Donderdag 26/05/2022

Reis van mijn levenPedro Elias

En route met de familie Elias: ‘Een kwartier later dragen we met het hele gezin vier Rolexen per arm, zorgvuldig onder onze truien verstopt’

Pedro Elias. Beeld Diego Franssens
Pedro Elias.Beeld Diego Franssens

Zomervakanties? Die bracht de familie Elias door in Spanje, natuurlijk. De ritten erheen, die waren legendarisch, zeker die ene keer in 1982 met een aftandse Volvo. Neemt u even plaats op de achterbank naast Pedro, acht jaar oud.

Pedro Elias

Nog 1.375 kilometer.

Het is 8 augustus 1982 en ons gezinnetje staat op punt om voor de zoveelste keer in ons leven naar het zuiden te rijden. Mijn vader, Pedro Elias Sr., heeft net gevraagd om buiten te wachten met onze koffers terwijl hij de auto zal gaan halen. Niet veel later duikt hij op en stapt hij uit met een brede smile. Ik weet aanvankelijk niet precies wat, maar mijn 8-jarige ik voelt meteen dat er iets is veranderd. Heeft mijn vader plots een ringbaard? Een nieuwe polo of aftershave? Nee, het is de auto. Waar ik onze mahoniebruine BMW732i verwachtte te zien, stapt hij nu plots uit een aftandse oranje Volvo 242. Het dak is in een andere kleur en niet veel later zal blijken dat het niet meer dan een stuk hout is dat hij erop heeft gelegd omdat hij de auto nu eenmaal heeft gekocht met een open dak dat niet meer sluit.

null Beeld Pedro Elias
Beeld Pedro Elias

Wanneer iedereen in de auto zit, krijgen we een snelcursus ‘hoe te overleven in deze oranje bolide’. “Pedrito,” (dat ben ik) “Best niet in slaap vallen, want jij zit linksachter en die deur sluit niet goed. Ik zou niet willen dat je op Route Nationale 20 uit de wagen vliegt met 180 kilometer per uur, dat is de snelheid die we gemiddeld gaan moeten halen, willen we voor het einde van de zomer in Spanje geraken. We moeten namelijk om de 50 kilometer stoppen om een liter water in de radiator te gieten, anders geraakt de motor oververhit en kunnen we te voet.”

Mijn zus Meritxell rolt met haar ogen, maar ik weet niet of het omwille van de ‘nieuwe’ auto is, of omdat ik onze hond Teddy Martinez op haar schoot duw… Nadat ik mijn oma, de geweldige Yaya Rosa, én twee middelgrote valiezen ook haar kant op duw. Ik heb graag wat plaats als ik naar het zuiden rijd en ik, ik ben een jongen van 8 en jongens van 8 krijgen voorrang in dit gezin. Ieder zijn cultuurbeleving. Verder vraagt de immer aimabele Pedro Senior of we ons alsjeblief niet willen blesseren tijdens de rit, want hij heeft de EHBO-doos leeggemaakt om er een partij Rolexen in te steken, maar daar komt hij later nog op terug. Concreet: verdere instructies over de Rolexen zullen we krijgen net voor we de grens oversteken.

“Zijn er nog vragen?”

“Ja”, probeert mijn zus Meritxell, “Waarom zitten wij plots in een oranje Volvo en niet in een bruine BMW?”

“Wel, de overgang van reizen in een veilige maar protserige wagen naar reizen in dit sympathieke wrak is een louter boekhoudkundige keuze”, antwoordt hij ongetwijfeld naar waarheid.

null Beeld Pedro Elias
Beeld Pedro Elias

“Papa wil zeggen dat er iets is misgelopen met zijn werk en dat we het voortaan met iets minder auto gaan moeten doen, maar qua eten, scholing en liefde blijft alles hetzelfde. Voorlopig toch”, zegt mijn lieve en nog steeds beeldschone mama. Wanneer ze dan vraagt of we eindelijk kunnen vertrekken, wil mijn vader nog één quizvraag stellen. “Wat maken wij ieder verlof mee en zorgt telkens voor enorm veel stress?” Mijn zus is de eerste die op de denkbeeldige quizbuzzer slaat: “Jij die iedere zomer een tankstation overslaat als het oranje lampje al een halfuur brandt omdat je denkt dat we nog minstens 50 kilometer extra kunnen, waardoor we ieder verlof naast de kant van de weg staan en Pedrito met jou en een lege jerrycan kilometerslang over een onverlichte pechstrook moet stappen op zoek naar benzine?” probeert ze voorzichtig. “Dat ook, Meritxell, maar ik bedoel iets dat ons echt gek maakt.”

