Zondag 04/12/2022

InterviewGeneticus Tim Spector

Hij ontdekte dat darmen je gewicht bepalen en doorprikt nu de ‘dieetmythe’: ‘Ons verschralende westerse dieet is een groot probleem’

‘Het caroteen in spinazie en worteltjes wordt beter opgenomen als het vergezeld gaat van de vetten in olijfolie’ Beeld Guillem Lopez / pexels
‘Het caroteen in spinazie en worteltjes wordt beter opgenomen als het vergezeld gaat van de vetten in olijfolie’Beeld Guillem Lopez / pexels

Een gezond dieet heeft niets te maken met het tellen van calorieën en de hoeveelheid vet of suiker die we eten, maar alles met het effect van voeding op onze darmen, en wel op de honderd biljoen bacteriën die daar gehuisvest zijn. Dat vertelde Tim Spector (63) ons zeven jaar geleden in het spraakmakende boek De dieetmythe. Daarvan is nu een update klaar, waarin Spector inzoomt op de enorme impact van dat zogenaamde microbioom op onze lichamelijke en mentale gezondheid, en op allergieën en obesitas.

Marc Van Springel

Tim Spector is professor genetica aan het King’s College in Londen, waar hij een zestigkoppig team toponderzoekers leidt dat al sinds 2012 onderzoek doet naar darmmicroben en het verband met dieet en gezondheid. Dat doen ze met de nieuwste gentechnologie en een groep van onder meer 13.000 eeneiige en twee-eiige tweelingen. Spector en zijn team werken ook aan praktische toepassingen. Samen met onderzoekers van onder andere Stanford en Harvard ontwikkelden ze ZOE, een app die, op basis van de gegevens van meer dan 20.000 deelnemers, gebruikers adviseert met welke voeding of welk dieet ze hun microbioom, hun lichaam en hun gezondheid het grootste plezier doen.

Mogen we stellen dat de inzichten in het microbioom in de voedingswetenschap een kleine revolutie hebben veroorzaakt?

Tim Spector: “Zeg maar gerust een heel grote. (lacht) Je kunt vandaag niet meer over voeding spreken zonder het over het microbioom te hebben. Het is alsof we een nieuw orgaan hebben ontdekt. Nieuwe medicijnen of behandelingen voor ziektes kun je niet meer introduceren zonder rekening te houden met het microbioom. Ook diëtisten, producenten van voeding of voedingssupplementen en onderzoekers kunnen er niet meer omheen. En ook bij het grote publiek begint het belang ervan door te dringen. Er zijn talloze producten op de markt die benadrukken dat ze heilzaam zijn voor de darmbacteriën of gunstige microben bevatten. Mensen experimenteren met gefermenteerde groenten, bakken met zuurdesem, maken hun eigen kefir…”

De kern van uw betoog is dat het microbioom bepalend is voor onze gezondheid en het risico op obesitas, en dat het er door het westerse dieet slecht aan toe is bij veel mensen. Met een gezondheidscrisis en een explosie van zwaarlijvigheid als gevolg.

Spector: “Door onze levensstijl heeft de moderne mens nog maar een fractie van de bacteriële soorten in de darmen die onze voorouders hadden, en dat heeft vooral met ons verarmde dieet te maken. Jagers-verzamelaars aten 150 verschillende ingrediënten per week. Vandaag eten de meeste mensen minder dan twintig soorten voedsel. De meeste daarvan zijn sterk bewerkt of kunstmatig geraffineerd en bestaan uit maar vier hoofdingrediënten: maïs, tarwe, soja en vlees.”

“Dat verschraalde microbioom is een van de oorzaken van de obesitasepidemie. Zelfs in Japan, Zuid-Korea en Frankrijk, landen waarvan vaak wordt gedacht dat de bevolking er slanker is, is meer dan één op de tien kinderen zwaarlijvig. Die epidemie kost de gezondheidszorg erg veel geld, en als de trend zich doorzet, zal tegen 2030 bijna de helft van de Britten en de Amerikanen obesitas hebben. We moeten er dus dringend iets aan doen.”

