Woensdag 01/02/2023

De vragen van ProustS.M.A.K.-directeur Philippe Van Cauteren

‘Ik zat daar in het rumoer van een kunstbeurs met een dode man in mijn armen’

Philippe Van Cauteren: 'Af en toe ben ik ook autoritairder dan ik zou willen. Ik beslis graag zelf.' Beeld © Stefaan Temmerman
Philippe Van Cauteren: 'Af en toe ben ik ook autoritairder dan ik zou willen. Ik beslis graag zelf.'Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Achttien directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Deze week: S.M.A.K.-directeur Philippe Van Cauteren (53). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

Redactie

1. Hoe oud voelt u zich?

“Een jaar jonger dan ik ben. Ik ben nu 53, dus ik voel mij 52. Dat wil zeggen dat als ik volgend jaar 54 ben, ik mij 53 zal voelen. Voor mij is dat jaar een oefening om altijd iets jonger te zijn dan je bent en ervoor te zorgen dat je in je hoofd beweeglijk blijft. Je mag niet stram worden. Je moet ervoor zorgen dat je alles wat je in handen hebt, goed kunt blijven kneden. Dat je zoveel mogelijk open blijft staan voor wat er om je heen gebeurt.

“Ik ben content met mijn leeftijd, maar ben daar niet mee bezig. Ik vind verjaardagen enorm overroepen. Ik vind dat elke dag een verjaardag zou moeten zijn. Soms als we met collega’s of vrienden gaan eten, maak ik de ober wijs dat iemand van ons jarig is. (lacht) Dan ontstaat er onmiddellijk een feeststemming en wordt er een taart met kaarsjes gebracht. Zoiets zul je je veel langer herinneren. Ik hou niet van regelmaat.”

2. Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Ik hou van chaos, van onvoorspelbaarheid, van toevallige gebeurtenissen en ontmoetingen. Ik vind het bijvoorbeeld prettig wanneer iemand te laat is. Te laat zijn vind ik een kwaliteit. Ik stel mij dan voor: misschien heeft die persoon intussen nog de tijd genomen om een gedicht te lezen, misschien is hij op straat iemand tegengekomen… Ik vind het fijn om dingen te laten kantelen.

“Ooit is er op een feestje in het S.M.A.K. iemand lelijk tekeergegaan in onze bookshop. Vandalisme. Ik had toen de politie kunnen bellen. Oninteressant. Ik heb die jongen een boekenpakket gegeven. Ik heb hem beloond. Hij begreep er niets van, maar telkens als hij het museum zal voorbijfietsen, zal hij daaraan terugdenken.

“We leven in een legitimatiecultuur. Alles moet verantwoord worden, maar daardoor wordt het ook leeg en inflatoir. Ik word daar niet warm van. Ik vind het veel fijner om haperingen toe te laten. Er is meer mislukking in de wereld dan iets anders. Alleen hebben we geen vermogen om daarmee om te gaan. Het ontbreekt ons aan durf.”

BIO

museumdirecteur van het S.M.A.K. in Gent (artistiek en algemeen) • geboren in 1969 in Zele • werkte jaren als onafhankelijk curator en kunstcriticus • organiseerde tentoonstellingen in Chili, Brazilië, Mexico en Duitsland • schrijft en doceert op regelmatige basis over hedendaagse kunst

3. Wat is uw passie?

“Ik doe eigenlijk wat ik altijd gedacht heb te doen sinds ik 9 was. Mijn ouders reisden nooit. Dat ging zelfs zo ver dat als we geen parking vonden in Antwerpen, mijn vader onmiddellijk terug naar huis reed. (lacht) Daardoor raakte ik geobsedeerd door atlassen. Tokio, São Paulo, Los Angeles, Jakarta, Manilla, allemaal steden die tot mijn verbeelding spraken, maar waarvan ik dacht: daar raak ik nooit.

“Onze jaarlijkse gezinsuitstap was de zoo van Antwerpen. Maar ooit was die dicht, om een of andere reden. Het alternatief was het Museum voor Schone Kunsten. Daar is het gebeurd. Die eindeloze kunstwerken, prachtig! Ik dacht: dit wil ik doen met mijn leven. Niet wetende wat dat was, hè.

