Zondag 18/04/2021

InterviewCarl Hart

‘Heroïne maakt van mij een beter mens’: deze neurowetenschapper wil drugs uit het verdomhoekje

Carl Hart: ‘De drugswet in de VS zorgt ervoor dat veel meer zwarte dan witte Amerikanen het risico lopen in de cel te belanden.’ Beeld Carl Hart
Carl Hart: ‘De drugswet in de VS zorgt ervoor dat veel meer zwarte dan witte Amerikanen het risico lopen in de cel te belanden.’Beeld Carl Hart

Een topwetenschapper die heroïne gebruikt: de Amerikaanse neurobioloog Carl Hart (54) schreef een boek over zijn ervaringen met drugs, om de beeldvorming over drugsgebruikers op te schudden. ‘Ik word er eerlijker en opener van.’

Carl Hart was ruim voorbij de 40 toen hij voor de eerste keer heroïne gebruikte. De Amerikaanse professor en neurobioloog aan Columbia University schrijft uitvoerig over zijn eigen gebruik in zijn spraakmakende, onlangs verschenen boek Drug Use for Grown-Ups: Chasing Liberty in the Land of Fear.

Die eerste keer was duidelijk geen geval van jeugdige onbezonnenheid, schrijft Hart, zoals bijvoorbeeld politici vaak beweren als hun drugsgebruik uit een ver, ver verleden ter tafel komt. Neem Barack Obama, die in zijn biografie Dreams of My Father over jointjes op de middelbare school schreef. Of Bill Clinton, die in de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 1992 bekende dat hij “vroeger weliswaar had geblowd, maar dat de roes aan hem was voorbijgegaan”. Clintons “I did not inhale” is wellicht de beroemdste aller halfbakken drugsbiechten.

Nee, Hart maakte zijn keuze weloverwogen. En zijn herinnering is opmerkelijk onspectaculair, als een doodnormale, gezellige vrijdagavond.

Uit Drug Use for Grown-Ups: ‘Een vriendin, Kristen, had gevraagd of ik heroïne met haar zou willen gebruiken. Ze was nieuwsgierig, had het nog nooit gedaan. Same here. We gebruikten geen naalden, zoals in de films, maar snoven een dun lijntje. Direct voelden we het prettige effect dat karakteristiek is voor opiaten: een gevoel van dromerige, lichte verdoving, vrij van stress. We praatten, haalden herinneringen op, lachten, wisselden ideeën uit en schreven zorgvuldig op wat we meemaakten.’

Zijn persoonlijke biecht is bedoeld om de beeldvorming over drugsgebruikers op te schudden, zegt hij via een Skype-verbinding vanuit zijn huis in New York. De gemiddelde gebruiker is immers geen gevaar voor de omgeving, noch een tragische, in een eenzame trip weggezakte figuur, maar een verantwoordelijke, sociale en functionerende volwassene. Tel daar in zijn geval bij op: echtgenoot, vader van drie kinderen en topwetenschapper, met op zijn cv ruim honderd wetenschappelijke publicaties en twee boeken. Het grote probleem: drugsgebruikers worden volgens de wet allemaal als crimineel beschouwd. “Het zou enorm helpen als mensen openlijk over hun gebruik vertellen”, zegt hij. “Wanneer ik anderen vraag om met hun drugsgebruik uit de kast te komen, moet ik zelf het goede voorbeeld geven.”

Let wel: Hart richt zich met zijn boek nadrukkelijk tot volwassenen in goede gezondheid, functionerend in de samenleving, verantwoordelijk voor zijn of haar omgeving, zich ervan bewust welke dosis nodig is voor het beoogde effect. Mensen met chronische pijn of problemen met angst of depressie raadt hij gebruik ten sterkste af. Ze zijn vatbaarder voor verslaving. Hij wil de schaduwzijde en risico’s van drugsgebruik geenszins bagatelliseren. Daarover zo meer.

