Woensdag 30/11/2022

GetuigenissenMillennials over werk

‘Ik verzet me tegen de opvatting dat het een evidentie is om op mijn leeftijd fulltime te werken’: millennials over werk en leven

Van links naar rechts: Gert Vermeersch, Sien Van den Brande, Odette O'Hara en Nathalie De Schepper.  Beeld Damon De Backer
Van links naar rechts: Gert Vermeersch, Sien Van den Brande, Odette O'Hara en Nathalie De Schepper.Beeld Damon De Backer

Na de zomervakantie volgt steevast een harde landing op de werkvloer. Want ja, die reisjes moet je toch ergens van betalen. Dus werken we ons maar te pletter. Of kan het ook anders? Wat kunnen de millennials ons leren over de werk-privébalans? ‘Wij nemen meer risico’s omdat we niets te verliezen hebben.’

Deborah Seymus

Over geen enkele generatie wordt zoveel geschreven en beweerd als over de millennials − mensen die geboren zijn tussen ongeveer 1980 en 2000. Ze zouden wereldburgers zijn die impact willen en constant naar perfectie streven. Maar tegelijkertijd zouden ze onrealistische verwachtingen hebben over hun groei- en carrièrepad, onderkennen ze de wereldproblemen soms niet echt, zetten ze zichzelf op de eerste plaats en kunnen ze niet met tegenslag omgaan. Ze zijn zoals Bret Easton Ellis het noemt Generatie Mietje. Maar klopt dat wel? Samen met professor arbeidseconomie Stijn Baert (38, UGent) leggen we vier millennials een aantal vragen voor.

Zijn jullie gelukkig als het over je werk gaat?

Sien Van den Brande (30, zwaaide haar job in de media uit en geeft sinds kort les in het secundair onderwijs): “Ik kan dat voorlopig nog zeggen, ja.”

Odette O’Hara (28, werkt als model en klust daarnaast af en toe bij in de horeca): “Ja, maar het kan beter.”

Gert Vermeersch (33, werkte zich binnen tien jaar op in de IT-sector en besloot na een leidinggevende functie om uit loondienst te gaan): “Ja.”

Nathalie De Schepper (29, geeft les in het hoger onderwijs, ontwierp haar eigen kledinglijn en adviseert bedrijven rond financiering): “Heel gelukkig. Ik zie ook heel wat opportuniteiten.”

Over millennials wordt vaak gezegd dat ze niet zo gehecht zijn aan een vast contract, dat ze meer naar betekenis streven dan naar geld, en dat ze meer risico’s nemen op de werkvloer. Hoewel jullie niet voor elke millennial kunnen spreken, ben ik wel benieuwd naar hoe jullie naar werk kijken.

Gert: “Bij mij is dat sterk geëvolueerd. Het leek me een evidentie om meteen na mijn studies te gaan werken. Ik had jaren gestudeerd voor die job dus ik was blij om dat eindelijk in de praktijk te kunnen omzetten en geld te verdienen. Al snel begon ik het te zien als iets wat moest, om de rekeningen te kunnen betalen. Hoewel ik er ook voldoening uit haalde, vond ik de sleur − vijf dagen werken en twee dagen vrij, twee dagen werken en twee dagen vrij − heel repetitief. Nu is werk eerder iets wat ik zelf in de hand wil hebben. Ik heb nog steeds uitdagingen nodig en blijf geïnteresseerd in IT, maar wel op mijn eigen voorwaarden.”

Odette: “Ik zie mijn werk als model vooral als een bron van inkomsten, maar ook als een kans om verschillende plaatsen en mensen te leren kennen. Doordat ik altijd in andere situaties terechtkom, leer ik ook veel over mezelf bij.”

Nathalie: (enthousiast) “Voor mij is mijn werk de zingever in mijn leven. Ik probeer een impact te hebben op de wereld en een soort van nalatenschap te creëren.”

Sien: “Ik heb de laatste jaren heel wat verschillende jobs gehad. Zo werkte ik al als freelancer, barvrouw en medewerker in de daklozenopvang. Bij mij draait mijn werk nu wel rond zingeving, maar dat is zeker niet altijd zo geweest. Sinds ik uit de media ben gestapt, is het een enorme struggle geweest. Ik wilde liever creatief bezig zijn met persoonlijke projecten en hier en daar wat geld verdienen in de horeca, maar ik voelde altijd een verplichting en verantwoordelijkheid om een stabiele job te hebben. Ik verzet me tegen de opvatting dat je geld móét verdienen en dat het een evidentie is om op mijn leeftijd fulltime te werken.”