“Ik ben toen maniakaal beginnen te tekenen en schilderen, stilleventjes maken op mijn kamer, maar na een tijdje zag ik in dat ik toch geen kunstenaar zou worden, maar beter iemand kon zijn die kunstenaars zou helpen. Daarom wilde ik kunstgeschiedenis gaan studeren. Mijn vader vond dat een hobby voor bejaarden. Dus is het sociologie geworden. Ik ben hem daar zeer dankbaar voor. Als ik meteen kunstgeschiedenis had gestudeerd, had ik misschien in een bank gewerkt. (lacht)

“Van de kunstwereld zelf hou ik niet. De grande parade. Het circus. Of de zeepbel, zo je wilt. Maar telkens als ik ergens in het atelier van een kunstenaar mag komen, zoals in dat van Rose Wylie in Kent met het oog op onze huidige tentoonstelling, voel ik mij weer die negenjarige die een doos Lego opendoet. Je kijkt, je observeert, je zuigt op. Die indrukken prenten zich in je geheugen. Dat is uniek.”

4. Waar hebt u spijt van?

“Spijt is beleg voor de boterham, vind ik. Als je spijt hebt, betekent dat vaak dat je te weinig plannen hebt.

“Soms wordt mij gevraagd of ik geen spijt heb omdat ik mijn gezin in Hamburg achtergelaten heb om directeur van dit museum te worden. Twee dingen. Ik denk dat ik vanaf een afstand, door te zijn wie ik ben en door te doen waar ik denk goed in te zijn, een betere vader ben dan mocht ik daar zitten kniezen. Ik denk ook, hoe graag ik de moeder van Oscar, mijn zoon, gezien heb, die relatie op lange termijn niet houdbaar was. Daarvoor verschilden wij te veel.”

5. Wat was de moeilijkste periode in uw leven?

“Dat is nog niet zo lang geleden. Mijn vader is gestorven op 14 januari 2020, net voor corona. Hij had een zeer agressieve mond- en keelkanker en heeft vrij snel beslist om euthanasie te laten uitvoeren. Dat was een prachtige dag, hoe raar dat ook klinkt. En tevens misschien wel de merkwaardigste dag van mijn leven.

“De euthanasie was gepland om zeven uur ’s avonds. Het was alsof de tijd kroop, maar tegelijk ongelooflijk snel ging. Heel vreemd. Het was bij mijn ouders thuis, met mijn moeder, mijn partner en ik. Wij vieren. En dan de twee dokters. Er wordt aangebeld en daar zijn ze. Je kunt je beslissing nog terugdraaien, zelfs tot vijf minuten ervoor. Maar mijn vader was daar vastberaden in. Het kon eigenlijk niet snel genoeg gaan.

“Het moment van de euthanasie zelf herinner ik me als donker en licht tegelijkertijd. Als een hemel vol bliksem en regen, terwijl de zon op het water schitterde.

“Door corona was de uitvaart pas zes maanden later. Mijn vader wilde dat zijn as in de zee werd uitgestrooid. Voor mij is hij toen een tweede keer gestorven. Dat had ik niet zien aankomen. Ik dacht dat ik zijn dood in de tussentijd wel ergens een plek had kunnen geven, maar het moment van de asnederlating was eigenlijk heftiger dan te voelen hoe het leven uit iemand weggaat.

“Mijn vader zwemt nu in de zee, tussen Arno. Als ik ’s morgens mijn tanden poets, denk ik bij het zien van het water aan mijn vader. Aan de kracht en het doorzettingsvermogen die ook in zijn dood staken. Ik haal daar veel energie uit. Ik denk zelfs dat ik door zijn dood misschien wel een beter mens ben geworden.”

6. Wat biedt u troost?

“Muziek. Alleen zijn ook. Ik ben een veelvraat, maar toen mijn vader gestorven was, heb ik obsessief naar het requiem van Alfred Schnittke (Sovjet-Duitse componist, 1934-1998, red.) geluisterd. Telkens als ik daaraan terugdenk, weet ik dat nu ook met hem en met een plek te verbinden.”

7. Wat is uw zwakte?

“Ik denk dat ik soms te enthousiast ben, dat kan weleens averechts werken. Ik zou vaker nee moeten zeggen. Ik heb ook vastgesteld dat ik een intuïtief, impulsief mens ben. Soms denk ik: Philippe, nee, hold your horses. We gaan eerst eens nadenken en de dingen rationaliseren en dan beslissingen nemen. De weinige keren dat ik dat gedaan heb, heb ik daar achteraf spijt van, omdat dat zelden tot goede dingen leidt. Je moet zijn wie je bent.

“Ik ga er soms ook te snel van uit dat dingen vanzelfsprekend zijn. Als iets voor mij logisch is, denk ik dat het voor iedereen logisch is. Dat is dan weer gekoppeld aan een bepaalde vorm van ongeduld.

