Vrijdag 02/12/2022

InterviewSvenja Flasspöhler

Filosofe Svenja Flasspöhler houdt vurig pleidooi voor weerbaarheid: ‘We zijn te gevoelig geworden’

Filosofe Svenja Flasspöhler. Beeld Johanna Ruebel
Filosofe Svenja Flasspöhler.Beeld Johanna Ruebel

Zijn we te gevoelig geworden? Filosofe Svenja Flasspöhler vindt van wel. ‘Als gevoeligheid belangrijker wordt dan veerkracht, riskeren we sociale stilstand’, schrijft ze in Sensibel. Over de grenzen van menselijke gevoeligheid.

Barbara Debusschere

Johan is een ridder in de elfde eeuw. Hij eet met zijn handen, plast in de hoek van zijn slaapkamer, verkracht, martelt en pakt wat hij pakken kan. Jan is een hedendaagse stedeling. Hij is een toegewijde vader en leraar, eet vegetarisch, accepteert dat zijn vrouw steeds minder seks wil. Als hij zijn dochter Pippi Langkous voorleest, laat hij het ‘n-woord’ weg, zodat zijn kind de benaming waarmee zwarte mensen eeuwenlang gedenigreerd werden niet in zijn woordenschat opneemt.

Door die twee fictieve mannen in haar nieuwe boek naast elkaar te zetten, toont de Duitse filosofe Svenja Flasspöhler wat een weg de mens heeft afgelegd richting verfijning, empathie en gevoeligheid. In de achttiende eeuw braken die nu zo populaire kenmerken in onze contreien echt door dankzij de sentimentele briefroman. Anderen niet bruuskeren werd belangrijk, mensenrechten doken voor het eerst op in wetteksten.

Nu gaan we veel verder: de nieuwslezer waarschuwt voor mogelijk schokkende beelden en dankzij bewegingen zoals #MeToo en Black Lives Matter houden we meer dan ooit rekening met rechten en grenzen van anderen die daarin lang genegeerd werden.

Maar Flasspöhler schetst die evolutie niet om te besluiten dat de mensheid goed bezig is en binnenkort het toppunt bereikt van ‘geven om de ander’. Nee, de hoofdredacteur van Philosophie Magazin duikt in de geschiedenis in een poging om uit ‘de huidige impasse te komen’.

Want die ziet ze duidelijk. “Blijkbaar zijn we meer dan ooit bezig met de grens van wat mensen kunnen hebben opnieuw te bepalen”, stelt de filosofe. “Maar die discussie loopt steeds meer vast. Liberale en egalitaire opvattingen, rechts en links, oud en jong, ‘sneeuwvlokjes’ en ‘boomers’, slachtoffers en niet-slachtoffers staan onverzoenlijk tegenover elkaar. Terwijl de ene groep zegt: ‘Jullie stellen je aan, overgevoelige ‘sneeuwvlokken’’, reageert de tegenpartij met: ‘Jullie zijn kwetsend en beledigend, aan jullie woorden kleeft bloed!’ Deze confrontatie erodeert de democratische debatcultuur steeds meer en zorgt voor een haast niet meer te overbruggen kloof in de maatschappij.”

Klopt het dat u dit boek schreef naar aanleiding van een polemiek na de publicatie van uw pamflet Die potente Frau, waarin u vrouwen oproept niet kinderlijk kwetsbaar te zijn en zich niet te settelen in de passieve slachtofferstatus?

Flasspöhler: “Ja. Ik werd ervan beschuldigd onsympathiek te zijn tegenover zwakke, getraumatiseerde vrouwen. Dat zat me dwars, want zo zie ik mezelf helemaal niet. Maar ook alle andere maatschappelijke debatten waren voor mij doorslaggevend om dit boek te schrijven. Denk aan de discussies over gender, gevoelig taalgebruik, geseksualiseerd geweld. Ik wilde evenwel niet alleen een standpunt innemen in het dispuut over politieke correctheid. We hebben genoeg van dat soort standpuntverklaringen gelezen en dat leidt nergens toe. Daarom wilde ik mij bezighouden met het verschijnsel gevoeligheid zelf, om een ander, nieuw perspectief te krijgen.”

Hoe moeten we ‘gevoelig’ inschatten? Sommigen zouden het als enkel positief zien, maar is het niet ook zo dat mensen zo gevoelig kunnen zijn dat ze egocentrisch zijn?

“Gevoeligheid is inderdaad een zeer ambivalent verschijnsel. In de geschiedenis van de filosofie worden ruwweg twee verschillende vormen onderscheiden: actieve en passieve gevoeligheid. Actieve gevoeligheid betekent: empathie, medeleven. Ik richt mijn gevoelens actief op anderen en probeer de wereld door hun ogen te zien, te voelen zoals zij zich voelen. Passieve gevoeligheid, daarentegen, betekent prikkelbaarheid, lange tenen hebben. Zij die in die zin gevoelig zijn, gedragen zich eerder agressief dan empathisch, zijn egocentrisch en soms narcistisch. Zij eisen al snel dat de wereld zich aanpast aan hun eigen behoeften.”