Om te zien hoe het microbioom ons kan helpen, wordt veel onderzoek gedaan naar het verband tussen de darmmicroben en obesitas. Welk inzichten heeft dat al opgeleverd?

Spector: “We weten al langer dat steriele muizen niet verdikken als je ze op een vetrijk dieet met veel junkfood zet. Pas als je ze bepaalde microben voert, worden ze dik. We wisten dus wel dat er een verband was, maar niet hoe één en ander in zijn werk ging. Jeff Gordon van de Washington University School of Medicine in St. Louis (de vader van het microbioom, red.) heeft daarom een aantal experimenten uitgevoerd. Hij verzamelde stalen stoelgang van eeneiige en twee-eiige tweelingparen, waarvan de ene helft obees was en de andere niet. De slankere tweelinghelft bleek een veel gevarieerder en gezonder microbioom te hebben. De fecesstalen werden vervolgens ingebracht bij steriele muizen. De muizen die de microben van de dikke tweelinghelft hadden gekregen, kwamen flink bij, waarmee Gordon bewees dat microben die met vet samenhangen net als een infectie kunnen worden overgedragen. We weten nu ook dat die dikmakende bacteriën zich veel sneller vermenigvuldigen als het microbioom uit balans is, omdat we andere microben niet de juiste voedingsstoffen geven, of wanneer het microbioom niet gevarieerd genoeg is.”

“Gordon ontdekte echter nog meer interessants: net als veel andere knaagdieren eten muizen graag hun eigen uitwerpselen en die van soortgenoten om microben uit te wisselen. Gordon stelde vast dat slanke muizen met gezonde microben niet dik werden als ze ongezonde microben van dikke muizen binnenkregen. En nog sterker: muizen met toxische microben werden volledig beschermd tegen obesitas door de gezonde microben die ze van hun slanke soortgenoten kregen.”

“Wij hebben met onze tweelingen een soortgelijk experiment gedaan met microben van eeneiige tweelingen die verschilden in gewicht. Eén van de microben die we transplanteerden, was de Christensenella, een vrij onbekende bacterie die mensen lijkt te beschermen tegen obesitas en het opstapelen van buikvet.”

Wat is buikvet precies?

Spector: “Buikvet is inwendig vet dat zich rond je ingewanden en lever kan ophopen. Het is schadelijker dan vet aan de buitenkant van het lichaam en kan hartkwalen en diabetes veroorzaken. Helaas bezit maar één op de tien mensen de Christensenella-microbe of één die er sterk op lijkt. We hebben in het lab aangetoond dat de stoffen die door die microben worden geproduceerd, het gewicht onder controle helpen te houden.”

“Het is nu algemeen aanvaard dat microben een rol spelen bij het controleren van onze stofwisseling en ons gewicht.”

Kan dat tot nieuwe behandelingen van obesitas leiden, bijvoorbeeld door fecestransplantaties of door het microbioom via het dieet te manipuleren?

Spector: “Absoluut. Het mooie aan het microbioom is dat we het kunnen beïnvloeden door wat we eten. Je kunt de kwaliteit van je microben verbeteren en je stofwisseling efficiënter maken door je dieet aan te passen.”

“Maar het gaat niet alleen om obesitas. Het microbioom heeft een invloed op onze hele gezondheid. Veelzeggend: op basis van het DNA van de darmmicroben kunnen we beter voorspellen hoe obees of gezond iemand is dan op basis van zijn genen.”

Er wordt ook veel onderzoek gedaan naar de interactie tussen het microbioom en het immuunsysteem. Wat weten we daar al over?

Spector: “Het grootste deel van onze immuuncellen bevindt zich in de darmen. De darmmicroben communiceren voortdurend met het immuunsysteem, zodat de twee systemen de juiste signalen kunnen geven aan het lichaam – of ze aangevallen worden, uitgehongerd zijn, of er een ziekte is of niet, of ze kanker moeten aanvallen…”

“Onze darmmicroben hebben ook een invloed op een bepaald type cel dat de ontstekingsgraad in onze cellen onder controle houdt. Als we te veel ontstekingen in het lichaam hebben, versnelt het verouderingsproces en verhoogt het risico op alzheimer, kanker en obesitas. Het microbioom speelt daar op twee manieren een rol in. De darmmicroben kunnen stoffen produceren die ontstekingen verergeren, maar door een slecht dieet kun je ook microben produceren die de ontstekingen veroorzaken.”

