Zondag 27/11/2022

InterviewJos Geysels

Ex-toppoliticus Jos Geysels over een sluipend gif: ‘Armoede ondermijnt het draagvlak voor democratie’

Terwijl de inflatie toeneemt en een recessie dreigt, krijgen mensen het moeilijker om hun rekeningen te betalen. In het pamflet Ten derden male trekt ex-voorzitter van Agalev (nu Groen) Jos Geysels daarom van leer tegen armoede en de manier waarop de overheid die bestrijdt. ‘Dit is te belangrijk om moedeloos te worden.’

Paul Notelteirs

“Het is nodig om op dezelfde nagel te kloppen.” Frustraties over de Belgische armoedeaanpak komen wel vaker voor bij mensen die in de sociale sector werken, maar weinigen schrijven er vuriger en frequenter over dan Jos Geysels.

Na De schande en de keerzijde in 2014 en Uit woede en onbegrip (2019) ligt met Ten derden male opnieuw een werk over armoede door hem en Erik Vlaminck in de boekhandel. Het is een gebald pamflet waarin de auteurs met een karrenvracht aan cijfermateriaal willen aantonen dat de kloof tussen arm en rijk onwenselijk en onmenselijk is.

Daarbij volgen verwijzingen naar de lange wachtlijsten voor een sociale woning, lege brooddozen en onbetaalbare energiefacturen elkaar in sneltempo op. Het zijn pijnlijke feiten, al maken de auteurs met de titel van hun tekst al duidelijk dat ze er niet op uit zijn veel nieuwe informatie aan te brengen.

Waarom moest Ten derden male er dan toch komen?

“Sinds de publicatie van ons eerste pamflet werden de cijfers over armoede steeds verontrustender, waardoor we gedwongen werden te herhalen wat we eerder schreven. Je ziet nu overal de verschillen tussen wie er nog bij hoort en wie niet, ongeveer een derde van de bevolking leeft nu onder of net boven de armoedegrens.

“De maatschappij en de politiek onderschatten het probleem enorm, terwijl het het draagvlak voor democratie ondermijnt. Mensen die het gevoel hebben dat ze geen deel uitmaken van de samenleving haken sneller af. Ze voelen zich machtelozer, volgen de actualiteit niet meer en kunnen politiek misbruikt worden door extreemrechts.

“Met het boek willen we de gevaarlijke tweedeling in de samenleving duiden en tonen dat iedereen recht heeft op een deel van de koek waar we samen aan werken. Want dat idee dreigt te verdwijnen.”

Waar schiet het Belgische armoedebeleid het meest tekort?

“Al dertig à veertig jaar luidt het dominante discours dat als iedereen zijn best doet en werkt, de armoede uiteindelijk wel zal verdwijnen. De denkwijzen van veel politici zijn op economisch en maatschappelijk vlak voorbijgestreefd. Ze houden te veel vast aan individualisme en dat verklaart waarom armoede zo schoorvoetend aangepakt wordt.

“Daarnaast weegt het mattheuseffect (wie rijk is zal nog rijker worden, red.) sterk op het beleid: de hogere inkomensklassen genieten meer van de belastingvoordelen en subsidies dan wie een lager inkomen heeft. Je ziet dat ook bij de huidige energiemaatregelen. Mensen in armoede profiteren bijvoorbeeld helemaal niet van het fiscaal interessante regime rond zonnepanelen en betalen daarom nog steeds hogere elektriciteitsprijzen.

“De sociale toelagen moeten verhoogd worden en politici horen na te denken over wie ze precies willen helpen met maatregelen. We moeten niet Mattheus, maar de principes van zijn mede-evangelist Lucas volgen: de sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen.”

De kritiek dat overheidssteun niet efficiënt genoeg verdeeld wordt, is ouder dan de energiecrisis. Hoe staat u tegenover het kinderbijslagsysteem waarbij ook de rijksten een hoog basisbedrag ontvangen?

“Het is normaal dat ieder kind een bepaalde basistoelage krijgt, maar de vraag is hoe groot dat bedrag moet zijn.

“Bij de regeringsonderhandelingen in 2019 riepen we de Vlaamse regering al op om het systeem onder de loep te nemen. Via een betere verdeling van de middelen zou de kinderarmoede significant kunnen dalen, maar dat is destijds niet gebeurd. Daarom krijg ik een déjà vu wanneer ik over de recente begrotingsonderhandelingen lees.

“Een soortgelijk probleem zie je bij de algemene btw-verlaging op energie. Het is een dure maatregel waar ook de hogere inkomens van profiteren, terwijl zij meer energie verbruiken en de rekening in verhouding tot hun loon minder zwaar doorweegt. Ze worden ook niet aangespoord om energie te besparen.

