Donderdag 06/05/2021

Reis van mijn levenNieuw-Zeeland

Ik had al een stuk van de wereld gezien, maar Nieuw-Zeeland? Dat steekt er echt met kop en ­schouders bovenuit

Op Saint Paul’s Rock, dat ­uittorent boven Whangaroa, zijn de vergezichten fenomenaal.
 Beeld Alamy Stock Photo
Op Saint Paul’s Rock, dat ­uittorent boven Whangaroa, zijn de vergezichten fenomenaal.Beeld Alamy Stock Photo

Midden januari 2019 vloog Kathleen Verschuere naar Nieuw-Zeeland om er vijf weken lang rond te trekken met haar zoon Rinus. Een planning hadden ze nauwelijks. Wel een camper en veel tijd. Het werd een trip waar wandelen, praten en zelfs zwijgen vele wonden wisten te helen.

Laat ik maar meteen zeggen dat Nieuw-Zeeland het 35ste land is dat ik ooit bezocht heb. Ik weet al langer dat de wereld groter is dan Tielt. Vanuit dat West-Vlaamse provinciestadje maakte ik heel wat reizen naar andere delen van de wereld. Cuba, Turkije, Brazilië, Vietnam, China, Australië: been there, done that. Mijn zoon Rinus was al even op wereldreis en zat in Australië, ik had dat deel van het land al bezocht, dus gingen we samen op zoek naar een land in de buurt. Toen ik de eerste beelden van Nieuw-Zeeland te zien kreeg, wist ik meteen: dit is het. Die verbluffende natuur, de rust van het water, de Maori-cultuur. Nogmaals: ik had al een stuk van de wereld gezien, maar Nieuw-Zeeland? Dat steekt er echt met kop en ­schouders bovenuit.

Er was niks uitgestippeld of gepland, behalve het huren van de camper en de eerste nachten in een leuk hotel in Auckland. Ik had me van de voorbereiding niks aangetrokken, dat was iets voor Rinus, vond ik, ook al omdat hij meer tijd had en sowieso in reismodus was. Na die eerste dagen in Auckland, gelegen op het Noordereiland, namen we een klein vliegtuigje naar Queenstown op Zuidereiland, waar we de camper konden oppikken. Vandaar reden we langs de kust, op smalle wegen vaak, maar met vergezichten die deden duizelen. Vrij snel was duidelijk dat we veel hooi op onze vork namen. De meeste toeristen kiezen één eiland uit, wij deden de twee. We reisden van zuid naar noord, een beetje tegen de stroom in want meestal reizen toeristen in de omgekeerde richting. In totaal hebben we 7.000 kilometer gereden. Dat kan tellen. Maar het was elke kilometer waard.

37 uur onderweg

Ik wist niet waar ik aan begon. Op geen enkel vlak trouwens. Rinus zei: pak maar zomerkleren in. Bleek het in het zuiden erg koud te zijn, terwijl ik daar met zomerjurken en teenslippers in mijn tas zat en slechts één lange broek mee­had. Aan bergschoenen en wandelsandalen had ik gelukkig wel gedacht, maar ik realiseerde me niet dat we serieuze wandeltochten zouden maken. En vijf weken met hem alleen? Dat was iets waar ik voordien ook wel mijn twijfels over had. Rinus is extreem sportief en zit vaak in zijn eigen wereld. Thuis botsten we vaak, dus dacht ik vooraf wel: wat als we daar samen in een camper zitten, duizenden kilometers van huis?

We namen onze voorzorgen: een camper én een tent, zodat we toch al wat privacy voor onszelf creëerden. Ik had ook meteen gezegd: wil je eens een dag met jonge gasten doorbrengen, dan heb ik geen probleem met een break. Dan ga je gewoon naar een hostel, ik trek wel mijn plan.