“De darmmicroben controleren ook het immuunsysteem. En het immuunsysteem controleert via die bijzondere cellen op zijn beurt onze ontstekingsniveaus. Die zeer belangrijke cellen kunnen we zowel in gunstige als in ongunstige zin beïnvloeden met ons microbioom, en dus met ons dieet: als je voedsel geeft aan microben die slecht zijn voor die immuuncellen, riskeer je meer ontstekingen, met alle gezondheidsproblemen van dien.”

“Daarom is het verschralende westerse dieet zo’n groot probleem. Als dat niet gezond en gevarieerd is, verstoren onze microben de werking van het immuunsysteem.”

GLUTENFOBIE

U legt in De dieetmythe uit waarom diëten niet werken of geen blijvend effect hebben. Eén van de belangrijkste redenen is dat we door de combinatie van onze genen en ons individueel sterk verschillende microbioom anders reageren op voeding.

Spector: “We hebben de diversiteit van onze tweelingen in kaart gebracht, en daaruit bleek dat ze nog meer van elkaar verschillen dan we dachten. De eeneiige tweelingen, die genetisch identiek zijn, deelden maar 37 procent van de soorten microben. Diëten die voor iedereen dezelfde aanpak voorstellen, hebben daarom geen enkele zin. Het is alsof iedereen dezelfde schoenmaat zou dragen. Dat soort diëten zijn onzin omdat de hoeveelheid energie die we uit dezelfde voeding halen, voor iedereen verschillend is.”

“De aanbevelingen zijn vaak ook gebaseerd op zwak wetenschappelijk bewijs. Soms gaat het om studies met dertig studenten in één of ander laboratorium. Diëten die calorieën tellen, wat sowieso een slecht idee is, zijn ook niet gestoeld op gegevens van oudere mensen of proefpersonen met andere lichaamsmaten. En zelfs als ze daar wél rekening mee zouden houden, zouden ze nog nonsens zijn, omdat de verschillen tussen mensen zo groot zijn.”

“De meeste populaire diëten zijn ook gericht op gewichtsverlies en niet op andere gezondheidsaspecten. En gewicht zegt niet alles. Er zijn mensen die te zwaar zijn, maar bij wie de stofwisseling daar weinig last van heeft. Anderen zijn slank en hebben weinig onderhuids vet, maar wel veel inwendig buikvet. Die mensen zien er gezond uit, maar zijn mogelijk ongezonder dan sommige zwaarlijvigen.”

Veel diëten sluiten voedingsmiddelen of hele voedselgroepen uit: niet zelden gaat het om voedingsstoffen die juist goed voor ons zijn, en zijn die groepen te groot – niet alle verzadigde vetten zijn slecht. Maar vooral: ze verarmen ons dieet, terwijl we naar zo veel mogelijk diversiteit moeten streven om het microbioom gezond te houden.

Spector: “Op korte termijn kunnen diëten zeker positieve effecten hebben. Met een ketodieet kunnen sommige mensen gewicht verliezen, hun insulinegehalte verlagen en de gezonde HDL-cholesterol verhogen, en er zijn aanwijzingen dat mensen met diabetes baat hebben bij een koolhydraat- en vetrijk dieet. Maar op den duur moet je toch weer planten eten, anders zullen de gevolgen voor je microbioom en je gezondheid rampzalig zijn.”

