Zondag 27/11/2022

InterviewDe vragen van Proust

Filosofe Griet Vandermassen: ‘Ik heb een aantal seksuele relaties gehad met mannen waarbij ik te weinig rekening heb gehouden met hun emoties en kwetsbaarheid’

Griet Vandermassen: ‘Ik ben katholiek opgevoed en bad als kind elke avond in bed een paternoster. Maar mijn geloof is geleidelijk aan afgebrokkeld.’ Beeld © Stefaan Temmerman
Griet Vandermassen: ‘Ik ben katholiek opgevoed en bad als kind elke avond in bed een paternoster. Maar mijn geloof is geleidelijk aan afgebrokkeld.’Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Vijfentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Deze week: filosofe en auteur Griet Vandermassen (52). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

Ann Jooris

Hoe oud voelt u zich?

“Ergens begin de 40. Ik voel wel dat er al wat levensjaren op zitten. Als twintiger was ik een zeer schuchter en onzeker iemand met een minderwaardigheidscomplex. Ik voel me zeker niet meer de persoon van toen, maar heb ook nog niet de maturiteit die ik associeer met een vijftiger. Daar ben ik dan toch nog te veel zoekende voor. Ik zie er ook geen 52 uit, denk ik. Mijn uiterlijk geeft mij de boodschap dat ik me een beetje jonger mag voelen dan ik echt ben.” (lacht)

Wat was de moeilijkste periode in uw leven?

“Mijn puberteit en adolescentie. Dat was de hel voor mij. Ik voelde mij gedrochtelijk lelijk en sociaal totaal onaangepast. Het klimaat thuis voelde verstikkend aan. Mijn vader was 50 toen ik geboren werd, mijn moeder 46. Ik had het gevoel dat ik opgroeide bij mijn grootouders. Ik nam hen het enorm kwalijk dat zij zo oud waren. Communicatie tussen ons was er bijna niet. Mijn vader was een vader van de oude stijl die niet kon praten met zijn kinderen. Hij was metselaar en werkte voor zijn gezin: dat was zijn manier van zorgen. Mijn moeder was behoorlijk puriteins. Bovendien waren mijn vier zussen veel ouder, dus in mijn ervaring was ik alleen. Die eenzaamheid leek eindeloos.

“Later, toen ik mij iets beter begon te voelen, heb ik vaak de gedachteoefening gemaakt: ‘Stel dat je moet kiezen: ofwel ga je nu dood, ofwel mag je blijven voortleven, maar dan moet je wel die periode opnieuw doormaken.’ Het antwoord was eenvoudig: ‘Ik wil nu dood.’ Ik zou dat trouwens nog altijd antwoorden. Terwijl er, als ik het objectief bekijk, niet zulke vreselijke zaken aan de hand waren. Het was gewoon dat puberale brein dat emotioneel reageerde. De neocortex, die zorgt voor redelijk denken en zelfcontrole, is dan nog niet echt ontwikkeld. Ik was toen ook een stuk dikker. Mijn enige lichtpunt was dat ik bij de besten van de klas was, maar voor de rest was het één groot donker gat waar ik geen uitweg uit zag.

“Heel langzaam ben ik eruit geraakt door in Gent te komen studeren. Verlost te zijn van mijn ouders en in een totaal andere omgeving terecht te komen. De eerste onafhankelijkheid. De universitaire context. Een intellectuele wereld die openging. Door leuke mensen te leren kennen, heel veel vreemde vogels, en zo verwantschap te vinden. En door heel veel therapie.”

Hoe was uw kindertijd?

“Aan mijn prille kindertijd heb ik alleen maar goede herinneringen. Ik ben opgegroeid in Borsbeke, een boerendorpje nabij Zottegem. Thuis had ik mijn eigen speeluniversum en zodra ik kon lezen ook mijn eigen leesuniversum. Ik ging daar helemaal in op, en dat was fijn. Daarnaast had ik een hartsvriendinnetje dat ik elke dag zag. Maar dan kwam de puberteit en was het afgelopen met de kinderlijke vrede en onschuld.”

Waar hebt u spijt van?

“Spijt is een concept dat ik niet zo snel zal hanteren, omdat ik een determinist ben. Ik geloof dat elke handeling die wij stellen het onvermijdbare resultaat is van een hele causale keten van alles wat eraan voorafging.

