Zondag 27/11/2022
null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

AchtergrondOpvoeding

Hoe voorkom ik dat mijn dreumes de geslachtsdelen van wildvreemden wil aanwijzen?

Een kind van bijna 2 is dol op lichaamsdelen benoemen, ook de geslachtsdelen. Hoe brengt zijn moeder hem bij dat het niet altijd gepast is om op piemels te wijzen zonder dat ze hem ook schaamte aanleert?

Robin Goudsmit

Het zoontje (bijna 2 jaar) van een lezer heeft een nieuwe hobby: lichaamsdelen aanwijzen. “Hij is er dol op”, zegt zijn moeder. “Mond, ogen, neus, buik. Hij krijgt er niet genoeg van.” Recentelijk heeft hij ook ontdekt dat hij billen heeft. En een piemeltje. “Laatst kwam hij er in bad achter dat ik geen piemel heb. Dat vond hij gek, maar ook grappig.” Sindsdien is de piemel favoriet om aan te duiden. “Hij wil soms ook opeens in je broek kijken om te kunnen aanwijzen wat daar al dan niet zit.”

Dat is in huiselijke kring allemaal prima, zegt moeder. Maar hoe moet het als haar zoon in de supermarkt wil gaan wijzen? Of bij een vrouw in de bus onder de rok wil kijken? “Ik wil niet graag dat andere mensen zich ongemakkelijk voelen door het gedrag van mijn kind. Maar ik wil hem ook geen schaamte over zijn lichaam of dat van anderen bijbrengen.” Wat te doen?

Heeft oma een piemel?

Pedagoog en specialist seksuele opvoeding Belle Barbé weet alles van deze dilemma’s. Ze schreef het boek 100 antwoorden bij seksuele opvoeding dat in september verschijnt, maar is ook ervaringsdeskundige met vier jonge kinderen. “Mijn eigen jongste dochter had ook zo’n fase. Toen wilde ze van iedereen weten wie er allemaal een piemel had. Heeft oma een piemel? Of opa?”

Die fase is heel normaal in de ontwikkeling van jonge kinderen, zegt Barbé. “Een kind gaat de wereld ontdekken en komt erachter dat mensen over het algemeen in twee groepen verdeeld zijn: met piemel en zonder. Door categorieën te maken, kunnen ze de wereld beter begrijpen.” Later wordt het onderscheid iets gecompliceerder. “Als ze wat ouder zijn, gaat het echt over jongens en meisjes. Dat wordt dan vaak heel belangrijk.”

Verbloemende woorden

Als jonge kinderen woorden leren voor lichaamsdelen, slaan ouders de geslachtsdelen vaak over. Het is goed om je kind óók die delen aan te laten wijzen. “Volwassenen associëren de geslachtsdelen met seksualiteit, en daarom voelen ze er schaamte over. Maar voor een kind is het niets anders dan je neus of je buik.”

Het is belangrijk om goede woorden te gebruiken voor de geslachtsdelen, benadrukt Barbé. “Vooral het vrouwenlichaam wordt vaak met verbloemende woorden omschreven.” Dat kan tot verwarring leiden. “Ik hoorde van twee kindjes op de opvang, waarvan de een aan de ander had gevraagd: heb jij ook een poes? Waarop de ander zei: Nee, mijn vader is allergisch.”

Volgens Barbé is het prima om je eigen woorden voor geslachtsdelen te hebben, maar leer je kind vooral ook hoe ze bij de dokter heten. “We hebben een piemel en ballen of een vagina en een vulva.”

Niet fronsend voor de spiegel staan

Een kind van bijna 2 is nog te jong om te leren wat gepast is en wat niet. “Dat kan eigenlijk pas vanaf 4 jaar.” Maar er zijn wel manieren om te zorgen dat je kind niet de piemel van wildvreemden wil aanwijzen. “Je kunt je kind afleiden. En als het wel gebeurt, probeer dan niet gegeneerd te zijn. Want kinderen kunnen wel doorkrijgen dat volwassenen iets ongemakkelijk vinden en gaan het dan soms net wél doen.”

Barbé denkt dat het goed is dat de moeder zich voorneemt om geen onnodige schaamte over het lijf mee te geven. Hoe kan de moeder dat verder aanpakken? “Laat seksualiteit onderdeel zijn van het gesprek thuis, ook als het niet om voorlichting gaat. En het is belangrijk dat je het voorleeft. Dus niet alleen zéggen dat je lichaam niet iets is om je voor te schamen, maar het ook zelf niet dóén. Als je zelf iedere dag fronsend voor de spiegel staat, krijgt je kind dat ook mee.”

Overigens zal er later waarschijnlijk een tijd komen dat het kind juist zijn lichaam wil afschermen. “Dat gebeurt vaak met 7 of 8 jaar. Dan moet opeens de badkamerdeur dicht. En dat is normaal en gezond: het zelfbewustzijn van kinderen is dan volop in ontwikkeling. Ze hebben dan door: iemand anders kan naar mij kijken. Respecteer het vooral als je kind dan grenzen gaat aangeven. Het betekent niet dat je het hebt aangeleerd om zich te schamen.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234