Hoe kijken jullie naar geld, jullie loonpakket en opslag?

Gert: “Voor mij is geld zeker niet het belangrijkste; jobinhoud primeert. Drie jaar geleden veranderde ik van werkgever en takenpakket, en ging ik daardoor minder verdienen. Als je ergens begint, moet je niet direct verwachten dat je de volle pot krijgt. Je moet je eerst bewijzen. Dat deed ik en elk jaar onderhandelde ik vervolgens over mijn loon, nadat bleek dat ze telkens erg tevreden waren over mijn werk. Ik vind dat het loon wel moet stroken met wat je doet en wat je collega’s verdienen.

“In België hebben werknemers trouwens recht op loonindexering. Nu alles duurder wordt is dat erg fijn, maar vergeet daarbij niet dat werkgevers daardoor minder budget overhouden om mensen die beter presteren dan anderen daarvoor te belonen.”

Nathalie: “Ook voor mij is geld niet de belangrijkste drijfveer, maar uiteraard moet ik rondkomen en wil ik dat mijn dochters het goed hebben. Ik vind het een goed idee dat werkgevers slim omgaan met loonpakketten zodat je netto meer overhoudt, want loon wordt nog altijd zwaar belast. Ik vind dat opslag altijd een optie moet zijn, het is een manier om als werkgever je appreciatie te tonen.”

Odette O’Hara: ‘Laten we eerlijk zijn: op sociale media is niets echt. Zo’n leven is niet haalbaar, maar we blijven denken dat het wél haalbaar moet zijn.’
 Beeld Damon De Backer
Odette O’Hara: ‘Laten we eerlijk zijn: op sociale media is niets echt. Zo’n leven is niet haalbaar, maar we blijven denken dat het wél haalbaar moet zijn.’Beeld Damon De Backer

Hoe verschilt jullie visie met die van jullie ­ouders?

Nathalie: “Ik denk echt dat onze ouders veel minder risico’s nemen. Zij wensen een bepaalde zekerheid en stabiliteit, wij hebben dat minder. Vandaag is het belangrijk om je geld goed te beleggen, want door de inflatie is het minder waard. Ik probeer mijn ouders dan ook uit te leggen dat hun spaargeld niets oplevert. Mijn man en ik beleggen veel, dat is de enige manier om je geld meer te doen opbrengen. Of door out of the box te denken.”

Gert: “Da’s waar. In hun tijd was het ook niet nodig om veel risico’s te nemen. Het was belangrijk om te sparen, zodat je perfect een huis en twee auto’s kon kopen. Terwijl dat voor de millennial­generatie vandaag steeds moeilijker wordt. Wij nemen meer risico’s omdat we toch niks te verliezen hebben. Ik denk dat de generatie voor ons veel loyaler aan hun werkgever was. Ik ken verschillende mensen die heel hun leven voor hetzelfde bedrijf hebben gewerkt, sommigen zelfs altijd binnen dezelfde functie. Als een werkgever nu tijdens een sollicitatie­gesprek vraagt of je het ziet zitten om veertig jaar voor hem te werken, zullen niet veel mensen ja zeggen.”

Sien: “Oké, maar om geld te kunnen beleggen, moet je wel eerst geld hebben. Mijn vrienden en ik nemen ook redelijk wat risico’s, maar ik denk dat de nood aan stabiliteit er nog altijd is. Rolmodellen − waarvan jij er volgens mij een bent, Nathalie − symboliseren het idee dat iedereen naast zijn/haar job zelfstandig moet worden, terwijl dat niets zou zijn voor veel van mijn vriendinnen. Zij denken daardoor onterecht dat ze zelfstandige moeten worden of een zotte job moeten hebben om mee te tellen, terwijl zij de kracht van hun eigen job onderwaarderen. Dat is jammer.”

Stijn Baert komt tussenbeide en vertelt dat de meningen van de groep deels representatief zijn voor de millennialgeneratie. “Een deel van de millennials wil van zo veel mogelijk verschillende dingen proeven, maar er is ook een deel dat een vast contract wil en er niet zo tegenop kijkt om ergens lang te werken. Of de keuze niet heeft.”

