Zaterdag 28/11/2020

Interview

Hoe overleven we nog eens een halfjaar met corona? ‘Alles wat de voorbije zes maanden voorspeld werd, is niet uitgekomen’

Beeld AFP

We doen dit even, dachten we, en in september zou alles wel weer normaal worden. We staken een tandje bij en forceerden ons overmoedig, en vonden vervolgens nauwelijks rust en herbronning tijdens wat niet echt vakantie was. Maar na zes maanden pandemie blijkt dat het coronavirus zich niet zo makkelijk laat wegjagen en dat ‘normaal’ nog lang niet in zicht is. Wat betekent dat grote sociale experiment voor ons, nu we allemaal moe zijn en we nog een donkere winter door moeten? 

Eerst het goede nieuws: met die tsunami aan psychische problemen valt het best mee. In de eerste maanden van de lockdown struikelden experts over elkaar om een vloedgolf aan depressies, angsten en gekmakende eenzaamheid te voorspellen, maar die is er tot nu toe niet gekomen. “Mensen blijken veerkrachtiger te zijn dan werd voorspeld”, zegt psycholoog Inez Germeys, hoogleraar aan de KU Leuven. “Maar het is mogelijk dat we op lange termijn toch meer psychische klachten zullen zien. Zeker naarmate de crisis langer aansleept en de economische gevolgen zich laten voelen. Het gebrek aan perspectief begint voor veel mensen zwaar te wegen.”

Toch is het een geruststellende boodschap, na alle apocalyptische voorspellingen.

Inez Germeys: “Ik heb een paar keer de wenkbrauwen gefronst bij die grote uitspraken van in het begin. ‘Waarop baseert men zich?’ vroeg ik me af. De meeste studies waarnaar werd verwezen, brachten de psychische klachten pas in kaart toen Covid-19 er al was. Ze kunnen dus niet vergelijken met de periode vóór corona. We kunnen wel zien dat er veel klachten over angst en depressie zijn – België heeft op dat vlak altijd al slecht gescoord – maar niet of dat aan de gezondheidscrisis te wijten is.

“Er bestaan internationale studies naar de impact van isolement, onder meer na uitbraken van SARS en ebola, maar daar ging het telkens over de quarantaine van kleine groepen. Psychische klachten hadden er eerder te maken met het stigma van de ziekte en het gebrek aan ondersteuning. Dat is niet te vergelijken met wat er nu is gebeurd: de héle samenleving viel stil en iedereen werd geïsoleerd.

“Er zijn heel veel meningen, maar heel weinig gegevens. Net zoals virologen niet veel weten over de effecten van het virus op lange termijn, tasten ook psychologen en psychiaters grotendeels in het duister. We weten alleen dat alles wat in die eerste zes maanden werd voorspeld, níét is gebeurd.”

Waarop baseert u zich nu om te zeggen dat het wel meevalt?

Germeys: “Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam volgen al vijftien jaar een grote groep mensen in de zogenaamde NESDA-studie en kunnen wel data vergelijken. Zij zien dat covid voor een lichte toename van angst, eenzaamheid, stress en somberheid bij de bevolking heeft gezorgd, maar niet in die mate dat ze er extra zorg van een psycholoog of een psychiater voor nodig hebben. En mensen die al depressief waren, werden niet depressiever. Ook in Vlaanderen hebben we de afgelopen zes maanden geen stijging van de opnames in de psychiatrische ziekenhuizen gezien. Los daarvan zijn er natuurlijk veel mensen met psychische klachten in ons land, en zij verdienen al onze aandacht. Maar op dit moment heeft Covid-19 daar niet zoveel mee te maken.”

Michelle Obama, de vorige first lady van de VS, liet in augustus weten dat ze ‘licht depressief’ was, en dat dat aan covid te wijten was.

Germeys: “Dat is ook normaal. Mensen voelen zich onzekerder en meer gespannen omdat de situatie oncontroleerbaar is. We weten ook niet hoelang het nog zal duren en wat er nog op ons afkomt. Natuurlijk heeft dat een impact, maar mensen kunnen wel wat hebben. Dat wil niet zeggen dat de situatie voor iedereen even makkelijk is. Er zijn mensen voor wie de impact veel zwaarder is, bijvoorbeeld de gezondheidswerkers en de mensen die met de ziekte geconfronteerd zijn in hun familie of hun omgeving. Iedereen gaat anders om met die onzekerheid en die stress. Maar zelfs bij de groepen die het zwaarder hadden, was het negatieve effect minder groot dan gevreesd.”

