Zondag 17/10/2021

ReportageDe reis van mijn leven

Mark Coenen en zijn road trip door Canada, het land van de overtreffende trap

Gigantisch veel Gardameren na elkaar: Canada is het meest fotogenieke land ter wereld. Zie ook hoe het T-shirt van mevrouw naadloos in de omgeving opgaat.  Beeld Mark Coenen
Gigantisch veel Gardameren na elkaar: Canada is het meest fotogenieke land ter wereld. Zie ook hoe het T-shirt van mevrouw naadloos in de omgeving opgaat.Beeld Mark Coenen

In onze reeks ‘De reis van mijn leven’ blikken De Morgen-pennen terug op een trip die onder hun vel kroop en misschien wel hun leven veranderde. Deze week: Mark Coenen reed in 2018 met vrouw en kinderen drie weken over de Trans-Canada Highway. Voor de kluizenaar in onze columnist was dat niet evident. ‘Maar er was buiten zoveel te zien dat je onderweg de wifi niet eens miste.’

Na een zelfs voor ons doen gigantisch ontbijt met pannenkoeken, granola in dertien soorten en vers fruitsap rijden wij van de parking van het hotel in Calgary af, recht een filmdecor binnen.

De Trans-Canada Highway is 7.821 kilometer lang, maar wij doen maar een stukje, want drie weken zijn zo voorbij.

De bedoeling is om het land te dwarsen richting Vancouver Island, tot helemaal aan het einde van de highway in Tofino, aan de Indische Oceaan.

De wegen zijn hier allemaal weids, de vergezichten ook: onze roadtrip begint in opperbeste stemming en met zicht op de Rocky Mountains, met haar fee­ëriek besneeuwde toppen, zelfs in hartje zomer.

Zwitserland in het heel groot.

De lucht lijkt op een screensaver van Microsoft.

Hoewel we in Canada zijn, betrap ik mij erop dat ik de hele tijd een liedje van de Australische band Triffids aan het zingen ben, ‘Wide Open Road’.

Want dat is het. Helemaal. En dat drie weken lang.

Wij zijn zonder bagage in Calgary geland, wat bij de controlefreak in mij enige ongerustheid teweegbrengt, maar we overleven dankzij de toiletartikelen ons bedeeld door de vliegtuigmaatschappij. Dat is dan ook het eerste en het laatste echt spannende feit van de reis, hoewel drie weken constant samen zijn voor mij ook een experiment is.

De kunst van te leven is thuis te zijn alsof men op reis is, zei Godfried Bomans ooit, maar omgekeerd klopt het niet: de kunst van reizen is niet doen alsof ge thuis zijt. Want dan kunt ge even goed thuisblijven: scheelt financieel ook een slok op een borrel.

Natte voeten bij een van de drie miljoen snelstromende riviertjes.  Beeld Mark Coenen
Natte voeten bij een van de drie miljoen snelstromende riviertjes.Beeld Mark Coenen

De drie weken altijd samen in de luchtbel van een luchtgekoelde familiewagen en geweldig pittoreske motels zijn een zoektocht naar een nieuw evenwicht voor de kluizenaar in mij, die graag tijd en ruimte voor zichzelf maakt en die tijd en ruimte nu moet delen.

Gelukkig heb ik een verstandige vrouw die mij laat doen en beschikken de kinderen over iPads.

Voor het eerst sinds mijn 17de raak ik in drie weken geen autostuur aan: Isabelle is chauffeuse omdat zij de wagen gehuurd heeft en we te gierig zijn om ook voor mij een permit te kopen.

Drie weken passagier spelen is voor de controlefreak in mij (zie boven) een prestatie die in mijn persoonlijke Guinness Book of Records kan, maar ik heb een e-reader bij me en er is buiten zo veel te zien dat ik de wifi onderweg niet mis.

Het is voor ons, de immer en op alle plaatsen geconnecteerden, een aanpassing, maar dankzij een uitgebreide harde schijf is veel op te lossen.

Waardoor de kinderen meer naar Friends dan naar buiten kijken, wat dan weer op de zenuwen van mijn vrouw werkt die de hele reis heeft gepland en al vrolijk wordt bij het minste zangvogeltje dat op de motorkap komt zitten.

Als het kon, zou ze slapen in een bed van stro bedekt door een deken van veren. Voor haar is Canada een pretpark waarbij de ene natuurlijke attractie al mooier is dan de andere.

Ze heeft helemaal gelijk. Canada past ons als een handschoen.

