Zondag 05/02/2023

De coachPedagoog Belle Barbé

‘Leer kinderen - en zeker meisjes - dat het oké is om van hun geslachtsdelen te genieten’: zo geef je je kind seksuele opvoeding

Het didactisch materiaal op tafel toont aan hoe groot de clitoris (het roze gedeelte) in werkelijkheid is: ‘Hoewel je maar een tipje ziet, is die vanbinnen net zo groot als een piemel.’  Beeld Joris Casaer
Het didactisch materiaal op tafel toont aan hoe groot de clitoris (het roze gedeelte) in werkelijkheid is: ‘Hoewel je maar een tipje ziet, is die vanbinnen net zo groot als een piemel.’Beeld Joris Casaer

Met seksuele voorlichting kan je niet vroeg genoeg beginnen, zegt de Nederlandse pedagoge Belle Barbé. Op wipsite.nl leert ze jongeren al jaren alles over vrijen en met het boekje 100 antwoorden bij seksuele opvoeding geeft ze nu ook jonge ouders advies. ‘Leer kinderen – en zeker meisjes – dat het oké is om van hun geslachtsdelen te genieten.’

Ann-Marie Cordia

Het eerste hoofdstuk van 100 antwoorden bij seksuele opvoeding gaat over nul- tot tweejarigen, en dat is geen vergissing. “De seksuele opvoeding begint inderdaad vanaf nul jaar”, zegt Belle Barbé (30). “Want je leert baby’s wat geborgenheid is door ze aan te raken en te knuffelen, je kan ze de gelegenheid geven om hun lichaam te ontdekken, en je kan van in het begin de juiste woorden voor de geslachtsdelen gebruiken.”

Waarom zeg je beter ‘vulva’ dan ‘spleetje’?

“Er bestaan honderden woorden voor de vrouwelijke geslachtsdelen en die mag je allemaal gebruiken, zolang je ook de medische termen meegeeft. We leggen alles uit, van je oren tot je neus, waarom doen we dan zo krampachtig over de geslachtsdelen? Een kind vindt het niet vreemd om te horen dat een meisje drie gaatjes heeft: eentje om te plassen, eentje om kaka te doen en eentje waar later bloed uit komt, of een baby. Door alles te benoemen, geef je die schaamte alvast niet mee.

“Als ze bij de huisarts komen en ze kennen de juiste woorden niet, dan is dat nog onschuldig, maar mochten kinderen iets vervelends meemaken, dan wordt het moeilijker om het bespreekbaar te maken als ze de juiste woorden niet kennen.”

Kleine kinderen spelen vaker met hun geslachtsdelen, of ze wrijven ermee over de vloer. Hoe reageer je als ze dat in het openbaar doen?

“Je wilt je kind een positief zelfbeeld meegeven, zonder schaamte, maar het moet zich ook bewust worden van de wereld rond zich. Je mag het afleiden: ‘Kom, we gaan iets anders doen.’ Maar zeg niet: ‘Hou daar direct mee op, dat is vies!’ Erken het gevoel – ‘Ja, dat voelt lekker!’ – maar leg uit dat dit niet de juiste plaats is.”

Noem je dat dan masturbatie?

“Het is een beladen woord en het is niet hetzelfde als bij volwassenen, omdat er bij kinderen nog geen seksuele lust bij komt kijken. Maar masturbatie omschrijft het gedrag wel. Uit onderzoek in de kinderopvang weten we dat kinderen rode wangen kunnen krijgen of sneller gaan ademen. Soms is er iets als een ontlading of een hoogtepunt, waarna een kind rustig voortspeelt, zich ontspant of in slaap valt. In die zin kan je masturbatie bij kinderen ook vergelijken met dat geruststellende gevoel van bijvoorbeeld duimzuigen.”

In je boek schrijf je dat we meisjes soms van kleins af aan al slutshamen.

