Zondag 04/12/2022

InterviewVakantieliefde

‘Ik liep tegen de 50, zij tegen de 45, we wisten hoe het leven in ons eentje was. En dit was zoveel beter’

Beeld ter illustratie. Beeld Getty Images
Beeld ter illustratie.Beeld Getty Images

Corine Koole spreekt met twee mensen die een zomer smoorverliefd op elkaar waren. Hoe ging het verder? En hoe kijken ze daar nu op terug? Deze week: Jolin (44) en Mike (49) over hun zomer van 2018.

Corine Koole

Jolin (44): ‘Ik vergezelde hem overal per Facetime’

‘Ik was drie dagen in Nederland op doorreis van Taipei (hoofdstad van Taiwan, red.) naar Duitsland. In die periode opende ik Tinder en zag er Mike achter een drum­stel zitten. Ik speel zelf gitaar en keyboard, en het overduidelijke gemak waarmee hij achter die bekkens en trommels zat, trok me aan. Niet dat ik hoopte liefde te vinden in een land waarvan ik de naam niet eens kon onthouden. Maar die comfortabele houding die zijn profiel­foto zo aantrekkelijk maakte, bleek hij ook te hebben wanneer we online kletsten.

“Ik vroeg wat ik kon doen in dit land en sprak zelf over bloemenpark de Keukenhof waarnaar ik op weg was. Maar dat wuifde hij weg als een toeristenval. Veel andere tips had hij eigenlijk niet.

“We hebben elkaar tijdens die drie dagen niet één keer ontmoet. Even leek het erop dat hij me zou achterna­reizen naar Duitsland, maar uiteindelijk moest hij werken. Pas na een jaar, waarin we elkaar tientallen berichtjes stuurden, vloog ik opnieuw van Taiwan naar Nederland en zocht hem op. Hij zou een paar uur later komen en had de sleutel van zijn appartement voor me achter­gelaten bij de snackbar.

“Zo had ik alle tijd om zijn spulletjes te bekijken, de foto’s aan de muur, zijn meubels: wie was deze man voor wie ik helemaal uit Azië was gekomen? Maar het gekke was dat we door al het video­bellen, appen en mailen eigenlijk al een relatie hadden nog voor we elkaar in het echt zagen.

“Hij was geen vreemde, ik kende hem al, niets in zijn huis kwam me voor als een verrassing. Het kwam niet eens in me op om een mooie jurk aan te trekken, en toen hij thuis­kwam, was het net of ik hem al jaren op deze manier opwachtte van zijn werk.

“Een paar maanden later, in februari 2020, kwam hij naar Taipei en ontmoette hij mijn vrienden en familie. We maakten plannen voor een volgend bezoek in de zomer­vakantie, we wilden daarna gaan samenwonen in Nederland of Taiwan, maar toen kwam corona.

“Opgewekt zetten we onze video­relatie voort, want dit zou vast niet langer dan een paar weken duren, dachten we. Hele dagen lieten we de verbinding open staan, ook ’s nachts. Het was natuurlijk gekkenwerk, zo’n kunstmatig contact. De hele dag keek ik naar hem, maar ik kon hem niet aanraken.

“En ik herinner me momenten dat ik hem vroeg: wat hebben we nu eigenlijk samen? Is dit een relatie? Ik wilde het ongewone een bekende naam geven, zodat het minder ­vervreemdend zou zijn. Natuurlijk heb je een relatie als je elkaar maand in, maand uit meeneemt in elkaars leven. Ik vergezelde hem per Facetime naar ­restaurants, naar verjaardags­feesten van zijn vrienden, zelfs naar de super­markt en naar zijn bed.

