Dinsdag 06/12/2022

InterviewNadja Ensink-Teichs

Je bent net bevallen, en dan wordt je man plots doodgestoken aan je voordeur: ‘Alles werd zwart, voor lange tijd’

null Beeld DM
Beeld DM

Nadja Ensink-Teich (43) was net bevallen, toen haar echtgenoot door een onbekende werd vermoord. ‘Dag lieverd, tot zo’ werd niet alleen de laatste zin die haar man Jeroen uitsprak, maar ook de titel van haar boek. ‘Mijn wereld stond plots stil. Alles werd zwart, voor een heel lange tijd.’

Deborah Seymus

Je bent net bevallen van een prachtige dochter. Je partner zou even de geboortekaartjes op de post doen, maar blijft wel erg lang weg. Plots krijg je telefoon van de vriend die op bezoek komt; hij kan niet bij je voordeur geraken want je straat is afgezet. Je tilt je elf dagen oude dochter op en loopt met haar naar beneden. Voor je huis staat een witte tent. Overal lopen mensen druk heen en weer. Je kan niet zien wat er aan de hand is. De politieagent die je aanspreekt over je partner, vraagt je om binnen te blijven. Een half uur later gaat de deurbel. Je doet opnieuw de deur open en ziet drie politieagenten die je beduusd aankijken en hun keel schrapen. Op dat moment besef je: hier is iets heel ergs gebeurd.

Voor veel mensen komt deze scène rechtstreeks uit een film, maar voor Nadja Ensink-Teich was het op 29 december 2015 de brute waarheid. Met haar elf dagen oude dochter in haar armen kreeg zij op een doodgewone dinsdagmiddag te horen hoe haar man op nog geen vijf meter van hun voordeur neergestoken werd door een wildvreemde. Haar wereld stortte op dat moment volledig in. Zes jaar later verschijnt haar boek Dag lieverd, tot zo, waarin ze het hartverscheurende verhaal vertelt over de moord op Jeroen Ensink, professor aan de London School of Hygiene and Tropical Medicine.

Nadja Ensink-Teich met haar dochter Fleur op reis. Beeld Archief
Nadja Ensink-Teich met haar dochter Fleur op reis.Beeld Archief

Nadja en Jeroen woonden samen in Kentish Town, Noord-Londen, en waren op dat moment vijf jaar getrouwd. Ensink was een wateronderzoeker, die zich sterk maakte voor een betere toegankelijkheid van water in ontwikkelingslanden. Vanuit Zambia vertelt ze haar verhaal.

Tranen voeren de bovenhand bij de eerste pagina’s van uw boek. U vertelt daar het verhaal dat geen mens wil meemaken: de moord op een geliefde. Kunt u mij nog eens meenemen naar dat exacte moment?

Ensink-Teich: “Het was een doodgewone dinsdagnamiddag. Mijn dochter Fleur was elf dagen oud en we waren eindelijk net thuis na een heftige bevalling. Mijn man Jeroen vertrok naar de post om vlug eventjes de geboortekaartjes op de postbus te doen. Hij wou dat echt per se nog doen, zodat hij zich ook nuttig kon voelen. Ik moest Fleur nog voeden en er zou een vriend van ons langskomen op babybezoek, dus hij beloofde zo terug te zijn.

“‘Dag lieverd, tot zo’, zei hij en gaf me zoals altijd een kus. Die vriend die op bezoek kwam, belde een half uurtje later dat hij niet tot bij ons huis kon komen omdat er iets op straat was gebeurd. Ik probeerde Jeroen te bereiken, maar ik zag dat hij zijn gsm was vergeten. Ik liep naar beneden om onze vriend binnen te laten en zag toen pas dat er een witte tent in onze straat stond en de buurt afgespannen was. Geïrriteerd vroeg ik aan de politie of ze even konden kijken of Jeroen achter het gespannen lint stond, want zo kon hij niet meer bij ons thuis geraken. Een agent stuurde me weer naar boven met Fleur, want het was koud en ze zouden de straat eventueel nog verder afzetten; dan zou ik niet meer naar binnen kunnen. Toen drie politieagenten een hele tijd later aanbelden, wist ik het gelijk. Er was iets heel ergs gebeurd. Jeroen werd een paar seconden nadat hij de voordeur achter zich had dichtgeslagen, op een paar meter van ons huis, aangevallen. Hij kreeg dertig messteken toegediend door een psychotisch geworden man en was op slag dood.

“Op het eerste gezicht was er niets abnormaals of raars aan die dag. In één minuut stortte mijn hele wereld in. Het moment dat ik die deur opendeed en de politieagenten zag, leek het alsof er een film begon met draaien. Maar het was mijn werkelijkheid. Je hoort weleens dat mensen het proberen te omschrijven alsof je in een zwart gat valt en blijft vallen. Zo is het dus echt. Alles valt weg. Alles is zwart en donkerder dan ooit.”