Zijn drugsgebruik – naast heroïne rekent hij onder meer cannabis en MDMA tot zijn favorieten – helpt hem een beter mens te worden, schrijft Hart. Hij wordt er eerlijker en opener van. Tegen zichzelf, zijn kinderen, zijn vrouw. Tegen vrienden als Kristen.

Over de details van plekken en frequentie van zijn gebruik houdt hij zich liever op de vlakte. Een grote mate van zorgvuldige planning en voorzichtigheid is wat hem betreft cruciaal tijdens het gebruik van illegale middelen waarvan in de VS alleen al bezit tot gevangenisstraf kan leiden.

“Een intieme setting met mijn vrouw heeft mijn voorkeur.”

Hij schrijft zonder uitzondering lovend over het effect van drugs op zijn welzijn. Ook over heroïne dus, ondanks het ontegenzeggelijk grimmige imago van de drug: ‘Het bekende beeld van de heroïnegebruiker is iemand met een naald in de arm die langzaam wegzakt en alle contact met de omgeving verliest, maar zo iemand heeft op dat moment een veel te sterke dosis. De meeste mensen die drugs gebruiken, willen méér voelen. Een kleine minderheid wil wegzakken in verdoving.’

Met escapisme heeft zijn gebruik niets te maken, zegt hij. “Ik wil juist deelnemen aan het leven, een zo goed mogelijk mens zijn voor mijn omgeving. Heroïne is voor mij onderdeel van mijn persoonlijke ontwikkeling. Het helpt de blik naar binnen te richten.”

Carl Hart: ‘Wanneer ik anderen vraag om met hun druggebruik uit de kast te komen, moet ik zelf het goede voorbeeld geven.’  Beeld nyt
Carl Hart: ‘Wanneer ik anderen vraag om met hun druggebruik uit de kast te komen, moet ik zelf het goede voorbeeld geven.’Beeld nyt

Harts openheid maakt in de Verenigde Staten heel wat los. Piper Kerman, op wier memoires de gevangenisserie Orange is the New Black is gebaseerd, roemt zijn moed. Daartegenover staat onder meer de conservatieve tabloid The New York Post, waarin Hart zonder wederhoor als drugsapologeet wordt weggezet.

Op ongefundeerde kritiek uit de tabloidhoek heeft hij gerekend. “Zo werken die kranten. Ik kan de grootste onzin weerleggen; ik las ergens dat ik dagelijks heroïne zou injecteren. Tegen dit soort desinformatie kan ik weinig doen. Deze reacties gaan niet over mij, maar over een idee: de wijdverspreide misvatting dat drugs per definitie verslavend, gevaarlijk en slecht zouden zijn.”

Decriminaliseren

Op Twitter reageerde hij op de tabloids met een citaat van Malcolm X. ‘If you are not careful, the newspapers will have you hating the people who are being oppressed, and loving the people who are doing the oppressing.’ Hier schuilt de crux van Harts betoog: door drugsgebruik te criminaliseren, wordt een deel van de bevolking vervolgd voor iets dat eigenlijk een vrije keuze zou moeten zijn. Wie dit aankaart, zou moeten worden toegejuicht, niet aangevallen.

Dat nota bene een analyticus op de conservatieve nieuwszender Fox News hem op dit punt ondersteunde, deed hem goed. “De ondertitel van mijn boek is Chasing Liberty in the Land of Fear, vrijheid najagen in het land van angst. Een deel van de Amerikaanse conservatieven in Amerika zijn erg begaan met het idee van persoonlijke vrijheid en dat Amerikaanse vrijheidsideaal heb ik als rode draad in mijn verhaal verwerkt.”