­­­­Rinus en ik voor de Aoraki, Maori voor ‘de berg die de wolken pakt’, in het Mount Cook National Park. Beeld Kathleen Verschuere
­­­­Rinus en ik voor de Aoraki, Maori voor ‘de berg die de wolken pakt’, in het Mount Cook National Park.Beeld Kathleen Verschuere

Maar dat is allemaal niet nodig geweest. Vijf weken lang hebben we samen gereisd. Twee keer was het moeilijk. Bij het begin en aan het einde. Ik had het kunnen weten. Ik wist dat hij enorm had uitgekeken naar mijn komst. Ik ook trouwens, we hadden elkaar zeven maanden niet gezien en zelf was ik 37 uur onderweg geweest. Toen hij me zag, wist hij met zijn emoties geen blijf. Het enige wat hem op dat moment kon terugbrengen naar een normaal gevoel was sporten. Dat heeft hij dus gedaan. Een mountainbiketrip op een skipiste in Wellington. Levensgevaarlijk, maar hij deed het. En toen hij terugkwam, was de stress weg. Zelfde scenario de laatste dagen voor mijn vertrek. Ik voelde dat de situatie aan het kantelen was. Enerzijds was hij blij dat hij weer alleen verder zou kunnen reizen. Anderzijds besefte hij dat ik zou vertrekken, we wisten allebei niet wanneer we elkaar zouden terugzien. Een bezoek aan de fitness bood op dat moment soelaas.

Wildkamperen

Rinus had wel een idee van wat hij wilde doen. Enkele highlights, van de Mount Cook Walk en het Paparoa National Park tot de Franz Josefgletsjer en de warmwaterbronnen van Rotorua. Toch had hij geen exact reisplan gemaakt. We zouden het dag per dag bekijken en daar kon ik me ook wel in vinden. Hij zei ook meteen dat hij wel wou wildkamperen en ook daar ging ik graag in mee. Het heeft ook zijn voordelen, het feit dat je je niet aan een vooropgestelde planning moet houden en langer kan blijven als je dat leuk vindt. Al bij het eerste meer dat we zagen, in het Mount Cook National Park in Te Papa Tongarewa, wilden we niet weg. Als mens sta je daar te kijken, stil en totaal onder de indruk van die onmetelijke natuur. Ik ga dat moment nooit vergeten. Maar was dat het mooiste moment van de trip? Moeilijk te zeggen. Want iedere dag opnieuw kwamen we op plekken die adembenemend waren. Dikwijls waren we daar helemaal alleen. Terwijl in zoveel andere landen de toeristen elkaar voor de voeten lopen. Een mooi voorbeeld was ook Saint Paul’s Rock. Die fantastische plek vonden we gewoon door de naam op een pijltje te volgen. Op het eerste gezicht leken het wat stenen op een berg. Maar dan begin je te wandelen en zie je alles plots met andere ogen. De ongereptheid van de natuur, de kleuren van de zee. En geen kat in de buurt.

Slope Point, het zuidelijkste punt van Zuidereiland. Beeld Kathleen Verschuere
Slope Point, het zuidelijkste punt van Zuidereiland.Beeld Kathleen Verschuere

Vanaf de eerste dag hebben we lol gehad. Die eerste keer de tent opzetten. Hilarisch. Jongleren met stokken en zeil. Dan koken in de camper: ook de moeite. Rinus wil het gasvuur aansteken en de boel ontploft bijna. We hebben de buren op de camping om hulp moeten vragen. Je zag ze denken: tsjoolders, sukkelaars. Het was vaak ook lachen in de auto, tijdens het kilometers malen. Rinus die elke ochtend al vraagt: wat eten we vanmiddag? Rinus die me uitdaagt om nog een stapje achteruit te gaan voor de foto, goed wetende dat ik hoogtevrees heb en dat de afgrond echt wel dichtbij is. Of die ene keer na een wandeling die een hele dag duurde. Uiteraard is zijn conditie stukken beter dan de mijne, dus volgde ik altijd maar het rode petje dat hij droeg. Uiteindelijk arriveerde ik not amused op het strand en Rinus lag daar bulderend van het lachen in het zand te rollen. Het was de zwaarste maar tegelijk mooiste wandeling van de hele reis, de Twilight Camp Walk in Te Werahi. ’s Ochtends had Rinus nog gezegd: we gaan het rustig houden vandaag, een wandeling van een uur of drie en dan gaan we zonnen. We zijn welgeteld negen uur onderweg geweest, met slechts vier graanrepen en amper water mee. Totaal onverantwoord eigenlijk. We werden wel gevolgd door een drone, dus de overheid checkt of alles oké is. Het mooiste moest toen nog komen: toen we bij de camper arriveerden, bleek de ­batterij leeg. Gelukkig waren er ­locals in de buurt met startkabels.

