Zondag 07/03/2021

Reportage

Je vervelen is zo erg nog niet, maar elkaar wat meer eentonigheid toewensen gaat ook te ver

Johan Braeckman, hoogleraar, over verveling: ‘Je wordt geconfronteerd met je bewustzijn dat actief wil zijn, maar niet weet waarop het zich kan richten.’ Beeld Maarten Peeters
Johan Braeckman, hoogleraar, over verveling: ‘Je wordt geconfronteerd met je bewustzijn dat actief wil zijn, maar niet weet waarop het zich kan richten.’Beeld Maarten Peeters

Gevangen tussen vier muren zijn we grotendeels op onszelf aangewezen om ons te vermaken. Verrassing: niet iedereen is daar even goed in. Is die verveling gewoon, nu ja, vervelend, of kunnen we er ook iets uit leren?

Daar staat u dan, op zondag, aan het begin van de zoveelste ­wandelroute. Uw boekenkast hebt u de voorbije maanden al drie keer gereorganiseerd – één keer op kleur, dan weer op thema, ­vervolgens alfabetisch. En jazeker, in maart van vorig jaar kirde u nog “dat we nu eindelijk aan alle sociale verplichtingen kunnen ontsnappen”, maar daar kan u zich inmiddels niks meer bij voorstellen. Misschien hebt u vroeg of laat moeten vaststellen dat u zich, voor het eerst in wat een eeuwigheid lijkt, nog eens aan het vervelen was.

Om maar meteen een eerste misverstand uit de wereld te keilen: nee, verveling is niet iets wat enkel kinderen overvalt. Studies tonen aan dat de mate waarin we ons vervelen inderdaad stijgt in de loop van onze kindertijd, om te pieken in onze vroege volwassenheid. Die niveaus bereiken een dieptepunt bij vijftigers, maar stijgen vervolgens weer bij zestigers.

Mijn eerste herinnering aan verveling dateert wellicht van toen ik zeven was, en mijn kinderhandjes uit onversneden lamlendigheid de volledige dialogen uit The Land Before Time in fluostift op papier zetten. Mijn recentste herinnering aan verveling dateert van vanmorgen, toen ik in totaal twee uur aan interviews uit te tikken had. Ja, ook bij die hersenloze activiteit leverde ik een episch gevecht met de lethargie.

Over de impact van Het Virus op de mate waarin we ons vervelen, bestaat nog wat onduidelijkheid. De wetenschap beweegt zich doorgaans te traag om zich al over zulke actuele euvels te buigen. Wat we wel weten, is dit: uit een studie die naar de emotionele impact van de eerste lockdown in Italië peilde, duidden de recipiënten ‘verveling’ aan als tweede grootste negatieve effect van de quarantaine. Net na een beperkt gevoel van vrijheid, maar toch nog vóór een tekort aan frisse lucht en vóór eenzaamheid.

Ook Stefan van der Stigchel, hoogleraar cognitieve psychologie aan de Universiteit van Utrecht en auteur van verschillende boeken over concentratie, kan nog niet met zekerheid zeggen of we ons ­tijdens de voorbije maanden meer hebben verveeld. “Maar onlogisch lijkt het me niet: we krijgen minder prikkels binnen, en er zijn veel minder mogelijkheden om ons bezig te houden.”

Verveling laat zich niet gemakkelijk in een definitie passen; een emotie is het niet, met een lege agenda heeft het ook niet zozeer iets te maken. Johan Braeckman, moraalfilosoof aan de Universiteit van Gent en pleitbezorger voor wat meer luiheid, onderneemt toch een poging: “Het is eerder een mentale toestand, een gevoel van niets omhanden te hebben. Je wordt geconfronteerd met je bewustzijn dat actief wil zijn, maar dat niet weet waarop het zich kan richten. En dat vinden veel mensen duidelijk onaangenaam.”

Die verveling kan verschillende gedaantes aannemen. Een gesprek met een vriendin die een eindeloze monoloog afsteekt over haar liefdesperikelen zonder zelf ook maar één vraag te stellen, een Zoom-meeting die een e-mail had kunnen zijn, een boek waar maar geen vaart in komt, en ja: zelfs het haast dwangmatig scrollen door Twitter en Instagram kan een vorm van verveling zijn.

Toch zou het kort door de bocht zijn om verveling een probleem van de moderne mens te noemen. “Ook onze prehistorische voorouders zullen zich bij momenten weleens steendood verveeld hebben”, aldus Braeckman. “Maar sinds de Tweede Wereldoorlog hebben we er in het Westen veel vrije tijd bij gekregen. We hebben meer vakantiedagen, werken minder uren, leven comfortabeler en hebben kleinere gezinnen. Dat is allemaal positief, maar het nadeel is dat veel mensen niet goed weten hoe ze die vrijgekomen tijd moeten invullen.”