“Dat de meeste diëten graag bepaalde voeding weglaten, heeft te maken met de obsessie om alles te versimpelen en voedingsmiddelen als bronnen van goede of slechte stoffen te zien. Maar zo werkt het niet: voedingsmiddelen bevatten honderden verschillende stoffen. Als je ze weglaat wegens één mogelijk schadelijk stofje, mis je veel andere stoffen die wél goed voor je zijn. Bovendien heeft de combinatie van stoffen vaak een gunstig effect. Het caroteen in spinazie en worteltjes wordt bijvoorbeeld beter opgenomen als het vergezeld gaat van de vetten in olijfolie.”

“Veel mensen sluiten hele voedselgroepen uit wegens één of andere vermeende allergie. Zo zijn velen ervan overtuigd dat graanproducten verantwoordelijk zijn voor obesitas en andere ziekten. Er zijn uiteraard mensen die allergisch zijn voor gluten, een eiwitbestanddeel van tarwe en de meeste andere granen. Dat eiwit veroorzaakt coeliakie, een auto-immuunziekte die tot ernstige spijsverteringsproblemen en de slechte opname van voedingsstoffen kan leiden. Maar een allergie voor gluten is zeer zeldzaam. In het VK en de VS heeft slechts 10 procent van de mensen die ervan overtuigd zijn dat ze coeliakie hebben, de ziekte ook écht. Ondertussen is de commercie er gretig op gesprongen: restaurants, fastfoodketens en supermarkten bieden massaal glutenvrije voeding aan. Het is een business die alleen al in de VS jaarlijks goed is voor een omzet van 9 miljard dollar. Coeliakiepatiënten hebben uiteraard baat bij een glutenvrij dieet, maar voor alle anderen heeft het geen enkel nut. Ook niet om gewicht te verliezen. Als mensen ervan afvallen, komt dat omdat ze veel minder tussendoortjes kunnen eten. Bovendien vervangen ze de geschrapte graanproducten niet door plantaardige alternatieven, maar door glutenvrije kaaspizza en andere rariteiten. Zo sluiten ze een aantal bronnen van waardevolle voedingsstoffen uit, met een verarmd microbioom als gevolg.”

Eén van de meest besproken diëten is periodiek vasten of een variant daarop, waarbij de calorie-inname een aantal dagen per week sterk wordt beperkt, of alle maaltijden van een etmaal binnen een beperkte tijdspanne worden geconsumeerd.

Spector: “Met wat we nu weten, lijkt tijdgebonden eten de beste optie. Het voordeel is dat je niet hoeft te veranderen wat je eet, maar alleen hoe je eet. Je kunt er je stofwisseling mee verbeteren en er ook wat gewicht mee verliezen. Een microbe die blijkbaar houdt van vasten, is de Akkermansia. Dat is een belangrijke microbe, omdat ze de darmwand schoonmaakt, waardoor de diversiteit van andere soorten verbetert.”

“Door al je maaltijden binnen een korter tijdsbestek te gebruiken, werkt het microbioom ’s nachts efficiënter, wat een gunstige invloed heeft op je metabolisme en je immuunsysteem. Ook de darmbacteriën hebben een regelmatig ritme van werken en lange rustperiodes nodig om optimaal te kunnen functioneren. Hoe ons lichaam op voeding reageert, hangt daar sterk mee samen. Het ontbijt is trouwens een relatief recente uitvinding, die vooral goed is voor de omzetcijfers van fabrikanten van ongezonde ontbijtgranen. Onze verre voorouders ontbeten nooit. Op natuurlijke wijze hadden ze vastenperioden van veertien uur. Wij krijgen van de overheid en voedingsfabrikanten echter te horen dat we de hele tijd moeten eten, en het liefst ook veel ‘gezonde’ tussendoortjes. Net wat we niet moeten doen.”

ELKE DAG YOGHURT

Een zo gevarieerd mogelijk microbioom is essentieel voor onze gezondheid. Kunnen probiotica, darmvriendelijke bacteriën die aan voedingsproducten worden toegevoegd of in sommige voeding zitten, helpen?