Onderzoek toont aan dat geld nog altijd een belangrijke factor blijft, maar dat de impact die een job kan hebben net zo goed doorslaggevend is. Baert bevestigt dat ouders van millennials meer risicoavers zijn, maar voegt er ook aan toe dat dat niet zo is omdat ze het makkelijker hadden. “We leven in een Tinder-maatschappij op het vlak van jobs. Je hebt veel opties en je kunt je dus de vraag blijven stellen of de huidige match wel de beste is.”

De millennialgeneratie hoeft dus niet per se direct te settelen. Ironisch genoeg zorgt dat volgens experts ook voor veel stress. Het gras lijkt dan wel altijd groener aan de overkant, jobhoppen eist ook zijn tol.

Sien: “Voilà, daar ben ik een perfect voorbeeld van. Onze generatie heeft volgens mij inderdaad vaak het idee dat een andere job wel beter zal zijn. Natuurlijk ontdekte ik als jobhopper dat je uiteindelijk overal tegen hetzelfde aanbotst, omdat je telkens in dezelfde patronen vervalt. Uiteindelijk ga je dan maar op zoek naar een jobcoach. Of een psycholoog.”

“Misschien zouden onze ouders ook deugd hebben gehad van een jobcoach?”, werpt Baert op.

Groep: (knikt) “Absoluut.”

Sien Van den Brande: ‘Dat is de vloek van onze generatie: wij kunnen niet kiezen, het is altijd én én én.’ Beeld Damon De Backer
Sien Van den Brande: ‘Dat is de vloek van onze generatie: wij kunnen niet kiezen, het is altijd én én én.’Beeld Damon De Backer

De trend van The Great Resignation lijkt opgang te maken: een fenomeen in de VS waarbij jonge mensen hun job opzeggen en hun carrière niet langer voorop plaatsen. In Vlaanderen leeft dat minder, maar we zien wel dat millennials vaker vrijwillig ontslag nemen. Hoe kijken jullie daarnaar?

Gert: “Ik snap dat helemaal! Tijdens corona werkte ik van thuis uit en merkte ik meer verloop van personeel dan normaal. Het contact met mijn collega’s verwaterde ook, waardoor ik de binding verloor met de sociale kant van de job.

“Waarom zou ik die job dan niet ergens anders uitvoeren, voor een hoger loon of betere voorwaarden? Ik vroeg me ook af of dit nieuwe soort werken wel bij me paste: acht uur per dag achter mijn computer in mijn eigen woonkamer? Ik besloot dat er meer in het leven moest zijn en bouwde met mijn partner een jaar aan ons busje, waarmee we nu in Europa rondtrekken. Het afgelopen jaar bewees mij dat het ook anders kan.”

Nathalie: “Ik kreeg onlangs de kans om meer uren onderzoek binnen het hoger onderwijs te maken. Ook al maakte mijn vorige job me supergelukkig, ik haal net iets meer voldoening uit lesgeven. Die omslag maken vond ik heel moeilijk, ik twijfelde er maanden over. Zelfs nu doe ik nog regelmatig consultancy-opdrachten voor mensen met wie ik samenwerkte. Ik besef dat ik op dit vlak zeer atypisch ben in vergelijking met leeftijdsgenoten.”

“De Great Resignation is letterlijk een collectieve ontslagronde van verschillende werknemers die er zelf voor kiezen te stoppen met werken”, legt Stijn Baert uit. Hij verwijst daarbij ook naar quiet quitting, een term die gelinkt is aan de Great Resignation. Daarbij zet je zonder te veel bombarie andere facetten dan werken voorop in je leven.

Onderzoek toont dat beide termen in Vlaanderen weinig bijval kennen, toch in vergelijking met de VS. Baert: “In ons land heerst het idee van de gouden kooi harder. Wij zijn niet speciaal gelukkiger in onze job dan elders ter wereld, maar wij blijven wel langer dezelfde job doen. Gemiddeld blijven Vlaamse werknemers tien jaar dezelfde job doen. Ongeveer de helft blijft dus langer.”

Dat komt doordat onze arbeidsmarkt vooral sectoraal is ingericht. Zo blijven opleidingen, vakantiedagen en de pensioenopbouw in dezelfde sector. Mensen kunnen daardoor moeilijk van job veranderen.

Vlamingen zijn dus over het algemeen trouw aan hun baasje, zeker in ruil voor een gouden bot. Maar als blijkt dat dat bot ver van huis ligt en met veel overuren en weinig verlof komt, is het al heel iets anders.