“Los daarvan, stel dat ik terug zou kunnen gaan in de tijd met de breinrijpheid die ik nu heb, dan zou ik mijn ouders wel graag wat warmer bejegenen als tiener. Toen ik een beetje volwassener werd, ging ik beseffen zij ook maar een product van hun tijd waren. Zij hebben hun best gedaan.

“Ik heb ook een aantal mannen onheus bejegend. Door een grote onzekerheid over mijzelf en een grote nood aan bevestiging heb ik een aantal seksuele relaties gehad met mannen waarbij ik veel te weinig rekening heb gehouden met hun emoties en kwetsbaarheid. Mocht ik terug kunnen in de tijd, dan zou ik ook dat anders aanpakken.”

BIO

geboren in 1970 in Zottegem • filosofe, auteur en publiciste • studeerde Germaanse talen en wijsbegeerte aan de UGent • haalde in 2007 een doctoraat in de wijsbegeerte • onbezoldigd postdoctoraal medewerker UGent • auteur van Darwin voor dames (2005) en Dames voor Darwin (2019) • woont in Gent

Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Ik denk dat de nood om tot een groep te behoren mij vreemd is. Als tiener deed mij dat wel pijn, nergens toe te behoren. Nu ervaar ik al geruime tijd dat die nood er gewoon niet is. Ik kan en wil mijzelf niet in een hokje situeren. Ik ben ook heel analytisch ingesteld. Beide kenmerken zijn nogal autistische trekjes, vermoed ik, maar die combinatie helpt mij wel om out of the box te denken. Ik vertrek niet vanuit een ideologische positie maar vanuit de data, en kom tot conclusies via redelijk denken.

“Anderen kunnen mij moeilijk plaatsen, maar ze doen het toch, hoor. Ik word sowieso ideologisch gekaderd. Maar ik denk dat dat vooral is omdat velen redeneren vanuit een ideologische positie en daardoor de behoefte hebben om mij ergens te positioneren of vast te pinnen.

“Hoe dan ook hou ik van mijn onafhankelijkheid. Ik kan schrijven wat ik wil, zonder bang te hoeven te zijn dat mijn volgende project niet gefinancierd wordt omdat het ideologisch niet goed ligt. Academici moeten tegenwoordig iets meer in de pas lopen en doen soms aan zelfcensuur uit angst voor hun carrière.

“Er is op YouTube een Nederlandse socioloog, Ruud Koopmans, die een korte talk geeft over hoe hij nooit problemen gehad heeft om zijn onderzoek gepubliceerd te krijgen, behalve met één studie. Uit dat onderzoek bleek dat er een causaal verband bestaat tussen theologische teksten en terreur, en dat vooral binnen de moslimwereld. Na veel tegenkanting is dat werk dan toch gepubliceerd, maar zijn coauteur vroeg hem om zijn naam te schrappen. Hij was net vader geworden en wilde niet dat zijn loopbaan aan de universiteit in het gedrang zou komen. Die man heeft zichzelf dus gecensureerd omdat controversieel onderzoek hem duur te staan zou komen. Dat is toch verregaand? Heel het project van vrij academisch onderzoek komt zo in het gedrang.”

Wat drijft u?

“Als ik de vraag interpreteer als wat mij drijft in het leven, denk ik: veel te weinig. Ik ben eigenlijk niet zo’n levenslustig persoon. Het blijft wel een worsteling om zin te vinden en om ergens volledig in op te gaan. Er zit een bepaalde inertie in mij waar ik vaak tegen moet vechten. Mijzelf dwingen tot actie. Existentieel sta ik waarschijnlijk nog altijd niet sterk in mijn schoenen.

“Wat mijn werk betreft, dat ligt anders. Columns schrijven vind ik ook een worsteling, omdat de complexiteit van de materie mij telkens overweldigt. Ik wil mijn standpunt gebalanceerd en correct brengen, maar vaak is het heel moeilijk om dat in zo’n kort bestek te doen. Een duidelijke boodschap brengen en tegelijk misverstanden proberen te vermijden, is niet evident. Toch hoop ik, en dat is dan wel een drijfveer om het te doen, dat mijn stem ergens een verschil kan maken.

“Ik hoop dat mijn stem een beetje balans brengt in het debat over genderthema’s, dat vaak zo gepolariseerd is. Als ik reacties krijg van mensen die zeggen: ‘Ik begrijp mezelf nu beter’ of ‘Ik begrijp de ander nu beter’, dat motiveert mij.”