Hoe komt dat?

Germeys: “Onderzoek heeft aangetoond dat mensen in oorlogstijden niet direct een veel lagere levenskwaliteit ervaren – afhankelijk van hoe dicht ze bij de oorlogsgruwel geweest zijn, natuurlijk. Een mens die wil overleven, is tot veel in staat. Net als in oorlogstijd was er in het begin van de coronacrisis veel solidariteit onder de bevolking. We zaten er samen in en we moesten er samen door. Dat bracht veerkracht naar boven. En de overheid is vrij snel met richtlijnen en economische steunmaatregelen gekomen die veel persoonlijke drama’s hebben afgewend.

“Ik heb meegewerkt aan een internationale studie waarin we burgers in Europese landen hebben gevraagd hoe zij de stress het hoofd bieden. Sommige mensen die erg veel hadden meegemaakt door de coronacrisis, bleken het veel beter te doen dan je zou verwachten. Twee dingen hielpen hen goed met stress om te gaan: sociale steun en optimisme. Wie goed omringd is en zich gesteund voelt door anderen, kan makkelijker kijken naar wat positief is, in plaats van op het negatieve te focussen.”

De solidariteit is nu wel grotendeels verdwenen en de crisis duurt langer dan we hadden gedacht. We weten niet wat de toekomst brengt, behalve dat er jobs zullen verdwijnen, relaties onder druk staan en de donkere herfst en winter eraan komen.

Germeys: “Het valt niet uit te sluiten dat de impact de komende maanden veel zwaarder zal worden, omdat chronische stress slecht is voor de geestelijke gezondheid. We dachten eerst: we doen dit even en dan zijn we ervan af. Dat blijkt niet het geval. Nu al wordt er in twijfel getrokken of we samen Kerstmis kunnen vieren, en wat met de plannen voor volgend jaar? Bovendien hebben velen nauwelijks kunnen rusten of herbronnen tijdens de voorbije vakantie. Wie niet goed herstelt na een periode van stress, loopt meer risico op psychische klachten, depressies en psychoses. Bovendien begint de economische impact te wegen en blijven relaties onder druk staan. We weten dat het verlies van een job, een scheiding, relationele problemen of een overlijden de kansen op psychische aandoeningen verhogen.

“Anderen hebben de voorbije maanden belangrijke beslissingen genomen. De lockdown was de gelegenheid om even stil te staan bij de vraag: hoe ziet mijn leven eruit, en wil ik dit allemaal wel? Sommigen hebben beslist om minder te werken, om van job te veranderen of te scheiden, met alle gevolgen van dien.”

Over de jongeren maakt u zich wel zorgen.

Germeys: “Ja. Zij hebben vooral te horen gekregen dat ze het virus hebben verspreid, maar voor de rest – en zeker tijdens de lockdown – was er weinig aandacht voor hen. Uit onderzoek weten we nochtans hoe belangrijk sociale contacten op die leeftijd zijn. De meeste psychische problemen ontstaan tussen de leeftijd van 12 en 25 jaar. Jongeren die veel steun krijgen en sociale vaardigheden hebben kunnen ontwikkelen, hebben veel minder last van psychische klachten. Maar nu wordt een hele generatie jongeren afgesneden van hun sociale contacten op de leeftijd waarop ze hun netwerk verbreden en ze hun sociale vaardigheden moeten ontwikkelen. Wat zal het effect zijn als de crisis nog lang blijft duren? Moeten er voor die leeftijdsgroep geen andere regels gelden?”

Ariane Bazan: 'De strengste maatregel, het beperken van de sociale contacten, heeft het best gewerkt.'Beeld Damon De Backer

Werk: ‘Iedereen is moe’

Voorlopig is ook op het werk nog geen vloedgolf aan burn-outs zichtbaar, maar volgens bedrijfspsycholoog Frederik Anseel (University of New South Wales in Sydney en UGent) riskeren veel mensen binnen afzienbare tijd toch uit te vallen.

Later dan verwacht.