“Ik weet nog dat ik dacht: o, deze man is zo toegewijd, zo anders dan alle andere mannen die ik eerder kende, die altijd hun werk lieten voorgaan. Mike had het nooit te druk om me aandacht te geven. Maar corona bleek wel erg lang te duren, en er waren momenten dat het artificiële van ons dagelijkse contact me begon tegen te staan en ik ermee wilde ophouden. Toen in Nederland de lockdown al lang voorbij was, was in Taipei alles nog dicht.

“Pas recent lukte het hem om met een studenten­visum naar mij te komen, 25 maanden na onze laatste fysieke ontmoeting. Tijdens de week verplichte quarantaine verbleef hij in een hotel. Vanaf de overkant van de straat zwaaide ik naar hem en bracht hem fruit en koffie. En ook al konden we elkaar nog steeds niet aanraken, we konden elkaar zien zonder scherm, zonder slechte verbinding, zonder tijds­verschil. Wow, hij is echt, dacht ik verbaasd, hij bestaat. De man die ik door en door ken, leeft en zwaait naar me.

“Gek genoeg was ik geen moment bang geweest dat ik een illusie in huis had gehaald. Ook later niet, toen hij ineens voor me stond. En nu, twee maanden later, is dat niet veranderd. Ons gedeelde leven zelf is dat wel. Was hij tijdens corona een en al aandacht voor mij, nu moet ik zijn aandacht delen. Hij staat vroeg op om Chinees te leren, doet in Nederlandse tijd zijn werk en is ’s avonds vaak uitgeput en afwezig.

“Het gebeurt dat hij niet luistert als ik iets zeg. Dan geef ik hem een por: hé, grote man, word eens wakker. Dan lijkt hij op een trage dinosaurus. De liefde zelf is onverdund gebleven, maar de praktijk is soms ingewikkelder dan tijdens corona. Of we het volhouden samen, weet ik niet. Ik geloof niet dat je alles kunt plannen en bedenken.

“Het enige wat ik zeker weet, is dat ik van hem houd: van onze wandelingen samen, van onze grappige verstandhouding. Zelfs van ons gekibbel. Dat ik zeg: ik heb een goed restaurant gevonden en dat hij achter me aan hobbelt met een houding van ‘het zal wel’ en zich ter plekke ontpopt tot een vraatzuchtige Europeaan, zich op het Aziatische eten stort en roept: ‘Honey, this is so good.’ Dat ik dan quasi superieur lachend mijn wenkbrauwen ophaal en zeg: ‘O, honey. I told you so.’

null Beeld Sasa Ostoja
Beeld Sasa Ostoja

Mike (49): ‘Hoop wisselde wanhoop af. Hoelang zouden we dit nog volhouden?’

“Ik leerde haar kennen in 2018 toen ik wat zat te tinderen in de trein. Ik zag meteen een ongelooflijk guitige, vrolijke en brutale vrouw. Ze was op weg naar de Keukenhof en wilde weten wat ik aan het doen was. Nieuwsgierig toonde ze belangstelling voor wat ik at, en door haar ogen voelde ik mezelf opvlammen: er was iemand die tot in de kleinste details wilde weten wie ik was.

“We begonnen te appen, maar het zou nog maanden duren voor ik haar echt zou bellen. Ik zat opnieuw in de trein, dit keer was ik op weg naar vrienden in Italië en ineens dacht ik: ik wil Jolins stem eindelijk weleens horen. Verbaasd leek ze niet, ook dit paste wel bij de vanzelfsprekende manier waarop ons contact tot dan toe was verlopen. Wel klonk haar stem rauwer dan ik had verwacht – ze komt uit een Taiwanese vissers­familie waar niemand om de zaken heen draait. Ook Jolin niet. In november 2019 zocht ze me op. Ik had de sleutel van mijn huis aan mijn buurman van de snackbar gegeven en gezegd: ‘Er komt straks een Aziatisch meisje, geef haar een pak friet, want ze zal een lange reis achter de rug hebben.’ Op mijn bed had ik een roos gelegd.