“Vanuit armoedeperspectief is er dus nood aan een sociaal en klimaatvriendelijk alternatief, al helpt het sociaal tarief vandaag al veel mensen.

Nochtans maakt slechts de helft van de rechthebbenden daar gebruik van. Waarom is het zo moeilijk om hen correct te informeren?

“Er is al veel onderzoek gedaan naar die zogenaamde non-take-up van bepaalde rechten. Wie lager geschoold is of tot een lagere inkomensklasse behoort, is minder in staat om het digitale verkeer te volgen en snel op bepaalde berichten te antwoorden.

“De gratis treintickets die de overheid tijdens de coronacrisis aanbood, werden bijvoorbeeld vooral door de mensen met de hogere inkomens gebruikt. De stap om die digitaal aan te vragen, was voor velen te groot.

“Daarom is het ook zo belangrijk dat de loketten weer vaker opengaan. Mensen moeten de kans krijgen om hun verhaal te doen aan iemand, zonder dat ze daarvoor eerst uren aan de telefoon moeten hangen. Ik ben vrijwilliger bij armoedeorganisatie T’ANtWOORD in Turnhout en daar zien we elke dag mensen met digitale facturen die zo lang bleven liggen dat de rente nu hoger ligt dan het oorspronkelijk verschuldigde bedrag.

“Het menselijke contact is daarom cruciaal, al kan de overheid ook meer doen om rechten onmiddellijk toe te kennen.”

In het pamflet uit u ook uw bezorgdheid over samenlevingen waarin armoedebestrijding als een gunst gezien wordt. Hoe groot is de kans dat dat hier gebeurt?

“De voorbije decennia hamerden armoedebewegingen er sterk op dat armoede een maatschappelijk probleem is en geen individueel issue. In de grondwet staat dat iedereen recht heeft op behoorlijke huisvesting en een gezond leefmilieu, maar toch merk je dat die rechten steeds vaker als een vorm van liefdadigheid geportretteerd worden.

“Het negentiende-eeuwse onderscheid tussen goede en slechte armen steekt zo weer de kop op. Die laatste groep zou de armoede aan een gebrek aan verantwoordelijkheid, onwil of luiheid te danken hebben. Enkel wie zich goed gedraagt, heeft dan nog recht op een uitkering. Je krijgt dan karikaturen waarbij gezegd wordt dat ze maar moeten werken om uit de miserie te geraken, maar hoeveel werkende armen zijn er? Hoeveel alleenstaande moeders met kinderen die in de problemen zitten?”

In een economische crisis neemt die woede tegenover vermeende ‘profiteurs’ nog verder toe. Hoe temper je die gevoelens van de middenklasse?

“Ik begrijp die gevoelens van mensen die hard werken en slechts een laag of gemiddeld loon krijgen. Alleen mogen we in die discussies niet te veel naar beneden kijken en is het noodzakelijk om de feiten niet uit het oog te verliezen.

“Het leefloon voor alleenstaanden bedroeg in augustus van dit jaar 1.137 euro, dat is nog altijd meer dan 150 euro onder de armoededrempel. De gemiddelde huurprijs van een appartement ligt boven 700 euro, tel dan maar eens uit wat je overhoudt.

“Ik vind daarom dat we de taksen op arbeid moeten verlagen. Je kunt vermogens belasten om die maatregel te financieren, maar als gedachte-experiment zou je je kunnen voorstellen dat we hier naast het bestaansminimum ook een bestaansmaximum invoeren. Je zou dan bijvoorbeeld slechts 50, 100 of 200 keer het minimumloon kunnen verdien.”

Ik vrees dat de ‘slachtoffers’ van zo’n maatregel naar Monaco verhuisd zijn nog voor het gedachte-experiment afgelopen is.

“De ondermijning van de samenleving is op termijn niet houdbaar, er moet iets gebeuren. Tot de jaren 70 was de vennootschapsbelasting in westerse landen zeer hoog, terwijl de welvaart in die periode sterk toenam. Met zijn New Deal vroeg de Amerikaanse president Franklin Roosevelt in de jaren 30 zelfs tot 90 procent.

“De economische hogepriesters vertellen ons al zo lang dat verschillen qua welvaart belangrijk zijn omdat ze tot creativiteit en een toenemende productie leiden. Maar de zogezegde trickle down-economie, waarbij het geld van de rijken doorsijpelt naar andere klassen, bevordert juist de ongelijkheid.