Frederik Anseel: “Tot nu toe hebben mensen zich overeind kunnen houden. Als er iets verandert in je leven, ook al is het negatief, brengt dat altijd eerst een honeymoon-effect teweeg. Je bent geïnteresseerd in wat er gebeurt, en dat zorgt voor een energieboost. Zo’n pandemie is bovendien zo uitzonderlijk – eens in de honderd jaar! – dat bij iedereen een soort vechtlust naar boven komt. Maar nu treedt er gewenning op, we zijn moe en de situatie is uitzichtloos. We zitten in een collectieve pauze, en er worden weinig plannen gemaakt. Er is geen vertrouwen in de regering, het aantal besmettingen stijgt weer en niemand weet nog wat we moeten doen. Werknemers zijn langdurig blootgesteld aan stress en verliezen hun motivatie. De winter komt eraan, we zullen minder bewegen en minder daglicht zien. Al die dingen dragen ertoe bij dat een groep mensen het heel zwaar zal krijgen.

“In het begin was er nog een gevoel van samenhorigheid, maar je ziet nu een breuklijn in de maatschappij tussen mensen die alle maatregelen rigoureus naleven, en anderen die foert zeggen. Die twee groepen clashen met elkaar, zelfs binnen een gezin. Dat helpt ook niet. Ik hoop dat de farma-industrie snel een vaccin vindt, want als dit nog eens zes maanden of een jaar duurt, zitten we met een groot probleem. En België scoort nu al zo slecht op het vlak van burn-outs.”

Er is al veel gezegd over mensen die plots moesten thuiswerken met de kinderen op schoot. Maar er is een grote groep werknemers die het veel lastiger heeft, en die telkens wordt vergeten.

Anseel (knikt): “Dat zijn de mensen die móésten gaan werken. De kassiersters, de buschauffeurs, de bouwvakkers, de hulpverleners en de politiemensen. Zij konden niet in hun kot blijven, ze oefenen een fysieke job uit en zijn blootgesteld aan risico’s. De berichtgeving gaat altijd over de stress bij wie thuis aan zijn computer moet werken, maar dat is niets in vergelijking met wat die tweede categorie de voorbije maanden heeft doorstaan. Ze hebben nog mínder controle over hun leven gehad dan de thuiswerkers: ze hebben weinig inspraak in hun job en krijgen weinig aandacht. Over hen weten we bijna niets, terwijl het om 50 procent van de werknemers gaat. Dat komt omdat wetenschappers enquêtes doen met vragenlijsten die ze online versturen. Wie antwoordt er? De mensen die online zijn. Wie bericht erover? De journalisten die achter hun laptop zitten. Maar de mensen die buiten werken, zitten minder dicht op het nieuws: zij zijn minder geneigd om opiniestukken te schrijven en mee te doen aan onderzoeken. Hun stem is niet gehoord.

“Bij het zorgpersoneel zag je in het begin nog een opstoot van adrenaline, omdat ze voelden dat hun werk ertoe deed en dat ze het verschil maakten. Maar neem het voorbeeld van de buschauffeurs: die konden zich ook niet beschermen, terwijl elke passagier een mogelijke bron van besmetting was. Ze moesten elke dag gaan werken, terwijl ze berichten hoorden over de vreselijke symptomen en het stijgende aantal besmettingen. Zij konden niet thuisblijven, hoewel ze misschien ook kinderen hebben die zorg en hulp nodig hadden. Intussen hadden ze het gevoel dat niemand hun werk waardeerde.”

Lopen zij meer risico op een burn-out dan de telewerkers?

Anseel: “Bij de thuiswerkers is het plaatje gevarieerder. Vóór de coronacrisis werkte ongeveer één op de vier Belgische werknemers geregeld thuis. De afgelopen maanden was dat ongeveer 50 procent. Sommigen zijn daardoor opengebloeid. Mensen die goed zelfstandig kunnen werken, zijn blij dat ze hun dag zelf kunnen indelen en ontdekken dat ze zich thuis veel beter kunnen concentreren. Bovendien winnen ze elke dag enkele uren omdat ze niet in de file staan.