Hij wacht niet op verdere antwoorden en houdt plots een grote schroevendraaier in de lucht. “Goed geraden, onze autosleutels, iedere zomer verliezen we die ergens in een stadje en duurt het uren voor we doorhebben dat ze toch onderaan in mama’s sacoche lagen. Wel, deze auto heeft geen slot meer, dus ook geen sleutels die we kunnen verliezen.” Een seconde later steekt hij de schroevendraaier in het contactslot en start de motor na een kwartdraai. Hij kijkt naar ons alsof hij net de verlostang heeft uitgevonden en een wetenschapsprijs verdient, maar wij weten echt niet wat zeggen. Wie dacht dat vorige zomer apart was... Op weg naar Spanje moesten we toen nog met een zieke aap naar een dierenarts rijden, inderdaad, een aap. Die had mijn vader, die werkte als scheepsbevoorrader in de haven van Antwerpen, meegekregen van een Venezolaanse kapitein die ten einde raad was omdat zijn lievelingsaap ziek was en mijn vader zou dat wel even oplossen. Voor een prijsje. Op vakantie gaan is en blijft duur dus alle extra fondsen zijn welkom.

Peuken tellen

Nadat Pedro Sr. de schroevendraaier in mama’s handtas stak, kwam de motor pas echt op kruissnelheid en ik moet zeggen, hij klonk veel interessanter en moediger dan alle BMW’s die we ooit hadden. Misschien omdat er een stuk uitlaat ontbrak, maar toch. We waren onze straat, de Marcel Auburtinlaan, nog niet uit of papa vroeg al aan mama om de houten dakplank vast te houden voor die zou wegvliegen. Hij kon toch niet tegelijk roken, rijden en een dak vasthouden, dat snapte iedereen toch. Roken deed hij het liefst met gesloten ramen, want van de wind kreeg hij anders een longontsteking. Aan het aantal peuken kon ik afleiden hoeveel kilometer we nog moesten rijden, maar het liefst staarde ik naar mijn vaders arm zodra we in Frankrijk waren. Dan mocht het raam wel open en legde hij zijn voorarm uit het venster, pal in de Franse zon. Die arm werd dan bruiner met de minuut en aan de bruinigheid kon ik afleiden hoe ver het nog was.

Lieve god, wat mis ik die arm en die vader. Maar op zijn dood kom ik nog terug, net als hij op de Rolexen. Nu zitten we in de auto, ben ik 8 jaar en luister ik naar een discussie tussen mijn vader en zijn moeder Yaya Rosa. Het zit namelijk zo, mijn grootvader Padri zit al in zijn zomerhuis buiten Barcelona en verwacht ons. Hij kan maar niet begrijpen dat mijn vader ons in het Spaans en niet in het Catalaans opvoedt. Heeft hij dan niets begrepen van wat Franco ons heeft aangedaan? Maar mijn vader vindt het belangrijker dat ik Spaans leer, want dat is een wereldtaal en hij wil dat zijn kinderen later de wereld rond kunnen reizen. Zo is hij al meermaals in New York geweest en hij heeft er geen letter Engels moeten spreken om zich verstaanbaar te maken. Ik besluit tussen te komen en stel voor dat ik deze zomer weer naar de Catalaanse bijles zal gaan. Dat voornemen maakt alle inzittenden blij en wordt gevierd met een streepje muziek: Camilo Sesto, ‘El Amor de Mi Vida’. Een – u raadt het al - nummer over de liefde.