“Er is nood aan mondiale afspraken. Als het eenmaal in de hoofden van burgers en politici zit, zou je versteld staan hoe snel alles gerealiseerd kan worden.”

Tot die tijd kan scholing uitwegen uit armoede bieden, maar ook daar loopt het spaak. In welke mate is de dalende onderwijskwaliteit aan armoede gelinkt?

“Ze hebben veel met elkaar te maken. Wie tijdens de coronacrisis op een klein appartement zonder digitale apparatuur zat, ging er vanzelfsprekend sterk op achteruit.

“Er verschijnen daarnaast alsmaar meer berichten over lege brooddozen. Dat is pijnlijk, want honger is niet bevorderlijk voor educatie en opvoeding. In het Koninklijk Atheneum van Antwerpen had bij een steekproef een derde van de leerlingen geen lunch bij zich. De situatie is zo urgent dat leraren soms zelfs extra boterhammen van thuis meenemen zodat ze die kunnen uitdelen.”

In de discussies rond gratis schoolmaaltijden werpen tegenstanders op dat sociaal beleid vandaag al te vaak ten koste van lestijd gaat. Hoe staat u daar tegenover?

“Als dat zo zou zijn, dan is het toch een extra reden om die brooddozen zo snel mogelijk te vullen? Ik vind dat we moeten ophouden met dergelijke redeneringen. Als er een probleem is met huurders, los je dat toch ook niet op door te zeggen dat ze maar een huis moeten kopen? Als leerlingen in armoede een probleem hebben door hun situatie thuis, dan is het onze plicht om daar iets aan te doen.”

Als voorzitter van Agalev streed u aan het begin van de eeuw al tegen armoede. Vandaag krijgen groene partijen het verwijt dat hun voorstellen te duur zijn. Hoe terecht is die perceptie?

“Eerst had je de klimaatontkenners, nu de klimaatvertragers. Zij gebruiken inderdaad slogans als ‘groen is poen’, maar het is net ongelooflijk asociaal om onder het mom van betaalbaarheid niets te doen aan de klimaatproblematiek.

“Want de eerste slachtoffers van de gevolgen van die crisis zijn de armen. Niet alleen in Afrika of Azië, maar ook in ons land. Terwijl zij minder verbruiken en die rekening dus helemaal niet zouden mogen betalen.

“Mensen in armoede worden daarbij ook gebruikt door beleidsmakers die geen actie willen ondernemen, en klassieke partijen menen nog te vaak dat maatregelen te veel geld zullen kosten. Terwijl veel voorstellen van de klimaatbeweging met die karikatuur breken. Niets doen: dat zal pas veel kosten.”

Zelfs onder progressieven leiden de lage-emissiezones die Groen bepleit nochtans tot verdeeldheid. Het zijn net de armsten die hun vervuilende wagens niet zomaar kunnen vervangen.

“Onderzoek bewijst dat de grootste slachtoffers van fijnstof net de mensen met lagere inkomens zijn. Bovendien ligt het wagenbezit in die groep lager en moet je rekening houden met alternatieve mobiliteitsvoorzieningen in de lage-emissiezones.

“Het systeem is op lange termijn sociaal, maar op korte termijn moet je er inderdaad voor zorgen dat het voor mensen in armoede betaalbaar blijft. De manier waarop we de lage-emissiezones invoeren, is dus voer voor discussie.”

Hoe groot acht u de kans dat straks een Ten vierden male in de boekhandel ligt?

“Ik word nooit moedeloos, daar is het probleem te belangrijk voor. Sinds de jaren 70 zag ik hoe dezelfde opvattingen over economie, individualisme en oproepen voor zwakkere overheden zo succesvol werden dat ze nog steeds in onze hoofden zitten.

“Daarom willen we onze boodschap opnieuw brengen. Soms moet je iets herhalen om herhalingen te voorkomen. Dat is bijvoorbeeld ook zo in de strijd tegen fascisme.

“Dit pamflet schrijven was een daad van hoop, en als er een vierde of vijfde editie moet komen, dan zullen we dat ook doen. Al ben ik hoopvol: er is volgens mij nog nooit iemand slechter geworden van meer solidariteit. Ik ben al vijftien jaar actief in de armoedebeweging en steeds vaker merk ik dat een aantal politici begrijpen dat het maatschappelijk belangrijk is om de solidariteit te vergroten en dus ook de nodige klimaatmaatregelen te nemen. Zo hoop ik dat de samenleving warmer wordt en de aarde kouder.”

Ten derden male van Jos Geysels en Erik Vlaminck verschijnt op 10 oktober bij Uitgeverij Vrijdag, 48 p., 12,5 euro.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234