Zaterdag 03/12/2022

ReizenIerland

Een roadtrip langs de rafelrand van Ierland

Op de top van Torc Mountain stond een stijve bries. Beeld Jonathan Vandevoorde
Op de top van Torc Mountain stond een stijve bries.Beeld Jonathan Vandevoorde

Groene heuvels, regen, wind en zonneschijn: ze maken van iedereen in Ierland een dichter of filosoof, althans na een glas Guinness. Een roadtrip langs de indrukwekkende zuidwestkust van het Eiland van Smaragd verveelt daarom nooit.

Jonathan Vandevoorde

De eerste indruk van een vakantiebestemming is altijd een beetje underwhelming. Zelfs nadat ik de uniforme chaos in en rond een luchthaventerminal achter me heb gelaten, raak ik die eerste dag altijd wat gestresseerd van al het gedoe. Kan die rij voor de huurautobalie niet sneller? Hoeveel kost de benzine hier? Kom ik een beetje makkelijk de stad uit? Is wat op mijn boodschappenlijstje staat een beetje snel te vinden in de supermarkt? Hebben ze lekker brood? Waarom piept die zelfscankassa niet? En Ierland eist van elke bezoeker bovendien een bijzonder aanpassingsvermogen zodra je de parkeerplaats uitrijdt. Links rijden! Links rijden! Het gaat als een mantra door mijn hoofd terwijl ik met links probeer te schakelen. En daar komt verdorie al een eerste, doodenge rotonde aan. Met de klok mee! Aan de verkeerde kant van de weg rijden levert al een existentiële vorm van vakantiestress op, maar de Ieren doen er nóg een schep bovenop. Zodra ik de snelweg ten noorden van de stad Cork aan de linkerkant verlaat (en meteen weer een rotonde overleef), lijkt het alsof grote wegen ophouden te bestaan. De slingerende route naar Blarney, die bij ons onder de categorie ‘landweggetje’ zou vallen, is geflankeerd door lage, overgroeide muurtjes en lage bomen, kilometers aan een stuk. Alleen maar blinde bochten en geen plek om uit te wijken als ik een tractor tegenkom… Het resultaat is een platteland van groen en grijs dat zó uit de tv-serie van James Herriot lijkt te komen: golvend groene, rechthoekige weides, met mos en varens begroeide muurtjes en overal van die prachtige, stenen boerderijen en landhuizen… Verbonden door weggetjes. Dit wordt een roadtrip over wegen van traagheid.

‘There is a stone there,
That whoever kisses,
Oh! He never misses
To grow eloquent.’

Blarney Castle is een populaire bestemming voor de Ieren. Het mooi aangelegde park met inheemse plantensoorten en zelfs het dorpsplein en de huisjes eromheen zijn nog altijd bezit van de familie Colthurst, met Sir Charles als tiende baron. Ieren komen van heinde en verre om de 30 meter hoge toren te beklimmen en daar een in de muur gemetselde altaarsteen uit de tijd van de kruistochten te kussen. Wie dat doet, ontvangt de gift of eloquence, de gave van welsprekendheid. Volgens de legende had de allereerste lord van het kasteel een spraakgebrek. Toen hij een vrouw redde die in een meertje vlakbij aan het verdrinken was, bleek ze een heks te zijn. Als dank gaf ze de heer de mogelijkheid om van zijn spraakgebrek af te komen: hij moest een magische steen kussen die in een kloof gevonden was. Uit dankbaarheid liet hij het rotsblok boven in zijn toren metselen.

Zo’n gave wil ik als journalist natuurlijk ook wel. Maar je moet er wat voor over hebben, zo 30 meter boven de grond. Een sterke man laat me op mijn rug zakken, hoofd eerst, tot bij de steen onder het muurtje en houdt mijn benen stevig vast. Ik kus. Weer rechtop komen is flink lastiger. Maar het is gelukt; het resultaat houdt u in uw handen.

Blarney Castle: in de rij om de steen te kussen. Beeld Jonathan Vandevoorde
Blarney Castle: in de rij om de steen te kussen.Beeld Jonathan Vandevoorde
null Beeld Jonathan Vandevoorde
Beeld Jonathan Vandevoorde

‘If you can see the mountains, it’s
going to rain. If you can’t see
them, it’s already raining.’
– dame van het bureau voor toerisme in Killarney

Met het klimaat aan de Ierse westkust heb je in elk geval één zekerheid: elke dag schijnt de zon weleens, tussen de miezerbuien door. De kust wordt het hele jaar door de warme, Atlantische Golfstroom bestookt, waardoor de temperaturen nooit extreem zijn en alles weelderig groeit en bloeit. Ik herinner mij de verwondering van een Amerikaanse toerist enkele jaren terug, die zich hardop afvroeg hoeveel kleuren groen er wel niet in een Ierse kleurpotlooddoos zouden zitten. De schakeringen groen in het landschap zijn eindeloos. The Emerald Isle, het Smaragden Eiland: de term werd voor het eerst gebezigd door de 18de-eeuwse dichter William Drennan die de intensiteit ervan beschreef. Maar ook Johnny Cash zong over de ‘forty shades of green’ die je hier tegenkomt.