“Daarnaast heb je een groep voor wie thuiswerken de hel is, omdat ze energie krijgen van sociale contacten en zich nu heel geïsoleerd voelen. Ons onderzoek toont aan dat één op de vier werknemers alleen gedijt in een duidelijke structuur. Zij willen richtlijnen krijgen over wanneer ze moeten werken, wat ze moeten doen, en hoe. Een kwart voelt zich zeer slecht in het model waarin we ons nu bevinden.”

Volgens een Nederlandse collega van u, organisatiepsycholoog Ton Wilthagen, lijken we terug te keren naar het tijdperk van vóór de industriële revolutie, zij het in een hightechversie. Wevers werkten thuis lange dagen in slechte omstandigheden, en de kinderen liepen er ook rond. Pc’s en smartphones zijn de nieuwe weefgetouwen in de netwerkeconomie.

Anseel: “Dat is een mooi beeld, maar het digitale werken is een nieuwe vorm van communicatie met nooit geziene mogelijkheden. Dat wij nu zo makkelijk met elkaar via een computerscherm kunnen praten, terwijl ik in Australië zit en jij in België, is toch fantastisch? Maar ik ontken niet dat er ook nadelen zijn. De scheiding tussen werk en privé vervaagt, en de eerste studies tonen aan dat thuiswerkers tijdens de coronacrisis per dag gemiddeld een uur langer werkten. Bovendien vreet het ook energie als er kinderen in huis zijn en je je concentratieknop voortdurend aan en uit moet zetten. Digitale vergaderingen blijken enorm uitputtend, méér dan telefoneren. Nu proppen mensen hun agenda vol met opeenvolgende meetings en blijven ze achter hun scherm zitten. Na zo’n dag ben je stikkapot.

Beeld AFP

“Informele gesprekken en ontmoetingen verlopen ook moeizaam. Een spontaan koffiepraatje via het scherm: dat lukt niet. Die videogesprekken zijn erg functioneel. Dat leidt tot een grote gevoelsarmoede, want je wilt als werknemer toch verbonden zijn met je collega’s. Voor wie nu ergens start, is het heel moeilijk om deel uit te maken van een team waarvan hij nog niemand in levenden lijve heeft gezien. Het contact via een onlinegesprek verdampt heel snel. Wij hebben nu online een goed gesprek, maar de kans is nihil dat we zeggen: ‘Laten we dat volgende week opnieuw doen!’ Ik ben benieuwd of we daar een alternatief voor vinden, maar ik ben sceptisch.

“Bij de contacten die we al hadden, lukt het makkelijker om die band digitaal aan te halen. Maar als we nog eens zes maanden op deze manier werken, zullen veel mensen zich terugplooien op hun bestaande netwerk en geen nieuwe collega’s of contacten meer leren kennen. Daardoor krijgen ze minder nieuwe prikkels en zal de inspiratie opdrogen. Dat is één van de onderschatte neveneffecten.”

Toch verwacht een derde van de Belgische bedrijven dat telewerken nog aan belang zal toenemen. En maar liefst 88 procent biedt nu de mogelijkheid aan om thuis te werken.

Anseel: “De coronacrisis was een resetknop voor bedrijven die er al langer over nadachten. Het besef groeit dat het veel geld kost om grote kantoren in Brussel te huren, iedereen in de file te laten aanschuiven en hen dan onproductief in een landschapskantoor te laten werken. Maar toch weet ik niet of het wel zo’n vaart zal lopen. Hier in Sydney hebben we ook een lockdown gehad, maar we hebben het virus nu beter onder controle dan in Europa. Iedereen is teruggekeerd naar de vroegere manier van werken. En elke ochtend staan er weer lange files op de wegen.

“Ik hoor ook van veel Belgische bedrijfsleiders dat ze het op lange termijn geen goede oplossing vinden: ‘Het was geweldig dat iedereen kon thuiswerken en het heeft goed gedraaid, maar het is mooi geweest. Sommige werknemers profiteren ervan.’ Dan zie je weer dat wantrouwen en die typische reflex van managers om alles te willen controleren, terwijl veel werknemers toch bewezen hebben dat ze onvoorbereid en in complete chaos fantastisch werk konden leveren.”

Sommige experts pleiten voor een mengvorm: twee dagen thuiswerken, drie dagen op kantoor.

