Donderdag 17/06/2021

ReportageReizen

Hoe reizen een gebroken hart kan helen: Hilde Van Mieghem en Marie Vinck trokken naar Peloponnesos

In het Theater van Epidaurus kun je beneden op het toneel heel zacht lieve woordjes fluisteren die iemand op de bovenste rij perfect kan horen. Beeld Hilde Van Mieghem
In het Theater van Epidaurus kun je beneden op het toneel heel zacht lieve woordjes fluisteren die iemand op de bovenste rij perfect kan horen.Beeld Hilde Van Mieghem

Een oude Peugeot Partner waarin net een dubbele luchtmatras paste. Dat was het rijdende paradijsje waarin onze columniste Hilde Van Mieghem en haar dochter Marie Vinck de Peloponnesos doorkruisten. Een ode aan back to basics, aan vuurtjes op het strand. En vooral: hoe reizen een gebroken hart kan helen.

Een gebroken hart en een lege portemonnee. Dat was de toestand waarin ik me zo’n vijfentwintig jaar geleden bevond. Ik had ellendige maanden achter de rug, geen werk en ook niet direct iets in het vooruitzicht.

Toch besloot ik om op vakantie te vertrekken. En zo lang mogelijk. Samen met mijn jongste dochter Marie – mijn oudste dochter Sara was al enkele jaren het huis uit – en met mijn hondje Sjlabie, de oma van Mr. Wilson, het hondje dat nu bij mij woont.

Geld of niet, ik wou weg, ik moest weg, andere horizonten opzoeken, andere geuren ­opsnuiven, andere kleuren zien. Ik had behoefte aan zuiderse zonnewarmte om mijn hart te lijmen. Om te berusten in het feit dat alles voorbijgaat.

Lunchen in het wild, tijdens de eerste dag op Griekse bodem. Beeld Hilde Van Mieghem
Lunchen in het wild, tijdens de eerste dag op Griekse bodem.Beeld Hilde Van Mieghem

Πάντα ῥεῖ καὶ οὐδὲν μένει. Panta rhei kai ouden menei. Alles stroomt, er is niets dat blijft.

Ik had het mijn vader tientallen keren horen zeggen als kind.

Waar konden we beter heen dan naar de bakermat van de westerse filosofie, Griekenland. Meer bepaald de Peloponnesos.

Marie kwam dat jaar – elk jaar, overigens – met een schitterend rapport thuis. Ze had met glans haar eerste jaar Grieks-Latijnse doorstaan en was een bolleboos die vrolijk, leergierig en nieuws­gierig door het leven wandelde.

Ik richtte mijn bestelwagentje, een Peugeot Partner, als mobilhome in.

Een stevig opgepompte dubbele luchtmatras paste na wat trekken en duwen precies in de laadruimte. Aan de zijwanden tegen het dak aan spande ik, met behulp van snelbinders, visnetjes van een meter breed en 1 meter 70 lang. Aan elke kant één. Zoals bagage­netjes in oude treinen, links dat van Marie, rechts dat van mij. In het midden van het plafond plakte ik met tape de ring waaraan een muskietennet vastzat. Het gaas rolde ik op, legde er een knoop in en ook dat ging overdag in een van de netjes. Als we zouden gaan slapen, kon ik het openvouwen en van binnenuit met wasspelden aan de snelbinders van de bagagerekjes vastmaken. Het zag er superromantisch uit. Een hemelbed in een aftandse bestelwagen.

Hondje Sjlabie, volledig zen in de tot mobilhome omgebouwde Peugeot Partner. Beeld Hilde Van Mieghem
Hondje Sjlabie, volledig zen in de tot mobilhome omgebouwde Peugeot Partner.Beeld Hilde Van Mieghem

Boven elke wielkast installeerde ik een plank op houten pootjes, ter ondersteuning. Daarop kwam aan de ene kant een bibliotheekje en een houten bak met keukenspullen: gaspitje, potten, een pannetje, percolator, twee borden, twee glazen, een groot scherp mes, bestek, Zwitsers zakmes, peper, zout en olie. Aan de andere kant een watertankje, toiletzakken, een teiltje en een zak hondenvoer. Dat alles werd ook weer op zijn plaats gehouden door kruiselings gespannen snelbinders. De man met wie ik had gebroken, had me dat geleerd.

Slapen in de zeelucht

We vertrokken rond zeven uur ’s avonds. Marie dook, na een kort oponthoud in Luxemburg waar we iets aten, gezellig het bed in, Sjlabie waakte naast me op de passagiersstoel. Ik reed in één ruk door naar Ancona, Italië. Daar zouden we de boot nemen naar het Griekse Patras. Doodmoe parkeerde ik na zestien uur rijden aan een ­afgelegen strand vlak bij de haven. Een paar uur slapen, deurtjes en vensters wagenwijd open. Heerlijk, die zeelucht. Vol belofte over wat komen zou.