“Ik ben misschien wat te individualistisch. Te solitair. Dat komt wellicht door als enig kind altijd in mijn eentje Monopoly te spelen. (lacht) Je ontwikkelt een soort overlevingsmodus om van niets of niemand afhankelijk te zijn. Ik las onlangs een fantastisch boek van Sylvain Tesson, Zes maanden in de Siberische wouden. Potverdorie, dat zou iets voor mij zijn. (lacht)

“En af en toe ben ik ook autoritairder dan ik zelf zou willen. Ik beslis graag zelf.”

'Ik ga niet door het lint. Wel van enthousiasme. Maar van kwaadheid, neen, dat vind ik energie- en tijdverlies.' Beeld © Stefaan Temmerman
'Ik ga niet door het lint. Wel van enthousiasme. Maar van kwaadheid, neen, dat vind ik energie- en tijdverlies.'Beeld © Stefaan Temmerman

8. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Dat weet ik nog goed: 11 juli 2020. Het zal halftwaalf geweest zijn, toen we met een boot de zee op gingen om de as van mijn vader te water te laten. Mijn moeder was er niet bij, omdat zij dat een mannenzaak vond. Mijn partner lag in het ziekenhuis. Mijn vader had een lijstje gemaakt van wie hij graag bij zijn uitvaart wilde. Eén neef die ik jaren niet gezien had en voor de rest onbekenden, onder anderen een hondenkapster die tegenover mijn ouders woont. (lacht) Gelukkig heb ik zelf nog vier dierbare vrienden aan het lijstje toegevoegd.

“Om het The Big Lebowski-fenomeen te vermijden waarbij de as in je gezicht waait, wordt de urne, die bio-afbreekbaar is, in zee neergelaten. Dan krijg je een briefje met de coördinaten van de exacte plek. Ik denk dat het zeeniveau die dag met een millimeter gestegen is. Toen werd het mij echt te veel. Van ontroering en ontlading. Het was in Oostende, maar op een bepaald moment wist ik echt niet meer waar ik was. Ik wist zelfs niet meer wat boven of onder was. Waar de kustlijn lag. Alles was weg.

“Het grappige is: die boot is tevens een toeristenboot. ’s Morgens wordt hij gebruikt voor terzeebestellingen, ’s namiddags voor toeristische excursies op zee. Toen ik terug naar Gent reed, stond er een bordje: ‘Twintig euro voor een half uur’. (lacht) Hoe een heel persoonlijke intensiteit gelinkt kan worden aan het alledaagse, het banale. Dat is ergens ook schoon. Het leven gaat door. ”

9. Bent u ooit door het lint gegaan?

“Niet dat ik mij kan herinneren. Wel van enthousiasme. Maar van kwaadheid, neen, dat vind ik energie- en tijdverlies. Ik zal wel zeggen waar het op staat of in sommige gevallen wel mijn teleurstelling uitdrukken, maar ik zal niet door het lint gaan.

“Ik kan wel verontwaardigd zijn. Toen ik in Irak drie vluchtelingenkampen aan de Syrisch-Iraakse grens bezocht, lieten die beelden mij niet los, maar ik zal dan eerder op zoek gaan naar hoe we vanuit de kunst dingen kunnen laten kantelen. Zelfs in de verontwaardiging ga ik op zoek naar mogelijkheden. Ik heb dat, denk ik, geleerd in Nepal en Zuid-Amerika, waar improvisatie als een kwaliteit wordt gezien. Een muzikant die goed kan improviseren, heeft alles in de vingers.”

10. Wat is uw vroegste herinnering?

“Op mijn negende verjaardag heb ik een heel zwaar auto-ongeval gehad samen met mijn moeder. Wij hadden zo’n klein autootje, een R5. Ik werd van achterin door de voorruit gekatapulteerd. Mijn gezicht was een bloedfontein. Maanden heb ik in het ziekenhuis gelegen. Er was geen zekerheid of ik ooit nog naar een reguliere school zou kunnen gaan. Ik bleef maar dezelfde woorden herhalen. Alles wat daarvoor gebeurd is, weet ik alleen uit een soort overlevering.