Anseel: “Dat advies is gebaseerd op onderzoeken van meer dan tien jaar geleden, toen maar enkele werknemers thuiswerkten en de rest op kantoor zat. Intussen is de hele werkomgeving veranderd. Wat als iederéén thuiswerkt? Dan moet je alles anders organiseren, en dat zal voor elk bedrijf anders zijn. Mijn advies luidt: wees bereid te experimenteren. Veel bedrijven popelen om alles zo snel mogelijk in regeltjes te gieten: zoveel uren thuis en zoveel uren op kantoor. Ik begrijp die behoefte na de chaos van de voorbije maanden, maar ik raad hun aan om dat niet te snel te doen, anders dreigt het opnieuw inefficiënt te worden. Geef mensen de ruimte om voor zichzelf te ontdekken wat werkt en wat niet.”

Inez Germeys: ‘Veel mensen hebben zich afgevraagd: hoe ziet mijn leven eruit? Wil ik dit wel?’Beeld VRT

ROARING TWENTIES

Intussen dreigen veel mensen hun job te verliezen. Economen voorspellen een golf van faillissementen.

Anseel: “Het zal geleidelijker gebeuren, als een sluimerende ziekte. Er verdwijnen nu al veel kleine zaken, maar het valt niet op. Bakkers, slagers en kruideniers die de deuren hebben gesloten tijdens de lockdown, gaan niet meer open, maar daarover lees je niets in de krant. Kleinere bedrijven kunnen een slechte periode wel even aan, maar veel van die kmo’s maken deel uit van een wereldwijde bevoorradingsketen. Een Belgisch bouwbedrijf heeft bijvoorbeeld een leverancier in Polen, die op zijn beurt afhankelijk is van een producent in Maleisië. Als die keten onderbroken wordt en het bedrijf in Maleisië gaat dicht, duurt het even voor je het effect daarvan bij ons ziet.

“Daarnaast geven mensen minder uit. Ze zijn onzeker en pessimistisch, en sparen veel. Die combinatie van het dalende consumentenvertrouwen en de falende bevoorradingsketen zal voor veel bedrijven het einde betekenen.”

De economie zal verschralen.

Anseel: “Daar vrees ik wel voor. Wie zal er overleven? De grote bedrijven die al sterk waren in telewerken en online leveren. De sterken zullen sterker worden en de kleintjes, die vaak origineler zijn in hun aanpak, hebben het veel moeilijker.

“Maar het kan ook helemaal anders uitdraaien als er snel een vaccin wordt gevonden. Na de Eerste Wereldoorlog en de Spaanse griep beleefden we een fantastische periode van optimisme, de roaring twenties. De economie draaide als een tierelier, het uitgaansleven bloeide. Kunst, cultuur en mode floreerden. Als er in de komende maanden een efficiënt vaccin komt dat snel verspreid kan worden, zullen mensen het gevoel krijgen dat ze weer grip hebben op de situatie. Dan zou je weleens een golf van optimisme kunnen zien omdat we de crisis overwonnen hebben, en dan zou de economie weer op gang kunnen komen. Misschien krijgen we opnieuw een soort roaring twenties. Alles hangt af van dat vaccin.”

Het kan dus compleet anders uitdraaien dan we nu verwachten?

Anseel: “Zeker. Mensen zijn nu erg kritisch over de globalisering: we maken geen verre reizen meer, en we werken en kopen liever lokaal. Maar als er een vaccin wordt gevonden dat werkt, garandeer ik je dat mensen meteen op het vliegtuig stappen. De luchtvaartsector en de toeristische sector zullen weer boomen. Alles draait om vertrouwen.

“We zitten op een kantelmoment, en het is heel moeilijk te voorspellen waar we zullen uitkomen. Ook dat verdeelt de mensen: sommigen zeggen dat het nog lang zal duren en dat we moeten leren leven met de ziekte, anderen hopen op die roaring twenties.”

Stel dat er een vaccin wordt gevonden, dan blijven er nog altijd de burn-outs waarin veel mensen de voorbije maanden zijn beland.

Anseel: “Als het vertrouwen terugkomt, zal dat misschien net de redding zijn voor mensen met een burn-out, maar ze zullen toch even op adem moeten komen. Er komt een moment dat we terugblikken en zeggen: ‘Wat was dat allemaal? Hoe heb ik gewerkt, hoe ben ik met mijn gezin omgegaan?’ Ik hoop ook dat de samenleving inziet dat mensen tijd en rust nodig hebben. Iedereen is moe. Er zijn grenzen aan de draagkracht.”