Fleur, de dochter van Nadja Ensink-Teichs, was pas 11 dagen oud toen haar vader vermoord werd. Beeld Archief
Fleur, de dochter van Nadja Ensink-Teichs, was pas 11 dagen oud toen haar vader vermoord werd.Beeld Archief

Vanaf dat moment startte tegelijkertijd ook uw rouwproces. U beschrijft in het boek dat sommige mensen verwachtten dat u op een gegeven moment wel klaar was met rouwen. Hoe is de rouw nu versus vroeger?

“Rouw komt in vlagen en is elke keer anders. Na de eerste jaren denken veel mensen dat het wel beter moet gaan. Dat is niet zo, het is anders. Ik hoop dat jij nooit hoeft te voelen wat ik heb gevoeld, want dan heb je het niet moeten meemaken. Dat zeg ik tegen iedereen, dat ik hoop dat niemand het begrijpt.

“Er is zo veel onbegrip omtrent rouw en verlies omdat mensen het niet begrijpen, of er bang voor zijn. Wanneer ik met andere weduwen spreek, vind ik herkenning. Daar hoef ik me niet beter of mooier voor te doen, een woord of zelfs geen woord is goed genoeg.

“Rouw is nog steeds zo’n groot onderdeel van wie ik ben. Dit betekent echt niet dat ik elke dag rouw, maar ik kan soms nog steeds met de deur in huis slaan omdat het verdriet zo hard binnenkomt. Zelfs op andere prachtige momenten kan ik denken: waarom kan ik dit niet delen met Jeroen? Hij had hier moeten zijn. In het begin van mijn rouwproces had ik vooral een gevoel van onmacht en hield ik me vooral bezig met alle praktische administratie. Ook al gaat er geen dag voorbij dat ik niet aan Jeroen denk, ik kan er wel steeds beter mee om.”

Rouw gaat vaak gepaard met ongemakkelijkheid. U beschrijft hoe enerzijds sommige mensen uw rouwproces heel goed aanvoelden en u te hulp schoten in de praktische dingen, en er anderzijds mensen waren die u begonnen te mijden.

“Sommige mensen spraken bewust niet over Jeroen om mij geen pijn te doen of om mij er niet aan te herinneren, maar ik vond – en vind – het juist heel fijn om over hem te praten. Dat is een van de manieren om hem nog in mijn leven te houden. Vaak durfden mensen het ook gewoon niet aan om over hem te praten door hun eigen ongemak. Zo kwam er een kennis bij ons thuis langs, vlak na Jeroen zijn dood. Ze vroeg niet één keer naar Jeroen. Het ging alleen maar over Fleur en ditjes en datjes, ik vond het zo moeilijk en vermoeiend. Ik wou haar niet ongemakkelijk maken en zij mij niet, dus we meden het hele onderwerp maar. Als we een uur over Jeroen hadden gepraat, had ik me veel beter gevoeld. Ik wou juist dat mensen me vertelden over hun herinneringen aan Jeroen, de leuke momenten die ze samen hadden gedeeld, de kleine dingen die Jeroen eigen maakten. Dan was hij er weer even voor mij.”

De rechtszaak die volgde in oktober 2016, kreeg veel aandacht in de media. Ook doordat u weigerde zich neer te leggen bij enkel een vonnis en een diepgaander onderzoek eiste. Waarom deed u dat?

“Toen de dader bekende en veroordeeld werd voor doodslag – hij werd ontoerekeningsvatbaar verklaard en kreeg daardoor niet het vonnis van moord – was er voor mij nog altijd heel veel onduidelijk. De dader zei wel dat hij het had gedaan, maar op de vraag hoe dit kon gebeuren, kreeg ik geen antwoord en dat had ik nodig. Voor mezelf, maar ook voor Fleur. Als ze later vragen zou hebben over de moord op haar vader, kon ik die tenminste allemaal beantwoorden. Ook ben ik het proces aangegaan om te vermijden dat andere mensen moesten meemaken wat wij hadden meegemaakt. Het ging me niet om één iemand aan te kunnen wijzen als schuldige, maar er waren te veel kleine dingen fout gelopen die dit desastreuze gevolg hadden.

Nadja Ensink-Teich met Fleur als peuter.  Beeld Archief
Nadja Ensink-Teich met Fleur als peuter.Beeld Archief

“Het was een heel moeilijk proces van drie weken dat ik ook nog zelf heb moeten betalen. In Nederland kun je rekenen op slachtofferhulp, maar dat was hier niet het geval. Tot twee keer toe diende ik een aanvraag in. Telkens werd die door de Engelse overheid afgewezen. Volgens hen had ik geen advocaat nodig, maar zelf probeerden ze de procedure zolang mogelijk te rekken, leverden ze bewijsmateriaal niet in op de afspraak van deadline – waardoor het proces telkens verschoven werd – en kwamen ze zelf wel met topadvocaten aanzetten toen ze zich moesten verantwoorden.”

Het proces heeft best wat impact gehad. Hoe kijkt u nu daar naar?