Flutgoal

De eerste dagen is het weer Belgisch, wat we niet verwacht hadden maar wat perfect past bij de sfeer van een verloren halve finale van het WK voetbal, een match waarbij de Belgen de boot ingaan dankzij een flutgoal van Umtiti. Dekkingsfout van Fellaini, ik blijf het zeggen.

Tofino: hier begint het rijk der orka’s.  Beeld Mark Coenen
Tofino: hier begint het rijk der orka’s.Beeld Mark Coenen

Beweren dat de gemiddelde Canadees bezig is met het WK zou overdreven zijn: in de grote sportbar waar we de nederlaag lijdzaam ondergaan zijn we, naast een Frans koppel dat grijnslachend onze felicitaties in ontvangst neemt, ongeveer de enige gasten.

Zo moeten Canadezen zich voelen als ze in een eenzaam baancafé bij Wevelgem naar een play-offwedstrijd van hun hockeyteam zitten te kijken, denk ik.

We trekken richting Golden, vlakbij het Glacier National Park.

De code van de wifi van onze chalet is lotsofsnow, maar dat geldt blijkbaar alleen voor de winter.

De volgende dagen wordt het elke dag een paar graden warmer, wat we overleven dankzij de airco. We maken de prachtigste wandelingen, van de ene waterval naar het andere meer. Gigantische bomen filteren het licht en maken de temperatuur draaglijk.

Niet dat we alleen op de wereld zijn, maar het scheelt niet veel. Er is zoveel plaats dat het land leeg lijkt. ‘Canada is een land dat altijd leeg is geweest’, schrijft Rudi Rotthier in zijn onovertroffen Canada-boek Het beste land van de wereld. ‘Zo leeg dat de mensen het met hun dromen hebben moeten vullen.’

Ik heb wel de hele tijd het gevoel dat er of een beer of een gek uit de bossen zal komen om ons aan een spit te roosteren, maar dat beeld ik mij ongetwijfeld maar in.

Canada is het fotogeniekste land ter wereld.

Dochter is ondersteboven van de natuurpracht. Beeld Mark Coenen
Dochter is ondersteboven van de natuurpracht.Beeld Mark Coenen

Gigantisch veel Gardameren na elkaar, meer Alpen dan er Alpen zijn in de Alpen, en vlak daarna plots uitgestrekte wijngaarden die zo in hartje Provence zouden kunnen liggen, en stranden die je alleen in Tahiti zou verwachten.

We kijken onze ogen uit aan de oevers van Lake Louise, waar foto’s meteen postkaarten worden dankzij het zicht op een fenomenaal meer met ­water van het diepste appelblauwzeegroen.

We zijn hier niet alleen: het land mag dan nog zo groot en leeg zijn, het beschikt over vele toeristenvallen, waar men op hoogdagen over de koppen loopt.

Het is het land van de overtreffende trap: alles is groot. De auto’s, de afstanden, de meren, de bossen, met meer tinten groen dan er in de duurste doos van Caran d’Ache zitten.

Op de radio houdt men ons op de hoogte van de bosbranden die we slalommend op weg naar de kust trachten te vermijden. Dat lukt aardig, al ruik je ’s ochtends soms wel dat het in de buurt serieus gefikt heeft.

Goudkoorts

Alles is groot, maar Greenwood is wel de kleinste stad van de wereld: tenminste, dat staat er op grote borden. Men pakt hier graag uit met hoe uniek men wel is.

Onderweg naar een ontbijt in de haven: Vancouver verkennen met de fiets.  Beeld Mark Coenen
Onderweg naar een ontbijt in de haven: Vancouver verkennen met de fiets.Beeld Mark Coenen

Greenwood is trouwens ook, lezen we op een ander bord, de plek waar ‘the world’s best tasting water’ zich bevindt. We vergeten het te proeven.

De dame van het geweldige bric-a-bracwinkeltje legt ons uit dat er ten tijde van de goudkoorts meer dan 10.000 mensen in het stadje woonden. Nu zijn ze nog met 780. “Maar we blijven een stad”, zegt ze vol overtuiging.

“Dat weet ik,” mompel ik onder mijn snor, “het staat verdorie op alle borden.”

Het is onze laatste stop voor de boot ons naar Vancouver Island overzet, waar we de dag nadien in de buurt van Sidney in het gezelschap van skipper Dave, twee Oostenrijkers en drie Amerikanen uit Utah op zoek gaan naar walvissen.

Aqualibi, maar dan in het echt.

We krijgen allemaal een thermisch pak aan dat zeer van pas zal komen op het wiebelende water.