Als er geen vaccin komt, moeten we ons voorbereiden op het ergste.

Anseel: “Of we moeten in een trager tempo gaan leven en werken. Tot nu toe zijn we op hetzelfde ritme doorgegaan als vroeger, ondanks de pandemie. We hebben dezelfde hoeveelheid werk verzet, dezelfde levertermijnen gehanteerd, dezelfde volle agenda’s gehad. Misschien moeten we dat ritme toch collectief ter discussie stellen en nadenken over wat wel haalbaar is.

“Het kan nog alle kanten uit, en het zal altijd onverwachte gevolgen hebben. Als volgend jaar geen 350.000 pendelaars meer elke ochtend met de trein of de auto naar Brussel gaan, zullen veel leveranciers van diensten in de hoofdstad failliet gaan: restaurants en koffiebars, winkels... Kantoren komen leeg te staan en plots is het voor werknemers ook niet meer zo interessant om in Brussel te wonen, als ze toch maar één dag per week op het werk moeten zijn. De vastgoedprijzen kunnen dalen, wat de samenstelling van de stedelijke bevolking op zijn beurt beïnvloedt. Corona kan over een paar jaar een veel grotere impact op onze maatschappij en onze manier van leven hebben dan we ons nu kunnen voorstellen. We staan nog maar aan het begin van ingrijpende veranderingen.”

Frederik Anseel: ‘Thuiswerkers werkten tijdens de coronacrisis per dag gemiddeld een uur langer.’Beeld Wouter Van Vooren

Vrije tijd: ‘Iets bijzonders doen’

Straks zitten we allemaal in het donker, zonder te kunnen feesten, daten en genieten van concerten, en met maar vijf paar menselijke schouders om op uit te huilen. “Dat is weinig”, zegt ook hoogleraar klinische psychologie Ariane Bazan, die sinds kort deel uitmaakt van het federale adviesorgaan Celeval.

Ariane Bazan: “We moeten die bubbel herdenken. Aanraking is bijzonder belangrijk, maar toch ga ik niet meehuilen met de mensen die zeggen dat je onvermijdelijk sneller ziek wordt als je niet wordt aangeraakt. Dat is een conclusie van een studie op muizen en apen, maar dieren kunnen geen liefdesbrieven schrijven, bijvoorbeeld. Een mens daarentegen kan helemaal overrompeld zijn door het leven, maar opeens opveren bij het lezen van een ode geschreven door een geliefde.”

Maar u zegt wel dat we de bubbel moeten herdenken. En in Het Nieuwsblad zei u zelfs: ‘Bij jongeren merk ik een nood om te gaan feesten. Waarom niet, als we dat veilig kunnen maken?’

Bazan: “Dat is te kort door de bocht opgeschreven. Wat ik heb gezegd, was dat we erop voorbereid moeten zijn dat er, ondanks het verbod, feesten zullen plaatsvinden. En dus moeten we nadenken over hoe we in dat geval de schade kunnen beperken.”

Uw grootste bezorgdheid is: hoe houden we de maatregelen vol? We moeten bepalen welke regels echt nodig zijn en welke minder belangrijk.

Bazan: “Dat is de opdracht van Celeval. Aan het begin van de epidemie is de bazooka bovengehaald. Nu kunnen we fijnmaziger te werk gaan. Ik wil vooral pleiten voor een debat met de burger. Dat virologen en medici ons zeggen wat we moeten doen, is logisch: het is hun job. Maar experts die in de media maatregelen voorschrijven en met een dreigend opgeheven vinger opdragen wat er moet gebeuren, geven de burger het gevoel dat ze hem infantiliseren, en daar kan geen andere reactie op komen dan protest. Er zou communicatie in de twee richtingen moeten zijn. We moeten ook naar de bevolking luisteren. Ik denk bijvoorbeeld dat elke sector – de horeca, de cultuursector, de woonzorgcentra – genoeg expertise heeft om zelf protocollen op te stellen. We moeten elkaar daarin vertrouwen, we zijn allemaal partners in deze strijd.”

Iedereen denkt op dit moment een expert te zijn.