We hadden het geluk dat ik onze auto op het bovendek van de boot mocht parkeren zodat we ­tijdens de overvaart in de auto konden slapen. In het ruim van het schip hing een penetrante benzinegeur. Daar slapen, was ondenkbaar. De pursers aan wie ik vroeg om alsjeblieft in de openlucht te mogen staan met de auto loodsten ons met een glimlach het bovendek op. Het is opmerkelijk hoeveel je als alleenstaande vrouw met kind gedaan kan krijgen. Mannen gaan zich als helden gedragen en werpen zich meteen op als je persoonlijke ­redder. Waarvoor dank.

Dochter Marie valt uitgeput in slaap. Beeld Hilde Van Mieghem
Dochter Marie valt uitgeput in slaap.Beeld Hilde Van Mieghem

Marie en ik bespraken welke route we zouden nemen op het vasteland. De lijst van wat we ­wilden zien was lang: Mycene, Epidaurus, ­­­­Nauplion, Mystras, Olympia, de Vouraïkos-kloof, Monemvasia. Misschien ook even naar het eiland Elafonissos, waar de natuur prachtig scheen te zijn.

“Maar,” zei mijn wijze dochter, “zullen we niet eerst een paar dagen nietsdoen, mama, gewoon wat vakantie nemen, zwemmen, zonnen, lezen, rust?” De Saronische Golf, dat vonden we mooi klinken, daar zouden we vast wel een idyllisch plekje vinden waar we een paar dagen konden blijven.

We begonnen aan onze tocht. Het wilde, rotsachtige landschap zinderde ons tegemoet. In de autoradio een cassette van Marie: Jamiroquai. Nog altijd, als toevallig ‘Virtual Insanity’ of ‘Cosmic Girl’ gedraaid wordt op de radio, beleef ik opnieuw de tocht naar die zalige plek en stuur ik ‘Peloponessos’ per sms naar Marie. Zij antwoordt dan steevast: “Welk nummer van Jamiroquai?”

We reden zingend, met de ramen open. Onze haren vlogen alle kanten op door de warme wind die naar binnen stroomde. Sjlabie zat op Marie’s schoot, neus in de wind met flapperende oortjes. Vrij voelden we ons en met elke kilometer die we aflegden ­verdween de achtergelaten ellende steeds meer in het niets.

De hemel lezen

Er was toen veel minder toerisme, ik herinner me de van God verlaten wegen, zelden of nooit kwamen we een andere auto tegen. Wel moesten we twee keer stoppen om een kudde schapen met herder voorbij te laten. Sjlabie moesten we stevig in bedwang houden dan, in dat straathondje zaten ongetwijfeld genen van een bordercollie.

Elke avond een IMAX-zonsondergang. Beeld Hilde Van Mieghem
Elke avond een IMAX-zonsondergang.Beeld Hilde Van Mieghem

We hadden onderweg eerst wat boodschappen gedaan, brood, ­visjes en groenten, we kochten een stafkaart van het gebied, volgden een pad dat ons naar de zee bracht en kwamen uit bij een idyllisch, ongerept strand omgeven door bomen en struikgewassen. Het water azuurblauw. We parkeerden onder een boom, achterdeurtjes richting zee.

Die avond maakten we een vuur op het strand. Bij een weergaloze zonsondergang grilde ik sardientjes. Een slaatje, wat brood erbij en klaar was Kees.

Onnoemelijk veel fonkelende sterren en een gouden maan boven onze hoofden. Het geruis van de zee. Magisch. Marie had van haar vader geleerd de hemel te lezen. Ze wees me de Poolster aan, Orion, de Kleine en de Grote Bee, en nog enkele sterrenconstellaties waarvan ik de naam vergeten ben. We hadden het over Griekse mythologie en droomden van wat ons nog te wachten stond. We sliepen dicht tegen elkaar aan, lepeltje-lepeltje, Sjlabie opgekruld tegen Marie’s buik.

De volgende ochtend werd ik wakker door geluiden die ik niet kon thuisbrengen. Plets, plets, het klonk alsof iemand een kletsnatte dweil tegen een muur sloeg. Ik kroop mijn bed uit, Marie en Sjlabie stonden al buiten. Een visser sloeg zonder ophouden en met volle kracht een joekel van een octopus op een rotsblok. Marie en Sjlab naast hem in het zand. Hij lachte me toe met zijn tandeloze mond. Hoe ze het gedaan had, weet ik niet, maar Marie had al een heel gesprek gevoerd met de man die geen woord Engels of Frans sprak.