“Slutshamen klinkt heftig, maar als je van jongs af een negatieve boodschap meegeeft, komt het daarop neer. Al in de kinderopvang worden meisjes vaker dan jongens aangemaand om te stoppen met hun geslachtsdeel aan te raken, zo wijst onderzoek uit. Een jongen met zijn hand in zijn broek voor tv vinden we grappig, terwijl we datzelfde gedrag bij een meisje ontmoedigen. Leer dus vooral meisjes dat het oké is om te genieten van hun geslachtsdeel.”

Hoe beantwoord je de vraag waar baby’s vandaan komen? Begin je met het biologische verhaal over de eicel en de zaadcel?

“Je hebt altijd een eicel en een zaadcel nodig voor een baby, dat is een goed vertrekpunt. Soms hangt het van je gezinssituatie af hoe uitgebreid je het maakt. Als alleenstaande moeder vertel je misschien sneller dat je soms hulp nodig hebt van een dokter. Bij twee vaders is het weer anders.

“Voorlichting geven doe je in stapjes. Mijn vierjarige dochter wist dat je een eicel en een zaadje nodig hebt voor een baby, en dat de zaadjes uit de penis komen. Later vroeg ze: ‘Maar hóé komen de zaadjes uit de piemel?’ Terwijl ik me afvroeg of ik haar over orgasmes moest vertellen, antwoordde mijn man: ‘Uit de plasbuis!’, en voor haar volstond dat toen.”

Hoe leg je uit wat vrijen is?

“In het begin kan je vertellen dat vrijen iets ‘voor volwassenen’ is. Je kan zeggen dat er een piemel en vagina bij komen kijken, maar ook dat dit niet de enige manier is voor seks. Het belangrijkste is dat je er niet zo verhullend over praat dat het alleen enger wordt. Zo had een moeder haar dochter uitgelegd dat je kinderen kan maken door te vrijen, en om haar te beschermen had ze dat omschreven als knuffelen. Haar dochter wilde wekenlang niet met haar vader knuffelen, omdat ze bang was om een baby in haar buik te krijgen. (lacht)

“De goede intentie van ouders om het vaag te houden kan er juist toe leiden dat een kind angstig wordt. Wees niet bang om te volwassen dingen te vertellen, want als een kind niet toe is aan de uitleg, zal hij ook niet aanslaan. Laat je leiden door het tempo van het kind en de vragen die het stelt.”

In het klassieke voortplantingsverhaal komt de clitoris niet eens voor. Wanneer breng je die ter sprake?

“Als de kinderen wat ouder zijn en je het verhaal uitbreidt, kan je vertellen over opwinding. ‘Als een man opgewonden wordt, krijgt hij een stijve piemel, en zonder erectie is penetratieseks onmogelijk. En voor fijne seks is het ook belangrijk dat een vrouw opgewonden is. Bij haar zwelt de clitoris op en wordt de vagina vochtig.’”

Belle Barbé: ‘Stel dat je kinderen later via leeftijdsgenoten moeten ontdekken hoe dingen echt in elkaar zitten. Dan rekenen ze straks misschien ook niet meer op jou voor andere belangrijke informatie.’ Beeld Joris Casaer
Belle Barbé: ‘Stel dat je kinderen later via leeftijdsgenoten moeten ontdekken hoe dingen echt in elkaar zitten. Dan rekenen ze straks misschien ook niet meer op jou voor andere belangrijke informatie.’Beeld Joris Casaer

Vertellen we ook dat we vroeger niet wisten dat de clitoris zo groot is?

“Als weetje, waarom niet? Het is leuk om dochters aan te moedigen om eens in de spiegel naar hun geslachtsdeel te kijken. Hoewel je maar een tipje van de clitoris ziet, is die vanbinnen net zo groot als een piemel.”

Op welke leeftijd vertel je over menstruatie of natte dromen?

“Het is vooral goed om vooraf op de hoogte te zijn. De helft van de meisjes is ongesteld op haar dertiende. Je wilt niet dat ze panikeren als ze op een dag bloed in hun onderbroek opmerken. Zorg ervoor dat ze tegen dan al weten hoe je maandverband gebruikt.