Ook de werk-privébalans heeft hier zijn intrede gedaan. Steeds meer mensen denken na over hoe ze die willen invullen. Hoe gaan jullie hiermee om?

Gert: “Ik denk dat dat iets heel persoonlijks is. Veel werkgevers beloven in hun vacatures een goede werk-privébalans maar hoe kunnen zij weten wat dat voor mij betekent? Bedoel je dan werken tussen negen en vijf? Of juist omgekeerd, dat ik zelf kies wanneer ik werk? Voor sommige mensen werkt het eerste maar voor anderen niet. Ik vind het geen probleem als iemand mij ’s avonds om zeven uur mailt, terwijl voor sommige collega’s flexibele uren juist de hel zijn.”

Sien: “Een goede werk-privébalans wordt voor mij bepaald door de hoeveelheid autonomie en vertrouwen die een werknemer krijgt. Tijdens corona moesten werkgevers hun werknemers plots geforceerd vertrouwen. Veel bedrijven vinden dat moeilijk, de controle uit handen geven. Terwijl het over de inhoud van je job en je takenpakket moet gaan, en niet in hoeveel uren je dat kunt presteren. Daar is nog veel werk aan de winkel.”

Groep: (in koor) “Exact, dát is het.”

Nathalie: “Ik vind dat het woord werk-privébalans trouwens heel slecht gekozen is, en dat het een negatieve bijklank heeft. Alsof het over een weegschaal gaat waarin elk gewerkt uur gecompenseerd moet worden. Ik verwijs liever naar een harmonie tussen werk en leven. Je werk maakt deel uit van je leven. Het gaat niet per se om een balans tussen beide. Een huismoeder kan evenveel impact hebben als iemand met een veeleisende job. Het aantal uren werk is niet altijd representatief voor de impact.”

Baert: “Voor mij als ingenieur is het evident dat je zo veel mogelijk je geluk optimaliseert. Je werk is daar maar één component van. (richt zich tot iedereen in de groep) Jullie weten waar jullie geluk ligt. Maar ik heb niet de indruk dat dat bij elke millennial zo is. Ik zie mensen vaak focussen op de doelstellingen van iemand anders. Ze zien een vriend bijvoorbeeld naar het buitenland vertrekken om te werken en hebben het idee dat ze dat ook moeten doen. Terwijl ze daar misschien zelf helemaal niet gelukkig van worden.”

Sien: “Sommige werkgevers zouden meer kunnen investeren in het geluk van hun werknemers door naar hen te kijken als mens. Volgens mij is een gelukkig mens ook een productievere werknemer.”

Nathalie: “Als je je werknemers deel maakt van je bedrijf en je successen, gaan zij zich daar ook naar gedragen. Als je als werk­gever alles probeert te controleren, zullen mensen juist proberen de kantjes eraf te lopen. Ik heb de tien meisjes die voor mijn kledinglijn werkten nooit gecontroleerd op hun uren, en ongevraagd deden zij veel dingen extra erbij.”

Odette: “Langs de ene kant wordt mijn leven bepaald door mijn werk: voor hetzelfde geld heb ik over twee dagen een opdracht of belt het bureau met de vraag of ik ergens kan gaan shooten terwijl ik iets privé had gepland. Dan moet ik afwegen wat belangrijker is. Soms zit ik met mijn duimen te draaien en gewoon te wachten tot er weer iets uit de bus valt.”

Nathalie: “Chapeau: ik zou echt vast komen te zitten en niet meer kunnen werken, als blijkt dat mijn volledige inkomen van wachten afhangt.”

Odette: “Vorig jaar heb ik goed verdiend en hoefde ik er geen extra jobs bij te nemen, maar de eerste vier à vijf maanden van dit jaar heb ik bijna niets verdiend. Ik streste, twijfelde wat ik moest doen en besloot dat het niet meer zo kon blijven duren. Tot het weer plotseling beter ging en ik dacht: ik geef het nog een kans. (lacht) Het lijkt mijn ergste nachtmerrie om iedere dag vast te hangen aan dezelfde taken binnen een 9-to-5-regime.”

