Woensdag 05/10/2022

AchtergrondGezondheid

Is medicatie wel geschikt voor kinderen? ‘Hoe ethisch is het om iets toe te passen dat nooit op hen onderzocht is?’

“Een olifant verbruikt per kilogram lichaamsgewicht veel minder energie dan een muis, zo werkt dat ook bij mensen.
“Een olifant verbruikt per kilogram lichaamsgewicht veel minder energie dan een muis, zo werkt dat ook bij mensen."Beeld Getty Images

Bij veel geneesmiddelen hebben fabrikanten nooit onderzocht wat de perfecte dosering voor kinderen is. Hoogste tijd voor verbetering, vinden Nijmeegse onderzoekers.

Anouk Broersma

“Niet geschikt voor kinderen”, staat in talloze medicijnbijsluiters. Wat de fabrikant bedoelt: we weten niet wat het bij hen doet, want we hebben het alleen op volwassenen getest. In de praktijk schrijven artsen die medicatie vaak toch voor, gedwongen door gebrek aan alternatieven of omdat ze uit jarenlange ervaring weten dat het veilig is. ‘Offlabel’ voorschrijven heet dat, een medicijn geven aan een andere patiëntengroep dan waarvoor het officieel bedoeld is.

Maar hoe bepaal je welke dosering een kind nodig heeft als dat nooit is onderzocht? Dat is een kwestie van uit te proberen, een beetje te gokken en zich een beetje te baseren op logica en praktijkervaring. Soms gaat dat goed, soms krijgen kinderen te hoge of juist te lage hoeveelheden. Dat moet beter kunnen, vinden wetenschappers van het medische centrum van de Radbouduniversiteit (Radboudumc) in Nijmegen.

10 procent bewezen

Hoogleraar klinische farmacologie Saskia de Wildt (Radboudumc) dook daarom in het bewijs voor offlabel kindermedicatie. Van alle medicijnen die kinderen in Nederland weleens voorgeschreven krijgen, is ongeveer de helft offlabel. Tot zover niets nieuws. Wel opvallend: slechts van 10 procent daarvan bleek aangetoond in welke dosering het goed werkt, bijvoorbeeld in studies van academische ziekenhuizen. “De rest was hooguit in kleine of minder goede studies onderzocht”, duidt De Wildt.

Tjitske van der Zanden verbaast zich erover dat we dat als maatschappij accepteren. Ze is samen met De Wildt directeur van het Nederlands Kenniscentrum Farmacotherapie bij Kinderen (NKFK) en promovendus aan het Radboudumc. Gaandeweg de twintigste eeuw kwamen er strengere wetten voor het testen van medicatie voordat ze op de markt komt, zegt Van der Zanden, maar kinderen bleven daarin lang buiten beeld. Waarschijnlijk vanuit de gedachte dat het onethisch is om hen als proefkonijn te gebruiken.

“Maar dan kun je je ook afvragen hoe ethisch het is als je iets toepast op kinderen wat nooit op hen is onderzocht.” Want dat is wat er logischerwijs in de praktijk gebeurt. “Als artsen geen enkel niet-geregistreerd medicijn zouden gebruiken, raakt de medicijnkast halfleeg en onthoud je kinderen een behandeling die zij wel nodig hebben.”

Een medicijndosis bepalen is nu een combinatie van uitproberen, gokken en zich baseren op praktijkervaring.   Beeld Michał Parzuchowski
Een medicijndosis bepalen is nu een combinatie van uitproberen, gokken en zich baseren op praktijkervaring.Beeld Michał Parzuchowski

Sinds 2007 zijn farmaceuten in de EU verplicht om geneesmiddelen ook te testen bij kinderen, maar dat geldt niet voor geneesmiddelen die voordien al op de markt waren. Bij gebrek aan betere informatie gebruiken artsen de dosering voor volwassenen als basis. Je gaat bijvoorbeeld uit van een volwassene van 70 kilo en deelt de dosering bij een baby van 3,5 kilo door twintig. Maar zo simpel ligt dat niet, vertelt De Wildt. “Het hele lichaam van een pasgeborene is nog in ontwikkeling, de biologische systemen zijn nog niet rijp.” De organen kunnen medicatie nog niet goed afbreken en uitscheiden.

Pasgeborenen moeten daardoor vaak een lagere dosering krijgen dan je op basis van gewicht zou schatten. Zo ontdekten collega’s van De Wildt van het Erasmus MC en de Universiteit Leiden zo’n tien jaar geleden dat baby’s te veel morfine kregen bij medische ingrepen, wat onnodige risico’s met zich meebrengt. Een lagere dosering geeft dezelfde pijnstilling met minder risico’s, bleek uit een deelstudie waarbij De Wildt betrokken was.

Andersom hebben peuters en kleuters vaak hogere doseringen nodig. “Hoe kleiner, hoe meer energie je verbruikt”, legt De Wildt uit. “Een olifant verbruikt per kilogram lichaamsgewicht veel minder energie dan een muis, zo werkt dat ook bij mensen. Daarom eten peuters relatief veel meer dan volwassenen.” Het kinderlichaam verteert eten sneller en zet medicijnen sneller om.

Zodra je iets inneemt, gaan allerlei organen en lichaamscellen zich met dat stofje bemoeien. Op dat vlak valt nog veel te leren over het kinderlichaam. Recent ontdekte een promovendus van De Wildt, Nori Smeets, dat er geen goede waarden bestonden voor de nierfunctie van pasgeborenen. Richtlijnen waren tegenstrijdig en gebaseerd op studies met weinig kinderen. Smeets verzamelde de cijfers uit die studies en maakte een nieuwe berekening. Ze toonde zo aan hoe de nierfunctie verandert in de eerste levensmaand. Als je dat weet, kun je beter inschatten hoe snel de nieren medicatie verwerken.

Ook in het laboratorium proberen de onderzoekers het kinderlichaam beter te begrijpen. Ze gebruiken bijvoorbeeld stukjes darmweefsel, van overleden kinderen of uit operaties waarbij het weggegooid zou worden. In het lab laten ze een medicijn door dat weefsel lopen en bestuderen wat er gebeurt.

Virtuele kinderen

Alle kennis die De Wildt en haar collega’s verzamelen, zowel via eigen onderzoek als (inter)nationale samenwerkingsprojecten, stoppen ze in computermodellen, zogenaamde ‘virtuele kinderen’. Voeg aan zo’n virtueel kind informatie toe over een specifiek medicijn en de computer berekent wat de dosering moet zijn per leeftijdsgroep.

Het klinkt misschien spannend om te vertrouwen op zo’n advies uit een model, maar reageert een echt kind hetzelfde als een virtueel kind? De Wildt heeft in elk geval vertrouwen in de computermodellen. “Die virtuele kinderen worden echt steeds beter.” Daarnaast, wie wil wachten op grote patiëntenstudies, kan bij sommige offlabel medicatie nog wel erg lang wachten.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234