De Leeuwenpoort in Mycene. Beeld kos
De Leeuwenpoort in Mycene.Beeld kos

Ze vertelde me dat hij haar uitgelegd had dat als je zo’n inktvis niet te pletter slaat, hij vreselijk taai en oneetbaar wordt. En ook dat de visser ons voor morgen zo’n beest beloofd had. En zo gebeurde het ook. Efcharistó, dankjewel.

Het kostte ons moeite om die prachtige plek te verlaten, maar er was nog zoveel dat we wilden zien. We bezochten het Theater van Epidaurus, waar ik in het midden van de scène ging staan en Marie, die op de allerhoogste trede van het theater zat, toefluisterde: “Ik hou van jou, met hart en ziel”. Ze verstond elk woord, zo geweldig is de akoestiek daar. Daarna wisselden we van plaats en fluisterde zij: “En ik van jou. Gaan we nu een ijsje eten?”

De hele Peloponnesos doorkruisten we. Altijd sliepen we in onze auto. Op de heerlijkste plekjes. We douchten op het strand of wandelden met onze toiletzak een camping in, niemand die ons tegenhield.

Opmerkelijk, als ik aan die tijd terugdenk, herinner ik me dat we bij de bezienswaardigheden die we bezochten, zo goed als altijd de ­enigen waren. Ik weet nog dat bij Mycene de opzichter speciaal voor ons het hek van de site ontsloot. Weliswaar na een theatraal verhaal over mijn dochter die voor school de Leeuwenpoort gezien moest hebben, we kwamen er speciaal voor, van heel ver, parakalo?

De honderd drachmen hielpen ook.

Eén nacht op hotel

Na vier weken namen we de boot terug, naar Brindisi, we wilden Pompeï zien. Dat was het hoogtepunt van onze reis. We waren er niet alleen, maar veel volk was er niet. Uren wandelden we door de eeuwenoude Romeinse straatjes zonder iemand tegen te komen – 1.918 jaar na de uitbarsting van de Vesuvius die een einde maakte aan het bestaan van Pompeï keken we onze ogen uit bij die in de tijd gestolde pracht.

Op de terugreis werd een bezoek aan de gestolde pracht van Pompeï een onvergetelijk hoogtepunt. Beeld Hilde Van Mieghem
Op de terugreis werd een bezoek aan de gestolde pracht van Pompeï een onvergetelijk hoogtepunt.Beeld Hilde Van Mieghem

Die avond namen we voor één keer een hotel. Luxe! We lagen lang in bad, maakten ons op om te gaan dineren en zaten vervreemd aan onze tafel te kijken naar de gasten die ons omringden. We waren ­vergeten hoe het was om tussen mensen te zijn. En zeker tussen luidruchtige toeristen. We sliepen slecht, misten ons autootje, misten de geluiden van de natuur.

Op naar Rome. Marie wou ­absoluut het Forum Romanum zien voor we huiswaarts keerden. Ze had er dat jaar over geleerd. Ook daar waren we vrijwel alleen. Ik moet mijn dochter toch eens vragen of zij het zich ook zo herinnert. Het leek wel of de hele wereld van ons was en van niemand anders. Of had ik enkel oog voor haar? Marie onderwees me, leerde me het verschil tussen een Ionische, Dorische en Korinthische zuil. Ik deed me dommer voor dan ik was en gaf haar zo de kans om alles wat ze geleerd had spelenderwijs te ­herhalen.

We stonden bij de Tempel van Vesta, ik herinner het me nog ­precies. Plots telefoon. Een oude Nokia, de iPhone bestond nog niet. Mijn manager. Of ik als de bliksem naar huis wilde komen, ik had een hoofdrol te pakken in een film waarvoor ik enkele maanden ­eerder auditie gedaan had.

Bingo! We waren al op weg naar huis. Ik had net genoeg geld om er te geraken. Die hele droomvakantie, zes weken met twee, had op de kop af 720 euro gekost.

Ik heb nog altijd een bestelautootje met een op maat gemaakte matras erin. Het is een luxueus nest voor Mr. Wilson, de kleinzoon van Sjlabie. Ermee reizen, doe ik nooit meer. Ik heb geen zin om alleen in het wild te kamperen.

Marie en haar man gingen er een paar keer mee op reis. Maar sinds Gloria, mijn kleindochter, geboren is, gaat dat ook niet meer.

U weet wel: Πάντα ῥεῖ καὶ οὐδὲν μένει. Alles stroomt, er is niets dat blijft.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234