Spector: “Ze werken, maar niet bij iedereen. Dat heeft ook met onze microben te maken. Om zich te kunnen vermenigvuldigen, moeten de bacteriën in probiotica in de juiste omgeving in de darmen terechtkomen, en die is bij iedereen anders. Het probleem is dat de EU maar een beperkt aantal probiotica heeft goedgekeurd en de grote bedrijven maar een paar microbenstammen commercieel mogen gebruiken. De probiotica die nu in de handel zijn, werken ook niet zeer goed, omdat slechts een fractie van de bacteriën levend tot in de darmen raakt. Er wordt wel gewerkt aan een nieuwe generatie probiotica en aan efficiëntere manieren om ze tot in de dikke darm te loodsen. In afwachting daarvan ben je beter af met probiotica uit gefermenteerde voeding zoals yoghurt, kefir, kombucha (theezwam, red.), zuurkool en kaas. Met kaas bedoel ik ambachtelijk gemaakte Franse kaas, die tjokvol bacteriën zit, en niet het ultrabewerkte industriële spul dat je in de supermarkt vindt. Je moet ook uitkijken met commerciële yoghurt met toegevoegde bacteriën. De gezondheidsclaims zijn vaak sterk overdreven, en veel vetarme yoghurt zit barstensvol suiker. En suiker is net slecht voor de bacteriën. Omdat yoghurtbacteriën en andere probiotica doorgaans niet lang overleven in het lichaam, moet je elke dag yoghurt eten om er enig voordeel uit te halen.”

Ook gunstig voor het microbioom zouden prebiotica zijn.

Spector: “Met prebiotica bedoelen we voedsel en voedingsmiddelen die als meststof dienen voor gezonde microben. Het zijn onverteerde vezels waar de microben dol op zijn. Het zou ook de reden kunnen zijn waarom vezels goed voor ons zijn. Prebiotica zijn onder meer cichoreiwortel, aardpeer, paardenbloembladeren, prei, ui, knoflook, asperges, broccoli, bananen en bepaalde noten. Ook granen en brood, zelfs witbrood, zijn een bron van prebiotica en vezels.”

“Vezels zouden ook de reden zijn waarom koffie mogelijk heilzame gezondheidseffecten heeft. In koffie zitten verrassend veel vezels, maar liefst een halve gram per kopje. Koffie is ook een bron van polyfenolen, een groep stoffen die gunstige eigenschappen heeft. Tot voor kort dachten we dat polyfenolen vooral goed voor ons waren vanwege hun antioxidante eigenschappen: ze ruimen stofjes op die de cellen kunnen beschadigen en ontstekingsremmende effecten hebben. Twee jaar geleden hebben we het gezondheidseffect van polyfenolen onderzocht aan de hand van 1.800 tweelingen. Ze bleken de soortenrijkdom van de darmbacteriën flink te verhogen, de groei van gunstige microben te bevorderen en te verhinderen dat minder aangename microben in de darmen kunnen woekeren. Dat leidde tot minder infecties van bacteriën als E. coli, die je diarree kan doen krijgen, Helicobacter pylori, waar je maagzweren van kunt krijgen, en bacteriën die longontstekingen en zelfs tandbederf veroorzaken. Ook de opbouw van plaque in de slagaderen, de oorzaak van slagaderverkalking, lijkt samen te hangen met een abnormale activiteit van de microben in het beschadigde bloedvat, en polyfenolen hebben daar mogelijk een gunstige invloed op. Tot slot konden polyfenolen ook gelinkt worden aan een lagere gewichtstoename over een periode van tien jaar.”

Voor wie geen fan is van cafeïne: waar zitten die nuttige polyfenolen nog zoal in?

Spector: “Onder andere in felgekleurde groenten en vruchten, zoals bessen, cacaobonen, olijfolie, groene en zwarte theesoorten, knoflook en kurkuma, en ook in chocolade, bier en rode wijn. Dat het mediterrane dieet zo gezond is, komt wellicht omdat veel ingrediënten uit de mediterrane keuken polyfenolen bevatten. En omdat de polyfenolen nog beter worden opgenomen door de microben als ze gecombineerd worden met de vetzuren uit extra vierge olijfolie.”

CHEMISCHE ROMMEL

Een bedreiging voor het microbioom die sterk wordt onderschat, zijn de kunstmatige zoetstoffen ter vervanging van suiker.