Gert: “Een multinational als werkgever heeft best wel wat slagkracht om zijn werknemers gelukkig te maken en te houden door opleidingen te geven, ze te begeleiden en een carrièrepad uit te stippelen. Maar België is een kmo-land. Dat betekent dat een Vlaamse werkgever vaak maar met tien of twintig werknemers zit, en niet dezelfde capaciteiten of budgetten ter beschikking heeft als multinationals. Soms is er ook weinig aan de job te veranderen en moet er gewoon iemand zijn die met de vorklift om zeven uur ’s morgens in het magazijn rondrijdt. Daar kunnen geen glijdende uren toegepast worden. Je kunt dus niet zomaar alle verantwoordelijkheid bij de werkgever leggen: ook de werknemer is verantwoordelijk voor zijn eigen geluk en zijn werk-privébalans.”

Gert Vermeersch: ‘Als een werkgever nu tijdens een sollicitatie­gesprek vraagt of je het ziet zitten om veertig jaar voor hem te werken, zullen niet veel mensen ja zeggen.’ Beeld Damon De Backer
Gert Vermeersch: ‘Als een werkgever nu tijdens een sollicitatie­gesprek vraagt of je het ziet zitten om veertig jaar voor hem te werken, zullen niet veel mensen ja zeggen.’Beeld Damon De Backer

Voor de FIRE-beweging - ofwel Financial Independence, Retire Early - is het vooral belangrijk om zo snel mogelijk met pensioen te kunnen gaan en van het leven te genieten. Hopen jullie dat ook?

Nathalie: “Op mijn 40ste met pensioen gaan is de horror voor mij, ik werk te graag. Ik vind dat er binnen de FIRE-beweging een stroming is die heel risicovol met geld omgaat. Ze gokken meer dan dat ze goed met hun geld omgaan. Als je vanaf jonge leeftijd slim met geld omgaat en het juist belegt, is het wel makkelijker om een bepaald vermogen op te bouwen.

“Ik zou hun principes enkel toepassen om zo mijn ultieme vrijheid te bereiken, waarin ik 100 procent kan kiezen voor wat ik graag doe.”

Gert: “Voor mij is FIRE niet zo rigide. Ik focus vooral op de FI en niet op de RE. Ja ik wil graag financieel onafhankelijk zijn, maar vroeg op pensioen gaan lijkt mij dan weer niet zo aanlokkelijk. Ik ben ervan overtuigd dat een job uitvoeren, in welke vorm dan ook, belangrijk is in het leven, voor jezelf en voor de maatschappij. Toen ik vorig jaar voor het eerst met onze camper door Europa trok, merkte ik dat fulltime de toerist uithangen voor even leuk was, maar na een paar maanden ook begint te vervelen. Mijn partner en ik gingen dus toch weer op zoek naar iets wat geld in het laatje bracht, niet omdat we het nodig hadden maar om onszelf uit te dagen en zelf iets uit te bouwen.

“Wat we echt willen is uit de rat­race stappen en een leven leiden op onze voorwaarden. Door het grootste deel van het jaar rustig door Europa te trekken besparen we veel geld; ons appartement komt nu ook op Airbnb te staan, en we ontsnappen aan veel kostelijke verleidingen in de stad. We gaan al reizend ook veel bewuster om met ons geld dan wanneer we in België verblijven. Op die manier geven we onze eigen invulling aan FIRE.”

Vlaamse werkgevers vragen steeds vaker betrokkenheid. Maar cijfers geven weer dat amper de helft van Vlaamse werknemers zich gerespecteerd voelt en minder dan de helft van hen krijgt feedback.

Sien: (schamper) Vlamingen zijn bang voor afwijzing en kritiek. We nemen dat heel persoonlijk, terwijl ik denk dat het over je job gaat en die kritiek bedoeld is om je te helpen groeien.

Baert: “Maar ook de angst voor het compliment leeft hier, hoor.”

Nathalie: “Daar betrap ik mij ook wel op. Als ik positieve feedback krijg, doe ik dat af als logisch of word ik ongemakkelijk.”

Gert: “In de VS is dat wel wat anders. Amerikanen durven veel makkelijker over hun behaalde overwinningen te vertellen. Vlamingen zijn bescheidener, wij vinden dat je daar niet zo mee te koop moet lopen.”

Nu we het toch over attitudes hebben: uit onderzoek van UGent @ Work blijkt dat 28 procent van de Vlaamse werknemers meer werk heeft dan ze naar eigen zeggen goed kunnen doen; 26 procent zegt dat ze thuis moeilijk tot rust komen doordat ze tobben over hun werk. Hebben jullie het idee dat millennials in een burn-outpandemie zijn terechtgekomen?