null Beeld Diego Franssens
Beeld Diego Franssens

Nog 870 kilometer. Dan wordt Camilo Sesto vervangen door Julio Iglesias met ‘Me Olvide De Vivir’ (vrij vertaald: ‘Ik vergat te leven’) en leg ik mijn kinderhoofd tegen het venster en staar naar de weg. Ik vraag me af of ik later ook zal vergeten te leven zoals de berouwvolle Julio uit volle borst zingt. En het is alsof Yaya Rosa mijn gedachten kan lezen want ze begint zonder enige aanloop over haar lievelingsgedicht L’horloge van Charles Baudelaire uit Les fleurs du mal. ”Ja Pedrito, ik weet het, je bent nog maar 8 maar besef dat de afgrond altijd dorst heeft.” Ik lach zo normaal mogelijk naar haar. Buiten is het al nacht en ik weet direct weer waarom ik de Fransen iedere zomer zo verfoei: hun auto’s hebben gele koplampen en dat licht priemt zo nijdig door de nacht dat ik zin heb om mezelf bewusteloos te slaan, al was het maar om er even vanaf te zijn.

Achterbank-copiloot

Maar ik sla mezelf niet bewusteloos want ik moet wakker blijven, ik ben namelijk papa’s achterbank-copiloot en de levensverzekering van dit gezin. Als Pedro Sr. in slaap zou vallen achter het stuur moet ik hem snel wakker slaan, dat is onze deal en omdat ik nu eenmaal een betrouwbaar gezinslid ben, heb ik zo mijn voorzorgen genomen: ik heb mijn lange haren tussen het raam geklemd. Mocht ik dan in slaap vallen, dan zou mijn opzijvallende hoofd snel weer wakker worden door het haar dat eruit wordt gerukt. Maar Pedro Sr. slaapt niet, hij rijdt en rookt. Af en toe kijkt hij in de achteruitkijkspiegel en knikt dan liefdevol naar mij voor hij zijn sigaret weer aanzuigt en de kegel logischerwijze van oranje naar knaloranje gaat.

Over oranje kegels gesproken, op de achterbank licht af en toe een andere kegel op, het is die van mijn oma Yaya Rosa die profiteert van de nacht en van het feit dat mijn mama en zus slapen. Ze geeft het woord lurken een nieuwe en eerder exteme invulling en om het compleet te maken, blaast ze de sigarenrook via haar neus uit. Alles voor de grap, lijken haar lieve amandelogen me te zeggen. Ik neem haar sigaarloze hand in de mijne en knijp zachtjes. Ondertussen zingt Julio Iglesias ‘Con la Misma Piedra’ (‘Met dezelfde steen’) en mijn vader vertelt voor de acht miljardste keer dat Julio Iglesias nog de keeper van de eerste ploeg van Real Madrid is geweest, maar door een ongeval in het ziekenhuis was beland en uit pure miserie dan maar was beginnen te zingen.

Wanneer ik mijn vader vraag waarom een Real Madrid-speler een forum krijgt in deze Volvo waarvan beide inzittende mannen op dit eigenste moment een truitje van FC Barcelona dragen, blijft zijn reactie niet lang uit: de Julio Iglesias-cassette wordt via een simpele druk op de knop uitgespuwd en vervangen door een cassette met Los Mejores Chistes Numero 3 de Eugenio, een Catalaanse stand-upcomedian met veel borsthaar, gouden ketting en open hemd. Terwijl Eugenio fenomenale chistes (moppen) tapt en mijn vader het Barça-clubembleem op zijn truitje kust alsof hij net heeft gescoord in La Liga, besef ik voor het eerst in mijn leven dat mijn klasgenoten in totaal andere wagens met totaal andere muziekcassettes naar hun zomerbestemming rijden.

null Beeld Pedro Elias
Beeld Pedro Elias

Een geel koplamplicht haalt me dan uit mijn gedachtenstroom en ik keer terug naar de achterbank waar onze hond Teddy Martinez vredig slaapt op het slanke tienerbeen van mijn zus Meritxell. Een snelle check-up leert mij dat iedereen in deze auto voorlopig nog in leven is, een besef waar ik troost uit haal.

Dan is er storm. En er is maar één werkende ruitenwisser, die aan vaders kant. Gevolg: mijn moeder wordt semi-hardhandig gewekt en meteen in de loopgraven gestuurd, ze moet wissen met haar arm en daarom met een half lichaam uit de rijdende auto gaan hangen, of dat nu goed is voor haar kapsel, tandvlees en mentale hygiëne of niet. Ik zie mijn moeder moedig wissen en ik krijg het warm vanbinnen: help, ik hou zo van dit gezin. God, of je nu bestaat of niet, snoei alsjeblief snel alle bomen langs onze weg en plaats vangrails waar je kan want de Eliaskes moeten het zuiden halen.