Bazan: “De afgelopen maanden is ons iets traumatisch overkomen, iets gevaarlijks, iets wat je kon doden en waarvan we niet wisten hoe we het moesten controleren. Wat eigen is aan een trauma, is dat het je in een passieve positie plaatst. Later, wanneer je rechtveert, ga je een actieve positie innemen. Je gaat nadenken: wat wás dat? Wat is er gebeurd? En: wat zou ik doen als dit me nog eens overkomt? In die tweede fase zitten we nu. Dat ons land nu elf miljoen virologen telt, zoals soms spottend wordt gezegd, is alleen maar een teken van onze goede mentale gezondheid.

“Het enige probleem is dat veel mensen die het goed menen, verward raken door alle tegenstrijdige informatie. Daardoor denken we vaak dat we grote offers brengen, terwijl dat niet nodig is. Ik pleit daarom voor een debat waarin de steeds terugkerende vragen aan bod komen. ‘Waarom heeft een groot evenement zoals de Black Lives Matter-betoging ogenschijnlijk niet geleid tot meer besmettingen? Bewijst dat niet dat corona niet meer is dan een zware griep?’ Als mensen zulke vragen stellen, moeten we samen ten gronde de discussie aangaan. Dat mag geen vrijblijvende filosofische discussie zijn, nee, ze moet over feiten gaan. Toen ik tijdens de Celeval-vergaderingen de oversterftecijfers van dit jaar vergeleken zag met die van andere jaren, stond ik er zelf van te kijken. Dan denk je niet meer: dat virus is niet dodelijker dan de griep.”

Beeld AFP

Wat ontdekte u er nog meer?

Bazan: “Dat de strengste maatregel, het beperken van de sociale contacten, het best heeft gewerkt om de epidemie te verzwakken.”

Vreselijk, want die bubbel van vijf zullen we niet volhouden.

Bazan: “Neen. Maar ik zie ook dat jongeren drastisch minder sociale contacten hebben dan andere jaren, ook al houden ze zich niet helemaal aan de bubbel en zijn er af en toe uitspattingen zoals op het Flageyplein. In die zin blijft het een doeltreffende maatregel. Maar de vraag is inderdaad: hoe zullen we het volhouden?”

Mensen hebben behoefte aan een actieve rol, zegt u. Ze willen controle en perspectief.

Bazan: “Ja. Als we de sectoren zichzelf laten organiseren en de mensen zien dat de cultuurhuizen, instellingen en sportclubs weer op eigen kracht aan de gang kunnen, krijgen ze meer hoop en houvast. Je kunt veel spanning laten wegvloeien door de vragen waar iedereen mee zit op te helderen.

“Weet je wat ik tegen mijn studenten zeg? ‘Dit is een heel unieke periode, en het is misschien een gelegenheid om iets bijzonders te doen.’ Newton schreef zijn baanbrekende boek over de zwaartekracht tijdens de pest. Het klinkt misschien onnozel, maar als je geen controle hebt over wat er om je heen gebeurt, dan kun je je er misschien op concentreren jezelf meester te worden. Je kunt bijvoorbeeld op consultatie gaan, of wie weet, in analyse (lacht). Of dat boek schrijven waar je het altijd over hebt. Het is best een zware periode, maar het is niet onmogelijk om er iets goeds van te maken – wat niet wegneemt dat wie lijdt, ook écht lijdt. Ik wil dat niet minimaliseren. We hebben het allemaal kwaad, en sommigen al veel meer dan anderen, en daar hebben we bij Celeval ook aandacht voor. En toch: wat hadden we gedacht? Dat het leven een kabbelend beekje zou zijn? Het is ook goed te bedenken dat er door de eeuwen heen veel rampen hebben plaatsgevonden. Er zijn heel weinig generaties die nooit een oorlog hebben moeten doorstaan, bijvoorbeeld. Ja, menselijk contact is levensnoodzakelijk, maar we hebben ook het geluk dat het 2020 is: er zijn zoveel manieren om met anderen in contact te komen. Die hadden we niet toen de pest uitbrak. Hoe eenzaam moeten de mensen toen niet geweest zijn? We mogen niet vergeten af en toe een stapje achteruit te zetten en wat we nu meemaken in het ruimere kader van de geschiedenis te zien.”

En als dat niet lukt, gaan we in analyse!

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234