Sien: “Door de digitalisering komen er vaak veel administratieve taken bij. Ik denk dat het wel een grote frustratie oplevert in de zorgsector en het onderwijs. We moeten dringend af van het idee dat wij altijd en overal bereikbaar moeten zijn. Dat we spreken van een burn-outpandemie zie ik als een krachtig collectief signaal. We moeten daarbij stilstaan en onderzoeken waarom zo veel mensen een burn-out krijgen.”

Nathalie: “Achter de schermen moet er inderdaad vaak veel meer gebeuren dan op het eerste gezicht lijkt. Ik had zelfs een hoger percentage verwacht. Een vriendin van mij heeft momenteel een burn-out en kan helemaal niets meer. Zelfs een afspraak met de vriendengroep is er te veel aan. Ik merk dat als ik nog dingen op mijn to-dolijstje heb staan die nog niet zijn afgewerkt, ik daarmee in mijn hoofd kan blijven zitten. Ik kan me dus voorstellen dat als je dat elke dag meerdere malen ervaart, je geest en lichaam over een bepaalde limiet gaan en crashen.”

Nathalie De Schepper: ‘Een huismoeder kan ­evenveel impact hebben als iemand met een veeleisende job. Het aantal uren werk is niet altijd representatief voor de impact.’ Beeld Damon De Backer
Nathalie De Schepper: ‘Een huismoeder kan ­evenveel impact hebben als iemand met een veeleisende job. Het aantal uren werk is niet altijd representatief voor de impact.’Beeld Damon De Backer

Gert: “Dertig jaar geleden had niemand ooit van burn-out gehoord. Misschien bestonden de symptomen al wel. Maar ik geloof niet dat onze generatie die van de watjes is. De evolutie van technologie speelt hierin een veel grotere rol dan wij beseffen. Buiten alle applicaties die standaard openstaan op mijn laptop om mijn werk te doen, heb ik ook nog een chat­programma, een telefoon, een mailbox en livemeetings. De manager van de millennial is vooral zijn mailbox. Wij lopen al 130.000 jaar op de aardbol rond. Internet en e-mail raakten pas dertig jaar geleden in zwang. De mens is hier niet voor gemaakt en vooral nog niet op geëvolueerd.”

Odette: “En niet alleen op je werk heb je dat. WhatsApp, Messenger, Instagram, Twitter,... Ze zijn altijd en overal.”

Sien: “Echt waar! Dat is de vloek van onze generatie. Wij kunnen niet kiezen, het is altijd én én én. Ik denk dat een burn-out niet noodzakelijk alleen werkgerelateerd is. Ook op sociaal vlak ervaar je voortdurend prestatiedrang.”

Odette: “Ik zie dat ook in de modellenwereld. Op sociale media zet iedereen zijn beste beentje voor. Laten we eerlijk zijn: niets is daar echt. Zo’n leven is totaal niet haalbaar, maar we blijven wel denken dat het wél haalbaar moet zijn, waardoor we telkens ook meer druk ervaren en sneller een burn-out hebben.”

Zien jullie manieren om het beter aan te pakken?

Sien: “Ik ben een enorme voorstander van het principe dat iedereen recht heeft op een basis­inkomen. Ik vind het jammer dat dit momenteel nog niet au sérieux wordt genomen. Omdat ik de bewuste keuze maak om niet fulltime te werken, ben ik al heel vaak tegen dat systeem gebotst. Je krijgt pas een uitkering als je drie maanden fulltime hebt gewerkt. Tijdens mijn viervijfdebaan draag ik ook mijn steentje bij, bereken mijn uitkering dan op basis van mijn aantal uren. Ik denk dat ik het basisloon niet meer ga meemaken, maar ik hoop het wel voor mijn nichtjes en neefjes.”

Nathalie: “Het is echt nodig om mensen meer te betrekken bij de invulling van hun takenpakket en daarbij op talentherkenning te werken. Zo kunnen mensen makkelijker op de juiste plaats in een organisatie ingezet worden.”

Gert: “Goh, ik heb daar geen direct antwoord op. Ik denk dat het concept ‘bedrijfscultuur’ bij veel sectoren een grotere rol zal beginnen te spelen, en een factor zal worden waarmee werknemers echt rekening gaan houden. Ze willen dan niet alleen een job vinden die inhoudelijk bij hen past, maar waar ook alles eromheen bij hen en hun prioriteiten aansluit.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234