“Mooi zijn ze wel, maar niet goed voor de biodiversiteit. Ze worden door het nationaal park waar mogelijk verwijderd”, aldus een natuurgids over de veelvoorkomende rododen­dronstruiken tijdens een begeleide wandeling in Killarney National Park. Killarney is een van de populairste toeristenplaatsen van het land. Het natuurgebied beschermt de bergbossen rondom de meren Lough Leane, Muckross Lake en Upper Lake. Onder een loden hemel maak ik ter kennismaking het obligate boottochtje dat vertrekt aan de kade naast Ross Castle. Maar het is de afwisselende wandeling op het nabijgelegen Ross Island (eigenlijk een schiereiland) dat de beste indrukken geeft van de ronduit schitterende omgeving.

En als ik de volgende dag, in het zonnetje nota bene, vanuit het statige landhuis Muckross House de Torc Waterfall bereik, waan ik mij heel even in een tropisch regenwoud, vanwege de enorme varens en de (ongewenste) rododendrons die volop in bloei staan. De naam Torc is afgeleid van het Keltische woord voor wild zwijn en heeft, zoals bijna alles in dit land, te maken met een legende. Op een man van adel rustte een vloek:

’s nachts veranderde hij in een zwijn en dus sliep hij uit schaamte in een grot. Een boer uit de streek ontdekte zijn geheim en vertelde het in het dorp voort ondanks de smeekbeden van de heer om dat niet te doen. In een opwelling van razernij veranderde hij in een vuurbal en dook in een hooggelegen bergmeer. Door de hitte ontplofte het meer; de overstroming creëerde de Owengarriff-rivier waarvan de waterval de ingang naar de geheime grot voor altijd verstopte voor de mensen. Wilde zwijnen zijn er vandaag niet meer in Ierland. Het nationaal park huisvest wel de allerlaatste kudde inheems rood wild in Ierland; edelherten elders stammen af van exemplaren die ooit door de Engelsen voor de jacht op het eiland uitgezet zijn.

De 20 meter hoge Torc Waterfall. Beeld Jonathan Vandevoorde
De 20 meter hoge Torc Waterfall.Beeld Jonathan Vandevoorde
Huursloepen wachten op klanten in Killarney. Beeld Jonathan Vandevoorde
Huursloepen wachten op klanten in Killarney.Beeld Jonathan Vandevoorde

‘I moved to Ireland, because in
Ireland, everyone is a poet.’
– Chris Rhea

Wie gek is op hamburgers, fish-and-chips en stoofvlees met puree, komt in Killarneys pubs overal aan zijn trekken. Omdat de menu’s overal nogal op elkaar lijken, zijn het de zangers die het verschil maken. Uit bijna elke deur walmt muziek door High Street. Ik duik van de ene overvolle kroeg in de andere om het repertoire te aanhoren: meestal bekende popnummers, uitstekend gezongen crowd-pleasers die de talrijke binnen- en buitenlandse toeristen luidkeels meezingen, onderwijl enthousiast met een opgeheven pint Guinness zwaaiend. De sfeer is ontspannen en iedereen maakt een praatje met iedereen, ook met mij. De Ieren zijn nieuwsgierig naar waar ik vandaan kom en wat ik doe. Hun accent is prachtig maar een uitdaging voor buitenlanders; ze rollen hun r’en en knijpen hun klinkers als dichters die zitten te oreren op een wc-pot. Straat- en plaatsnamen hier hebben de welluidendheid van mythische burchten of kloven uit Game of Thrones. Sráid an Choláiste bijvoorbeeld is een zijstraat van High Street; de Macgillycuddy Reeks vormen het hoogste bergmassief van Ierland en Carrauntoohil is daarvan de hoogste top.