Al in zijn vorige boek, High Price: A Neuroscientist’s Journey of Self-Discovery That Challenges Everything You Know About Drugs and Society (2013), pleit hij expliciet voor het decriminaliseren van drugs. Wie gepakt wordt op bezit van een illegaal verdovend middel, zou hooguit moeten worden beboet, vergelijkbaar met een verkeersovertreding. Onder meer met drugstests en goede voorlichting moet gebruik in goede banen zijn te leiden. Zo weet de recreatieve gebruiker wat hij of zij tot zich neemt en welke dosis in het beoogde effect resulteert.

Aan Harts inzichten en openheid gaat een lange geschiedenis vooraf. Hij groeide in de jaren 1970 en 80 op in een arme wijk in Miami, waar hij maar om zich heen hoefde te kijken om de belangrijkste oorzaak van de armoede en criminaliteit in de buurt te zien: crack. In The House I Live In (2012) van Eugene Jarecki, een bekroonde documentaire over de Amerikaanse war on drugs, vertelt Hart over het moment waarop de door president Nixon aangezwengelde drugsoorlog tijdens zijn tienerjaren een vlucht nam. Vrienden en familieleden werden slachtoffer van een spijkerhard antidrugsbeleid.

“Ik dacht aan het begin van mijn wetenschappelijke carrière, begin jaren 1990, zoals veel mensen: crack is de duivel.”

Hart ging ervan uit dat iedereen die crack gebruikt, op den duur verslaafd zal raken. Dat bleek niet te kloppen: 80 procent of meer van hen raakt nooit verslaafd. Zijn ogen werden verder geopend tijdens zijn eigen onderzoek naar mensen die in zijn laboratorium crack gebruikten. “Daar zaten zeer verantwoordelijke mensen tussen. We vroegen veel van ze, maar ze kwamen keer op keer opdagen. Ze waren vriendelijk, zorgzaam. Het stond allemaal haaks op mijn beeld van de crackgebruiker.”

Mythes ontkracht

De ene na de andere drugsmythe zag Hart in zijn werk worden ontkracht. De populairste: dat wiet een gateway drug zou zijn, een middel dat de stap naar zwaardere drugs vergemakkelijkt. Dat is onjuist: hoewel sommige blowers later inderdaad harddrugs als cocaïne of heroïne gebruiken, is een jointje niet de oorzaak van die overstap. Correlatie en causaliteit worden in drugsverslaggeving steevast door elkaar gehaald, zegt Hart. Hij maakt er graag een grap van: het is bekend dat ex-presidenten Bill Clinton, George W. Bush en Barack Obama allemaal ooit wiet hebben gerookt, maar dat betekent niet dat wiet fungeert als gateway drug naar het Witte Huis.

Het viel hem ook op hoe het meeste door de overheid gefinancierde drugsonderzoek zich richt op een mogelijk negatief effect van drugsgebruik, waaronder dus verslaving.

“Veel onderzoek sluit ándere uitkomsten dan een negatief effect bij voorbaat uit, terwijl de meeste gebruikers dus niet verslaafd raken en juist positieve effecten ervaren. Het zorgt voor een confirmation bias in de wetenschappelijke literatuur: de bevestiging van opvattingen die vooraf in het onderzoek zijn ingebakken. Dit sijpelt door naar onze populaire cultuur, onze kunst. Ik probeer met mijn onderzoek ook te laten zien hoe ingesleten en alomtegenwoordig de aannames en vooroordelen zijn die onze maatschappelijke blik op drugsgerelateerde onderwerpen bepalen. En ik nodig uit de opvattingen over drugs te heroverwegen.”

Hart: ‘De meeste mensen die drugs gebruiken, willen méér voelen. Een kleine minderheid wil wegzakken in verdoving.’ Beeld Getty Images for The New Yorker
Hart: ‘De meeste mensen die drugs gebruiken, willen méér voelen. Een kleine minderheid wil wegzakken in verdoving.’Beeld Getty Images for The New Yorker

Hart slaagt er in zijn werk keer op keer in gloedvol te benadrukken welk onrecht de Amerikaanse drugsgebruiker wordt aangedaan: wie als zwarte Amerikaan wordt gepakt met marihuana op zak, heeft vergeleken met witte Amerikanen een vier keer grotere kans om achter de tralies te belanden, terwijl beiden naar verhouding ongeveer evenveel kopen en verkopen.