U traceert de geschiedenis van de gevoeligheid en de empathie. Waarom is het belangrijk die te kennen?

“Omdat we zo deze strijd en onszelf beter kunnen begrijpen. De geschiedenis leert ons over een proces van beschaving, waarbij disciplinering en sensibilisering samengaan en zo hebben geleid tot wat we nu kennen. Namelijk een gevoelig individu dat schaamte en verlegenheid voelt, dat zijn driften beheerst, dat omgaat met zijn eigen gevoelens en de gevoelens van anderen, dat niemand wil kwetsen en zelf niet gekwetst wil worden.

“Ook toont de geschiedenis dat ‘giftige mannelijkheid’ versus de ‘empathische vrouwelijkheid’ waar het nu zoveel over gaat niet nieuw is. Jean-Jacques Rousseau (Franse filosoof, red.) zette in zijn zeer populaire werk vrouwen al neer als in wezen goede, barmhartige, natuurlijke levensgenieters. Concurrerende eigenliefde en seksuele begeerte zijn bij hem kenmerken van de mannenwereld. Het huidige discours is geheel in lijn met Rousseaus patriarchale denkpatroon.”

U ontwaart in die evolutie naar steeds meer empathie ook minder goede kanten?

“Kijk naar hoe we de begrippen ‘geweld’ en ‘trauma’ in de loop van de twintigste eeuw enorm zijn gaan uitbreiden. ‘Trauma’, dat aanvankelijk werd gebruikt voor oorlogsslachtoffers, is een grotendeels subjectieve kwestie geworden. Nu kunnen zelfs woorden of blikken ‘traumatiseren’. In de DSM IV (psychiatrisch handboek, red.) uit 1994 staan niet langer alleen uitzonderlijke gebeurtenissen zoals oorlog of het overlijden van een naaste als oorzaak van posttraumatische stress, maar ook algemeen voorkomende ervaringen die iemands psychische integriteit aantasten. Maar wat tast dan iemands psychische integriteit aan? Een verkrachting of even iemands knie aanraken? Dat opgeblazen gebruik van het woord ‘trauma’ bagatelliseert ook ernstig geweld.

“Nog een twijfelachtige evolutie is dat Sigmund Freud tijdens de Eerste Wereldoorlog probeerde de kracht van ernstig getraumatiseerde mensen in te zetten die hen in staat stelde te overleven op het moment van de schok. Zo poogde hij hun weerbaarheid te versterken. Maar het discours vandaag gaat niet meer over veerkracht maar over bescherming. Trigger warnings (waarschuwingen voor wat mogelijk kwetsend kan zijn, red.) moeten voorkomen dat het crisismoment zich überhaupt voordoet, dat ik geconfronteerd zou kunnen worden met een woord dat ik afstotend of pijnlijk vind. De mens dreigt een open wond te worden die tegen ieder infectierisico beschermd moet worden.”

Waarom staat er een gesprek tussen twee vrienden over een ‘MeToo’-incident in uw boek?

“In mijn voorbeeld ter inspiratie vertelt een vrouw haar vriendin dat zij zich door een man lastiggevallen voelde, maar dat zij zich op het moment van de gebeurtenis nogal meegaand opstelde en nu over de man wil klagen bij een hogere autoriteit. De vriendin kan op twee manieren reageren. De eerste is zich volledig verplaatsen in de positie van de vrouw die wil klagen en proberen de wereld door haar ogen te zien. Dit is wat wij empathie noemen en zeer op prijs stellen.

“De andere mogelijkheid is dat de vriendin als zichzelf spreekt, haar eigen normen toepast en bijvoorbeeld zegt dat zij zichzelf in een dergelijke situatie direct zou hebben verdedigd en dat het verkeerd is om nu achteraf over dit incident te klagen terwijl het helemaal niet zeker is of de man zelfs maar kan weten dat hij een grens heeft overschreden. Wij zouden die tweede optie niet erg empathisch noemen maar zelfs hard.”

Welk perspectief is volgens u het juiste?

“In goede vriendschappen hebben we beide perspectieven nodig. Goede vrienden proberen zich natuurlijk in te leven in elkaar. Maar als een vriendin de wereld alleen door mijn ogen ziet en niet door haar eigen ogen, wat leer ik dan? Hoe moet ik me verder ontwikkelen? Ik weet al hoe ik de wereld zelf zie en aanvoel. Als ik iets wil leren, mij in de toekomst misschien anders, zelfverzekerder wil gedragen, dan moet ik van mijzelf verwachten dat ik een andere houding aanneem. Maar in de discussies over MeToo krijg ik de indruk dat het empathische standpunt overheerst. Je móét meeleven, maar je mag niet oordelen.”

Waarom stelt u dat als gevoeligheid een hogere prioriteit krijgt dan veerkracht, zoals we nu zien, “er een risico van sociale stagnatie is”?