Spector: “Er zijn steeds meer aanwijzingen dat die chemische stoffen niet goed zijn voor ons. Ze hebben een invloed op hersencircuits die met eetlust en beloning te maken hebben, en op hormonen die bij de spijsvertering betrokken zijn. Uit experimenten met ratten blijkt ook dat ze tot een sterke afname van de bacteriële soortenrijkdom kunnen leiden. Kunstmatige zoetstoffen hebben al die effecten omdat ze in de dikke darm reacties met de microben aangaan, die anders gaan functioneren.”

“Het probleem is dat we amper iets over die stoffen weten. Ze worden wel getest, maar het gaat er dan vooral over of ze een verhoogd risico op kanker geven. Die nieuwe stoffen zou je als geneesmiddelen moeten beschouwen, en bekijken welke impact ze op onze stofwisseling en op het microbioom hebben. Het is onverantwoord dat de voedingsindustrie talloze chemische stoffen in ons voedsel stopt waarvan we niet weten welk effect ze hebben op de gezondheid. Dubbel cynisch is dat ze die producten als ‘gezond’ aan de man kunnen brengen, omdat die stoffen de verketterde suiker vervangen.”

Van antibiotica weten we dat ze niet goed zijn voor het microbioom, maar ze zijn mogelijk nog slechter voor de darmbacteriën dan gedacht.

Spector: “Er is binnen de wetenschap alleen nog onenigheid over hoeveel schade ze juist aanrichten. Bij sommigen richten ze een ware ravage aan in het microbioom, anderen kunnen ze wel verdragen. Er zijn alvast genoeg redenen om ons zorgen te maken over de invloed van antibiotica op jonge kinderen. De eerste drie levensjaren zijn zeer belangrijk voor het microbioom, omdat dan de basisvoorraad bacteriën wordt gevormd. Maar net rond de geboorte krijgen baby’s vaak een portie antibiotica binnen, omdat ze routineus worden gegeven aan zwangere vrouwen met urineweginfecties of om de kans op infecties te verkleinen bij een keizersnede. Die antibiotica komen via de placenta in de baby terecht.”

“Kinderen komen steeds vaker met een keizersnede ter wereld, waardoor ze minder bacteriën van de moeder meekrijgen en niet alleen een verstoord microbioom, maar ook een minder goed functionerend immuunsysteem hebben. Zo hebben ze later een verhoogd risico op coeliakie, voedselallergieën en astma.”

“De kans is groot dat het kind ook in de eerste levensjaren antibiotica krijgt, met een onherstelbare beschadiging van het microbioom als gevolg. Ook in vlees en drinkwater zitten nog sporen van antibiotica. Het gaat weliswaar om zeer minieme hoeveelheden, maar uit proeven blijkt dat muizen die langdurig zulke kleine hoeveelheden antibiotica in hun voer krijgen, dubbel zo dik worden en twee keer zoveel lichaamsvet kweken als normale muizen, en ze hebben ook een veel ongezonder microbioom. Als ze geen antibiotica meer krijgen, blijft hun microbioom minder divers en blijven ze dikker dan andere muizen. Als de antibiotica met een vetrijk dieet worden gecombineerd, zijn de effecten nog meer uitgesproken. Het immuunsysteem functioneert bovendien ook niet meer naar behoren.”

“Er zijn dus sterke aanwijzingen dat het overmatige gebruik van antibiotica een van de oorzaken van de obesitasepidemie is. Het zou verstandig zou zijn om kinderen tot de leeftijd van 4 of 5 jaar, wanneer het microbioom nog wordt gevormd, alleen antibiotica te geven als het écht moet. Antibiotica kunnen soms nuttig zijn, maar dokters zouden patiënten meer op de risico’s moeten wijzen. In Europa wordt drie tot vier keer meer antibiotica voorgeschreven dan nodig is.”

Nog een reden om goed zorg te dragen voor onze darmmicroben: ze produceren vitamines.