“Dus mijn vroegste herinnering is niet de eerste, maar misschien wel de belangrijkste. Ze houdt verband met mijn grootmoeder, een heel bijzonder iemand. Zij was zeer vroeg weduwe geworden en had op latere leeftijd een vriend in Gent, Leopold. Elke zondagmiddag gingen ze samen naar de opera. Op een dag had ze die relatie beëindigd en naar mijn moeder gebeld: ‘Misschien heeft Philippe wel zin om mee te gaan?’ (lacht)

“Mijn eerste opera was Carmen van Bizet. In het begin ging ik vooral voor de taartjes in de pauze. Ik was daar een soort curiosum. Ik zat daar in mijn korte broek, als enig kind, maar vond dat ongelooflijk. De ene week zaten we in Egypte, de andere in de middeleeuwen, daarna ergens op een zolderkamer in Parijs.

“Als puberende jongen heb je vaak het gevoel dat niemand je begrijpt. Mijn grootmoeder is altijd de persoon geweest van wie ik dacht: ‘Zij weet hoe ik in elkaar zit.’”

11. Wat hing er aan de muur van uw tienerkamer?

“Affiches van tentoonstellingen. Panamarenko en zo, hedendaagse dingen, drie planken op elkaar. (lacht) Mijn muren hingen vol tot in de nok. Ik had ook veel voorwerpen op mijn kamer. Ik kwam altijd wel thuis met een kever of een vleugel van een vogel of lieveheersbeestjes of stenen. Dingen zonder waarde.

“Ik verzamel trouwens nog altijd. Stokken bijvoorbeeld, die ik opraap tijdens het wandelen. Gewoon, omdat het een mooi stuk hout is. En schriftjes. Ik heb een theorie dat hoe een schriftje gelinieerd is, iets zegt over het land waar het gemaakt is. Volkomen nutteloos.” (lacht)

12. Welk boek heeft een speciale betekenis voor u?

“Ik ben een veelvraat als het op boeken aankomt. Alle boeken die ik in huis heb, zeggen allemaal op een of andere manier wel iets over mijn fascinaties. Samen vormen ze een soort portret van wie ik ben. Maar het is niet dat ik daar één boek kan uithalen. Ik ben niet zo monomaan. Ik lees alles, van Clarice Lispector en de geschiedenis van Chili tot een boek over octopussen. En eigenlijk het minst over kunst, omdat ik vind dat er te weinig goed over kunst geschreven wordt. Te weinig op een toegankelijke manier.

“Ik zou het moeilijk hebben om zonder boeken te leven. Ik kan ook moeilijk een boekhandel voorbijlopen zonder een boek mee te nemen. Ook om weg te geven, niet alleen voor mezelf. In mijn huis liggen overal stapels boeken. Meestal lees ik er vijf tegelijk. Wat ik zeer fijn vind, is wanneer anderen mij een titel voorstellen. Daardoor kun je je venster nog meer openzetten.”

‘Erotiek is iets tussen mensen. Ik vind het fijn om dat uit respect zo te houden. Ik vind discretie een mooie kwaliteit, en jammer genoeg een zeldzaamheid.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Erotiek is iets tussen mensen. Ik vind het fijn om dat uit respect zo te houden. Ik vind discretie een mooie kwaliteit, en jammer genoeg een zeldzaamheid.’Beeld © Stefaan Temmerman

13. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Nee, maar ik heb wel ooit iets heel merkwaardigs meegemaakt. Ik was op een kunstbeurs in Madrid samen met Tim Van Laere (galerist, red.) een koffietje aan het drinken. Plots voel ik iemand tegen mij leunen. Ik draai mij om en een oudere man valt in mijn armen. Ik hou hem vast en hij sterft. Ik zat daar dus in het rumoer van een kunstbeurs met een dode man in mijn armen, als een piëta. Iemand die ik totaal niet kende. En het gekke was: niemand besteedde aandacht aan ons. De commerce ging gewoon door. Uiteindelijk kwamen er twee ambulanciers met overgewicht aangerend. Toen we achteraf de nood voelden om ons verhaal te delen met een paar andere galeristen, kwam onmiddellijk het ongeloof: ‘Dat kan niet, dat is onmogelijk.’

“Ik denk vaak aan dat voorval terug. Eigenlijk is het fijn dat ik daar op dat moment was. Anders was die man gewoon op dat lelijke beton van dat congrescentrum gevallen. Nu is hij op zijn minst nog in de armen van een mens gestorven. In die aanraking zat zoveel schoons.”