‘Mijn vader was 50 toen ik geboren werd, mijn moeder 46. Ik had het gevoel dat ik opgroeide bij mijn grootouders. Ik nam hen het enorm kwalijk dat zij zo oud waren.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Mijn vader was 50 toen ik geboren werd, mijn moeder 46. Ik had het gevoel dat ik opgroeide bij mijn grootouders. Ik nam hen het enorm kwalijk dat zij zo oud waren.’Beeld © Stefaan Temmerman

Is het leven voor u een cadeau?

“Nee, totaal niet. Nog altijd niet. Het is daarvoor een te grote worsteling. Ik lees soms in ‘De vragen van Proust’: ‘De kans dat je geboren wordt is oneindig klein, dus is het leven een cadeau.’ Zo nuchter zit ik toch niet in elkaar.”

Welke kleine dingen kunnen u blij maken?

“Elke ochtend word ik blij door het oogsten van kefir. Ik vind dat zo wonderlijk. Je giet melk op de bloemetjes en de dag daarna krijg je een heerlijke, romige substantie. En vogeltjes zien baden in ons vijvertje, dat vind ik ook zalig. Of iemand die naar mij glimlacht op straat. Dat kan mij plots uit mijn gepieker halen en een zonnetje in mijn hoofd brengen.”

Wat is uw zwakte?

“Ik ben een piekeraar. Om te proberen in het hier en nu te leven en niet te piekeren over dingen die ik toch niet onder controle heb, verdiep ik mij in het stoïcisme. Dat lukt als alles goed gaat. Maar als ik een tegenslag heb, wordt het al veel moeilijker om gewoon los te laten en te denken dat het wel weer beter wordt.

“Ik ben ook een enorme controlefreak. Ik heb graag mentale controle over alles wat ik niet alleen in de loop van de dag nog moet doen, maar ook morgen en overmorgen. Ook al zijn dat heel kleine dingen, zoals naar de apotheek gaan. Dat moet allemaal geordend zijn in mijn hoofd. Ik moet het gevoel hebben dat ik overzicht heb. Dat mentale gezeur in mijn kop verhindert dat ik gewoon kan opgaan in het hier en nu.

“Zo is op reis gaan ook niet echt mijn ding. Te avontuurlijk. Ik zit graag thuis, daar is alles overzichtelijk. Ik voel mij namelijk heel snel hulpeloos. Mijn oriëntatievermogen is zo goed als onbestaande. Ik verdwaal voortdurend. Ik kan in het centrum van Gent rondfietsen en gewoon niet meer weten waar ik mij bevind. En dan is het wel leuk, en dat heb ik pas de laatste jaren ervaren, om een man te hebben die de problemen voor mij oplost.

“Vroeger kon ik daar niet goed tegen, want ik was de feministe en wilde onafhankelijk zijn. Nu kan ik daarvan genieten. En mijn vriend vindt het leuk om een ridderlijke rol te vervullen. Voilà, dat is dus goed voor beide partijen.” (lacht)

Hoe definieert u liefde?

“Elkaar vrij laten. Niet proberen om de ander te controleren, maar de ander ruimte geven om zichzelf te zijn en ook een eigen leven op te bouwen naast de relatie. Daarnaast ook verbondenheid en elkaar steunen en stimuleren. En blij zijn voor elkaar. Generositeit.”

Wat biedt u troost?

“Naar vogeltjes kijken. Aan die tak daar hangt een vetblokje waar heel veel meesjes op afkomen. Als ze komen aangefladderd lijken ze zo licht en vrolijk.

“Ook Vlaamse stripklassiekers lezen, bijvoorbeeld van Jef Nys en Willy Vandersteen. Ik vind het ongelooflijk dat die mensen hun hele leven besteed hebben aan het bedenken van een grappig imaginair universum, en dat dan ook nog eens heel mooi in beeld konden brengen. Die strips zijn echte juweeltjes van verbeelding en creativiteit. Ik heb er nog een aantal van vroeger en probeer ze ook via tweedehandsmarkten te verzamelen. Ik ga dan wel voor de oude versies, de niet-ingekleurde.”

Wat is uw grootste angst?

“In een file zitten waar een vrachtwagen op inrijdt. Dat is echt een schrikbeeld. Ik ben sowieso bang in de auto. Ik heb in mijn familie- en kennissenkring te veel weet van mensen met een hersenletsel door een auto-ongeluk.”

Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Tranen met tuiten huilen, dat is al lang geleden. Zo’n twee jaar, toen we onze poes een spuitje moesten laten geven. Wat mij wel vaak overkomt, is dat de tranen mij in de ogen springen. Deze ochtend nog, toen ik in de krant las over de vele witte spookfietsen die nu overal in Vlaanderen opduiken als herinnering aan fietsers die omkwamen in een verkeersongeval.