Adempauze

Verveling beperkt zich overigens niet tot de vrije uren in onze dag. Ook op het werk kan het ons parten spelen, weet arbeidspsycholoog Hans De Witte: “Dat gebeurt wanneer mensen te weinig gestimuleerd worden in hun job omdat er bijvoorbeeld te weinig werk is, maar ook in functies waarin er te weinig mogelijkheden zijn om je vaardigheden of capaciteiten te gebruiken.”

Albert Einstein zou zijn beste ideeën gehad hebben terwijl hij zich stierlijk zat te vervelen. ‘Creativititeit is het residu van verspilde tijd’, zei hij daarover. Beeld Maarten Peeters
Albert Einstein zou zijn beste ideeën gehad hebben terwijl hij zich stierlijk zat te vervelen. ‘Creativititeit is het residu van verspilde tijd’, zei hij daarover.Beeld Maarten Peeters

Slepende, langdurige verveling op het werk komt echter niet zo vaak voor, zegt De Witte. Hij voerde in 2017 een studie uit bij 1.500 testpersonen, van wie ongeveer 1 procent gedurende lange termijn een jobinhoud had die te weinig stimulerend was. De Witte: “Daarnaast bestaat er ook zoiets als episodische verveling, wanneer je even een taak moet uitvoeren die je eigenlijk niet prikkelt, zoals kopiëren of nieten. Maar dat is niet zo erg: verveling die beperkt is in de tijd, kan net een adempauze betekenen.”

Je zou het verwonderlijk kunnen vinden dat we er vandaag überhaupt nog in slagen om ons te vervelen. Netflix, Instagram en TikTok – enkele van de weinige vrienden die we wél gewoon nog in de armen mogen sluiten – bieden ons net de mogelijkheid om de nakende leegte handig dicht te ­timmeren.

Ook ik pluk de vruchten van jaren aan technologische ontwikkeling om de verveling (althans een groot deel van de tijd) op afstand te houden. Terwijl mijn kom havermout warm zwiert in de microgolf­oven scrol ik gulzig voorbij een entertainend moddergevecht op Twitter, terwijl de douche warm wordt deel ik nog vlug een prentje van mijn fotogeniek huisdier op Instagram, en een lange treinrit is het ideale moment om eindelijk mijn mailbox uit te keren.

Elektrische schok

Maar hebben al die moderne uitvindingen, net in het leven geroepen óm de verveling tegen te gaan, het probleem aangepakt, of ­hebben ze het net vergroot? James Danckaert, psycholoog en mede-auteur van het boek Out of My Skull: the Psychology of Boredom maakt een kanttekening in een interview met The Guardian: “Het vergt tijd en concentratie om door Instagram te scrollen of om Candy Crush te spelen. Maar wanneer je die app weer sluit, ben je toch vaak niet bevredigd omdat je niet hebt nagedacht over wat je nu écht wilde doen.”

Dat ons brein niet zo goed om kan met een gebrek aan prikkels, wees een studie uit 2014 haarfijn uit. Aan de testpersonen die meewerkten aan het onderzoek werd gevraagd om een kwartier lang niets te doen, met enkel een knop binnen handbereik waarmee ze zich een ongevaarlijke, maar pijnlijke elektrische schok konden toedienen. Geen onmogelijke opgave, zou u denken. En toch: twee derde van de mannen en een kwart van de vrouwen drukten ­liever op de knop dan dat ze alleen werden gelaten met hun gedachten. Eén man diende zich in vijftien minuten zelfs negentig stroomstoten toe.

Het moge duidelijk wezen: we worden niet graag met onze gedachten geconfronteerd. Toch wordt verveling regelmatig in één adem genoemd met heel wat positieve eigenschappen, zoals creativiteit. The Guardian kopte het dit jaar nog: ‘Why it’s good to be bored’, en Amerikaans journaliste Manoush Zomorodi schreef zelfs een heel boek onder de titel Een pleidooi voor verveling. Ook binnen de eigen landsgrenzen pleitte psychiater Dirk De Wachter nog voor de geneugten van wat meer verveling.

In theorie klinkt het aannemelijk: als we ons maar wat vaker ­zouden vervelen, scheppen we de nodige ruimte om ons creatief uit te leven, om eindelijk die Grote Roman uit onze vingers te persen, of om godbetert de moed bijeen te schrapen om aan die puzzel van vijfduizend stukjes te beginnen.

Braeckman beaamt dat verveling inderdaad nuttig kan zijn. “Verveling kan ons doen nadenken over hoe we onze tijd zinvoller kunnen besteden. Vergelijk het gerust met pijn: aangenaam is de sensatie niet, maar zonder dat gevoel zou je niets ondernemen om die pijn te verhelpen.

“Je zou kunnen zeggen: ik kijk van ’s ochtends tot ’s avonds naar Netflix om de verveling tegen te gaan, maar duurzaam is die aanpak niet. We moeten net zoeken naar constructievere alternatieven die ons een intrinsiek gevoel van bevrediging geven. Als je je vaak verveelt, is dat misschien een ­signaal dat je van job moet ­veranderen, dat je je partner moet verlaten, of alleszins iets moet ondernemen wat de kérn van de zaak verandert.”