14. Hoe definieert u liefde?

“Dat is een heel moeilijke vraag. Ik vind definiëren sowieso altijd lastig. Er wordt mij vaak gevraagd: ‘Wat is kunst?’ Dan heb ik zoiets van: ‘Vraag het mij nog eens een kwartier voor ik sterf.’ Misschien geldt dat ook voor liefde. Vraag het mij net voor het voorbij is. In het beoefenen ervan probeer ik vooral gulzig en genereus te zijn. Ik denk dat ik wel goed graag kan zien.

“Mijn partner Marina is kwetsbaar. Maar ik zal er altijd voor haar zijn. Onvoorwaardelijk. Liefde is onvoorwaardelijk. Eigenlijk ken ik twee versies van haar. In gezonde toestand, negen jaar geleden toen we elkaar leerden kennen, en nu, in kwetsbare toestand. Ik heb dus twee partners, zo zie ik dat. Ik ervaar dat niet als een probleem. Je moet iemand gewoon mens laten zijn. Ze heeft nu een soort sereniteit die ongelooflijk fascinerend is.

“Ook op mijn vroegere relaties kijk ik alleen maar positief terug. Goede herinneringen, ook aan Inga, de moeder van mijn zoon. Knappe vrouw, fijne vrouw, moeilijke vrouw... (lacht) Maar toch mooi dat wij samen een zoon hebben. Soms denk ik: misschien heb ik een kind met iemand die ik niet het liefste van al graag gezien heb. Maar goed, dat is niet erg. Zo is het leven.”

15. Wat vindt u erotisch?

“Mooie handen fascineren mij. Marina’s handen heb ik al zo vaak getekend. En een stem. En hoe iemand beweegt, de snelheid of de langzaamheid waarmee iemand beweegt. En de combinatie van de drie, natuurlijk.”

16. Wat is de speciaalste plek waar u ooit de liefde bedreven hebt?

“Dat zijn mooie herinneringen voor mezelf. Niet dat ik die niet wil delen, maar erotiek is iets tussen mensen. Ik vind het fijn om dat uit respect zo te houden. Ik vind discretie een mooie kwaliteit, en jammer genoeg een zeldzaamheid. Er zijn zeer weinig mensen die een goede vorm van discretie kunnen behouden. Maar terwijl je mij de vraag stelt, zie ik dingen in mijn hoofd. (lacht) Je verandert daar ook wel in met ouder worden. De liefde bedrijven krijgt een andere plek, een andere betekenis. Ook intimiteit wordt anders. Niet beter of slechter, maar anders. Net zoals een tapijt dat je uitrolt en waarin je andere patronen ontdekt.”

17. Hoe zou u willen sterven?

“Ik zou graag heel oud worden en doe daar ook mijn best voor. David Hammons, een Amerikaanse kunstenaar die ik heb bezocht in New York, zei mij: ‘Als je elke dag tegen één persoon spreekt die je helemaal niet kent, leef je langer.’ Ik probeer dat ook te doen. Maar we zijn dat niet gewoon. Soms lopen mensen weg, omdat ze denken: die wil iets van mij.

“En als ik sterf, dan liefst: boem, voorbij. Over en uit, zoals het licht dat uitgaat. En zoniet hoop ik evenveel moed te hebben als mijn vader, als een soort hommage aan hem. Ik vind euthanasie echt een privilege. Kunnen kiezen voor leven of dood vind ik als het ware een indicatie van onze beschaafdheid.”

18. Welke droom hebt u nog?

“Voor het museum het nieuwe gebouw realiseren. Voor de rest hoop ik nog veel onderweg te kunnen zijn en veel plekken te ontdekken. Paaseiland is een bestemming waar ik een grote fascinatie voor heb. Ik ben er al een paar keer bijna naartoe gevlogen, maar dan denk ik altijd: toch niet. Misschien doe ik het niet omdat ik mijn beeld ervan intact wil houden. Misschien wordt het een teleurstelling, misschien niet. Maar ik denk dat ik het pas ga doen als ik het verdien. Gewoon nog optimistischer zijn, dat is eigenlijk mijn droom.” (lacht)

Rose Wylie, picky people notice..., tot 30 april 2023 in S.M.A.K., Gent.

'David Hammons, een Amerikaanse kunstenaar, zei mij: ‘Als je elke dag tegen één persoon spreekt die je helemaal niet kent, leef je langer.’ Ik probeer dat ook te doen.' Beeld © Stefaan Temmerman
'David Hammons, een Amerikaanse kunstenaar, zei mij: ‘Als je elke dag tegen één persoon spreekt die je helemaal niet kent, leef je langer.’ Ik probeer dat ook te doen.'Beeld © Stefaan Temmerman

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234