De vier kisten met perziken die mijn ouders in Montauban kochten en die verspreid liggen over de achterbank, blijven lekker fris en vochtig want ons dak lekt (lees: het regent binnen). Ik wijs mijn vader op het ongemak en hij is niet onder de indruk, integendeel, moest ik me wat meer met kunstgeschiedenis bezighouden, dan zou ik weten dat onze auto niet lekt want dat het strikt genomen geen auto is maar een kunstwerk. Niemand minder dan Salvador Dalí heeft namelijk een auto uitgevonden waarin het regent. De Taxi Pluvieux. En wij zitten in de Volvo Pluvieux, een variant. “Nog ongemakken te melden, Pedrito?” “Niet direct, papa.”

Nog 380 kilometer. Onder het maanlicht rijden we eindelijk de RN20 af, de bergen in. Na een paar kwartier, een cassette of twee en vooral veel knap bochtenwerk van vaderskant remt hij bruusk. Voor ons ligt een man dwars over de weg, hij is mager, lang en ligt er voor dood. Wanneer mijn moeder haar portier opent om hem te gaan helpen, legt mijn vader zijn hand op haar gordel. Blijf. En sluit je deur alsjeblieft. Onze Volvo meandert vervolgens minutieus tussen de man en de bergrand door. Wanneer ik uit mijn raam kijk, veert de man lichtjes op en steekt hij zijn hand in de lucht. Ik staar in zijn ogen. Hij doet mee. Verder valt het mij op dat hij slecht geschoren is. En in nood. Waarom rijden wij dan door? Niemand die de vraag luidop stelt.

null Beeld Pedro Elias
Beeld Pedro Elias

Pas weken later, wanneer mijn grootvader tijdens het ontbijt voorleest uit La Vanguardia en català, ontdekken we dat er een bende is opgerold in de Franse Pyreneeën waarbij bendeleden zich voor dood op de weg legden om nietsvermoedende automobilisten te doen stoppen alvorens ze van hun wagen te beroven. Wanneer mijn vader me dan de boter vraagt, eist hij in gedachten een trofee van mij op.

Nog 20 kilometer. Nog even en we bereiken de Spaanse grens via Bourg Madame maar dit kan blijkbaar niet zonder een briefing, merkt mijn vader fijntjes op. Aan de eerstvolgende parking stoppen we en haalt hij de doos Rolexen boven. Het is simpel, deze partij horloges zijn voor zijn goede vriend Lucho in Barcelona en hij moet ze bij hem gaan afgeven. Maar… Wil je deze uurwerken importeren, dan betaal je taksen en taksen betalen is net iets wat bedrijfsmatig nu een beetje gevoelig ligt voor Pedro Sr. Bovendien, vervolgt hij, zouden cynici over deze uurwerken kunnen beweren dat ze niet voor de volle 100 procent origineel zijn.

Een kwartier later dragen we met het hele gezin vier Rolexen per arm, zorgvuldig onder onze truien verstopt om zo de grens over te geraken. Ik , Yaya, mama, Meritxell en papa zelf. Enkel Teddy Martinez doet niet mee aan deze zakentransactie. “Bijt straks aan de grens allemaal in een perzik, dat komt sympathiek over”, krijgen we nog mee als laatste tip. Aan de grens verloopt alles zoals voorspeld, de grenswachters houden ons tegen, ik bijt in een perzik, de wachters vragen ons uit te stappen, laden onze koffer uit, vinden niets en zeggen dat we mogen beschikken. Mijn hart bonkt uit mijn lijf op het ritme van de dichtstbijzijnde Rolex. Wanneer we dan met onze uurwerkarmen de grens succesvol over rijden en we 10 meter verder collectief in een zenuwlach uitbarsten, stopt mijn vader plots. Hij rijdt achteruit, tot bij een grenswachter. “Sorry, maar hoe laat is het eigenlijk?”, vraagt hij dan met uitgestreken gezicht. “Ik ben mijn uurwerk in België vergeten.”

Was ik vandaag maar weer 8 jaar, dan konden we die laatste 20 kilometer samen afleggen.

Duerme en paz papa, te quiero.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234