“Het klinkt misschien als een klein dingetje wat ik verwezenlijkt hebt, maar eigenlijk is het best groot. Doordat ik geen genoegen nam met een dader die bekende, maar echt te weten wou komen wat er nu precies was misgegaan, dwong ik de Engelse overheid en het politiesysteem om op onderzoek te gaan naar alle fouten die gemaakt waren. Na de moord op Jeroen werd namelijk al snel duidelijk dat dit vermeden had kunnen worden. De dader had een paar weken eerder al een politieagent bedreigd en daar ook een mes bovengehaald. Toch was hij even snel weer op vrije voeten, ondanks dat hij gekend was in het systeem. Politieagenten hadden ook echt de tijd niet om bij elk incident na te gaan of het om iemand ging die al eerder vreemd psychologisch of psychopatisch gedrag had vertoond.

“Nu is dat anders. Door te blijven hameren op een onderzoek naar de precieze doodsoorzaak van mijn man is de politie in actie geschoten en wordt er nu heel anders omgegaan met iemand die psychologische bijstand nodig heeft. In plaats van dat iemand weggestuurd wordt met een waarschuwing, kan er hulp zoals tijdelijke opvang worden geboden. Als die regelgeving er al was geweest toen Jeroen nog leefde, had zijn moord nooit plaatsgevonden.”

Twee jaar na de moord op uw man vertrok u op reis met Fleur. Hoelang? Daar had u geen idee van. Uiteindelijk trok u met uw peuter negen maanden door Azië. Wat maakte dat u die beslissing nam?

“In de zomer van 2017 werd mijn moeder heel erg ziek. Zij was mijn grote steun en toeverlaat. Na een half jaar voor haar gezorgd te hebben overleed ze, twee jaar en twee dagen nadat ik Jeroen had verloren. Op 1 januari 2018 voelde mijn leven nog donkerder en zwarter dan ooit tevoren. Toen besloot ik om op reis te gaan met Fleur. Ik vroeg mezelf af waar ik ook alweer blij van werd, waar ik me het fijnste voelde en waar ik wou leven. Mijn antwoord was telkens reizen, dat is hetgene wat Jeroen en mij ook altijd zo verbonden heeft. Ik hoorde de stem van mijn moeder: ‘Ga op reis meid, voor jezelf en voor Fleur’. Het klonk heel simpel, maar dat was het zeker niet. Wanneer ik ging nadenken over hoe ik het allemaal zou aanpakken met een peuter en waar ik naartoe zou reizen, werd het me al snel te veel. Gelukkig was ik zo moe van altijd maar in moeilijkheden te denken dat ik nu in mogelijkheden ging denken. Ik dacht: ik vertrek gewoon en ik zie het wel. Het was niet altijd leuk en heel confronterend, maar het was wel een van de meest bijzondere reizen die ik heb mogen maken.”

Nadja Ensink-Teich, met haar dochter Fleur.  Beeld Archief
Nadja Ensink-Teich, met haar dochter Fleur.Beeld Archief

Niet alleen u heeft uw man verloren, maar uw dochter heeft ook haar vader verloren. Hoe was dat voor haar en hoe gaat ze daar nu mee om?

“Haar realiteit is: ik heb een mama en mijn papa is dood. Ze kent ondertussen niet anders. Fleur is door veel verschillende fases gegaan, net als ik. Ik herinner me dat ze op het einde van onze reis door Azië van een jongetje de vraag kreeg waar haar papa was. ‘Die is dood’, zei ze gewoon. ‘Oké’, antwoordde het jongetje en ze speelden verder. Zo simpel kan het voor een kind zijn. Later begon ze wel vragen te stellen en toen heb ik haar verteld dat haar papa vermoord is. In het begin vertelde ze aan iedereen dat verhaal, later werd ze daarin selectiever. Jeroen is heel aanwezig in ons leven, alleen niet fysiek. De vragen komen en gaan, soms meer en soms minder. Soms kan ze het er moeilijk mee hebben dat iedereen een papa heeft en zij niet. Voor een aantal mensen heeft zij zogezegd geen vader, maar zij heeft er wel een, ook al is hij niet fysiek aanwezig.”

U reist momenteel nog steeds met uw dochter rond in Afrika. Ondertussen heeft u ook een nieuwe vriend. Hoe is dat voor u?

“Hij is net drie weken bij ons op vakantie geweest, dat was fantastisch. Toen ik mijn vriend leerde kennen, was ik het leven ondertussen zo gewoon, alleen met Fleur. Ik dacht dat ik alles al gevoeld had, maar dan werd ik plots geconfronteerd met alles wat ik niet had en nu wel heb. Wanneer hij speelt met Fleur, denk ik: dat had Jeroen moeten doen. Dan word ik kwaad, terwijl Koen daar helemaal niets aan kan doen en het juist superlief en schattig is om te zien. Voor mij was het een lang proces om hem die ruimte te geven en voor hem om die ruimte te nemen. Ik ben dankbaar dat ik hem heb leren kennen en hij Fleur de mannelijke energie kan geven in haar leven waar ze naar verlangde.”

Dag lieverd, tot zo: hoe ik na een ondenkbaar verlies het leven weer omarmde, Harper Collins, 21,99 euro.

Het Jeroen Ensink Memorial Fund herdenkt het leven en werk van dr. Jeroen Ensink, senior lecturer in public health engineering aan de London School of Hygiene & Tropical Medicine. Doneren kan hier.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234