“Ik merk wel dat het gangbaarder is om meisjes voor te bereiden op hun eerste menstruatie dan jongens te vertellen over de eerste zaadlozing. Voor je zoon is het wellicht fijn om te weten dat er sperma uit zijn piemel kan komen, als hij slaapt, of tijdens het masturberen. Zo schrikt hij er niet van en kan je die verkleefde sokken achter het bed vermijden. (lacht) Spreek met je kind af dat het bijvoorbeeld de lakens bij de vuile was stopt.”

Hoe leg je aan kinderen uit wat het betekent om transgender te zijn? Om hun genderstereotypen te counteren, wees ik mijn kinderen er als kleuters op dat niet alleen meisjes nagellak dragen of lang haar hebben. Aan het uiterlijk zie je niet of iemand een jongen of meisje is, dat kan je alleen zeggen als je weet of ze een piemel of een vulva hebben. Dat verhaal moest ik later bijsturen.

“Je kan uitleggen dat als je een vulva hebt, je waarschijnlijk wel een meisje bent, maar dat er ook mensen zijn die geboren zijn met een piemel en zich een meisje voelen. Je kan zeggen: ‘Pas als je het vraagt, weet je het zeker.’

“Kinderen kunnen erg in hokjes denken, maar tegelijkertijd is er heel veel mogelijk. Mijn dochter heeft een vriendinnetje dat het voorbije jaar van naam is veranderd: ze had eerst een jongensnaam, maar gaf al van haar tweede aan dat ze een meisje is. Ze heeft dan wel een piemel, voor mijn dochter is het helder: dat is haar vriendinnetje.”

Wat als je kind nooit vragen stelt?

“Dan zoek je andere manieren, bijvoorbeeld door boeken in huis te halen. Vaak is er een aanleiding, zoals een klas­genootje dat een zusje of broertje krijgt, of iets op tv. Kinderen hebben recht op correcte informatie. Het is belangrijk dat ze weten dat baby’s niet door de ooievaar worden gebracht. Het niet weten maakt hen op een bepaalde manier kwetsbaar. Stel dat ze later via leeftijdsgenoten moeten ontdekken hoe dingen echt in elkaar zitten, dan rekenen ze straks misschien ook niet meer op jou voor andere belang­rijke informatie.”

Jonge kinderen durven weleens de borsten of penis van hun ouders vast te pakken, of ze grijpen naar de geslachtsdelen van een ander kind.

“De meeste ouders snappen dat kinderen het even doen uit nieuwsgierigheid, maar daarna mag het ophouden. De vraag of de ander iets wil, is altijd belangrijk. Empathie moet je kinderen aanleren, je legt ze al vroeg uit dat ze geen speelgoed mogen afpakken. Voor veel ouders is de onderbroeken­regel handig om uit te leggen: alles wat in het ondergoed zit, mag je niet zomaar aanraken, punt.”

Wat als 6-jarigen met expliciete termen komen die niet bij hun leeftijd passen, zoals ‘pijpen’ of ‘neuken’?

“De makkelijkste manier is de vraag terugkaatsen: wat denk jij dat het betekent? Terwijl jij zicht krijgt op het kennis­niveau van je kind, koop je tijd. Ik sprak met een kinderverzorgster die op de opvang een meisje had dat steeds over pijpen sprak, en iets met haar opa. Alle alarmbellen gingen af, maar uiteindelijk bleek dat ze het roken van een pijp bedoelde! Soms is het dus iets onschuldigs.

“Kinderen pikken ook woorden op van oudere kinderen. ‘Wat is beffen?’, vroeg een zevenjarige aan zijn moeder. Ze probeerde zich ervan af te maken door te zeggen dat het iets was voor grote mensen, tot hij de smartphone pakte: ‘­Google, wat is beffen?’ Ho, dacht ze: ik zal het maar uitleggen. (lacht) Het risico dat ze het zelf online opzoeken bestaat, zeker als ze geen antwoord krijgen, of een antwoord waarvan ze vermoeden dat het niet waar is. De stap naar internet is snel gezet.”