“Ik schiet heel snel vol door indicaties van vergankelijkheid. Zo zat er eens een spinnetje in mijn kamer dat telkens van de muur op mijn bureau sprong. Ik vond dat zo leuk. Op een dag lag het er dood, en ja, toen moest ik mijn tranen bedwingen.”

Wanneer bent u ooit door het lint gegaan?

“Ik heb ooit mijn toenmalig lief een glas bier in het gezicht gegooid tijdens een ruzie in ons stamcafé. Hij was heel jaloers en de emoties werden te sterk. Zeer beschamend als ik daaraan terugdenk. Als het dan gaat over spijt, zou ik dat ook wel graag kunnen terugdraaien. (lacht) Normaal gezien ga ik niet zo snel door het lint. Ik heb vrij veel zelfcontrole, denk ik. Ik laat de emoties eerder opborrelen om dan ergens een potje te gaan huilen. Dat is gelukkig ook lang geleden. Ik zal mij niet snel afreageren op iemand. Ik trek mij terug.”

Wat is uw vroegste herinnering?

“Ik herinner mij stapels felgekleurde blokken in de kleuterklas en ook schildersezeltjes en grote penselen waarmee we mochten kliederen op papier.”

Wat hing er aan de muur van uw tienerkamer?

“Eerst Boy George en Duran Duran. Hun gender blending vond ik mateloos fascinerend. Daarna The Virgin Prunes, macaber geschminkte mannen in zwarte kleren die met brandende toortsen stonden te zwaaien op het podium.

“Mijn moeder was daar niet mee opgezet. Zij was nogal streng. Zo mocht er bij ons thuis geen muziek opstaan want dat was te liederlijk. Dus telkens als ze de tuin in ging, holde ik naar de radio. (lacht) Muziek is trouwens nog altijd een passie, net als dansen.”

‘Op reis gaan is niet echt mijn ding. Te avontuurlijk. Ik zit graag thuis, daar is alles overzichtelijk. Ik voel mij namelijk heel snel hulpeloos.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Op reis gaan is niet echt mijn ding. Te avontuurlijk. Ik zit graag thuis, daar is alles overzichtelijk. Ik voel mij namelijk heel snel hulpeloos.’Beeld © Stefaan Temmerman

Welk boek heeft een speciale betekenis voor u?

“Dit hier. The Evolution of Human Sexuality uit 1979, van de Amerikaanse antropoloog Donald Symons. Dit boek is de allereerste evolutionaire uitwerking van menselijke seksualiteit. Het is niet alleen heel sterk onderbouwd maar ook bijzonder grappig geschreven. En het heeft ook voor mij persoonlijk een bijzondere betekenis omdat ik de auteur leren kennen heb tijdens een onderzoeksverblijf aan de University of California in Santa Barbara, waar hij toen aan verbonden was. Fantastische man. Een van de intelligentste mensen die ik ooit ontmoet heb.

“In zijn boek toont Symons aan dat mannen en vrouwen seksueel verschillen. Door evolutie zitten we anders in elkaar. Zo zijn vrouwen bijvoorbeeld seksueel kieskeuriger dan mannen. Zijn inzichten waren revolutionair in die tijd, want toen werd algemeen aangenomen dat mannen en vrouwen biologisch gezien seksueel gelijk waren. In genderstudies vandaag de dag is dat trouwens nog altijd het heersende uitgangspunt. Psychologische verschillen tussen de seksen zouden weinig of niets te maken hebben met biologie. Dat boek is dus vandaag nog altijd even relevant.

“In het feministische denken wordt die evolutionaire component grotendeels ontkend, vaak vanuit ideologische motivatie. Dat was en blijft mijn grote onderzoeksfocus. Wat mij daarbij fascineert is een opvallend gebrek aan wetenschappelijke argumentatie in discussies over genderissues. Dat is iets wat ik ook aankaart of aanklaag, en waarbij ik probeer om zelf zoveel mogelijk evidence-based te argumenteren.”

Waarover bent u de laatste tijd dieper gaan nadenken?