Als ik ’s avonds naar mijn accommodatie terugloop, hoor ik in een steegje de klanken van een traditio­neel Iers lied. Twee mannen staan op de stoep tweestemmig te zingen voor een paar mensen in een rolstoel die eten krijgen toebedeeld uit de achterkeuken van een pub. Muziek in Ierland is een gratis zegen, zelfs mijn taxichauffeur in Dublin zat te zingen in de file.

De monumentale Cliffs of Moher zijn de meest bezochte attractie in Ierland. Beeld Jonathan Vandevoorde
De monumentale Cliffs of Moher zijn de meest bezochte attractie in Ierland.Beeld Jonathan Vandevoorde

‘Why are you Irish always smiling?’
‘Because … Look at where we live!’
– Vivian Juffs, natuurgids

Killarney is het start- en eindpunt van de populaire Ring of Kerry, een kronkelige route langs enkele van de spectaculairste kliffen en stranden van het schiereiland Iveragh. Grote bussen navigeren over de smalle wegen in tegenwijzerzin, dus heb ik besloten om ’m met de klok mee te rijden, want de gedachte om continu tussen twee muurtjes achter een enorme touringcar te moeten aansluiten ontneemt mij elk vakantiegevoel.

Cruisend over de Ring kom ik geregeld bordjes tegen voor de Wild Atlantic Way, een beroemde roadtrip die nóg dichter tegen de ruige kust aanschurkt. Die volg ik gedwee, want ik wil geen uitzicht missen. Het westen van Ierland heeft een van de spectaculairste kustlijnen van Europa, omdat de schiereilanden bestaan uit bergketens waarvan de kalk- en leistenen hellingen soms steil de oceaan in duiken. Surfers komen van over de hele wereld om in de baaien de ultieme golf te vangen.

Dezer dagen razen de restanten van een tropische storm over de Atlantische Oceaan, waardoor de schuimkoppen metershoog stukslaan op de kliffen. De lucht is heiig, want ter hoogte van Finan’s Bay kan ik de beroemde Skellig Islands, 12 kilometer uit de kust, als schimmen aan de horizon amper ontwaren. Er leeft een kolonie van meer dan 25.000 jan-van-genten en in de laatste Star Wars-films woont Luke Skywalker in een stenen hut op de top van Skellig Michael. Ik vermoed echter dat vandaag de populaire excursieboten vanuit Portmagee niet naar de Skelligs uitvaren; zo’n heftige rollercoastertrip over de woeste baren maakt niemand voor zijn plezier.

Bij Derrynane House, een historisch landgoed, laat ik de auto staan en volg een uitgezette wandeling die mij eerst over de rotsen langs een beschutte baai voert en dan de hoogte opzoekt, door de velden en tussen boerderijen door. Een vriendelijke oude man die zijn hond uitlaat, vertelt over de wilde lelies die overal in bloei staan en de enkele buitenlanders die hier een vakantiehuis bezitten. Ik begrijp wel waarom: ik heb het gevoel dat ik van hieruit de hele oceaan kan overzien. Derrynane House zelf is het landhuis van Daniel O’Connell, de allereerste katholieke Ier die in het Britse parlement zetelde en een tijdje op de shortlist stond om de eerste koning van België te worden.

Plunkett Street in Killarney. Het stadje is een van de toeristische hotspots van Ierland. Beeld Jonathan Vandevoorde
Plunkett Street in Killarney. Het stadje is een van de toeristische hotspots van Ierland.Beeld Jonathan Vandevoorde
Een muzikant brengt sfeer op de Saturday Milk Market in Limerick. Beeld Jonathan Vandevoorde
Een muzikant brengt sfeer op de Saturday Milk Market in Limerick.Beeld Jonathan Vandevoorde
De Ring of Kerry, een kronkelige route langs spectaculaire kliffen, rijd je best in tegenwijzerzin. Beeld Jonathan Vandevoorde
De Ring of Kerry, een kronkelige route langs spectaculaire kliffen, rijd je best in tegenwijzerzin.Beeld Jonathan Vandevoorde

‘A country where there is not
enough water to drown a man,
wood enough to hang one,
nor earth enough to bury him’

The Burren, een dunbevolkte kuststreek van kale kalksteen ten noorden van Iveragh, is waar het Ierse binnenland in de oceaan verdwijnt. Er is geen overgang tussen land en water, geen duinen of strand. Ommuurde vierkante percelen gras houden bij de verticale kliffen op te bestaan, alsof een god met een reusachtig kartelmes de Ierse taart onhandig in tweeën heeft gesneden en het andere stuk in zee heeft laten verdwijnen.