Veel contact met die locals hadden we daar voor de rest niet. Iedereen is zeer vriendelijk, dat wel, maar er is niet meteen interesse voor wie je bent en waar je vandaan komt. Het land leeft nochtans deels van toerisme. Akkoord, er lopen veel schapen rond en er zijn wijndomeinen, maar die hebben we dus niet bezocht, Rinus moest rijden. Veel cultuur is daar niet echt te vinden, wel her en der inscripties van de Maori’s en toevallig liep er in Te Papa Tongarewa in Wellington een expo over de ­terracottakrijgers uit Xian die ik al jaren wilde zien. Je moet ook beseffen: veel terrasjes vind je er niet, cafeetjes evenmin, vergeet het idee van eetkraampjes zoals in pakweg Vietnam. Op onze trip waren we verplicht voedselvoorraad in te slaan bij grote winkelcentra. Het was voortdurend inschatten: gaan we nog een winkeltje tegenkomen onderweg? Je wist dus nooit wat je te wachten stond. Al een geluk dat onze frigo is blijven draaien. Meestal toch.

Weg van de stress

Wat ook opviel? Ze houden daar van hun natuur. Er ligt nergens afval. Koffie doen ze liever niet in plastic bekertjes. En rietjes in je drankje? Vergeet het. Tenzij je er expliciet om vraagt, dan betaal je extra. Bij het binnenkomen van het land was er ook die extreme controle. Vinden ze een graanreep of een mandarijntje zonder dat je zegt iets te willen aangeven? 500 euro boete. Mijn bergschoenen werden grondig gereinigd en ze twijfelden zelfs of het veertje dat aan mijn lange broek hangt eendendons (dus niet toegelaten) was of niet.

De trip heeft zeker dingen goedgemaakt tussen ons. We waren echt op elkaar aangewezen. Het was een reis naar elkaar toe. We leerden elkaar anders kennen, los van de alledaagse stress die er nu dus niet was, in een omgeving die enkel rust bood, zonder andere prikkels. Thuis was er snel discussie: je bent alweer te laat, heb je nu toch geen boodschappen gedaan, je weet dat ik naar mijn werk moet… Nu zaten we naast elkaar in de auto. Uren te praten. Of gewoon te zwijgen. Uiteraard hebben we over vroeger gepraat. Zeker over zijn idee om op wereldreis te gaan. Ik was van bij het begin blij dat hij die beslissing had genomen, omdat ik wist dat hij emotioneel op korte tijd veel had meegemaakt. Hij zei me dat ik hem beter kende dan hij dacht. Rinus compenseerde alles met sport. Ging tot drie uur per dag sporten. Die wereldreis was een uitweg. Door die beslissing heeft hij het overleefd. Wie op zo’n manier op reis gaat, ontdekt niet alleen de wereld maar ook zichzelf. Door de confrontatie van verschillende gewoonten en culturen ­ontdek je dat je maar een klein radertje bent in een grote wereld. Ook de scheiding kwam ruimschoots aan bod. Rinus was veertien toen zijn vader en ik uit elkaar gingen, dat komt binnen op die leeftijd. Hij begrijpt nu waarom ik weggegaan ben van zijn vader. En hij heeft zich erbij neergelegd dat ik mijn ex-man nog steeds graag zie. Ondanks alles.

De Franz Josefgletsjer in Westland trekt jaarlijks honderdduizenden toeristen. Beeld Kathleen Verschuere
De Franz Josefgletsjer in Westland trekt jaarlijks honderdduizenden toeristen.Beeld Kathleen Verschuere

Eerlijk: Ik ben nog nooit zo ontspannen en rustig teruggekomen van een reis, ook al was het mentaal afkicken en lag ik een paar dagen later in de kliniek met een hernia. Met dank aan het dunne tuinmatrasje in de camper natuurlijk. Het afscheid van Rinus was even slikken, maar het was goed zo. Ik voelde dat het na die vijf weken samen tijd was om alleen verder te gaan. De avond voor mijn vertrek had ik hem met vrienden horen bellen. Hij keek ernaar uit om zonder mij weer zijn ding te doen. Maar ik hoorde hem ook ­zeggen dat het een toffe reis was geweest. En dat was het ook. Zeker voor herhaling vatbaar. Alleen: nu kan het even niet. Dus werkt Rinus momenteel aan de bouw van een rollercoaster in een pretpark in Australië, terwijl ik op mijn wereldkaart thuis zit na te denken over een volgende trip. Zonder corona zouden we intussen samen naar Argentinië geweest zijn. Goeie vooruitzichten, toch?

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234