Spector: “Wij halen die niet alleen uit voeding, maar ook uit zonlicht en uit onze microben. De darmbacteriën produceren vooral B-vitamines, maar ze kunnen ook andere vitamines aanmaken. Als je je darmen op de juiste manier voedt, hoef je niet naar de apotheek voor allerlei dure supplementen. Die hebben ook geen enkel gezondheidsvoordeel. En ze helpen niet tegen covid, zoals veel mensen lijken te denken.”

Een van de meest voorgeschreven supplementen is vitamine D. U adviseert om die uit zonlicht te halen, en niet te luisteren naar dermatologen die ons vertellen dat we uit de zon moeten wegblijven.

Spector: “Mijn vrouw is dermatologe en melanoom-experte en heeft er veel onderzoek naar gedaan. De beste manier om vitamine D te verkrijgen is tien à vijftien minuten per dag met de armen en het gezicht bloot in de zon te zitten, en in de winter door vette vis te eten. Dat advies krijgen mensen echter nooit.”

“Het advies om zonlicht te vermijden omdat het melanomen zou veroorzaken, is gebaseerd op gedateerde studies. Vergeleken met de impact van je genen, die ook bepalen of je een licht of donker huidtype hebt, en de plek waar je woont, is de invloed van zonlicht bijna triviaal. Nog sterker: een laag vitamine D-gehalte en een gebrek aan zonlicht vergroten bij patiënten de kans dat een melanoom terugkomt. Huidkanker is vooral een kwestie van genen en van brute pech. Het is volstrekt absurd dat mensen een hoop geld uitgeven aan vitamine D-supplementen, terwijl zonlicht er gratis en voor niks voor kan zorgen. Het is weer zo’n verhaal waar iedereen profijt bij heeft, behalve de patiënt. Kankerorganisaties vinden het geweldig, omdat ze er jaarlijks campagne rond kunnen voeren en geld mee ophalen, fabrikanten van zonnecrème kunnen mensen dure producten aansmeren die zogezegd melanomen voorkomen, en bij dermatologen leidt het tot volle wachtzalen, terwijl het eigenlijk om een zeer zeldzame aandoening gaat die bovendien ook nog eens meestal voorkomt op plaatsen die niet aan de zon zijn blootgesteld. Het is een broodje-aapverhaal dat heel moeilijk uit te roeien is. Overigens zitten ook in zowat alle fond de teints zonnefilters, zodat veel westerse vrouwen niet genoeg vitamine D aanmaken.”

Er wordt ook gekeken naar de invloed van de darmmicroben op het brein. Wat zijn op dat vlak de interessantste nieuwe inzichten?

Spector: “Men zegt weleens dat de darmen een tweede brein bevatten, omdat zich daar, na onze hersenen, het grootste netwerk van zenuwen bevindt. We weten ook dat de darmmicroben allerlei stofjes en zelfs neurotransmitters als serotonine aanmaken, die een invloed hebben op het brein. Het mooiste voorbeeld is misschien wel chocolade: dat we gevoelens van geluk ervaren als we chocolade eten, heeft deels te maken met de stofjes die de darmmicroben produceren als ze cacao afbreken. Cacao heeft overigens ook een gunstig effect op het vetgehalte in het bloed, en heeft per gram de hoogste concentratie polyfenolen van alle voedsel.”

“Studies hebben ook aangetoond dat mensen die last hebben van angsten en depressies, een zeer pover microbioom hebben. Interessant is dat een aanpassing van hun dieet een groter effect heeft dan het slikken van antidepressiva. We weten ook dat antidepressiva vooral dankzij de darmbacteriën werken. Bij veel mensen werken antidepressiva niet, omdat ze de stoffen niet kunnen afbreken in hun darmen. Dat verklaart waarom maar één op de drie mensen op antidepressiva reageert.”

SNELLER DOOD

Verandert het microbioom ook wanneer we ouder worden?