Daar zegt u het. Ook online wil je kinderen voor van alles behoeden.

“80 procent van de 9- tot 12-jarigen heeft weleens expliciete beelden gezien online. Het gaat dan niet altijd over ­porno: soms zijn het spelletjes of een live sekscam die ineens opduikt. Bereid je kind voor op wat het kan doen als het plots iets heftigs ziet. Leg uit dat je de laptop kan dichtklappen, toon hoe je een venster wegklikt en zeg dat ze naar jou mogen komen voor hulp. Naast die praktische tips kan je tegengewicht bieden door uit te leggen dat een pornofilm, net zoals een actiefilm of Disney-film, niet echt is. Uit onderzoek weten we dat kinderen meer schrikken als hen niet verteld is dat porno niet de realiteit is.”

Eén op de tien kinderen uit het zesde leerjaar verstuurde al eens een sexy – daarom niet per se een blote – foto. Wat als ik niet wil dat mijn kinderen naaktselfies versturen?

“Dat komt een beetje neer op niet willen dat je kind ooit seks zal hebben. Verbieden is zinloos. Volwassenen zijn niet opgegroeid met die foto’s, voor hen is het nieuw. Natuurlijk weten we dat de gevolgen erg groot kunnen zijn als er iets misgaat, en toch is het belangrijk om te bespreken hoe je het veilig doet. Concreet: doe het alleen als je het zelf wilt en als je iemand helemaal vertrouwt. Dezelfde raad zou je geven over offline seks. Als iemand je dwingt, geef je geen toestemming. Als iemand je iets belooft in ruil voor een foto, is het niet vrijwillig. En bovenal: je mag nooit een foto van iemand anders doorsturen! Als iedereen zijn kinderen dat leert, zal er al heel veel goed gaan.”

Je besluit je boek door te zeggen dat we seks niet als iets te bijzonders mogen afschilderen, omdat jongeren anders amper durven te experimenteren.

“De leeftijd waarop jongeren voor het eerst penetratieseks hebben, ligt steeds hoger. Vandaag heeft de helft van de 18-­jarigen geslachtsgemeenschap gehad. Jongeren geven aan dat de druk om het op allerlei vlakken goed te doen erg groot is: op school, op gebied van klimaat én als het om seks gaat. Daardoor durven ze niet meer te experimenteren.

“We waarschuwen voor zwangerschap en soa’s, ze moeten verliefd zijn, het moet allemaal erg bijzonder zijn… Natuurlijk is het niet oké wanneer er echt iets vervelends gebeurt, maar we mogen niet de boodschap meegeven dat alles verpest is als het anders loopt dan gedacht. Er zijn veel manieren om je seksualiteit te ontdekken en ze verlopen niet altijd even vlekkeloos. Ik hou wel van de vergelijking met pannenkoeken bakken: de eerste mislukt altijd. Geef dus zeker ook de boodschap mee dat seks vooral iets leuks is, iets waar je naar mag uitkijken.”

100 vragen bij seksuele opvoeding door Belle Barbé is uitgegeven bij Ploegsma, 144 p.’s, 18,99 euro

3 tips voor een gezonde seksuele opvoeding

1. “Het is een misvatting te denken dat seksuele voorlichting vanzelf gaat en dat je er niets voor hoeft te doen. Voel je je ongemakkelijk als je over seksualiteit moet praten met je kind, oefen dan eerst met vrienden.”

2. “Gebruik een aanleiding, bijvoorbeeld als iemand zwanger is. Dat is een veel natuurlijkere manier om een gesprek aan te knopen over seksualiteit en minder confronterend voor jezelf en je kind.”

3. “Veronderstel niet te snel dat je kind is er nog niet aan toe. Onderzoek wijst uit dat we vaak denken dat het voor kinderen te vroeg is voor bepaalde informatie, terwijl we gemiddeld zo’n jaar tot anderhalf jaar achterlopen op hun ontwikkeling.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234