vanuit evolutionair oogpunt geïnteresseerd in jonge vrouwen omdat ze genoeg tijd willen om zich voort te planten en dus rekening houden met de menopauze. De voorkeur voor mooie vrouwen komt dan ook voort uit het feit dat schoonheid een teken van jeugd en vruchtbaarheid is. Vrouwen zijn daar minder mee bezig, zij tastten vroeger vooral af of een partner mogelijkheden bood om haar te ondersteunen. Vandaag spelen die impulsen onbewust nog mee, of ze nu zin hebben of niet. Bovendien zijn de voorkeuren niet bij iedereen hetzelfde.”

In uw boek is sekse wel vaker een verklarende factor. Hoe verzoent u dat met recente inzichten over de manier waarop de socio-culturele context onze genderidentiteit eveneens beïnvloedt?

“Het is moeilijk om kort samen te vatten, maar onze evolutionaire voorgeschiedenis wordt nu eenmaal sterk bepaald door het onderscheid tussen man en vrouw. Dat verschil kan ook misbruikt worden. Voor zover wij weten, werden vrouwen in onze geschiedenis onderdrukt. Maar honderdduizenden jaren geleden waren zij waarschijnlijk de baas in de samenleving en moesten mannen zich onderwerpen. Pas met de uitvinding van de landbouw keerde dat omdat mannen fysiek sterker waren. Dat leidde tot de onderdrukking van de vrouw, die de laatste tientallen jaren absoluut niet meer aanvaard wordt. En terecht.

“Je moet mannen en vrouwen dezelfde rechten geven, maar niet gelijkstellen aan elkaar. Zo ontken je hun verschilpunten. Waardoor medicatie bijvoorbeeld nog te weinig op vrouwen getest wordt, terwijl hun lichaam anders werkt. De woke-beweging wil dat doortrekken en wil geen verschillen benoemen in de hoop om zo een gelijke behandeling te krijgen. Maar mensen zullen altijd een verschil tussen man en vrouw blijven maken.”

Tien jaar geleden vertelde u dat het glazen plafond niet bestaat. Staat u daar nog steeds achter?

“Ik doelde toen op bedrijven en universiteiten die vrouwen doelbewust uit de hogere rayons zouden weren omwille van hun geslacht. Terwijl het volgens mij eerder een kwestie van motivatie is. Om CEO van een bedrijf te worden, moet je veel gevechten voeren en vaak zelfs je gezin verwoesten. Vrouwen willen dat doorgaans niet. Daarom spreek ik van een kleverige vloer. Ze zijn bekwaam en gewild, maar ze blijven waar ze zijn omdat ze niet bereid zijn om die gevechten op dezelfde manier als mannen te voeren. De situatie is, zoals ik toen voorspeld heb, wel snel aan het veranderen.”

De voorbije jaren toonden vele studies en getuigenissen nochtans aan dat seksisme wel degelijk leeft binnen bedrijfsculturen. Vrouwelijke sollicitanten worden soms geweerd omdat ze zwanger kunnen worden.

“Dat is natuurlijk wel zo en je mag vrouwen een bepaalde functie daarom niet ontzeggen. Je moet misschien van tevoren wel afspreken wat de voor- en nadelen daarvan kunnen zijn. Het komt erop neer: als je een job niet krijgt omdat je zwanger wil worden, geef je misschien ook de voorkeur aan die zwangerschap. Het is moeilijk om dat zwart-wit te bekijken, je kunt dat niet zomaar in punten uitdrukken.”

Dergelijke uitspraken liggen momenteel gevoelig in de samenleving en aan universiteiten. Maakt u zich zorgen over de academische vrijheid?

“Toch wel. Als je een wetenschappelijk onderbouwde stelling verdedigt, kan het bijvoorbeeld zijn dat je een bepaalde lezing niet meer mag geven. In de jaren negentig gebeurde dat al met de auteurs van The Bell Curve, een boek waarin beweerd werd dat IQ-verschillen tussen bepaalde etnische groepen genetisch bepaald zijn. Bepaalde mensen die dat werk verdedigden, raakten hun job kwijt. Terwijl je eigenlijk de vrijheid hebt om te zeggen dat je een bepaald onderzoek deed en dat het aan anderen is om dat met nieuwe studies te weerleggen. Vandaag zijn er vrij veel mensen die door de woke-cultuur geen academische vrijheid meer krijgen wanneer ze het over rassen en dergelijke hebben. Dat zou niet mogen.”

In uw boek neemt u alleszins geen blad voor de mond en toont u aan hoeveel van ons gedrag biologisch en evolutionair gestuurd is. Hoeveel ruimte blijft er nog over voor vrije keuzes?

“Ik herhaal in al mijn boeken dat we geen slaaf mogen zijn van onze genen. Ze duwen ons in een bepaalde richting, maar we kunnen door onze ratio bijsturen. Als je ingelicht wordt over hoe die genetische grondslag werkt, wordt dat ook makkelijker. Denk bijvoorbeeld aan racisme. Er zijn een aantal aangeboren drijfveren die ervoor zorgen dat we ons afzetten tegen mensen die we als een bedreiging zien. Dat gebeurt vaak als ze er anders uitzien of tot een andere cultuur behoren. Als je beseft dat dat evolutionaire wortels heeft en dat je door je oerwortels gestuurd wordt, kan je gemakkelijker zien dat ze geen bedreiging vormen. Gebruik dus liever je verstand.”

Andersom kan die biologische oorsprong ook gebruikt worden om wangedrag goed te praten. Als racisme in iemands bloed zit, waarom zou die er zich dan tegen verzetten?

“Dat is een kritiek die je vaak hoort bij evolutionaire verklaringen. De genetische aanleg is oeroud en was tienduizenden jaren geleden functioneel. Vandaag is dat niet meer zo en dat moeten mensen zich voor ogen houden. Overspel zit bijvoorbeeld ook in onze genen, maar dat betekent niet dat je het moet doen. Die genen zouden gedeletet moeten worden, alleen kunnen we dat niet.”

Uw ambitie met het boek is om de mens van zijn voetstuk te halen, maar plaatst u zichzelf ook niet op een sokkel? Bij iedere ontmoeting die u in uw boek beschrijft zijn de betrokkenen dommer dan u en onder de indruk van uw humor.

“Zo heb ik dat nooit bekeken, ik zie ze zeker niet als dommer. Ik wilde gewoon iets vertellen aan mensen dat zij nog niet weten en ik toevallig wel. Maar dat betekent niet dat ik mezelf meer waard vind of dat ik vind dat ik meer rechten verdien. Het voetstuk uit de titel gaat vooral over het onderscheid met de dierenwereld. Mensen plaatsen zichzelf dan zo hoog op het voetstuk dat ze geen respect meer voor het dierenwelzijn of het milieu hebben. Maar dat is niet de houding die ik in het boek aanneem. Een loodgieter die mijn sifon komt herstellen, kent daar meer van dan ik. Betekent dat dan dat ik hem op een voetstuk plaats? Nee, iedereen heeft zijn vaardigheid, job en functie.”

Mark Nelissen, Voetstuk: de bescheiden oorsprong van de mens, Ertsberg, 2022, 268 p., 25,95 euro.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234