Nog een voorbeeld: het merendeel van de crackgebruikers bestaat uit arme en zwarte Amerikanen, terwijl cocaïne voornamelijk door rijke en witte Amerikanen wordt gebruikt. Een wet uit 1988 zorgt ervoor dat bezit van crack honderd keer zwaarder wordt bestraft dan cocaïne. Wetenschappelijk en farmaceutisch gezien slaat dit nergens op, stelt Hart. Crack en cocaïne zijn dezelfde drug, waarbij de een wordt gerookt en de ander voornamelijk gesnoven. “Die wet draagt eraan bij dat inmiddels een op de drie zwarte Amerikanen de kans heeft om in de gevangenis te belanden, tegenover een op de twintig witte Amerikanen.”

Maar hoe kijkt hij naar de 10 tot 30 procent van de gebruikers van harddrugs als heroïne en methamfetamine (crystal meth) die volgens zijn eigen onderzoek wél verslaafd raakt? Door in de eerste plaats te kijken naar de situatie van de gebruiker, niet door zich blind te staren op de drug.

Hij wijst erop dat de opiatencrisis in Amerika (in 2017 werden 2,5 miljoen verslaafden genoteerd, de Drug Enforcement Administration spreekt officieel van een epidemie) het grootst is in de voormalige industriële gebieden, waar veel werkloosheid heerst. Als de mogelijkheden om een zinvol leven te leiden uitgeput raken, kunnen drugs als uitweg worden ervaren. Dán is er dikwijls geen weg meer terug.

In zijn boek High Price haalde Hart ter verduidelijking het Rat Park-experiment aan, dat tussen 1978 en 1981 werd uitgevoerd aan de Simon Fraser University in Canada. Daarin kregen twee groepen ratten water vermengd met morfine aangeboden. De ene groep zat in kleine, metalen kooitjes, de andere in een speciaal voor het experiment gebouwd rattenspeelpaleis dat 200 keer zo groot was als de gemiddelde laboratoriumrattenkooi. De tweede groep bleek veel minder vaak geneigd om het morfinewater te drinken, omdat er veel meer ruimte was voor ander tijdverdrijf.

Hart trekt die uitkomst door naar menselijke verslaving: “Mensen verliezen zich vaak pas in verslaving als het in hun leven ontbreekt aan betekenis. Verslavingsproblematiek oplossen werkt niet door drugs te verbieden, maar door de onderliggende problemen aan te pakken.”

Carl L. Hart, Drug Use For Grown-Ups. Chasing Liberty in the Land of Fear, Penguin, 304 p., 22,99 euro.

Ook in films zijn drugs meestal ‘fout’

Voor zijn boek Drug Use For Grown-Ups besloot Carl Hart Trainspotting nog eens te bekijken. In die film ondergaat een heroïneverslaafd personage (rol van Ewan McGregor) een reeks gruwelijke en spectaculair vormgegeven ontwenningsverschijnselen. Hart vond Trainspotting ooit een goede film, maar nu kon hij niet voorbij de onsmakelijke sensatie kijken. “Drugs zijn een makkelijke zondebok, ook in de verhalen die we elkaar vertellen.”

Een van de weinige positieve filmvoorbeelden zag hij in een komedie van Judd Apatow, The King of Staten Island. Komiek Pete Davidson vertelt daarin over zijn vader, een brandweerman die bij de aanslagen op het World Trade Center om het leven kwam. Hart: “Heel terloops zegt Davidson dat zijn vader soms cocaïne gebruikte. Dit zie je nooit in films: dat iemand een goede vader is én toevallig ook af en toe drugs gebruikt.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234