We varen eindeloos rond tot we in de buurt van Victoria op Mike de Orka stoten – die dieren hebben hier blijkbaar een naam – die met drie collega’s aan het oefenen is voor de oversteek naar Alaska. Ze wapperen vrolijk met hun staart. Wij fotograferen ons een ongeluk.

We zetten onze tocht verder naar Tofino langs lange, slingerende wegen door bossen waar geen einde aan komt. Meanderen is een woord dat uitgevonden is voor de Canadese rivieren, waar we ’s middags stoppen om te picknicken en te zwemmen. Ik doe alleen het eerste.

Vancouver Island is een paradijs voor gepensioneerden, die in de mateloze natuur hun erfenis opsouperen in een strandhuis met het nodige comfort.

Heerlijke, vriendelijke mensen, dikwijls perfect tweetalig, want naast zangerig Engels spreken velen hier ook een soort van middeleeuws Frans.

Ik babbel met Tom, die een T-shirt draagt met daarop: ‘Those who think they know everything annoy those of us who do’.

Wij verstaan elkaar.

Hij is 58 jaar getrouwd. Als ik naar zijn geheim vraag, antwoordt hij: “Ik was er na twintig jaar huwelijk al achter dat mijn vrouw de baas was. Dat heeft geholpen.”

Tofino is een paradijs voor hipsters en vrolijke types die er met de kano en een tentje opuit trekken om te gaan kamperen aan de overkant van het eiland. San Francisco in de jaren zestig, maar met minder haar.

The Shining

Wij gaan op zoek naar beren en huren een bootje maar vangen bot: we zien honderden zeehonden die lui liggen te zonnen, maar de beren sturen hun kat.

De famiiewagen, drie weken later, met prachtige herinneringen als extra bagage. Beeld Mark Coenen
De famiiewagen, drie weken later, met prachtige herinneringen als extra bagage.Beeld Mark Coenen

Na een zoveelste mooie, met strijklicht overgoten overzet sluiten we de vakantie af in Vancouver, waar we de eerste nacht slapen in de kelder van een spookhuis waar we de hele tijd vreemde geluiden horen. The Shining in het klein, met dat verschil dat het met ons goed afloopt en we de volgende dag een prachtige stad ontdekken. Met de fiets. Weinig is mooier dan in alle vroegte in een ontwakende wereldstad rond te rijden over royale fietspaden en te gaan ontbijten aan de haven.

We hebben ons laatste geld uitgegeven aan The Burrard, een boetiekhotel vlak in het centrum, en verkennen van daaruit downtown.

Zoals elke wereldstad heeft Vancouver haar schaduwkanten: in Chinatown worden we ongemakkelijk van de vele junkies, maar de stad is voor de rest charmant en alweer bijzonder fotogeniek. En onbetaalbaar, omdat vele appartementen opgekocht zijn door rijke Chinezen die er nooit zijn, maar pas sinds kort verplicht worden om tijd in Canada door te brengen.

Net zoals Antwerpen binnenkort beschikt de stad over een cruiseterminal, waar obsceen grote, giftige dampen uitstotende boten continu toeristen uitspuwen die snel snel souvenirs gaan kopen in de hoop de volgende afvaart niet te missen.

We eten onze eerste Beyond Burger aller tijden en verbazen ons over de smaak en de textuur. Canada is overwegend een land van vleeseters, maar in Vancouver hebben ze alle keukens van de wereld. Ook voor koppige vegetariërs is er keuze te over. Pas drie jaar later liggen die burgers ook bij ons in het schappen van het grootwarenhuis.

We ontdekken al fietsend Stanley Park, een reusachtige groene long waar in het weekend ongeveer iedereen in zwembroek op adem komt en verkoeling zoekt op de stranden. Sint-Anneke op 15 augustus, maar dan erger.

En wat nog erger is: de dag nadien vliegen we naar huis.

De sympathieke Jasvinder van McLure Cabs rijdt ons naar de luchthaven. Hij is in Canada geboren, zijn ouders kwamen uit Syrië. “Vancouver wordt de groenste stad van de wereld”, zegt Jasvinder stellig en trots. En hij filosofeert verder: “In de baarmoeder zijn we allemaal hetzelfde, pas als we geboren worden krijgen we plots een nationaliteit en een religie. Terwijl we allemaal toch gewoon mensen zijn.”

null Beeld Mark Coenen
Beeld Mark Coenen

We kunnen hem geen ongelijk geven, zeker niet na drie heerlijke weken in dit ‘lege land dat door mensen met hun dromen is gevuld’. Het werd ook een beetje onze droom.

Als we thuiskomen, is het veertig graden en staat er geen grasspriet meer recht in de tuin.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234