“Nerveus was ik nauwelijks, alleen maar blij en verwachtings­vol, en dat bleek volkomen terecht, want toen ik binnen­kwam was ze precies zoals ik me had voorgesteld.

“Enige tijd later ging ik op mijn beurt naar Taiwan. We begonnen plannen te maken, hoe zouden we het doen, zou zij in Nederland komen wonen of ik in Taiwan? Ik liep tegen de 50, zij tegen de 45, we wisten hoe het leven in ons eentje was. En dit was zoveel beter. Haar eigen­wijs­heid en haar vreugde, haar alles willen weten, de manier waarop ze zomaar ineens in een gevoelig meisje kon veranderen – de rol waarin ik haar misschien wel het liefste zag – maakten haar zo helemaal mijn type dat ik geen enkele twijfel voelde.

“Maar ik was nog niet terug in Nederland, februari 2020, of ze appte me: ‘Honey, did you hear about the virus?’ Door al onze plannen werd een streep gehaald, 25 maanden lang zouden we elkaar niet kunnen zien. Pogingen om een bijzonder visum te krijgen strandden keer op keer. Hoop wisselde wanhoop af. Hoelang zouden we dit nog volhouden?

“Het was geweldig om dag en nacht een video­verbinding open te hebben staan, van elkaars gewoonten op de hoogte te raken, haar te bestoken met vragen. Het was leuk om met kerst tegelijkertijd hetzelfde gerecht te maken. Maar er waren ook momenten dat de rek eruit leek. Ergernissen over de uitzichtloosheid uitten zich in kleine en grote onbegrepen ruzies. Het kwam telkens goed, maar we snapten ook dat dit niet eeuwig kon blijven duren. Twee maanden geleden kreeg ik eindelijk groen licht uit Taiwan. Ik mocht voor een half jaar gaan. Tot op het laatste moment was ik bang dat het niet zou doorgaan.

“En toen kreeg ik twee weken voor vertrek ook nog corona en bleef ik maar positief testen. Maar het is gelukt. Op de luchthaven van Taipei kregen alle reizigers opnieuw een test. De Nederlandse jongen naast me werd met loeiende sirenes door een ambulance afgevoerd, maar mijn nummer mocht door.

“Even later zwaaide ik vanaf de vijfde verdieping in mijn quarantaine­hotel naar Jolin die in haar roze werk­blouse, linnen broek en een hoedje van stro op straat stond. Toen ik het hotel mocht verlaten, wist ik dat ik haar uit ultieme Taiwanese voorzorg nog steeds een week lang niet mocht aanraken – en ik wist ook dat zij zich daaraan zou houden. Ze kwam aangerend en een meter voor me hield ze abrupt stil. We zijn wat gaan eten – op afstand. We zijn op een bankje gaan zitten – op afstand. Allang blij dat die duizenden kilometers waren terug­gebracht tot een meter.

“En nu, twee maanden later, heb ik mijn eigen appartement en studeer ik Chinees. Een van mijn eerste woorden was: smeerboel. Dat zegt ze vaak misprijzend over de chaos bij mij thuis. Want bij fysiek contact horen kennelijk ook ergernissen om fysieke rommel. Dat is iets waarmee we leren omgaan. We liggen dagenlang in elkaars armen op de bank en maken uitstapjes naar haar familie, kijken film en spotten vogels.

“Alles is fijn. Maar spanningen zijn er ook. Ze ergert zich als ik na een hele dag Chinees studeren en werken zit te geeuwen en wrevelig ben. Maar het komt goed, wij weten wat het is lief te hebben onder fnuikende omstandigheden. En toen we laatst hardop tegen elkaar zeiden: ‘Stel dat het misgaat, dan hebben we in ieder geval alles gegeven. We mogen falen’, voelde dat als een opluchting. Nu de druk eraf is, gaat het weer veel beter.”

Jolin en Mike zijn pseudoniemen. Hun echte namen zijn bij de redactie bekend.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234