“In de eerste plaats probeer ik aan te tonen dat veerkracht niet het tegendeel is van gevoeligheid. Veerkracht komt voort uit kwetsbaarheid. Om uit crisissen te kunnen groeien, moeten wij geen harnassen zijn, maar gevoelige wezens. Friedrich Nietzsche (Duits filosoof, red.), die veel over veerkracht heeft geschreven, is daar een heel goed voorbeeld van. Nietzsche was eigenlijk zeer gevoelig. Toch schreef hij dat we ook open moeten staan voor pijn. Als wij onszelf beschermen tegen alles wat belastend of onaangenaam is, verhinderen we groei al bij voorbaat en houden we elkaar vast in zwakheid en afhankelijk van beschermende instellingen. Aan de andere kant moeten we voorzichtig zijn en niet in de andere richting doorschieten. Van personen van kleur verwachten dat zij zich laten discrimineren om weerbaar te worden, is natuurlijk niet wat ik wil zeggen.”

Als de samenleving almaar gevoeliger wordt, waar komen we dan uit? Allemaal afgezonderd, op een veilige afstand van alle ‘schadelijke’ anderen?

“Nee, dat denk ik niet. Sensibilisering is geen rechtlijnig proces. Ons heden is veel complexer. Nu raken bijvoorbeeld grote delen van de bevolking weer gewend aan oorlog en aan het idee dat alle doden aan Oekraïense en Russische zijde noodzakelijk en onvermijdelijk zijn in de strijd voor vrijheid. Pacifistische standpunten worden belachelijk gemaakt. We moeten ons niveau van beschaving dus niet overschatten. De krijger leeft nog steeds in ons en komt naar buiten zodra er ruimte voor is.”

Soms worden mensen ervan verdacht in de slachtofferrol te kruipen als een manier om aandacht, geld, geruststelling en steun te krijgen. Hoe ziet u dat?

“In de eerste plaats is het goed en juist dat slachtoffers een stem hebben, dat zij worden gehoord en gerespecteerd. Voorheen werd slachtofferschap diep beschaamd. Maar we moeten voorkomen dat de positie van het slachtoffer zodanig aantrekkelijk wordt dat men er zelfs munt uit zou kunnen slaan. Want wie slachtoffer is, is nu moreel verheven, staat altijd aan de goede kant.

“In dat opzicht vind ik de verwijzingen naar ‘dader-slachtofferomkering’ zeer problematisch. In Duitsland is dat ondertussen een courante beschuldiging aan het adres van mensen die om nuancering vragen. Dat doen ze bijvoorbeeld door de vraag op te werpen of iemand echt een slachtoffer is, in die zin dat hij of zij geen optie had om te handelen. Sommigen komen dan meteen aanzetten met: ‘Jij maakt van het slachtoffer de dader en van de dader het slachtoffer’.

“En in het MeToo-debat werden ook vrouwen die zich gemakkelijk hadden kunnen losmaken van de seksuele wil van een man in een bepaalde situatie slachtoffers genoemd. Vaak maakten die vrouwen zich niet los omdat vrouwen eeuwenlang is geleerd om inschikkelijk te zijn. Maar is zo’n vrouw een slachtoffer? In plaats van dat wij vrouwen onszelf in deze positie vastzetten, moeten we elkaar de kracht geven om autonoom te zijn.”

Zou je zeggen dat sociale media ons meer of minder empathisch maken?

“De Britse filosoof David Hume toonde in de achttiende eeuw al aan dat wij ons meer kunnen inleven in degenen die op ons lijken. Dan is empathie heel gemakkelijk, dus binnen ons eigen kringetje is die groot. Het wordt moeilijker als de anderen echt anders zijn. Of het nu vanwege hun huidskleur is, of vanwege hun wereldbeeld. Ik maak het zelf vaak mee dat ik op Twitter of Facebook beledigd word omdat ik een andere houding heb. Er wordt geen poging gedaan om mijn houding te begrijpen. Het gaat om polarisatie, niet om differentiatie en dat komt gewoon door de manier waarop die algoritmen werken.”

Is dit boek uw manier om te zeggen dat het onrealistisch is om te verwachten dat de anderen en de wereld ooit gevoelig genoeg kunnen zijn voor ons?

“Er zal altijd een spanning zijn tussen mij en de wereld, tussen mij en andere mensen. Maar wat voor wereld zou het zijn die mij behandelt als een wandelende wond die beschermd moet worden tegen elke infectie? Ja, de wereld moet zich zeker aanpassen aan onze behoeften en onze beperkingen. Denk maar aan de wereld van de arbeid, die momenteel op sommige gebieden een enorme herstructurering ondergaat.

“Maar omgekeerd moeten wij ons ook aanpassen aan de wereld en haar eisen. Het is een evenwichtsoefening die we voortdurend moeten uitvoeren, en vandaag kantelt dat evenwicht wel heel erg richting gevoeligheid. Dat terwijl weerbaarheid niet de vijand is, maar het zusje van de sensibiliteit. Alleen samen zijn ze opgewassen tegen de toekomst. Als baby mochten we nog genieten van de wereld die zich aan ons aanpaste. Als je ouder wordt, is dat voorbij.”

Sensibel. Over de grenzen van menselijke gevoeligheid, 224 pagina’s, Ten Have, 20,99 euro.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234