Spector: “Daar lijkt het wel op. Ouderen kunnen vaak minder goed kauwen, slikken antibiotica en andere medicijnen, en vertonen ook veranderingen in het speeksel: dat heeft een invloed op het microbioom. Maar uit Iers onderzoek blijkt dat toch vooral het dieet een doorslaggevende factor is. Ze vergeleken het microbioom van 170 ouderen die permanent in een rusthuis verbleven of alleen naar de dagopvang gingen. Ze ontdekten dat de permanente bewoners een veel armer en minder gezond microbioom hadden dan ouderen die af en toe zelf thuis kookten, en dus niet alleen het instellingsmenu te eten kregen. Ouderen die alleen rusthuisvoeding kregen, vertoonden hogere ontstekingswaarden. Ook opvallend: de bewoners met het rusthuisdieet ontwikkelden in amper een half jaar hetzelfde schrale en ongezonde microbioom. Dat had, naast de eenzijdigheid van het dieet, vooral te maken met een gebrek aan vers fruit en groenten. Bewoners met het minst gevarieerde microbioom hadden ook veel vaker allerlei ziekten en een grotere kans om binnen een jaar te overlijden.”

“Een onderzoek bij onze tweelingen toonde ook duidelijk aan dat er verbanden zijn tussen een weinig divers microbioom en cognitieve achteruitgang. Ook voor goed functionerende hersenen is een gezond en divers microbioom dus essentieel.”

De samenstelling van het microbioom verschilt sterk van persoon tot persoon, maar zijn er voor wie zijn darmmicroben in optimale conditie wil brengen, ook praktische tips waar iederéén zijn voordeel mee kan doen?

Spector: “Zeker. Ik zeg altijd dat je je microben moet behandelen zoals een tuin. Zorg ervoor dat de bodem, de dikke darm dus, goed bemest is met prebiotica, vezels, polyfenolen en gefermenteerde voeding, zodat de goeie microben kunnen groeien en toxische bacteriën geen kans krijgen. Eet een zo groot mogelijke diversiteit aan zaden en planten, zodat je een maximale verscheidenheid aan voedingsstoffen hebt. Probeer geregeld eens iets nieuws. Geef je darmbodem af en toe een rustpauze door te vasten. En vergiftig je microbiële tuin niet met antibiotica, bewaarmiddelen, ultrabewerkte voeding, zoetstoffen en andere chemische rommel. Je zult dan beter bestand zijn tegen infecties, tumoren en andere bedreigingen.”

Wat raadt u mensen aan die graag een paar pondjes willen kwijtraken?

Spector: “Let op met strenge diëten die niet vol te houden zijn en later hoe dan ook tot een terugslag leiden. Probeer je hele dieet te veranderen, niet alleen door minder te eten, maar ook door anders, gevarieerder en op andere tijdstippen te eten. Mik op een bescheiden gewichtsverlies dat goed vast te houden is. Kortom, ga op zoek naar een methode die in je leven in te passen valt.”

“De toekomst is sowieso gepersonaliseerd advies, zoals we nu al met ons PREDICT-project en de ZOE-app doen. Met PREDICT volgen we bij 25.000 vrijwilligers welk effect voeding heeft op hun darmmicroben en hun gezondheid. Zo kunnen we steeds meer verbanden leggen tussen voeding en specifieke goede of slechte darmbacteriën. Hoe meer mensen er aan PREDICT deelnemen, hoe meer gegevens we verzamelen en hoe beter we begrijpen welk effect bepaalde bacteriën hebben, en dus ook hoe nauwkeuriger en gerichter het advies via de ZOE-app wordt.”

“Ik verwacht ook dat een jaarlijks microbioomonderzoek over een jaar of vijf even normaal wordt als een bloed- of cholesterolonderzoek en dat gezondheidsapps die ons niet alleen over voeding, maar ook over beweging, slaap en andere keuzes adviseren, een steeds grotere plaats zullen innemen in ons leven. Het zou mooi zijn als we zo de astronomische kosten van de gezondheidszorg kunnen drukken.”

Tim Spector, De dieetmythe: de echte wetenschap achter wat we eten (367 p., € 24,95) is verschenen bij uitgeverij Nieuwezijds.

© HUMO

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234