“Over mannen. (lacht) Ik heb het daarnet al wat belicht. Ik denk dat het heersende denkkader over gender te weinig ruimte laat voor mannen. Ik denk dat veel vrouwen in een bepaalde periode van hun leven hun seksualiteit inzetten om te checken in hoeverre mannen hen aantrekkelijk vinden, met andere woorden om hun gevoel van eigenwaarde op te krikken in een zoektocht naar zichzelf. Ik heb al vaak zien gebeuren dat vrouwen duidelijk proberen om de aandacht van een man te krijgen, niet omdat ze die man willen, maar voor zichzelf.

“Ik denk dat we er te weinig bij stilstaan dat dat voor mannen wél pijnlijk kan zijn. En dat veel mannen dat meemaken. Vrouwen beseffen te weinig dat mannen ook slachtoffer kunnen zijn, omdat ze in het huidige discours vooral als roofdieren worden gecast. Ik denk niet dat dat goed is voor de dynamiek tussen mannen en vrouwen. Er is terecht heel veel aandacht voor vrouwelijke slachtoffers, maar er is te weinig reflectie naar mannen toe.

“Ik weet dat ik op sociale media reacties zal krijgen omdat ik aan victim blaming zou doen. Dat ik zeg dat vrouwen ‘het zelf zoeken’. Maar soms maken feministen het mij wel gemakkelijk met hun zeer voorspelbare reacties. Op sociale media speelt tribalisme. Mensen willen aangeven dat ze bij de goede groep horen, hun commitment aan de community tonen. Door te zeggen: ‘Die Vandermassen, dat is een transfoob.’ Zo verliezen die woorden elke betekenis.”

Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Ik ben katholiek opgevoed en bad als kind elke avond in bed een paternoster. (lacht) Dat gaf mij een veilig gevoel, denk ik. Maar mijn geloof is geleidelijk aan afgebrokkeld doordat ik merkte dat het katholieke verhaal vol tegenstrijdigheden zat. Ik ben atheïst geworden en denk niet dat er religieuze ervaringen op mijn pad zullen komen.”

Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Beter dan toen ik 20 was. Ik doe wel mijn best om mijn lichaam te verzorgen, gezond te leven, veel te bewegen. Maar ik word natuurlijk ouder. Dat merk ik wel. Dat vind ik ook lastig. Maar het alternatief voor ouder worden is natuurlijk jong sterven, dus we nemen het erbij.

“Mijn lichaam is wel stressgevoelig en ook pijngevoelig. Dat maakt het soms een klus om het te aanvaarden. Maar grosso modo voel ik me wel goed in mijn vel. Ik ga regelmatig lopen. Dat is niet alleen goed om er wat strakker uit te zien, het geeft mij ook een gevoel van zelfcontrole en zelfdiscipline, want ik heb de inertie overwonnen.”

Wat vindt u erotisch?

“Uitgesproken aders op de onderarmen van een man.”

Wat is de speciaalste plek waar u ooit de liefde bedreven hebt?

“In een begijnhof.”

Hoe zou u willen sterven?

“Vredig in mijn slaap na een mooie dag.”

Wat zou u wensen als laatste avondmaal?

“Een Japanse maaltijd bereid door Jiro Ono, een van de bekendste Japanse sushimeesters. Hij is 96 en heeft heel zijn leven gewijd aan het maken van sushi. Er is trouwens een mooie documentaire over hem gemaakt, Jiro Dreams of Sushi. Daarin zie je zijn enorme toewijding aan de juiste manier om vis te versnijden.”

Welke droom hebt u nog?

“Een wijze vrouw worden. Iemand die volledig in het reine is met zichzelf en evenwichtig in de wereld staat. En die met mildheid kan kijken naar anderen. Zoals Donald Symons. Zo’n levenswijsheid dat die man heeft. Zo zou ik willen worden, maar dan de vrouwelijke versie ervan.

“In een boek van Brené Brown (Amerikaans professor en schrijfster, red.) heb ik een mooie denkoefening gelezen om het beste uit jezelf te halen: ‘Ga op bed liggen, doe je ogen dicht en ontspan je. Stel je dan voor dat je over twintig jaar bij jezelf op bezoek gaat. Je belt aan. De deur gaat open. Wie zou je daar willen zien staan?’ Een mooie stimulans, toch?”

‘Ik wil graag nog een wijze vrouw worden. Iemand die volledig in het reine is met zichzelf en evenwichtig in de wereld staat. En die met mildheid kan kijken naar anderen.’ Beeld © Stefaan Temmerman
‘Ik wil graag nog een wijze vrouw worden. Iemand die volledig in het reine is met zichzelf en evenwichtig in de wereld staat. En die met mildheid kan kijken naar anderen.’Beeld © Stefaan Temmerman

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234