Vanaf de dorpsrand van Doolin – feitelijk één lange rij pubs en b&b’s – zie ik ze al liggen, acht kilometer verderop: de Cliffs of Moher, de meest bezochte attractie in Ierland. Sinds een scène uit de Harry Potter-films hier gedraaid is, maken jaarlijks ruim anderhalf miljoen toeristen selfies vanaf het hoogste uitzichtpunt bij het bezoekerscentrum, 240 meter boven de schuimende golven. Dankzij het visionaire enthousiasme van veeboer Pat Sweeney, die het verblijfstoerisme in Doolin een kans wilde geven, loopt er sinds 2012 een wandelpad vanuit zijn dorp langs de klifranden tot op het hoogste punt, een belevenis die ik niet wil overslaan.

Kort voorbij de start in Doolin zijn de kliffen amper een dertigtal meter hoog. Het is bewolkt en ik hoop dat het Ierse weerbericht gelijk krijgt en het nog opklaart vandaag. Het smalle paadje klimt rakelings langs de rand geleidelijk omhoog tot het acht kilometer verderop het bezoekerscentrum bereikt. Na afloop kan ik daar vanmiddag een bus terugnemen naar Doolin. Onderweg word ik getrakteerd op het ene wauw-moment na het andere, terwijl de afgelegen Aran Islands zich duidelijk aftekenen aan de horizon. Acrobatische meeuwen scheren over de golven en langs de bijna zwarte rotswanden. Op een bepaalde plek, waar het pad rakelings langs de diepte voert, ga ik op mijn buik liggen en ontdek door de verrekijker schattige papegaaiduikers die vanaf een met gras begroeide richel onder mij af en aan vliegen. In al die tijd klaart het een paar keer op maar trekt het ook weer dicht. Elders, waar het pad de rand van een grillige kloof in de klifwand raakt, wordt stuivend zeewater van tientallen meters diep door een rotsspleet omhoog gezwiept en word ik van onderaf secondelang door een zoute douche belaagd. Uprain noemen sommigen het hier. En daarmee heb ik elk denkbaar Iers weertje op deze reis wel gehad.

Dorp (Sneem) langs de Ring of Kerry, Iveragh Peninsula. Beeld Jonathan Vandevoorde
Dorp (Sneem) langs de Ring of Kerry, Iveragh Peninsula.Beeld Jonathan Vandevoorde

PRAKTISCH

Erheen: Vanuit Zaventem vlieg je rechtstreeks naar Dublin of met tussenstop in Heathrow naar Cork. Vanuit Amsterdam ook rechtstreeks naar Cork. Alternatief: nachtboot van Cherbourg (FR) naar Dublin.

Vervoer: Auto’s ter plaatse te huur (sunnycars.be). Er rijdt een trein tussen Dublin en Killarney. In en rond de steden is het OV goed geregeld, langs de kust echter niet en is eigen vervoer onontbeerlijk.

Tips:

Adare (bij Limerick): fotogeniek dorp.

Collins & Sons is een pub waar nog traditionele Ierse muziek gespeeld wordt.

Limerick: King John’s Castle voor als je in één keer veel over de Ierse geschiedenis wilt opdoen. Ga daarna lunchen op de wekelijkse, gezellige Saturday Milk Market in het centrum (o.a. eettentjes, biologische producten en lekkernijen).

Ring of Kerry: 180 km lange autoroute vanuit Killarney. Rij hem met de klok mee, dan heb je de kust aan de juiste (=linker)kant en rij je tegen de toeristenstroom in. Sla waar mogelijk af en volg de borden voor de Wild Atlantic Way die nog dichter de kust volgt.

Killarney National Park): een oase van ruige natuur in het pastorale Ierland. Netwerk van gemarkeerde wandelingen (tip: Torc Waterfalls en de top van Torc Mountain). Muckross House is een Victoriaanse parel. Ga langs bij Killarny House and Gardens (bezoekerscentrum) voor informatie over het park.

Killarney: gezellige pubs (In O’Connors spelen ze nog traditionele muziek). Restaurant Bricin is een aanrader: prachtig interieur en heerlijke keuken.

Skellig Michael: voor de excursie vanuit Port­magee waarop je ook tot bij de oude kloosterruïnes op het rotseiland mag klimmen moet je vele maanden van te voren reserveren. Een gewone rondvaart lukt heel soms nog op de dag zelf (google: ‘skellig island tours’).

Cliffs of Moher: 8 km lange wandeling langs de kliffen vanuit Doolin naar het hoogste punt. ’s Namiddag terug met de bus. Voor de goede verhalen ga je op pad met gids Pat Sweeney (doolincliffwalk.com, 20 euro p.p.).

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234