De vraag van één miljoen blijft: weten we zelf wel wat het precies is dat ons zin geeft? Want het kenmerkende aan die vermaledijde verveling is net dat er aan activiteiten vaak geen gebrek is, maar dat het ons aan motivatie ontbreekt om eraan te beginnen. Braeckman: “Ik denk van wel, we hebben daar steeds beter zicht op. Vaak gaat het om het leggen van zinvolle sociale contacten, of activiteiten waarbij de wereld gebaat is, zoals ­vrijwilligerswerk.”

Stefan Van der Stighel, hoogleraar: ‘Net omdat we ons in onze samenleving niet moeten 
vervelen, vinden we het gênant als dat wél eens gebeurt.’
 Beeld Maarten Peeters
Stefan Van der Stighel, hoogleraar: ‘Net omdat we ons in onze samenleving niet moeten vervelen, vinden we het gênant als dat wél eens gebeurt.’Beeld Maarten Peeters

Dat er creativiteit verscholen zit in die lege momenten waarin we niet goed weten wat met onszelf aan te vangen, kreeg onder andere bijval van Apple-medeoprichter Steve Jobs. Voor hem was verveling een manier om tot een nieuwe staat van nieuwsgierigheid te komen, volgens hem de motor voor creativiteit. Ook de Amerikaanse schrijfster Susan Sontag schreef in de jaren zestig in haar dagboeken dat verveling je kan doen stilstaan bij wat je doet en wie je bent, een vorm van introspectie die een schrijver natuurlijk ten goede komt. En zelfs Albert Einstein zou zijn beste ideeën gehad hebben terwijl hij zich stierlijk zat te vervelen. “Creativiteit is het residu van verspilde tijd”, zou hij daar later over zeggen.

Geen pleidooi

Helemaal willen we die ­verveling dus niet verbannen, want we kunnen er wel degelijk iets uit leren. Maar moeten we elkaar nu allemaal wat meer eentonigheid toewensen in dit nog maagdelijk witte jaar? Dat is misschien ook te vergaand.

Van der Stigchel ziet in een ­pleidooi voor meer verveling vooral een verkeerd gebruik van het woord verveling. “Wanneer iemand zegt dat hij zich de voorbije maanden ‘nog eens heerlijk heeft kunnen vervelen’, heeft die persoon het vaak over iets anders: de tijd om niks te doen. En dat is toch nog iets anders.”

Wie zich lang en vaak verveelt, vergroot immers de kans op een waslijst aan negatieve gevolgen. In ons persoonlijk leven kan het ervoor zorgen dat we er slechtere voedingsgewoontes op nahouden, dat we meer roken, alcohol consumeren en drugs gebruiken. Bij jonge mensen wordt verveling gelinkt aan het vaker vertonen van risicovol gedrag, en bij ouderen zou het de gevolgen van ­veroudering versnellen. Ook in een professionele context is slepende verveling nefast: “De arbeidstevredenheid daalt sterk, ziekteverzuim stijgt, en verveling ligt ook aan de basis van pestgedrag op het werk”, duidt De Witte.

Bovendien is toegeven dat je je af en toe verveelt in onze ­kapitalistische samenleving een groot taboe, weet Braeckman: “Verlichting en verwarming maken het mogelijk om op elk moment van de dag productief te zijn. Iemand die dat níét is, zien we snel als moreel inferieur”, zegt hij. Van der Stigchel springt bij. “Net omdat we ons in onze samenleving niet moeten vervelen, vinden we het gênant als dat wél nog eens gebeurt.”

Gelukkig kunnen we de mate waarin verveling ons overvalt wel beperken. Professor Braeckman zoekt het antwoord vooral in een trager leven met minder prikkels. “Onze obsessie met efficiëntie is compleet doorgeslagen. We lopen als hamsters in een rad, en hebben steeds méér activiteit nodig om ons geëntertaind te houden. Ik geloof dat er in een luier en trager levensritme meer mogelijkheden zitten om de tijd op een bevredigende manier voorbij te laten gaan.”

Van der Stigchel kan zich daar wel in vinden. Ook meditatie kan volgens hem helpen om weer comfortabel te worden met onze driftig razende gedachten. Zelf laat hij zijn smartphone bijvoorbeeld regelmatig thuis wanneer hij naar de supermarkt gaat, zodat hij in de wachtrij kan dagdromen, en tijdens zijn dagelijkse wandeling neemt hij bewust zijn koptelefoon niet mee.

Gisteren zette ik zijn advies om in de praktijk terwijl ik koffie ging halen. Eerst was het afschuwelijk, daarna ging het beter. Ik heb even gepanikeerd over de wereldse geluiden die plots wel heel luid ­binnenkwamen – Drilboren! Geleegde glascontainers! – en ik heb gedacht aan de meeuw die stierf omdat er een mondmasker aan zijn poot bleef hangen. Maar ik heb me niet verveeld.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234